'Je moet er zijn als mensen een beroep op je doen'

Ooit vertrok Jan de Wit met tegenzin naar de Tweede Kamer. Inmiddels is er niemand die er langer zit dan hij. Zijn echtgenote Riet de Wit en hij stelden hun leven in dienst van de SP.

MAARTJE BAKKER

Nee, hij vindt het niet moeilijk om te stoppen met werken, zegt Jan de Wit lachend. 'Het is zelfs een heel aantrekkelijk vooruitzicht. We hebben zo veel jaren dag en nacht, 24 uur per dag... het is overdreven, maar we hebben gewoon keihard gewerkt.'

In 2008 zei u dat u er in 2011 mee zou ophouden.

'Zullen we maar je zeggen? Mijn idee was 65 en dan is het mooi geweest. Maar toen kwamen die onderzoeken (naar de kredietcrisis en de redding van de banken, red.). Ik was voorzitter van de commissies die dat onderzochten. In die tijd is twee keer een kabinet gevallen.'

Twee kansen om te stoppen.

'Maar die enquête liep en ik dacht: dit kan ik niet zomaar uit handen geven. Daarna kwam mijn wetsvoorstel om het verbod op godslastering te schrappen. Dat had ik oorspronkelijk met Boris van der Ham en Fred Teeven ingediend. Die zitten niet meer in de Kamer. Dat was ook een punt waarvan we zeiden: maak dat af.'

Wilde je dat zelf of werd het op prijs gesteld door de partijleiding?

'Ook dat. Emile Roemer en Jan Marijnissen hebben nu nog het idee: misschien verandert hij wel van gedachten.'

Jan en Riet de Wit. Getrouwd met elkaar, maar ook met de SP. Ze stonden aan de wieg van de SP-afdeling in Heerlen. Hij werd afdelingsvoorzitter, raadslid, Eerste Kamerlid, Tweede Kamerlid. Zij was raadslid en later wethouder. Nu stoppen ze, tegelijkertijd, met hun politieke werk.

Zelfs voor SP'ers hebben ze extreem hard gewerkt, zeggen mensen uit hun omgeving. Jan stelde jarenlang de meeste schriftelijke vragen van alle Tweede Kamerleden. Iedereen die hem mailt, krijgt persoonlijk antwoord. Tot diep in de nacht zit hij te werken op zijn kamer. 'Ik heb die tijd nodig, eerlijk gezegd.' Riet zegt van zichzelf dat ze verschrikkelijk lui kan zijn, maar een buurvrouw ziet met lede ogen aan hoe ze vroeg vertrekt en laat thuiskomt.

Er was geen tijd om iets te veranderen in huis. De zeshoekige tafel waaraan ooit elke avond SP'ers zaten te vergaderen, staat er nog. De grote boekenkast vol kinderboeken en bordspelletjes, met de plank die doorzakt onder het gewicht van een encyclopedie. Het bankje waarop ze het nieuws kijken en stukken lezen. Riet: 'Iedere avond, hoe laat je ook thuiskomt.'

Waar komt dat plichtsbesef vandaan?

Jan: 'Mijn vader zei altijd: je doet het of je doet het niet. En als je het doet, doe je het goed. Geen zin in huiswerk: ondenkbaar. Slecht rapport: toch een probleem. Ik kan nu nog de rijtjes opnoemen van Latijn en Grieks.'

Riet: 'Dat was bij mij thuis niet zo extreem. Ik denk dat het ermee heeft te maken dat we politiek actief werden toen we in alle jeugdige overmoed dachten: we kunnen de hele wereld veranderen als we maar mensen organiseren, mensen bewust maken. Als we de strijd maar aangingen met allerlei systemen, regenten, noem maar op. Ik denk zelf dat dat de drijfkracht is.'

Jan: 'We hebben gewoon leren knokken. In het begin vooral tegen de CPN. Die beschuldigde ons van van alles. We zouden agenten zijn voor de NAVO-vestiging hier in Brunssum. Terwijl we daar jarenlang tegen gedemonstreerd hebben. Op kerstavond.'

Riet: 'Kerst was het feest van de vrede.'

Jan: 'We organiseerden acties in de oude mijnbuurten. De huizen stonden daar scheef door de mijnschade, vanwege de verzakkingen. Kregen we de woningcorporaties over ons heen. We hebben de SP hier steen voor steen opgebouwd. Against all odds. In de advocatuur of de politiek kun je niet zeggen: nou heb ik geen zin meer.'

Iedereen kan toch af en toe nee zeggen?

Jan: 'Als mensen een beroep op je doen, moet je er gewoon zijn. De advocatuur was het verlengde van het politieke werk hier. Mensen werden gedagvaard omdat ze meededen aan een actie om geen huur te betalen. Dan kwamen ze vaak naar mijn kantoor. Dan deed je dat dus.'

Riet: 'Dit huis was jarenlang ons actie- en vergaderhol. We kwamen hier iedere avond om kwart voor zeven samen. Avond aan avond gingen we de deuren langs om leden te maken.'

Jan: 'Het is geen doel op zichzelf dat de SP groot wordt. Maar je ziet het onrecht in de samenleving en daar wil je wat aan doen. Vanuit de SP is steeds het idee geweest: wil je wat bereiken, zul je actief moeten zijn.'

Een oud-medewerkster van Jan zei: hij werkt zo hard, het lijkt wel of hij het gevoel heeft dat hij verantwoording moet afleggen aan een hogere autoriteit.

Jan: 'Nee. Absoluut niet. Ik geloof niet. Niet in de zin van religieuze opvattingen en zeker niet in een opperwezen. Het is eerder het idee, ook in Den Haag: het is heel slecht voor de SP als je blunders staat te maken of een absolute nul bent. Dat ligt eerder in mijzelf dan in verantwoording afleggen.'

Het hoeft ook niet per se om een opperwezen te gaan. Het kan ook een idee zijn, waardoor je doorgaat. Het socialisme misschien.

Jan: 'Ik geloof in de mensen. In de eigen kracht. Niet door te zeggen (zet stemmetje op): 'Klote man, kut.' Nee, je moet het voortouw nemen. De mensen organiseren.'

Hebben jullie weleens getwijfeld of het zin had wat jullie deden?

Riet: 'Nee. Het was best een drama toen mijn vader erachter kwam dat ik rode blaadjes stond te verkopen bij de mijn. Maar de waardering in de buurten waar we mensen organiseerden, was groot. We haalden successen. Dat zit heel erg in mij, om dat gevecht steeds voort te zetten. Om toch kleine stappen vooruit te zetten.'

Ze waren ooit heel verschillende types, Jan en Riet de Wit. Jan een keurige jongeman, afgestudeerd in de rechten, ook toen al in driedelig grijs. Riet vond dat maar niks. 'Ik was meer van de lange jurken, korte rokken, bonte kousen.'

Hoe kwam het dat jullie elkaar toch leuk begonnen te vinden?

Riet: 'Door de samenwerking.'

Jan: 'Ik kwam uit Zevenbergen en Riet kwam daar stage lopen. We organiseerden een vredesweek. Het was de tijd van de internationale vraagstukken: de oorlog in Vietnam, de generaalsregimes. We hebben ook nog actie gevoerd voor de demping van de haven. Al doende...

Riet: '... is het helemaal goed gekomen.'

Zo loopt de liefde tussen Jan en Riet de Wit parallel aan de liefde voor het actievoeren. Totdat Jan de Wit wordt gevraagd om naar Den Haag te komen.

Riet: 'Het was schrikken toen Jan Marijnissen hier op de stoep stond en zei: kom naar Den Haag. We vonden het allebei heel moeilijk om het advocatenkantoor achter te laten. Maar Jan Marijnissen en Remi Poppe konden ook niet zeggen: we hebben geen zin in het Kamerlidmaatschap. Zij konden ook niet voor zichzelf kiezen.'

Jan: 'We hebben bij de SP steeds gezegd: we moeten in die Kamer komen. Toen dat eindelijk lukte, zeiden Marijnissen en Poppe: wij weten de ballen van hoe de wet in elkaar zit. Als er dan een beroep wordt gedaan op jouw kennis, moet je van goeden huize komen om nee te zeggen.'

Achttien jaar lang zat Jan doordeweeks in Den Haag en Riet in Heerlen. Was het eenzaam, zo'n gespleten bestaan?

Jan: 'Nee.'

Riet: 'Soms wel natuurlijk.'

Jan: 'Nou ja, jij bent daar anders in dan ik. Als het moet, dan moet het. Dan zit ik in Den Haag en dan doe ik daar mijn werk. Ik heb wel twintig jaar lang jou elke morgen en elke avond gebeld.'

Riet: 'Ik heb er wel last van. De politiek in Heerlen kan heel hard zijn. Dan wil ik het na een spannend debat eigenlijk van mij af praten. Vooral in het begin had ik er moeite mee om me niet mee te laten slepen door emoties. Ik ben zelfs twee keer in huilen uitgebarsten. Eén keer in een gezelschap van allemaal mannen. Een bedrijf zou zich in Heerlen vestigen. Werkgelegenheid voor duizend man.'

Jan: 'Zonnepanelen.'

Riet: 'Opeens vertelden ze dat het ontwikkelde proces niet ver genoeg gevorderd was om in productie te brengen. Het ging niet door. Toen moest ik van schrik wel janken. Het is me nog een keer gebeurd, na een debat. Dat zijn momenten waarop ik 's avonds gewoon met z'n tweeën op de bank wil zitten.'

Jan: 'Maar het is nu eenmaal zo dat ik in Den Haag moet zijn.'

Riet: 'Eerlijk gezegd, we hebben vaak dat we 's avonds zeggen: kon je maar hierheen komen. Dat zeg jij net zo goed hè.'

Heb je vrienden gemaakt in Den Haag?

Jan: 'Eh, ja. Jan Marijnissen toch wel. Met Emile Roemer heb ik heel veel contact.'

Riet: 'Jullie hebben zelfs een vaste avond.'

Jan: 'De dinsdagavond. Dan gaan we 'evalueren' in café de Paraplu.'

Hebben jullie bereikt waarvoor jullie al die tijd zo hard hebben gewerkt?

Riet: 'Het is natuurlijk niet gelukt om de wereld te veranderen. Maar ik ben toch best tevreden. Het was echt heel dramatisch hier in de stad. De hele binnenstad was in de greep van de heroïneproblematiek. Verslaafden en dealers. Ik heb toen nachtopvang geregeld. En ik ben er ook heel trots op dat Heerlen al twee keer is uitgeroepen tot de sociaalste gemeente van Nederland.'

Jan: 'Ik ben trots op de twee parlementaire onderzoeken. Een enquête is een geweldig machtig middel. Mensen zijn verplicht om te komen en worden onder ede geplaatst.'

Een medewerker van de SP zei: 'De partij zou veel meer waardering voor Jan moeten hebben.'

Jan: 'Nou, dat weet ik zelf niet. Ik ben niet zozeer erop uit... Nu ze hebben gezien dat ik opstap, schrijven mensen, ook volstrekt onbekende mensen, die niets met de SP op hebben: god, u hebt voor mij wel een belangrijke rol vervuld. U hebt een bijdrage geleverd aan een beter imago van de Kamer. Dan denk ik: o, nou. Dat is mooi. Maar daar doe ik het niet voor. Het zal mij worst wezen of ik wel of niet indruk maak bij iemand.'

Riet: 'Dat is bij ons heel sterk. Niemand gaat voor zichzelf, nog steeds niet. Al die lantaarnpalen hier hangen vol bij verkiezingen. Iedereen foldert voor zichzelf en hangt borden met zijn eigen portret op. Wij noemen dat de paaldansers. Wij doen dat niet.'

Jan: 'Ik heb niet het gevoel dat ik ondergewaardeerd zou zijn. Sterker nog, ik heb de gouden tomaat gekregen, de hoogste onderscheiding bij de SP.'

Het is geen geheim dat Jan Marijnissen erg kritisch kan zijn. Jij heb ook te horen gekregen: je moet feller debatteren.

Jan: 'O, dikwijls. Heel dikwijls. Ik heb zo veel kritiek gekregen op de manier waarop ik... Ik had in de advocatuur geleerd om verhullend taalgebruik te gebruiken. Terwijl je in de politiek helder en scherp moet zijn.'

Riet: 'Je zag het toch zelf ook wel.'

Jan: 'Kamerlid zijn, dat kun je niet vanaf dag één. Daarom is het enorme verloop in de Kamer wel een punt. Je kunt toch zien welke mensen erover nagedacht hebben, die daar zitten met passie. In plaats van dat iemand begint (mummelt): mevrouw de voorzitter, vandaag is aan de orde het wetsontwerp over...'

Dacht je nooit: ik loop de benen uit mijn lijf en nu is het nog niet goed genoeg.

Jan: 'Nee hoor. Echt niet. Ik kan je zo de briefjes laten zien van Jan Marijnissen: 'Goed gedaan jochie'. Die heb ik allemaal bewaard.'

CV Jan de Wit

1945 Geboren op 10 mei in Zevenbergen

1969-1995 Advocaat, vanaf 1978 met eigen kantoor in sociale advocatuur

1971 Getrouwd met Riet Romans

1972-1996 Bestuurslid SP-afdeling Heerlen

1982-1995 Gemeenteraadslid in Heerlen

1994-1998 Beleidsmedewerker in de Tweede Kamer

1995-1998 Eerste Kamerlid

1998-2014 Tweede KamerlidCV Riet de Wit

CV Riet de Wit

1948 Geboren op 10 mei in Treebeek

1971 Getrouwd met Jan de Wit

1972-heden Bestuurslid SP-afdeling Heerlen

1994-2002 Gemeenteraadslid in Heerlen

2002-2014 Wethouder in Heerlen

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden