'Je moet je voetstappen kunnen terugvinden'

'Slaag, over je schouders heen geboeid worden, verbranding, slaaponthouding, iemand op één voet laten staan, verkrachting, ophanging aan de armen, eenzame opsluiting, nagels uittrekken, klisma's toedienen met kokend water, elektrische schokken, gewichten aan de testikels hangen, in de mond pissen, iemand zijn eigen stront in het gezicht wrijven, iemand twee...

'Ik werkte als onderwijzer in Abadan en ik schreef. Met een paar andere schrijvers uit het zuiden van Iran was ik een literair tijdschrift begonnen. In 1976 was er, zoals je je herinnert, oorlog tussen Israël en de Arabieren, vanwege de Palestijnse kwestie. De sjah steunde Israël en wij maakten een nummer over de Palestijnse literatuur. In die zelfde tijd was de economische positie van de onderwijzers ook heel slecht en ik probeerde met een paar anderen een staking te organiseren. Die twee dingen vestigden de aandacht van de geheime politie op ons groepje. We werden gearresteerd en veroordeeld tot twee jaar cel omdat we staatsgevaarlijke activiteiten ontplooiden.

'Ze hebben ons gemarteld omdat ze ons tegen elkaar wilden laten getuigen. Dan vroegen ze bijvoorbeeld: door wie en wanneer ben je in aanraking gekomen met marxistische ideeën? Dan kon je niet zeggen dat je toevallig in een boekwinkel zo'n boek had gevonden, want dan moesten ze de naam van de winkel weten en dan zou zo'n boekhandelaar worden gearresteerd. Ze wilden ook precies weten wat je met je vriend had besproken en hoe op die en die avond een gesprek met je moeder ging, o mijn god, je had nooit geweten dat dat allemaal zo gewichtig was.

'Ik was 26 jaar en ik weet nog dat ik mezelf zag als een Hamlet, want die was ook totaal onschuldig tot zijn vader door zijn oom Claudius werd vergiftigd en het lot hem dwong daar iets aan te doen.

'Toen ik vrij kwam ontdekte ik dat er een guerrilla-beweging was begonnen: de Fedayim. Daar hadden zich studenten bij aangesloten en vertalers en schrijvers, die de stad uit waren gegaan naar de bergen, met het idee om daar iets te beginnen als wat op Cuba ook in de bergen was begonnen.

'Ik heb me niet bij ze aangesloten maar ik heb ze, zoals veel intellectuelen, wel gesteund. En ik schreef een boek over Hamlet. Het eerste hoofdstuk ging over Hamlet en de dood, omdat die een grote rol heeft gespeeld in zijn leven. Zoals zijn vader was vergiftigd, schreef ik, zo is misschien ons leven vergiftigd en dat betekent dat de dood een andere betekenis voor je krijgt. Hamlet wilde niet zo maar zijn leven leiden, hij wilde de diepere betekenis van het leven ontdekken die verborgen is door Claudius en zijn moeder.

'Claudius zegt tegen Hamlet dat die in het duister staat. Nee, zegt Hamlet, ik sta midden in de zon. Hamlet loopt over een kerkhof en spreekt over de zon. Dat was misschien ook voor de mensen van de guerrilla de reden om de gewapende strijd aan te gaan, omdat ze niet precies weten hoe ze moeten leven en ook niet of ze wel zullen overleven, nee, ze zoeken naar een andere betekenis van het leven. Hamlet zegt: De tijd is uit zijn voegen, helse plicht die mij gebiedt hem weer in 't lood te brengen.

'Ik probeerde een poëtische en filosofische interpretatie te geven van Hamlet om zo iets te kunnen zeggen over mijn generatie: hoe rusteloos we waren en hoe we dachten over vrijheid, wat die voor ons betekende. Daar was behoefte aan omdat we, zoals Hamlet, werden genegeerd door de regering.

'Toen de eerste hoofdstukken in een tijdschrift verschenen werd ik gearresteerd door de geheime politie, die het manuscript in beslag nam en vernietigde. Ze zeiden: met Claudius bedoel je de sjah, jouw Hamlet is een guerrilla-strijder en jij bent een gevaar voor de veiligheid van de staat. Ik werd veroordeeld tot elf jaar en ik ben ontzettend gemarteld, met elektrische schokken en slagen op mijn voetzolen, maar er is geen woord over mijn lippen gekomen over mijn contacten met de guerrilla-beweging.

'Met de revolutie ben ik vrij gekomen. Een paar maanden later ben ik opnieuw gearresteerd, omdat ik kandidaat was voor een parlementszetel van de Fedayim. Ze waren nu een legale politieke partij, met een enorme populariteit onder de bevolking. Bovendien schreef ik in een landelijk dagblad over democratie en de politiek van Khomeini, waar ik natuurlijk kritiek op had.

'Ze hebben me toen ter dood veroordeeld, omdat ik me zou hebben ingelaten met terrorisme. De vereniging van Iraanse schrijvers en de orde van Iraanse advocaten hebben daar protest tegen aangetekend en na een maand hebben ze me weer vrij gelaten.

'Ik mocht niet in Abadan blijven, omdat het een kleine stad is waar ik bekend en geliefd was. Ik moest in Teheran gaan wonen en daar kon ik werken en publiceren omdat er toch nog wat vrijheid was. Die lieten de mensen zich niet meteen weer afnemen, maar na een paar jaar werd de greep van het regime sterker en veel intellectuelen zijn toen vermoord en verjaagd. Een vriend van me, een beroemd toneelschrijver en acteur, is gearresteerd op zijn huwelijksfeest en drie maanden later geëxecuteerd. Ik ben toen ondergedoken en daarna heb ik het land ontvlucht, samen met een vriend.

'We gingen te voet door de bergen naar Turkije, met niets dan een tas en een vals paspoort, dat we van een smokkelaar hadden. Als we door soldaten werden gepakt konden we ze misschien nog wijs maken dat we niets met politiek te maken hadden en alleen maar het land uit wilden. Dan was er een kans dat je een maand of wat in een gevangenis bij de grens zat en dat ze je daarna weer loslieten. Maar als ze wisten dat je een schrijver was, stuurden ze je terug naar Teheran en dat kon gevaarlijk voor je worden.

'We zijn niet gepakt en we zijn een paar maanden in Istanbul gebleven om erover na te denken waar we nu verder heen moesten. Ik kon meteen door naar Parijs, omdat daar al Iraanse schrijvers woonden die ik kende. Maar ik had me, als iemand uit Abadan, al zo ontzettend ontheemd gevoeld in Teheran, een stad met toen zeven miljoen inwoners. Abadan is meer iets als Utrecht en als je even de stad uit ging zag je mensen die nog leefden als een eeuw geleden. Een broer van een schoonzuster van me was als gastarbeider naar Nederland gegaan en woonde er nog steeds, met een Nederlandse vrouw en een gezin. Ik heb ze geschreven en ze hebben me een uitnodiging gestuurd.

'Ik ging met mijn valse paspoort naar de Nederlandse ambassade en ik kreeg een visum, samen met mijn vriend, een cineast. We vertrokken per vliegtuig en omdat we geen directe vlucht naar Nederland konden krijgen, moesten we overstappen in Frankfurt. De politie op Schiphol is natuurlijk niet van gisteren en die zag meteen dat onze paspoorten vals waren. Ze stopten ons in een cel, namen een naaktfoto en verhoorden ons.

'We zeiden dat we toeristen waren en dat we hier maar een paar weken wilden blijven, maar daar trapten ze niet in. Met papieren waaruit bleek dat we dus niet zo erg te vertrouwen waren, werden we teruggestuurd. Niet rechtstreeks naar Turkije, vanwege onze tickets, maar eerst weer naar Frankfurt. Daar zei de politie: het is niet onze verantwoordelijkheid jullie terug te sturen naar Istanbul.

'Na een paar uur zijn we weer op een vliegtuig naar Amsterdam gezet. Daar zette de politie ons in een cel, waar mensen in verschillende talen - Turks, Arabisch, Engels, Frans en ook Perzisch - op de muur hadden geschreven: als je in Nederland wilt blijven moet je politiek asiel aanvragen. Dat hebben we in slecht Engels gedaan op een papier dat we aan de politie hebben gegeven. Ze werden nogal kwaad, maar ze accepteerden het en beloofden ons ook discretie. Toen hebben we ze onze echte naam gegeven, wat we de eerste keer niet hadden gedaan omdat we niet wisten wat ons allemaal boven het hoofd hing.

'Op een mistige avond in september 1983 zijn we door de vrouw van mijn Nederlandse familielid afgehaald en meegenomen naar Bilthoven. Daar hebben we een tijd gewoond en toen we na een jaar de Astatus kregen zijn we allebei in Utrecht gaan wonen.

'Het was niet makkelijk om hier weer te gaan schrijven. Dat heeft me een paar jaar gekost. Een schrijver moet kunnen omkijken, door een straat kunnen lopen en denken: daar heb ik gewerkt, daar heb ik met iemand staan praten en daar heb ik zitten dagdromen. Je moet je eigen voetstappen terug kunnen vinden en het kost tijd voor je ergens voetstappen hebt achtergelaten.

'Ik denk dat wie we zijn, wordt bepaald door onze omgeving. In Iran, onder de sjah, was je omringd door een sloppenwijk waar arme mensen woonden en een groot flatgebouw waar rijken woonden en op straat zag je kinderen die nergens konden spelen - als je me daar middenin zet ben ik iemand anders dan degene die ik hier ben.

'In het eerste verhaal dat ik hier schreef heb ik een balling proberen te volgen die in een kleine kamer woont en een hospes heeft en een hospita. Zo werd ballingschap iets waar ik wat over kon zeggen. Iedereen heeft een raam nodig waardoor hij naar het leven kijkt. Als je bijvoorbeeld hoort bij de guerrilla-beweging en je loopt een straat in, dan zie je meteen: geen ontsnappingsmogelijkheid. Alles in het leven krijgt zijn kleur en betekenis door hoe je ernaar kijkt en bij mij was de politiek het raam waardoor ik keek. Maar als dat raam wegvalt sta je opeens naakt voor de spiegel, als Hamlet.

'Er is geen censuur meer, je kunt doen wat je wilt. Hier kun je een verhaal schrijven als Om de liefde van Hadj Agha, dat min of meer gaat over mijn ervaringen in de gevangenis. Hadj Aga bestaat. We zaten samen in de gevangenis onder de sjah, we zijn allebei gemarteld, maar hij geloofde in de islam en ik niet. Na de revolutie ging hij zelf martelen en hij weet dus precies wat je kunt doen met gevangenen, hoe na een paar dagen ieders weerstand is te breken.

'Toen ik aan dat verhaal werkte kreeg ik brieven van Iraniërs die onder Khomeini gevangen hadden gezeten en ze vroegen me te beschrijven wat ik had meegemaakt in de gevangenis, omdat het voor hen allemaal nog zo nieuw was geweest. Ik vroeg ze mij zo eerlijk mogelijk te vertellen wat ze zelf hadden meegemaakt en zo kwam ik erachter dat na de Khomeini-revolutie veel jonge mensen van tussen de veertien en zeventien in de gevangenis zijn beland, zo jong dat ze nog niet genoeg levenservaring hebben om iets te stellen tegenover de martelingen. Daarom raken ze na een paar dagen de fut kwijt en geven ze zich gewonnen.

'Daar maakte ik me zorgen over, want in mijn tijd werd zo iemand dan door de anderen verstoten. Dat waren er maar een paar en nu waren het er wel twee- of drieduizend. Ik maakte me er zorgen over dat ze, als ze uit de gevangenis kwamen, er helemaal uit zouden liggen bij de bevolking. Dat leek me onrechtvaardig en ik heb dat verhaal geschreven om ze te verdedigen, want ik herinner me een vriend met wie ik onder de sjah in de cel zat, een student die na de revolutie door het nieuwe regime is geëxecuteerd.

'Twee jaar lang zat hij in die cel, in het donker, zonder de zon te zien, en elke week kreeg hij honderd slagen op zijn voetzolen. Daar zaten grote gaten in, die door de dokter werden verbonden en dan wat genazen tot ze weer werden opengehaald en als hij dan weer terug kwam in de cel hijgde hij als een koe die moet bevallen, uren lang.

'Soms droom ik ervan dat ik terug kan naar Abadan en mijn broer en zuster nog eens kan zien en misschien bij het graf kan zitten van mijn moeder, die gestorven is zonder dat we elkaar nog gezien hebben. Ik zou daar als kleine boer willen leven, groente verbouwen en schrijven over mensen die ik daar gekend heb. Hier lukt me dat niet, omdat die stemmen en muziek hier niet zijn, maar daar zou ik, wie weet, die herinneringen terug kunnen vinden.'

Volgende week: Als je tegen mij zegt: wat spreek je goed Nederlands, ben ik beledigd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden