'Je moet elkaar ook durven aanpakken'

Als columnisten schrijven Eva Hoeke en Marcel van Roosmalen over alles, dus ook over de Dochter, de Man en de Vriendin. 'Je moet elkaar durven aanpakken.'

Beeld Foto Oof Verschuren

De koffie is op.

Er is alleen nog 'vieze koffie'. Van Roosmalen: 'Nep-Nespresso.' O, en er is ook geen melk meer. Dus het wordt vieze koffie met babymelkpoeder. Is dat erg? Hoeke: 'Lekker gastvrij zijn we weer.' Van Roosmalen wil ook koffie, maar nu is ook de vieze koffie op. Hij krijgt thee. Mompelend aan de eettafel, die tegen de box van dochter Lucie aan geplakt staat (de blozende inhoud zelf is ten behoeve van de vaart in het gesprek naar de crèche gebracht): 'Wist je al dat ik gestopt ben met roken? Nou ja, onder dwang.'

Zij, vanuit de keuken: 'Je was er zelf óók mee bezig, Pluis.'

Hij: 'Het leven wordt je hier onmogelijk gemaakt. Ik stond laatst in de regen op het balkon te roken en toen ik binnen kwam, kreeg ik alsnog een snauw.'

Zij: 'Hij rookt shag, de helft ligt op de grond. En wie kan dat opruimen?'

Hij: 'Ze dreigde dat ze me niet zal verzorgen als ik longkanker krijg en de kinderen zal weghouden bij het sterfbed.'

Zij: 'Maar als je nu kanker krijgt, blijf ik.'

Hij: 'Ik ben in elk geval met plezier gestopt. Heel cliché, op 1 januari. Oudjaarsavond kregen we nog enorme ruzie. We hadden bezoek, ik mocht binnen roken...'

Zij: 'Jij mocht binnen roken, dus hebben we juist géén ruzie gemaakt. En achtermekaar door, hè. Het stond hier helemaal blauw.'

Hij: 'Jij ging overal bakjes azijn neerzetten en kaarsen aansteken. Dat rookt niet gezellig.'

Zij: 'Heb ik van Tanja geleerd, de vriendin van Nico Dijkshoorn. Huishoudazijn neemt de vieze luchtjes weg.'

Hij: 'Hóór je hoe je bent geworden?'

Ze schreven samen een boek, over hun eerste jaar als ouders. 'Als het maar niet op ons lijkt' is opgedragen aan Lucie Grace, die in hun beider columns (hij voor nrc.next, die van haar in Volkskrant magazine) regelmatig voorkomt als 'de Dochter'. Eva Hoeke was 36 toen ze werd geboren, Marcel van Roosmalen 47. 'Samen maken ze een fantastisch portret van een modern gezin waarin niets gaat zoals gepland en tegelijkertijd alles wel goedkomt', mailde de uitgever.

Van hem verschenen eerder boeken over politicus Pim Fortuyn (bundelingen van zijn reportages voor HP/De Tijd), een drieluik over voetbalclub Vitesse (voor literair tijdschrift Hard Gras), biografieën van Vitesse-iconen Theo Bos en Theo Janssen en zijn beste reportages werden gebundeld in Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt.

Zij schrijft als freelancer voor bladen als LINDA., Vogue en was columnist bij Het Parool (de stukken werden gebundeld in De stad, de kroeg en de man) voordat ze in 2015 overstapte naar Volkskrant magazine.

Eind maart dient het volgende columnonderwerp zich aan: weer een dochter. Hoeke: 'Hoe noemen we haar dan eigenlijk in onze stukken?' Van Roosmalen: 'Gewoon: nummer twee.'

Ze hadden allebei geen kinderwens. Zoals Hoeke beschrijft in Als het maar niet op ons lijkt: 'Kinderen eten hun eigen snot. Kinderen maken lelijke tekeningen waar je dan toch enthousiast over moet zijn. Kinderen zeuren, zaniken en dreinen, liefst in restaurants en op terrassen waar ze niet tot de orde worden geroepen door hun ouders, die alles leuk, lief en aardig aan hun kroost vinden - en dat is vaak nog het irritantst aan kinderen: hun ouders. Die laten eindeloos foto's zien. Die ruiken in het openbaar aan de broek van hun baby's, of nog erger, ze eten zelf het snot op van hun kind. Ze onderhandelen, prijzen, lachen en kijven, en al met al wilde ik er niets mee te maken hebben, dacht ik vaak wanneer ik een en ander met nadrukkelijk misprijzen gadesloeg.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Beeld Oof Verschuren

En toch kwam er een kind. Wie begon er als eerste over?

Hij: 'Ik. Voor de lol.'

Zij: 'Zo'n beetje de eerste keer dat we met elkaar naar bed gingen al. 'We maken een kind', zei-ie.'

Hij: 'Dan zat ze tenminste aan me vast, dacht ik. Zij had in het begin namelijk wat reserves over ons.'

Zij: 'Ik betwijfelde of hij relatiemateriaal was.'

Hij: 'We hebben ons voor het eerst aan elkaar vergrepen in de keuken van Nico Dijkshoorn.'

Zij: 'Nico en Tanja bleven heel aardig wat langer in de woonkamer zitten.'

Hij: 'Attent, wel.'

Zij: 'Toen ik uiteindelijk stopte met de pil, zeiden we: 'Dan kunnen we nu nog maar één maand drinken.' En vervolgens bleef het maar duren.'

Hij: 'Mij werd meteen verweten dat ik onvruchtbaar was, door mijn levensstijl.'

Zij: 'Ik hem naar het ziekenhuis gestuurd, voor zo'n test. Nou, het lag dus toch niet aan hem. Bijna een jaar later, we waren op vakantie in Iran, werd ik weer ongesteld en dacht voor het eerst: stel dat het écht niet lukt. Iedereen wordt maar gewoon zwanger en wij niet.'

Hij: 'Een maand later was ze zwanger.'

Zij: 'Bij de tweede gingen we ervanuit dat het weer zo lang zou duren. Maar na één drankovergoten nacht in Maastricht was het gebeurd.'

Hij: 'Net op het moment dat we dachten: goh, we gaan weer leven.'

Zij: 'En dan is Lucie nog een lief, makkelijk kind ook. Toch is het soms fucking zwaar.'

Wat viel het meest mee?

Zij: 'We hadden nooit gedacht dat je zo veel kunt houden van iemand die nog niet eens praat. Er is echt kameraadschap. Al zegt ze niks, toch heb ik het idee dat we elkaar goed begrijpen.'

Hij: 'Ik dacht vooraf: als ik me er maar aan kan hechten. Dat bleek heel natuurlijk te gaan. Ze heeft ook een goed gevoel voor humor. Ze zegt bijvoorbeeld altijd eerst 'oh, oh!' voordat ze iets kapot gooit. Dat vind ik grappig. Op de crèche is ze veruit het leukste kind. Als ik haar daar kom ophalen, vliegt ze naar me toe.'

Zij: 'Ze klapt ook in haar handjes als ze Kim Jong-un op de televisie ziet, hoor.'

Hij: 'En ze houdt van films over het Derde Rijk.'

Zij: 'Op maandag werk ik buiten de deur, dan bel ik naar huis en zitten ze samen een documentaire over de Einsatzgruppen te kijken.'

Marcel schrijft in het boek: 'Als ik dan toevallig nog een keer in de kroeg belandde, hoorde ik mezelf dingen zeggen die vroeger voor mij reden waren om snel met iemand anders te gaan praten.'

Hij: 'Ik ben zo'n man geworden die foto's laat zien van zijn kind, ja. Ik ben echt trots op Lucie. Toen ze was geboren, werden we bedolven onder de kaarten en cadeautjes. Dat deed me wel iets, dat mensen die moeite namen. Ik had geboortekaartjes zelf altijd voor kennisgeving aangenomen. Of ik was alweer vergeten dat iemand een kind had gekregen - zover stond het van mij af. Jij bent ook totaal niet attent.'

Zij: 'Nee. Maar we hebben ons voorgenomen anders te worden.'

Hij: 'Dat is nog niet gelukt.'

Zij: 'Het zit gewoon niet in ons.'

Als jullie al op kraamvisite of naar een verjaardag gingen, namen jullie geen cadeau mee.

Hij: 'Het cadeau was dat wij kwamen.'

Zij: 'Hij ging bij zijn beste vriend op bezoek toen die zijn eerste kind kreeg. Of hij de baby even zou halen, vroeg z'n vriend. Marcel antwoordde: 'Doe geen moeite.''

Hij: 'Van dat soort mensen krijg ik nu wel mijn trekken thuis.'

Zij: 'Ik kom niet uit een gezin waar verjaardagen belangrijk werden gevonden, ik hecht er zelf ook niet aan.'

Hij: 'Kinderverjaardagen zíjn niet leuk. Dat is zo gebleven, ook nu we zelf een kind hebben.'

Een vriendin van Eva vertelde dat jullie Lucies eerste verjaardag niet gingen vieren, maar dat ze zichzelf had opgedrongen.

Zij: 'Ja, zij vond dat we dat niet konden maken, dat je anderen de gelegenheid moet geven dat moment wél te vieren. Mijn moeder en haar vriend kwamen ook gewoon, zijn moeder en broer ook.'

Hij: 'Na een halfuur dacht ik al: hoe lang duurt dit nog?'

Zij: 'Als ze het later wél bewust kan meemaken, gaan we die verjaardagen uitbundig vieren. En we verheugen ons nu al op hoe het straks zal zijn, de spanning rond Sinterklaas, de geestdrift van twee kleine meisjes op de achterbank als we naar de Efteling rijden. We zijn geen gemene ouders, ofzo.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Beeld Oof Verschuren

Marcel, jouw leven is waarschijnlijk het meest veranderd, sinds de komst van Lucie.

Hij: 'Eigenlijk al sinds de komst van Eva. Toen ik haar leerde kennen, woonde ik op een etage in De Pijp. Ik rookte de hele dag door en er werd ook niet altijd opgeruimd. Daar viel zij op. Ze kwam binnen en préés de situatie.'

Zij: 'Omgevallen boekenkasten, druipende kaarsen, overal asbakken.'

Hij: 'Ze maakte er iets mythisch van. Ik had toen nog een relatie, waarin veel gedoe was over mijn levensstijl. En ineens kwam er een bloedmooie vrouw die dat allemaal fantastisch vond. Ze wekte de illusie dat ik altijd zo kon blijven leven.'

Zij: 'Ik zocht hem pas na het uitgaan op. Dan was het: rode wijn drinken, roken en Leonard Cohen draaien.'

Hij: 'Toen het serieus werd tussen ons, kreeg ik bij het samenwonen al wel de indruk dat er dingen zouden gaan veranderen. En de komst van het kind bleek voor haar het teken om volledig door te pakken. Ik ben er niet ongelukkiger van geworden, maar er is werkelijk níéts over van mijn oude leven.'

Zij: 'Marcel noemt mij een structopaat. Ik heb een schrift waarin ik per dag mijn taken opschrijf, maak overal lijstjes voor, pak de boodschappen op een bepaalde manier in en wil dat het huis aan kant is. Als je dat zo hoort, denk je: dat is geen gezellige vrouw. Weet je wat hij altijd roept? 'Jij zou het heel goed doen in Auschwitz!''

Hij: 'In de leiding dus. Zelfs het bed opmaken moet volgens strikte regels gebeuren.'

Zij: 'Hij staat nu op rond zeven uur - de tijd dat-ie vroeger naar bed ging.'

Hij: 'Ik mag hier ook alleen nog maar gezond eten. Bruinbrood en zilvervliesrijst met paprika.'

Zij: 'Nu moet je echt ophouden, hoor! Jij lééfde op Bifiworst en ribbelchips, dat is gewoon ongezond. Maar we eten hier nog steeds patat en pannekoeken.'

Hij: 'Na het ontbijt word ik het huis uitgestuurd met mijn werkje. Zij heeft de eettafel gekoloniseerd, om aan te schrijven. Toen Lucie kwam, ging mijn werkkamer er als eerste aan. Al mijn bezittingen passen inmiddels in één laatje.'

Zij: 'We zijn allebei zzp'er, het huis is te klein om samen thuis te werken, schat.'

Hij: 'Dus moet ik weg. Behalve op maandag, dan pas ik op.'

Zij: 'Als ik dan thuiskom, zijn alle meubels verschoven, zitten er melkvlekken op de bank, heeft hij Lucie al mijn schone onderbroeken door het kattenluik laten duwen en zit zij met twee beentjes in één broekspijp.'

Hij: 'Volgens mij heb ik nog geen essentiële fouten gemaakt.'

Zij: 'Het huis is een chaos, maar Lucie overkomt niks. Je bent een heel lieve vader.'

Hij: 'En ineens ben ik 's avonds om halftien moe, hè. Vroeger zat ik drie keer per week tot laat in het café. Maar ik kan gewoon veel minder aan.'

Zij: 'Na vijf bokbier lig jij tegenwoordig te hikken in bed.'

Hij: 'We gaan ook bijna niet meer uit samen. Dat mis ik.'

Zij: 'Het eerste jaar van onze verkering zaten we alleen maar in het café, tegen elkaar aangeplakt aan de bar. Drinken, roken, iets eten en weer door.'

Hij: 'Dat ze nu weer zwanger is, was niet helemaal gepland. Hartstikke leuk, dat wel, maar hierna stopt het echt.'

Ze verloren allebei al hun vader. De zijne was een leven lang provinciaal ambtenaar in Arnhem. Haar vader was Rob Hoeke, blues- en boogiewoogiepionier. Zij: 'Toen mijn ouders in Krommenie kwamen wonen, begonnen de buren een petitie. Ze wilden geen muzikant met lang haar en een drugshol in hun straat.'

Hij: 'Mijn broer ging begeleid wonen. Ook zijn buren begonnen een actie. Ze wilden geen gehandicapte in de buurt. Bizar toch, hoe mensen zijn?'

Zij: 'Mijn vader leefde 's nachts. Veel drank en drugs. Een onorthodox type in een rijtjeshuis. Maar ook een lieve vader. Intussen zorgde mijn moeder ervoor dat wij gevoed waren, schone kleren droegen en op tijd naar school gingen. Lucie is naar haar vernoemd, ze past elke donderdag op. Oma Velp had dat ook wel gewild, maar dat kan niet.'

Hij: 'Mijn moeder is 85.'

Zij: 'We hebben meegemaakt dat Lucie en haar oma op het speelkleed lagen en geen van beiden overeind kon komen.'

Hij: 'Maar ze hebben wel een speciale band.'

Zij: 'We vierden er Kerst. Dan eten we koude schotel en denkt Marcel dat dat sla is. Ik zeg dan: het is mayonaise met aardappel en een paar blaadjes groen.'

Hij: 'Bij ons thuis noemen we al snel iets sla. Als het maar een groene kleur heeft.'

Zij: 'Als Marcel kookt, maakt-ie gerust rode kool met een schnitzel en winegums ernaast.'

Hij: 'Mijn ouders komen allebei uit een Brabants dorp. Vooral mijn vader wilde dolgraag weg uit dat milieu waar iedereen zich met elkaar bemoeide. Hij kon ambtenaar worden bij de gemeente Arnhem - ze wisten niet eens waar het lag. Al snel bleek dat ze niet tegen het karakter van de Arnhemmer op konden. Die is namelijk supernegatief én heel direct.'

Zij: 'Jouw moeder ging met koekjes langs de deuren en dan zeiden de buren: 'Doe geen moeite.''

Hij: 'Mijn ouders waren daardoor nogal op elkaar gericht. En mijn moeder was erg bezig met wat de buren vonden.'

Zij: 'Marcel had in een column geschreven dat haar staafmixer kapot was. Daarna kwam ze op een verjaardag en zei iemand: 'Zeg, Paula, wat lezen we, hedde gij nou de staafmixer kapot?' Ze is huilend weggegaan.'

Hij: 'Ze leest alle stukjes die ik over haar schrijf. Ik vind zelf dat ik nog mild ben, maar daar denkt mijn moeder anders over. Ik werk aan een boek over mijn vader - zij heeft zo'n beetje alles verstopt dat ik zou kunnen gebruiken.'

Zij: 'Ze vertelt bij alles wat haar man ervan had gevonden. 'Wil had jullie kind heel leuk gevonden', zegt ze dan.'

Hij: 'Het zijn altijd open deuren. Zo'n bombardement op Aleppo: daarmee was mijn vader het niet eens geweest. Tja...'

Zij: 'Maar als je op een zekere leeftijd bent, verjaren alle klachten die je over je ouders kunt hebben.'

Hij: 'Als ze het maar goed met je voor hadden.'

Zij: 'Ik was vroeger echt lastig voor mijn moeder. Terwijl ze niets verkeerd deed. Dus ik krijg later vast een koekje van eigen deeg.'

Hij: 'Ik verweet mijn vader dat hij pas zo laat kinderen had gekregen. Als hij me van school kwam halen, noemden mijn klasgenoten hem Sinterklaas of opa. En nu ben ik dus op dezelfde leeftijd vader geworden als hij.'

Zij: 'Op mijn vader viel pedagogisch gezien voldoende aan te merken. Hij was vooral met zichzelf bezig. Kwam nooit naar balletuitvoeringen of muziekles. Dat kon-ie allemaal niet aan.'

Hij: 'Mijn vader kwam juist overál naartoe. Ik kon nog geen handbalwedstrijd spelen of daar zat-ie weer. Het was best een klus ouders te vinden die ons naar uitwedstrijden wilden rijden. Alleen míjn vader: die kon al-tijd rijden. Maar niemand wilde bij ons in de auto, omdat hij zich zo keurig aan de verkeersregels hield.'

Zij: 'Mijn vader scheurde over de weg en toeterde naar wildvreemden; daar scoorde ik wel punten mee.'

Dutti komt binnen, de heilige Birmaan van 13. Miauwend. Van Roosmalen: 'Eva vertelde me in het begin dat Dutti blauwe eieren legde. Ik geloofde dat.'

Beeld Oof Verschuren

Het eerste jaar ging Lucie niet naar de crèche. Eva wilde het zelf doen, tussen het schrijven door.

Zij: 'Wij wisten echt helemaal niks, hè? We hadden allebei nog nooit een luier omgeknoopt. Niemand had mij ooit gevraagd op te passen - terwijl ik toch best veel vriendinnen met kinderen heb. Dus in het begin was alles moeilijk. En ik wilde het meteen heel goed doen.'

Hij: 'Dan gingen we elkaar aanvallen. Als Lucie huilde, was het mijn schuld, omdat ik ging douchen.'

Zij: 'Jij stampt op de trap. Daarvan werd ze wakker. Het was gewoon totale paniek, bij ons allebei. We hadden geen idéé.'

Hij: 'Totdat zij naar een slaapcoach ging, aanvankelijk voor zichzelf.'

Zij: 'Vervolgens hebben we ook maar meteen Lucie slaaptraining gegeven. Hij dacht eerst: heb je háár weer. Maar ik wist dat wij de avonden voor onszelf nodig hadden, wilden wij overleven als stel. Zodat we kunnen bijpraten, samen tv-kijken, een borrel doen. Elkaar als man en vrouw behouden zoals we op elkaar gevallen zijn.'

Hij: 'Vanaf zeven uur doen we niets meer met Lucie.'

Zij: 'Tot acht in de ochtend is het stil.'

Hij: 'Ik was eerst tegen structuur, maar nu zie ik er de voordelen van in.'

Zij: 'Het heeft onze relatie gered, dat durf ik wel te zeggen.'

Jullie boek is persoonlijk, maar gaat niet over intimiteiten, zoals een ingestort seksleven, waarover bijna iedere verse ouder klaagt.

Hij: 'Ik zou me echt generen om zulke dingen op te schrijven. Wie wil dat nou lezen?'

Zij: 'Maar het klopt wel. Je kunt het gerust in de krant zetten, hoor, hoe dat even flink in mekaar sodemietert. Zeker als je het afzet tegen hoe 't was. Naar het café, thuis in bed verder, daarna weer een borrel. Daarvan is niets meer over.'

Hij: 'Nou ja, níéts meer?'

Zij: 'Niet op die liederlijke manier, bedoel ik. Maar het goede nieuws is: ik kijk er weer enorm naar uit.'

Een ander journalistenstel, Sarah Sluimer en Willem Bosch, schreef onlangs ook een boek over hun eerste jaar als ouders. Zij schrijven samen een column voor ELLE, jullie voor LINDA.

Zij: 'Het is niet origineel wat we doen, bedoel je?'

Hij: 'We doen die column er even bij, zei ik nog. Maar wat een impact dat blad heeft! Werd ik in het winkelcentrum ineens door een vrouw aangesproken die wist dat ik in mijn slaap stuipen heb. En dat Eva daardoor soms midden in de nacht de bedden uit elkaar trekt. Waar bemoei je je mee, dacht ik.'

Jullie schrijven regelmatig over elkaar. 'De Man' en 'de Vriendin'. Is er vetorecht?

Hij: 'Zij schrijft meer over mij dan ik over haar. Ik heb me ooit voorgenomen daar tolerant in te zijn - ik schrijf zelf ook van alles over iedereen.'

Zij: 'Het gaat hooguit één keer per maand over hem. We letten er wel op.'

Hij: 'Ik haat columnisten bij wie het alleen maar over de belevenisjes in hun gezin gaat.'

Zij: 'We letten wel op als we over elkaars familie en vrienden schrijven. Die vinden dat niet leuk.'

Hij: 'Maar we hebben de ander nog nooit verboden iets te gebruiken.'

Zij: 'Je moet elkaar ook durven aanpakken. Ons boek gaat niet per se over Lucie. Zij doet gewoon wat een kind van 1 moet doen. Door haar worden we met onszelf geconfronteerd. Dat we altijd ons woordje klaar hebben, maar ineens niets durven zeggen als de buurtjunk met zijn groezelige vingers aan Lucie wil zitten, bijvoorbeeld.'

Marcel heeft een aantal columns over Giel Beelen geschreven, die je een aandachtszieke patiënt noemt.

Zij: 'Ik zou dat nooit opschrijven. Hij is veel cynischer dan ik.'

Hij: 'Ik vind het zelf allemaal wel meevallen, wat ik schrijf. Maar wij ergeren ons samen kapot. Dat is heel leuk. Het begint 's ochtends al met de krant. Dan vind ik bijna alle stukken matig of larmoyant. Vervolgens zetten we de tv aan en ergeren we ons daar weer aan.'

Zij: 'Bij het ontbijtnieuws begint het gezucht al. Hij kan zelfs Jan de Hoop niet verdragen.'

Hij: 'Ik vind ook bijna alle tafeldames- en heren van DWDD kut.'

Jullie gaan graag op vakantie naar landen als Libanon, Iran en onlangs naar Israël - zonder Lucie. Denk je dan niet: wat als er iets gebeurt?

Zij: 'Natuurlijk. Voordat we opstegen nog. 'Moest het nou echt naar Israël? Kon je niet gewoon naar Ibiza, meid?' Als ons daar iets overkomt, heb je écht geen verhaal.'

Hij: 'Maar ja, we hadden ook naar de Weihnachtsmärkt in Berlijn kunnen gaan.'

Zijn jullie van die mensen geworden die zeggen: 'Pas als je kinderen hebt, weet je waar het om draait in het leven'?

Zij: 'Daar hoef je geen kinderen voor te krijgen.'

Hij: 'Maar ik ben er wel gelukkiger van geworden.'

Zij: 'Ik ook.'

Hij: 'En Eva is het beste dat mij is overkomen. Echt, ze heeft me gered. Behalve geliefden zijn we beste vrienden.'

Zij: 'Over alle fundamentele zaken in het leven zijn we het wél eens. Van de vrienden die we kiezen tot de moraal die we hanteren. Het is fijn iemand te hebben die zo onvoorwaardelijk achter je staat. Het ontroert me, omdat het geen vanzelfsprekendheid is. Ik heb het althans nooit eerder zo gevoeld.'

Dutti miauwt al een uur - onophoudelijk. Hoeke: 'Dit kan gerust nog twee uur zo doorgaan.' Van Roosmalen, inmiddels een elektrische sigaret rokend: 'Geen idee wat ze dan wil ook.'

Beeld Oof Verschuren

Midas Dekkers zei onlangs in de VARA Gids: 'Ik snap niet waar iemand de hoogmoed vandaan haalt om zich te willen ontfermen over het leven van anderen. 'De meeste mensen kunnen nog geen konijn houden, laat staan een kind.'

Hij: 'We hebben er nooit van die verheven gedachten over gehad. Dat wij het heel goed gaan doen, ofzo.'

Zij: 'Naarmate je ouder wordt en meer van de wereld hebt gezien, is er niet meer die jeugdige overmoed dat je het perfecte kind kunt bakken. Je kunt ze heus veel meegeven, en zorgen dat het thuis veilig en gezellig is, maar verder geldt: God zegene de greep.'

Hij: 'Wij zijn allebei liefdevol opgevoed.'

Zij: 'Maar dat biedt geen enkele garantie. Er is in ons leven ook veel niet gelukt. Een vroegere huisgenoot van jou had laatst op het geboortekaartje van zijn zoon nogal verheven teksten staan. 'We hopen dat jij een strijder wordt, het goede kiest, streeft naar rechtvaardigheid.' Lief bedoeld, maar je denkt ook: arm kind.'

Hij: 'Maak dat maar eens waar.'

Je hoopt toch wel íéts voor je kind?

Zij: 'Dat ze notaris wordt, ja. Iets waarmee je veel geld kunt verdienen.'

Hij: 'Ik houd alle pennen bij haar uit de buurt. We gunnen Lucie een ander beroep dan het onze. Persoonlijk hoop ik dat ze voetbalvrouw wordt.'

Zij: 'Als ze 16 is, trekken we d'r een naveltruitje aan en zetten haar langs de lijn bij Ajax.'

Hij: 'Ze is ook zo knap, hè, dat had ik nooit verwacht. Bij de eerste echo leek het nog of ze een snavel had.'

Zij: 'Dus het viel hem honderd procent mee.'

CV's

CV Eva Hoeke

2 februari 1979 geboren in Krommenie

2003 School voor Journalistiek afgerond, gaat werken voor glossy Jackie, waar ze in 2009 hoofdredacteur wordt.
2011 stapt op bij Jackie vanwege 'Rihanna-gate'.
2012 freelancejournalist voor bladen als LINDA., Vogue en Marie Claire, wordt columnist voor Het Parool.
2014 columnbundel De stad, de kroeg en de man.
2015 columnist voor Volkskrant Magazine, schrijft mee aan boek Dagelijkse rituelen (hoe bekende kunstenaars en andere creatieven werken).
2015 op 11 augustus wordt dochter Lucie Grace geboren
2016 samen met Van Roosmalen columnist LINDA.

CV Marcel van Roosmalen

10 februari 1968 geboren in Arnhem

lerarenopleiding, afgebroken studies Nederlands, geschiedenis, educatie & cultuur, School voor Journalistiek
1998 journalist HP/De Tijd.
2002 bundeling HP/De Tijd-reportages; Op pad met Pim.
2003 bundeling reportages De Pimmels: de apostelen van Pim Fortuyn.
2004 Op campagne met Oranje, bundeling reportages over werkbezoeken van koningin Beatrix.
2006 roman Wij weten heus wel hoe laat het is.
2003 freelancejournalist voor onder meer Hard Gras en de VARAgids.
2006 Wint met eerste boek in trilogie over voetbalclub Vitesse (Je hebt het niet van mij) de Nico Scheepmakerbeker voor beste sportboek van het jaar.
2011 verzamelbundel Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt.
sinds 2011 drie keer per week columnist nrc.next.
2012 verzamelbundel Gras groeit niet sneller door aan de sprietjes te trekken.
2013 Het is zoals het is - biografie Theo Bos.
2014 bundel Ik ben (s)normaal.
2015 boek Schijt, het laatste seizoen van Theo Janssen (en Ester Bal).
2015 op 11 augustus wordt dochter Lucie Grace geboren.
2015 bundel Geen brug te ver, het Arnhem van Marcel van Roosmalen.
2016 De pootjes zitten er nog aan en andere Arnhemse verhalen.

Zaterdag verschijnt Als het maar niet op ons lijkt bij uitgeverij Meulenhoff.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden