Column

Je moet ergens aan doodgaan

Bach

 

De nootjes die ik gekocht had, waren nog warm. Het leven is te kort om nootjes koud te laten worden, zeg ik altijd maar, en omdat het ongepelde pistachenootjes waren kon ik ze niet zomaar, al wandelend door de Pieter Langendijkstraat, in mijn mond proppen; daarom ging ik op de rand van een bloembak zitten pellen en eten.

Het was een weinig inspirerende bloembak, vervaardigd van samengeperst grind en gevuld met onsamenhangende, deels verdorde groeisels, aangevuld met de gebruikelijke lege colablikjes, een dito doosje Tic Tac, peuken en een volgescheten luier. Geen geraniumpje of Afrikaantje te bekennen.

Nu kon ik natuurlijk de doppen van mijn nootjes óók in die bloembak flikkeren, maar zo ben ik niet opgevoed. In plaats daarvan deed ik ze terug in het zakje en zocht intussen op mijn telefoon op wie Pieter Langendijk was. Een blijspeldichter annex damastwever uit de 18de eeuw. Hij leek sprekend op Johann Sebastian Bach, maar zowat iedereen leek in de 18de eeuw sprekend op Johann Sebastian Bach, dus daaraan kon je niet te veel betekenis hechten.

Nu kwam er een meisje op me afgelopen, een spichtig wicht van een jaar of 14 met een blauwe parka en kort asblond vlashaar dat door de wind nogal aureolig om haar hoofdje dwarrelde. Ze had dunne, kleurloze lippen, maar haar ogen waren groot, bruin en hadden overal schijt aan.

'Heb jij een sigaretje voor me?', vroeg het kind zonder introductie. Ik ben altijd blij als ze geen 'u' tegen me zeggen, maar een sigaret had ik niet. 'Nee, sorry', zei ik. 'Trouwens, roken is niet goed voor je, hoor.' Pats, daar lag die ouwetruttenopmerking tussen ons in, als een kwak lauwe stamppot.

Koel keek het wicht me aan. Een vlezige taart van 50 zag ze, met een zak nootjes op een bloembak vol vuilnis in een straat die genoemd is naar een damastwever die op Bach lijkt. Niet echt een aanblik die je doet besluiten het leven eens helemaal over een andere boeg te gooien.

'Er is zo veel slecht voor je', sprak ze. 'Hm-hm', zei ik. 'Wil je wat nootjes?' Ze schudde van nee. 'Nootjes zijn ook slecht', vervolgde ze niet zonder triomf. 'Daar word je dik van.' Ik knikte schuldbewust en staarde naar een raam op tweehoog, waar in roze kartonnen letters de mededeling 'HOERA EEN DOCHTER' was bevestigd. Weer iemand die haar hele leven nog voor zich had. Het begon harder te waaien.

'Je moet ergens aan doodgaan', zei het wicht, terwijl ze verder liep. 'En roken, daar word je tenminste niet dik van.'

Ja, daar zat beslist wat in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.