‘Je moet eigenlijk gewoon lief zijn’

Vroeger werd een leerlingverpleegkundige met nauwelijks opleiding voor de leeuwen gegooid. Dat gebeurt niet meer. En de jongens hoeven niet meer stiekem door het badkamerraam naar binnen....

Vooroordelen zat over het vak van verpleegkundige. Van alleen maar koffie drinken met collega’s tot billen wassen of amoureuze verhoudingen met de dokter. Maar verpleegkundestudente Tineke Dantuma (22) weet wel beter. ‘Je bent als verpleegkundige zo veel meer dan een schoonmaker van het lichaam. Je voert gesprekken met de patiënt, geeft medicijnen en adviezen en nog veel meer.’

Voor Dantuma was het een bewuste keuze om verpleegkunde te gaan studeren. ‘Ik wilde iets doen voor de mensheid.’

Ze is net begonnen aan haar tweede jaar verpleegkunde aan de Hogeschool Utrecht, en volgt een duale opleiding (werken en leren) in samenwerking met het Utrechtse Universitair Medisch Centrum (UMC). Het UMC betaalt haar opleiding en ze krijgt betaald voor haar stages. Ze heeft eerst toerisme gestudeerd, maar ‘de verpleging bleef kriebelen’. ‘Het omgaan met mensen. En de werking van het menselijk lichaam. Die dingen trokken me. Tijdens mijn stage wist ik zeker dat ik dit wilde.’

Verpleegkundige Maaike de Veen (46) koos minder ‘bewust’: zij kwam min of meer toevallig in het vak terecht. ‘Ik wist niet wat ik wilde doen na de havo. Mijn moeder zei toen dat ik maar de verpleging in moest gaan. Eerst kregen we drie maanden theorie en daarna moesten we werken. Ik wist helemaal niet wat me te wachten stond.’ De Veen werkte eerste jarenlang met volwassen patiënten in een streekziekenhuis gewerkt, totdat ze last kreeg van haar rug. Nu werkt ze in het Wilhelmia Kinderziekenhuis in Utrecht.

De Veen vertelt hoe zij 28 jaar geleden als studente in het diepe werd gegooid. ‘Als tweedejaars draaide je volledige diensten en als je nachtdienst had, liepen er maar twee gediplomeerde mensen door het gebouw. De verantwoordelijkheid viel me zwaar.’

‘Niet normaal’ roept Dantuma uit als ze dat hoort. ‘Gelukkig mag dat nu niet meer; wij werken altijd samen met gediplomeerde mensen.’

Dantuma liep in het eerste jaar tien weken stage op de KNO-afdeling (keel, neus, oor) van het UMC. ‘Mijn dag begon ’s ochtends vroeg met het uitdelen van het eten voor de patiënten. Daarna moest ik mensen naar de operatiekamer brengen, helpen bij het wassen, met patiënten praten, dossiers invullen. Omdat ik eerstejaars was, mocht ik natuurlijk niet veel, maar het washeel afwisselend. Ik mocht ook vaak meelopen met onderzoeken en ik heb een operatie bijgewoond.’ Dantuma is heel enthousiast over haar stage. ‘Ik denk dat je door te werken het meeste leert.’

Om die reden heeft ze gekozen voor een duale opleiding, waarbij studie- en werktrajecten elkaar afwisselen. Een groot voordeel hiervan is dat het ziekenhuis een deel van de opleiding betaalt en dat ze daardoor meer kans heeft op een baan. De Veen denkt ook dat je het meeste leert door te werken, maar ze denkt niet dat iedereen dat aankan. ‘Als je direct van de havo komt, ben je misschien nog te jong om studie en werk te combineren. Bovendien is het studentenleven ook leuk.’

Daar weet ze alles van. ‘Ik was achttien en wilde stappen. Dus ging ik ’s ochtends naar het ziekenhuis om te werken, ging ik ’s avonds stappen en ergens daartussenin sliep ik. Ik zou er niet meer aan moeten denken.’

De Veen woonde, net als Dantuma nu, in een zustersflat. Dat heeft voor- en nadelen, vinden beiden. De Veen: ‘Je ziet alleen maar witte jassen en hoort steeds dezelfde verhalen. Bovendien hadden we een portier die bijhield of we op tijd thuis waren. Dan moesten we het badkamerraam openzetten om stiekem jongens binnen te kunnen laten.’

Dantuma heeft veel meer vrijheid dan De Veen destijds. De studente woont niet in een flat naast het ziekenhuis, maar in een groot huis - zonder portier - in de Utrechtse binnenstad. ‘Het is handig om met andere verpleegkundestudenten te wonen. We kunnen samen leren, elkaars boeken lenen en we praten veel over wat we meemaken. Het is net familie.’

Die ‘familie’ is soms nodig, weet De Veen. ‘Het is een kunst op zich om je voor problemen af te schermen.’ Dantuma herkent dat: ‘Je moet leren om de knop om te zetten, om niet alles mee naar huis te nemen.’ Volgens De Veen is het niet waar dat je met de jaren harder wordt. ‘Verpleging is lichamelijk en geestelijk een zwaar beroep. Lichamelijk omdat je ook nachtdiensten moet draaien. Geestelijk omdat er mensen, ook kinderen, dood gaan. Soms voelt het vooral als werk; je moet ook geld verdienen. Zeker in de winter, die maakt alles nog somberder.’

Dantuma schrikt er niet van. ‘Ik wil alles meemaken en zelf beoordelen. Tijdens mijn stage heb ik ook heftige dingen meegemaakt, zoals mensen die overleden. Maar ik kan me er wel voor afsluiten. Het werk geeft veel voldoening.’ De Veen: ‘Met die instelling is het een gouden job: je kan de hele wereld aan. Jij hebt macht, want jij hebt de kennis waarmee je patiënten dingen kunt leren. Patiënten zijn blij dat jij er bent.’

Dantuma wil later, net als De Veen, op een kinderafdeling van een ziekenhuis gaan werken. Maar ze vraagt zich af of het niet heel moeilijk is om met ouders samen te werken. De Veen: ‘Ja, ouders worden steeds assertiever. Vroeger was het de dokter voor en de dokter na, nu voelen patiënten en hun ouders of familie dondersgoed aan wat ze zelf willen en voelen.’ Om daarmee om te kunnen gaan moet je volgens De Veen een bepaalde instelling hebben. ‘Je moet van mensen houden en ze interessant vinden. Je moet empathisch zijn.’ Daarom geeft de ervaren verpleegster nog een paar tips aan de jonge studente: ’Je moet met een objectieve blik kunnen kijken en goed kunnen luisteren. En eigenlijk gewoon lief zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden