Je moet er gewoon in springen

Marc Schröder (35) heeft het oog voor gaten in de markt van zijn vader, maar maakte zonder diens hulp van Tango en Routemobiel een groot succes....

Marc Schröder (35) ontvangt in een tijdelijk gehuurd kantoor in het World Meeting Center bij Schiphol. Zijn kamer is klein. Het systeemplafond hangt laag. Een sobere werkruimte voor de man die begin mei zijn bedrijf RouteMobiel – concurrent van de Wegenwacht – voor een ‘onbekend bedrag’ verkocht aan aandeelhouder SNS Reaal, en al eerder een klapper maakte bij de verkoop van Tango, de door hem opgezette keten van onbemande tankstations.

Waarom zit je eigenlijk hier? Je zou ook een designkantoor aan de gracht kunnen kopen.

‘Leuk dat het jullie opvalt. Zo steken mijn partner Michiel Muller en ik als ondernemers in elkaar. We vinden het niet zo nodig. We zijn hier gewoon aan het werk.’

Net als zijn vader Martin Schröder, die met zijn chartervliegtuigen van Martinair de grote luchtvaartmaatschappijen beconcurreerde, heeft Schröder aangetoond oog te hebben voor gaten in de markt. Muller en hij denken weer zo’n niche te hebben gevonden. Maar welke monopolist deze keer de klos is, valt niet op te maken uit zijn cryptische omschrijving: ‘We hebben twee innovatieve ideeën voor een bestaande Nederlandse markt, waar grote inefficiënties in zitten.’ Tot de plannen rond zijn, en dat duurt zeker nog een halfjaar, wil Schröder er niets over los laten. ‘We zijn in het verleden twee keer met een verrassingseffect losgegaan. Dat heeft goed gewerkt. Dat gaan we nu weer doen. We hebben ons beide keren in markten begeven waar grote krachten vrijkomen. Hoe langer je die kunt uitstellen, hoe beter.’

Hoe komt het dat jij oog hebt voor winstgevende ideeën?

‘Ik claim niet de gouden sleutel te hebben. Helemaal niet. Maar vaak zie je dat mensen wel ideeën hebben, maar de drive missen om het in de praktijk te brengen. Michiel Muller en ik kijken hoe we van idee tot realiteit kunnen komen.’

Waar komt die drang vandaan?

‘Wat mij uitdaagt is de enorme arrogantie van de macht. Dat was zo bij Tango, maar ook bij RouteMobiel. Als je ziet hoe arrogant de grote partijen reageren op een nieuw initiatief, dat is verschrikkelijk. Een gezonde reactie binnen zo’n industrie zou zijn: hé, wat gebeurt hier? Een interessante innovatieve ontwikkeling, waarom hebben wij daar niet naar gekeken? Maar nee, er wordt gezegd: wat wij doen is de enige manier.’

Je hebt rechten gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Hoe zag je studententijd eruit?

‘Ik heb eerst een jaartje economie gedaan. In die periode moest je in twee jaar tijd je propedeuse halen, anders lag je er helemaal uit. Wel vervelend, want na een jaar zaten al mijn boeken nog in het plastic. Ik was lid van Amsterdams Studentencorps geworden, zat veel en laat in de stad. Je kent het wel.

‘Na dat eerste jaar heb ik mijn kansen geteld: ga ik in één jaar alle eerstejaars vakken economie halen? Toen werd het rechten. Maar dan? Ik kon bij een advocatenkantoor gaan werken, waar ik de eerste vijf jaar met dossiers zou mogen schuiven en al het voorwerk zou mogen doen, met alle respect overigens, maar: dat is het niet, wist ik toen al.’

Wat was het wel dan?

‘Het klinkt cliché, maar ik wilde een bedrijf waar ik de ruimte had om mezelf te ontwikkelen. Er kwam gewoon een moment waarop ik wist: nu moet ik echt een goede keus maken. Toen heb ik gesprekken gevoerd met ondernemers, marketeers, en, in dít geval, ook mijn vader.’

In dít geval?

‘Veel mensen vragen: heeft hij zich bemoeid met je carrière, heb je opstappen gehad? Nou, nul. Helemaal niks. Maar ik heb hem wel gevraagd: wat voor type vind je mij? Hoe zou je me typeren binnen een onderneming?’

En?

‘Mijn vader zei van begin af aan: jij moet de ruimte hebben om je te kunnen ontwikkelen. Maar je bent af en toe snel afgeleid, dus je moet niet in een al te creatieve omgeving terechtkomen. Geen internet-startups, waar iedereen gezellig zit te poolen ’s middags.’

Waarom koos je voor oliemaatschappij Petroplus?

‘Het was een serieus bedrijf dat sterk in ontwikkeling was. Ze kochten allerlei raffinaderijen en opslagterminals in Europa op. Ik heb gewoon een brief en cv gestuurd naar Marcel van Poecke, een van de twee leden van de raad van bestuur, had een gesprek met hem, en binnen twee uur waren we eruit. Hij was enthousiast, ik was bijzonder enthousiast.’

Wat wist jij van de petrochemische industrie?

‘Niks. Helemaal nada. Ik was 27, en werd managementtrainee, rechtstreeks onder Van Poecke. Ik kreeg hele aparte opdrachten. Moeten we een raffinaderij in Niger bouwen? Ik wist er geen snars van af. Ik wist net wat ik in de tank van mijn auto moest gooien. En dat Niger in Afrika lag. Maar op zo’n moment wil ik ook weten waar het over gaat, en ga ik hard werken. Op een gegeven moment kwamen ze bij mij: zou je eens willen gaan kijken naar de retailmarkt voor benzine?’

Die was toen nogal dichtgetimmerd.

‘Ja, in Nederland hadden we de grote maatschappijen en een enkele witte pomp. We dachten: als we het doen, dan moeten het anders, en dan knippen we alle poespas eraf. Geen winkel bij het tankstation, geen personeel, gewoon een pomp en een pinautomaat.’

Was het jouw idee, dat tanken zonder franje?

‘Het concept bestond al in Scandinavië, maar niet in de marketingvorm zoals wij het gegoten hebben. Er bestond al een enkel onbemand dieselpompje waar je met vrachtwagens terecht kon. Wij hebben er een consumentenmerk van gemaakt, Tango. De rest is geschiedenis. Het sloeg heel goed aan. Na vijf jaar hadden we 65 tankstations en is het aan Q8 verkocht voor 72 miljoen euro.’

En jij werd miljonair.

‘Daar kan ik geen nee op zeggen. Ik schaam me er overigens ook niet voor. Ik bezat 5 procent van de aandelen.’

Die deal had je gemaakt, aandelen in ruil voor het opstarten?

‘Ja.’

Was dat eigen slimmigheid, of boden ze dat aan?

‘Ze wilden dat ik Tango los van Petroplus ging opzetten. Een nieuwe naam, een nieuw consumentenmerk, en ik moest het gezicht worden. Toen heb ik gezegd: heren, als jullie dat allemaal willen, vind ik het ook redelijk om te participeren in het bedrijf. En daarover was geen enkele discussie.’

Als het was misgegaan, was jij dan ook heel berooid geworden?

‘Heel berooid. Ik had mee geïnvesteerd in Tango.’

Hoeveel?

(Grinnikt:) ‘Voldoende om heel veel pijn te lijden als starter. Ik had heel veel jaartjes moeten werken om dat terug te betalen.’

Waarom leenden de investeerders jou dat geld? Geld lenen is toch niet zo gemakkelijk?

‘Dat hangt van je plan af. En het was een goed onderbouwd plan. Ik zat er niet als zelfstandig ondernemertje dat de benzinemarkt in wilde, ik had Petroplus voor 95 procent als partner. Dat is de beauty geweest. Ik kon een eigen bedrijf opzetten onder de vleugels van Petroplus.’

En die investeerder vond je via het netwerk van je vader?

‘Nee. Ik heb in mijn hele carrière nog nooit geld van of via mijn vader gekregen, ook in mijn studententijd niet. Ik stond hier op Schiphol koffers te laden. Wat dat betreft ben ik vrij orthodox opgevoed. Het was natuurlijk niet helemaal normaal, we maakten mooie reizen en deden fantastische dingen. Maar wat geld betreft, was het heel simpel: dat verdien je zelf. Klaar.’

Het is toch niet zo gek om je vader te bellen als die connecties heeft?

‘Nee, daar heb ik nooit gebruik van gemaakt.’

Is dat trots?

‘Nou, nee. Bij Petroplus had ik voldoende middelen om het zelf te regelen. Veel mensen die afstuderen gaan in één keer hun eigen bedrijf opzetten. Je weet niet welke kant je op moet, niemand kent je, je hebt nul ervaring. Daarom heb ik bewust gekozen voor een bestaand bedrijf, maar wel voor een ondernemende club.’

Wilde je van jongs af aan ondernemer te worden?

‘Dat is moeilijk te zeggen. Toen ik 16 was wilde ik de internationale handel in. Dat vond ik heel spannend klinken. Ik wist bij god niet wat het inhield, maar ik dacht: als in Thailand interessante producten te halen zijn, dan is het vast heel leuk om dat hierheen te halen. Ik had links en rechts ook wel handeltjes.’

Waarom heb je eigenlijk eerst je studie afgemaakt?

‘Omdat ik vind dat je dat gewoon moet doen. Punt. Uit principe. ‘

Dacht je toen je klein was: ik ga later veel geld verdienen?

‘Nou, nee. Punt één: Wat is veel geld? Die definitie heb ik nog nooit voor mezelf gesteld, dus dat geeft al bijna antwoord op de vraag. Ik heb gewoon de drive om iets neer te zetten. Als je merkt dat dat het een bepaalde omvang krijgt dan denk je wel: wat voor waardecreatie zit er in dit bedrijf? Maar je geld gaan zitten tellen, nooit.’

Heb je na de verkoop van RouteMobiel nooit gedacht: het is wel goed zo, waarom zou ik nog werken?

‘Nee, dat was helemaal niet aan de orde. Not even close.’

Waarom niet?

‘Ik zou mijn energie niet kwijt kunnen. Dat neemt niet weg dat het prettig is, het geld.’

Vrij snel na Tango kwam je met RouteMobiel. Hoe ging dat?

‘Toen ik nog bij Tango zat, zagen we Guido van Woerkom (destijds directeur van de ANWB, red.) op televisie vertellen dat hij onbemande tankstations ging opzetten. Dus zijn wij de ANWB gaan onderzoeken. Hoe snel kunnen ze zoiets doen, krijgen hun leden korting? We wisten steeds meer over de ANWB. Na de verkoop van Tango zaten we bij elkaar, met de vraag: wat is het volgende monopolie?

‘Nou, dat was evident. Een vereniging met vier miljoen leden. Hoe prettig kan het zijn om vier miljoen keer rond de honderd euro per jaar te krijgen? De ANWB was de enige partij die een pechdienst had voor de particuliere markt. Daar lag een gat, maar je moet er net even in durven te springen.’

Wat maakte dat jullie dat durfden?

‘Als je ergens in gelooft, dan moet je er ook ingaan. We geloofden heilig in het plan.’

Jullie hebben de boel vrij snel weer verkocht. Na twee jaar. Waarom?

‘Wij zaten samen met SNS Reaal als partner in RouteMobiel, zij voor 40 procent. SNS ging naar de beurs, en beursgenoteerde ondernemingen willen óf van hun minderheidsbelangen af, of ze aanvullen tot een meerderheidsbelang. Zij wilden het laatste. En wij hadden inmiddels wel weer wat nieuwe ideeën.’

Heb je wel eens een grote fout gemaakt?

‘Natuurlijk zijn er dingen die ik achteraf gezien anders zou doen. Van het eerste tankstation dat wij zouden openen in Limburg bleek de milieuvergunning niet te kloppen. Dat station heeft twee jaar stil gelegen. Dat is vrij pijnlijk.’

En hoe ga je daarmee om?

‘Don’t cry over spilled milk. ‘Verdergaan. Probeer te herstellen wat te herstellen is. Als je niet tegen tegenslagen kunt, dan moet je niet dit soort dingen gaan doen.’

Hoe ben je voor de mensen die voor je werken?

‘Ik hoop dat iedereen met wie ik heb gewerkt uiteindelijk een heel prettig gevoel heeft. Ik probeer de drive die ik heb om dingen te creëren over te brengen, en dat lukt volgens mij wel goed. Een goede ondernemer is ongeduldig. Dat heb ik nog iets extremer dan anderen, en dat kan vervelend zijn.’

Wat maakt jou kwaad?

‘Ik kan heel boos worden om stommiteiten. Mensen die iets niet willen begrijpen uit luiheid, of omdat ze hun hersenen niet gebruiken. Dan houd ik me ook niet in. Maar ik vind het belangrijk dat de mensen met wie ik werk het gevoel hebben dat we op dezelfde level bezig zijn. Met beide projecten hebben we als team gewerkt, iedereen heeft een onwijze drive gehad. Dat is ook de enige manier om dit te bewerkstelligen.’

Hoe heb je werk en privé verdeeld? Je hebt tijden hard moeten werken. En je hebt twee zoontjes.

‘Nou ja, weinig slapen. Van de week waren we op uitnodiging bij Marco Borsato in het Gelredome. Half twee thuis, zondagavond, en de rest van de nacht was het onrustig. Duncan is drie maanden en krijgt zijn eerste tandjes.’

Maar komt veel op jouw vrouw aan?

‘Ja. Op haar komt heel veel aan. We doen wat in vastgoed en dat doet zij. Verder regelt ze alles thuis.’

Hebben jullie daar afspraken over gemaakt?

‘Dat is zo gegaan. Ze wist wel waar ik zakelijk naar toe wilde, toen we elkaar ontmoetten. Dat was al in de beginperiode van de Tango. Wij stonden samen op zondagavond bij het tweede tankstation in Beinsdorp pionnetjes neer te zetten en iedereen door te verwijzen omdat de pomp kapot was.

‘Je moet keuzes maken. Vroeger ging ik nog wel eens op vrijdag tot vier uur uit, dat zit er niet meer in. Zaterdag moet ik wel een beetje aan de bak. Kinderen mee, naar de Efteling, zwemmen, fietsen. De truttige dingen, maar onwijs leuk. Niet dat ik saai ben hoor, etentjes hebben we nog wel.’

Had je geen behoefte om het na RouteMobiel even rustig aan te doen?

‘Michiel en ik hadden afgesproken: tot het einde van het jaar rust. Maar wij hingen in juli al aan de telefoon. En het zal drukker gaan worden. Op een gegeven moment komt zo’n plan tot leven en dan raakt het in een stroomversnelling. Ik realiseer me ook wel dat het eraan zit te komen. Ik heb er onwijs veel zin in.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden