'Je moet eerst over beeld heen: hij hoort bij de elite'

De politiek-bestuurlijke elite in Nederland is een stabiel gezelschap. Afgelopen tien jaar sloegen de zelftwijfel en soms de paniek toe. Maar de zaken worden nog steeds grotendeels op beproefde wijze geregeld. 'Holland is a club, not a country.'

Beeld Berto Martinez

Zomer 2010. Een gedoogkabinet met de PVV dreigt. Oproer in de politiek-bestuurlijke elite. Wilders in het centrum van de macht? Dat nooit. In achterkamertjes wordt een plan gesmeed voor een kabinet 'op afstand', een soort zakenkabinet van ervaren lieden die het land kunnen redden. Op de lijstjes prominenten als Alexander Rinnooy Kan, Ad Scheepbouwer, Louise Fresco en Ben Verwaayen.

Het plan sterft in schoonheid als blijkt dat de werkgevers er niks voor voelen. Die zien in dat het tijd is 'Wilders in het systeem te brengen'. En dan is het ook snel gedaan: het kabinet-Rutte I staat binnen een paar weken op het bordes. Een hele generatie elite kan zijn wonden gaan likken.

Het was een bijzonder moment in de recente geschiedenis. Een van de weinige situaties dat de Nederlandse elite haar dedain voor de politiek en haar zorgen over het land wilde omzetten in daden. Uit angst dat het zorgvuldig gekoesterde bestuurlijke systeem zou worden opgeblazen.

Want de elite ís een zorgvuldig gekoesterd systeem. Een relatief kleine groep van prominenten die, zonder veel democratische legitimatie, achter de schermen actief zijn in raden, besturen en commissies en zo het beleid kunnen beïnvloeden. Een stelsel van deelelites, financieel, bestuurlijk, cultureel, verbonden door een cultuur van verbinden en schikken.

Stabiliteit is het toverwoord

Stabiliteit is het toverwoord. Toen wijlen Morris Tabaksblat, de voormalige topman van Unilever, ooit na tien jaar buitenland weer in Nederland terugkeerde zei hij: Nederland is veranderd, maar de mensen zijn hetzelfde. Hij had het nu, tien jaar later, opnieuw kunnen constateren. Holland is, zoals een ingevoerde het zei, nog steeds 'a club, not a country'.

Toch zijn de afgelopen tien jaar ook voor de elite bewogen jaren geweest. Met schandalen over bonussen en zelfverrijking, debatten over falend toezicht, de bankencrisis, de eurocrisis , de migratiecrisis. Die de elite en haar manier om de zaken te regelen in het defensief hebben gebracht.

Het woord elite heeft een slechte klank gekregen. Van een zelfingenomen kliek van Gutmenschen, mopperend over elke kritiek op topsalarissen of nevenfuncties. Verschanst in eigen kring. Met steeds minder contact met Henk en Ingrid, met de bevolking van Oranje en Geldermalsen.

Er zijn fouten gemaakt, erkennen ze ook bij de elite zelf. Men heeft zijn verantwoordelijkheid niet genomen, men heeft geen leiding gegeven, in de turbulente jaren na Fortuyn en in de bankencrisis. 'We hebben de plank op allerlei fronten reusachtig misgeslagen', zei oud-Rabo-topman Herman Wijffels tegen het SCP. En daardoor ingeboet aan gezag en vertrouwen.

'Ik moet nu meer moeite doen om dingen duidelijk te maken dan twintig jaar geleden', zei Elco Brinkman, tien jaar geleden de nummer 1 van de eerste Volkskrant Top 200, vorig jaar in dezelfde SCP-publicatie. 'Je moet nu eerst over het beeld heen: ah, hij hoort bij de elite (...) Dat zet een horde op het debat. Je begint op achterstand.'

Je hebt als lid van de elite veel meer afbreukrisico. 'Het burgemeesterschap is bijvoorbeeld een zware job geworden. Je ligt onder een vergrootglas en je gezag is niet meer vanzelfsprekend', zegt een ingewijde. 'En toezichthoudende functies zijn natuurlijk veel zwaarder geworden. Daar moet je tegenwoordig veel meer tijd aan besteden dan vroeger.'

Dat heeft alles te maken met de rol van de media. 'De media maken alle zaken groot en alle mensen klein.' Ondanks een grote carrière kun je hard vallen, merkte Louise Gunning, die na de Maagdenhuis-bezetting weg moest bij de Universiteit van Amsterdam. Loek Hermans, die vertrok als VVD-fractievoorzitter vanwege zijn falen bij zorgmoloch Meavita. En Ivo Opstelten, die als VVD-minister van Justitie opstapte om de Teevendeal.

De 50 invloedrijkste Nederlanders van 2015

Ze komen elkaar voortdurend tegen, de Nederlanders die achter de schermen aan de touwtjes trekken. Ze zitten in dezelfde besturen, commissies en raden of zijn van dezelfde partij. Hoe groter het netwerk, hoe groter de invloed. Wie zit waar, en met wie? Bekijk hier de onderlinge netwerken van de eerste vijftig personen uit de Volkskrant Top 200 van 2015.

Overeenkomsten

Toch laat een vergelijking tussen de eerste Top 200 uit 2006 en die van 2015 veel overeenkomsten zien. Natuurlijk, de babyboomers zijn op weg naar de uitgang en de vrouwen komen eraan. Er zijn minder bijbanen. Het klassieke 'old boys network' brokkelt af door onder meer de internationalisering van het bedrijfsleven.

Maar verder is veel hetzelfde gebleven, leert de enquête. Nog altijd is de elite een overwegend mannelijk, academisch opgeleid gezelschap met een gemiddelde leeftijd van rond de 60 en veel bijbanen. En dat is niet gek, zegt oud-SCP-directeur Paul Schnabel: in elk modern land is de elite gebaseerd op opleiding en senioriteit.

Afkomst (lees adel en patriciaat) doet er nog minder toe dan tien jaar geleden. Opleiding is het criterium, in die zin is de meritocratie compleet. 'Je hoeft tegenwoordig echt geen lid van Minerva meer te zijn geweest.'

Gebleven, zoal niet vergroot, is de kloof tussen elite en volk, door de opmars van de diploma-democratie en de globalisering. De elite ziet zichzelf als progressiever, liberaler en kosmopolitischer dan de gemiddelde Nederlander. En overdrijft die tegenstelling ook. Er is ergernis over populisme, bijvoorbeeld in het migratiedebat.

Twee andere constanten: de afkeer van Geert Wilders en, vooral in het bedrijfsleven, het dedain voor de politiek. Voor een deel van de elite blijft het zakenkabinet een droom. Slechts 10 procent van de ondervraagden zegt het hardop. Maar eenderde is beschikbaar als het zo ver komt.

Infographic: Thuis bij de Nederlandse elite

De Nederlandse elite is roomblank, hoogopgeleid en rijdt in een Volvo. Toch? Of verandert er langzaam iets aan de top? Scroll hier door een herenhuis en klik op de stippen om uit te vinden wat de Nederlandse elite echt doet en denkt.


Politieke voorkeur

D66 is de favoriete partij van de top van Nederland geworden.

Traditioneel leunt de Nederlandse bestuurlijke elite op de vier middenpartijen, VVD, PvdA, CDA en D66. Maar toch is er de afgelopen tien jaar sluipenderwijs iets veranderd: D66 is inmiddels de favoriete partij van de top van Nederland, blijkt uit een enquête die TNS Nipo hield onder 400 invloedrijken. Tien jaar geleden stemde 7 procent van de bestuurlijke elite D66, goed voor een vierde plek, nu is het 34procent. Daarmee gaan de Democraten aan kop, voor de VVD, CDA en PvdA. Gekeken naar partijlidmaatschap is de VVD eerste, gevolgd door CDA, PvdA en D66. Net als tien jaar geleden zijn zes op de tien ondervraagden lid van een politieke partij. Dat staat in geen verhouding tot de totale bevolking, daarvan is slechts 2,4 procent partijlid. Betekent dat dan ook dat het lidmaatschap een partij en dan een van deze top vier onmisbaar is voor een benoeming in de top? Dat is de vraag, nu de burgemeestersposten niet meer verdeeld worden in Den Haag en nu vaker partijlozen worden benoemd; kijk naar Klaas Knot bij De Nederlandsche Bank. Maar 'zo over de duim' denkt de Leidse hoogleraar Wim Voermans dat partijlidmaatschap nog steeds belangrijk is. 'Partijen zijn knooppunten van netwerken tussen openbaar bestuur, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Als platform blijven ze belangrijk, de rekruterings- en netwerkfunctie blijft groot.' Komt er dan niemand anders in beeld van buiten die traditionele partijen? Jawel, GroenLinks'ers, en dan vooral de oud-fractieleiders. Paul Rosenmöller stijgt naar plek131 omdat hij door minister Dijsselbloem is gevraagd voor de raad van toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), Jolande Sap komt als commissaris van KPN en KPMG de Top200 binnen. En Femke Halsema staat daar nog steeds in, als onder meer de nieuwe voorzitter van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (als opvolger van VVD'er Heleen Dupuis).

Beeld Berto Martinez

Bijbanen

Het is gedaan met die hausse aan nevenfuncties, tot chagrijn van redelijk wat multibestuurders

Meer dan twintig (20!) nevenfuncties, kunt u het zich nog voorstellen? Wellicht niet, in het jaar dat 'kampioen bijbanen' Loek Hermans moest opstappen als VVD-aanvoerder in de senaat na een vernietigend rapport over de ondergang van zorgmoloch Meavita. Ten tijde van dat drama had Hermans een breed palet aan nevenfuncties en hij was de enige niet: 4procent gaf in 2006 in een enquête van TNS Nipo onder de bestuurlijke elite aan meer dan 20bijbanen te hebben, een kwart had al dan niet naast de hoofdfunctie 11 tot 20andere activiteiten. Dat leidde volgens het groeiende leger critici tot toezichthouders die uit tijdgebrek onderweg naar de vergadering op de achterbank nog even snel de enveloppe met stukken openden, met dramatische gevolgen, zoals bij onder meer woningcorporatie Vestia en hogeschool InHolland. Hoe anders is het nu. Volgens de enquête van dit jaar heeft nog maar 1procent meer dan 20nevenfuncties. Ook de sector 11 tot 20 is sterk teruggelopen en zelfs 6 tot 10 bijbanen is niet meer de norm: dat is nu 3 tot 5. Dat betekent dat de maatregelen tegen te veel bijbanen gewerkt lijken te hebben. In 2013 besloot de Tweede Kamer op voorstel van SP'er Ewout Irrgang dat net als in het bedrijfsleven ook in de semipublieke sector 5bijbanen voortaan het maximum is, waarbij een voorzitterschap dubbel telt. Het chagrijn over 'het beruchte amendement-Irrgang' is in de bestuurlijke elite nog steeds groot, zegt multibestuurder Ed Nijpels, de nummer30 van de Volkskrant Top 200. Er is onvrede en onbegrip over dit 'Berufsverbot' voor professionele commissarissen. De wet rammelde ook nogal, maar deskundigen houden het erop dat het toch goed is dat het aantal bijbanen van bestuurders aan banden is gelegd. Niet dat daarmee nieuwe schandalen zijn uitgesloten, maar het risico is wel verkleind.

Beeld Berto Martinez
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden