'Je moet kunnen zien wat goed is'

'Oh, dit is bad shit', zegt Jonathan den Otter. Hij spreekt over een vergeelde prent, in veilinghuis De Eland in Diemen. Met zijn handen op de rug wandelt de 21-jarige Leidenaar door de kelder van De Eland en inspecteert verschillende etsen en gravures. 'Japanse porno doet het altijd goed', merkt hij op tussen de vitrinekasten. De suppoost houdt Den Otter goed in de gaten. De jongeman is immers niet een alledaagse verschijning tussen de slenterende bejaarde stellen, in een zaal die naar oud meubilair en stoffige vloerkleden ruikt.


Den Otter is derdejaars student kunstgeschiedenis aan de Universiteit Leiden, en schrijft momenteel zijn bachelorscriptie over de relatief onbekende 18de-eeuwse schilder en tekenaar Jabes Heenck. 'De 18de eeuw begint nu pas een beetje op te komen, omdat de 17de eeuw altijd heel booming was.' Maar naast zijn studie houdt Den Otter er ook een lucratieve prentenhandel op na. Op een veilingdag verdient hij soms net zo veel als wat een horecabaantje in een half jaar oplevert.


Zijn passie voor kunst heeft Den Otter niet van vreemden. 'Mijn vader Olphaert den Otter is beeldend kunstenaar. Hij nam mij altijd mee naar galeries en tentoonstellingen en leerde mij echt kijken, wat is goed en wat niet.' Ook de handelsgeest was al vroeg aanwezig. 'Dat doe ik al sinds mijn 5de. Oude spulletjes uit de kist van mijn moeder verkocht ik toen door, met winst, haha!' Zijn vaardigheden gingen steeds meer hand in hand. Prenten voor een paar euro kopen, en weer doorverkopen. Den Otter vindt prenten een interessante paradox. 'Het zijn eigenlijk heel simpele dingen, maar weinig mensen weten er echt wat van af. In het land der blinden is eenoog koning.'


In veilinghuizen is het dan ook zoeken naar een speld in een hooiberg. 'Op een grote veiling zijn misschien 2.500 objecten, waarvan er een paar honderd interessant zijn voor mij. Daarvan is weer 99 procent pulp.'


Tijdens zijn wandeling door De Eland bestudeert hij de prenten niet, hij scant ze. In zijn catalogus omcirkelt hij soms een kunstenaar, velen streept hij door. De fijne kneepjes leerde Den Otter tijdens een stage bij de gerenommeerde kunsthandel Th. Laurentius in Middelburg, gerund door Theo en zijn zoon Frans. 'Frans weet echt gestoord veel', zegt Den Otter vol bewondering. 'In een dag tijd kan hij in een prentenkabinet tweeduizend exemplaren volledig in zich opnemen.' Den Otter was in eerste instantie bang dat er niet veel aandacht voor zijn leerproces zou zijn. 'Maar Frans maakte direct een hele dag vrij, legde twee stapels prenten op tafel en begon te vertellen.'


Bij Laurentius leerde Den Otter dat de structuur van papier erg belangrijk is. 'Door de prent tegen het licht te houden en er doorheen te kijken, kun je zien wanneer de prent gedrukt is. Ik bekijk ook altijd eerst de achterkant en daarna pas de voorkant, al ben ik een van de weinigen die dat doet.'


In De Eland richt Den Otter een ets van Herman Naiwincx naar de tl-buis aan het plafond. 'Zie je die zeven bolletjes in het watermerk? Dat betekent dat deze prent na de dood van de kunstenaar is gedrukt. Jammer, maar helaas.'


Toch doet Den Otter zo nu en dan een spectaculaire ontdekking. Zo tikte hij voor 5 euro een ets van Rembrandt op de kop. 'Hij was niet van uitstekende kwaliteit, maar deed het goed op de veiling, dat doet een Rembrandt altijd.' Hoeveel de prent opleverde, houdt Den Otter liever voor zich, om zijn klant niet in verlegenheid te brengen. Laatst heeft hij wel in een keer acht werken via veilinghuis Christie's in Londen verkocht, voor duizenden euro's. 'Toen heb ik wel even geschreeuwd.'


Bakken met geld verdienen, is echter niet zijn belangrijkste doel. Den Otter geeft zichzelf een 'normaal salaris'. De rest van zijn opbrengsten gebruikt hij om zijn eigen collectie uit te breiden 'met de beste werken die ik kan verkopen'. Den Otter is voor zijn eigen handel vooral op zoek naar zeldzame prenten, waar hij echte verzamelaars blij mee kan maken. 'Zo had ik laatst een ouder echtpaar op bezoek in mijn studentenkamer, terwijl mijn huisgenoot keihard muziek draaide. Toen haalde ik uit een kist onder mijn bed een prent tevoorschijn, waar zij ontzettend blij mee waren. Dat is leuk.'


Het is niet makkelijk om aan klanten te komen, zegt Den Otter. 'Je kunt hier en daar visitekaartjes uitdelen, maar je moet die mensen wel tegenkomen in veilinghuizen.' Wat dat betreft, is Den Otter een snelle jongen in een trage wereld. Toch maakt hij nooit mee dat zijn oudere klanten hem niet serieus nemen. 'Vooral in veilinghuizen gaat iedereen een beetje zijn eigen gang. In Engeland heb je ook nog eens die extreme beleefdheid, waardoor mensen gewoon normaal tegen je doen.' In tegenstelling tot kunstbeurzen als TEFAF Maastricht zijn veilinghuizen volgens Den Otter plekken waar nog hard wordt gewerkt. 'Niemand kijkt op als je met vertrapte gympen binnenstapt.'


Naast zijn prentenhandel wacht Den Otter ook nog zijn studie. Maar voordat hij in september aan zijn master begint, wil hij drie maanden reizen in Thailand, Laos en Cambodja. 'Het liefst zo basic mogelijk, even naar een totaal andere wereld, weg van alles. In mijn hoofd ben ik nu de hele tijd met kunst bezig.'


Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden