Je moet over en weer openstaan voor de ander, anders berokken je de samenleving schade

Mijn idool staat subliem op de foto bij zijn interview in Trouw. Breed gesticulerend, een mimiek van aanzwellende verontwaardiging, je hoort bijna het crescendo van zijn furieuze pleidooi. Wat houd ik van Leoluca Orlando, de 70-jarige burgemeester van Palermo.

Afgezien van zijn opvattingen, waarvan je denkt: wat fijn dat dit ook nog bestaat, verpersoonlijkt hij het Italië waarop ik verliefd ben: het theatrale in die prachtige taal, vooruit, het eten, de hartstocht; ik snuif het landschap op, de geschiedenis.

Orlando wil vluchtelingen laten weten dat ze welkom zijn in Palermo en begroet hen waar mogelijk persoonlijk. Hij heeft zijn hart radicaal opengezet voor hen die hun leven waagden op zoek naar geluk en vrede. 'Iedereen die naar Palermo komt, is in mijn ogen een Palermitaan, met dezelfde rechten én plichten als de mensen die hier al wonen...' Met stemverheffing: 'Mag ik u er even op wijzen dat het hier om ménsen gaat?'

Ik ben onder de indruk van zijn liefde voor de mensheid. Met enige schroom beken ik dat zijn montere 'kom erbij'-idealisme zelfs mij op momenten wat gortig lijkt. Ik maak me stiekem bezorgd, vanuit mijn Noord-Europese privilege, over de druk die zulks zou leggen op ons sociale zekerheidsstelsel. Hoe graag ik de wereld ook zou willen redden. Maar voor Orlando is wat voor u en mij, in het bezit van een paars paspoort, een vanzelfsprekendheid is, een mensenrecht: internationale mobiliteit.

Orlando stelt: 'Niemand kan veroordeeld worden om te leven en te sterven op de plaats waar zijn of haar ouders zijn geboren. We moeten af van het idee dat de staat een gesloten plek is. Ik ben geen Italiaan omdat mijn vader en moeder dat waren; ik ben Italiaan omdat ik zelf besloten heb dat te zijn. Ik had er ook voor kunnen kiezen om Duitser, Hollander of Tunesiër te worden. Zo denk ik erover. Mijn identiteit hangt niet af van het bloed van mijn ouders, mijn thuisland is daar waar ik woon.'

Indrukwekkend. Een kosmopoliet met liefde voor zijn Italiaanse identiteit die niet bang is zijn wortels te verliezen in een wereld waar straatarme massa's aan zijn stadspoorten rammelen. Zijn gedachten over identiteit als een jas die je mag uitzoeken, prikkelen.

'Identiteit is wat er van het slagveld dat leven heet van jou is geworden', omschreef Erdal Balci het. Klopt, of het toeval. Ik ben een Hollandse telg van een door en door gemengde familie, getekend door immigratie, emigratie en adoptie. Met wit en zwart, van ultraconservatieve christenen tot uitgesproken zwart-bewuste gutmenschen, uitgewaaierd over de wereld.

Ik heb ooms die openlijk bekenden dat ze zwarte mensen eigenlijk maar lui en gevaarlijk vinden en in het algemeen beperkt bovendien. Nichten van wie ik weet dat ze op Trump hebben gestemd. Dat kwetst, temeer omdat je familie bent. We doen er liever wijselijk het zwijgen toe tijdens die eens in de paar jaar dat we elkaar treffen. Ik zou voor geen goud de familieband verbreken omdat we een geschiedenis delen, omdat we van elkaar houden, hoe ongemakkelijk dat soms ook is.

Dat houd ik echter niet vol in de stukjes die ik schrijf. Als ik als uitgesproken vrouw van deels Surinaams-creoolse afkomst aandacht vraag voor de Nederlandse slavernijgeschiedenis, bijvoorbeeld. Mij wordt dan dikwijls identiteitspolitiek verweten. Maar identiteit speelt gewoon een rol in je leven. Soms meer, soms minder, soms niet. Wat ik wel weet is dat identiteit een beetje werkt zoals rugby. Hoe meer iemand jouw bal wil afpakken, hoe krampachtiger je hem vasthoudt, hoe defensiever je wordt.

Maar ik onderschrijf van harte wat Bas Heijne afgelopen zaterdag in zijn essay schreef. Niet de groep, maar de mensheid, niet het eigen geloof, maar alle geloof, niet alleen de eigen uniekheid, de eigen kleur, cultuur en geschiedenis, maar een reëel besef van wederzijdse afhankelijkheid moet leidend zijn. Dat zou ook het principe moeten zijn van integratie. Je moet over en weer openstaan voor de ander, anders berokken je de samenleving schade.

Ik waardeer andere culturen en bepleit ruimte voor identiteit. Identiteitspolitiek mag nooit het grotere menselijke perspectief uit het oog verliezen. De grootste uitdagingen waarvoor we in de 21ste eeuw staan, zoals klimaatverandering, treffen iedereen.

Stiekem opteer ik in een volgend leven overigens voor een Italiaanse identiteit. In het huidige blijf ik liefhebbend toerist.