Je mag me altijd bellen

Veel hoogopgeleiden zijn voor hun werk gewoon bereikbaar tijdens hun vakantie. tekst HANS PIETER VAN STEIN CALLENFELS..

Stel: je ligt op een fijn zandstrandje in een fijn warm land, met nog zeker een week van dit zalige nietsdoen in het verschiet. Er staat een zacht briesje, in de verte hoor je wat meeuwen, en bij het gekabbel van de golven droom je langzaam weg. Plotseling is het gedaan met de rust. De eerste maten van Für Elise snerpen uit het mobieltje van je roodverbrande buurman. Nee, hij drukt de beller niet weg, maar neemt op. Werk. Op luide toon instrueert je buurman zijn collega op kantoor. Doet ’ie lastig? Maak maar een afspraak. Ja. Nee hoor, je stoort niet. Goed. Dankjewel. Bel maar weer als je meer weet.

En je denkt: hij is gek.

Maar zo gek is je buurman niet. Uit een enquête die accountantskantoor Ernst & Young onder ruim zeshonderd managers, directeuren en andere professionals heeft afgenomen, blijkt dat ongeveer tweederde van deze hoogopgeleide werkers gewoon bereikbaar is tijdens zijn vakantie. En dat terwijl van maar een kwart daadwerkelijk wordt gevraagd op stand-by te staan.

Al helemaal opmerkelijk is dat meer dan 60 procent het eigenlijk helemaal niet fijn vindt om bereikbaar te zijn; bijna 20 procent wordt er zelfs extra gestrest van, ondanks de mooie palmstranden.

Blackberry

Blackberry
Natuurlijk wordt de bereikbaarheidscultus in de hand gewerkt door de komst van nieuwe technologieën die deze kenniswerkers in staat stellen overal vandaan iedereen te kunnen bereiken: in de hogere kaders van het bedrijfsleven kun je tegenwoordig niet meer zonder laptop, PDA, of Blackberry.

Blackberry
Dat laatste apparaatje gebruikt Ida van Belle (46) op vakantie vrijwel dagelijks om ‘stiekem’ te kijken of er nog nieuwe mail is. Ze werkt zelf bij Ernst & Young, als directeur van de afdeling Marketing, Communicatie en Sales Support en is ‘eigenlijk altijd bereikbaar’, zelfs terwijl ze de eerste etappe van de later afgelaste Vierdaagse van Nijmegen aan het lopen is. ‘Ja hoor, ook tijdens de wandeling van vanmiddag heb ik mijn telefoon opgenomen, al is het lastig om onder het lopen een goed gesprek te voeren met al die mensen om je heen.’

Blackberry
Haar collega’s zijn goed geïnstrueerd. ‘In principe vallen ze me niet lastig, alleen als het echt nodig is. Maar ik vertrek met de boodschap: je mag altijd bellen.’ De Blackberry vindt Van Belle vooral handig omdat ze dan zelf kan kiezen of ze wil reageren op mailtjes die rood knipperend binnenkomen.

Blackberry
Wordt ze daar niet gestrest van? ‘Nee. Ik vind mijn werk heel leuk, en ben ook benieuwd hoe het gaat als ik er niet ben.’ Daarmee zou je zeggen dat Van Belle bij de kwart van de geënquêteerden hoort die onrustig worden als ze onbereikbaar zijn, maar dat is ook weer niet waar.

Blackberry
‘Ik ben vorig jaar vier weken in India geweest en daar ging mijn telefoon toch echt uit. Je zit daar in zo’n andere wereld, daar ben je gewoon niet met je werk bezig.’

‘Sorry dat ik stoor’

‘Sorry dat ik stoor’
Darre van Dijk (35) heeft niet echt duidelijke afspraken gemaakt waar en wanneer hij bereikbaar is voor zijn collega’s van reclamebureau Ogilvy, waar hij in de creatieve directie zit.

‘Sorry dat ik stoor’
Maar in de praktijk wordt hij in de eerste week van zijn vakantie nog wel eens lastig gevallen. ‘Voor mij hoort het er bij. Er lopen vaak nog wel wat zaken als ik wegga. Eerst sturen ze dan een sms’je – ‘mag ik je heel misschien even storen’ – en ja, dan ben je toch wel benieuwd waar het over gaat, en word je er weer ingezogen.’

‘Sorry dat ik stoor’
Kennelijk is de drempel voor de achterblijvende collega’s net wat te laag. Van Dijk: ‘Het mooiste van die telefoontjes is dat ze altijd beginnen met: “Ja, sorry dat ik je stoor”, en dan krijg je een stortvloed van vragen. Halverwege willen ze bijna ophangen – “En nu echt genieten hoor!” – om vervolgens nog eens tien vragen te stellen.’

‘Sorry dat ik stoor’
Zo ging het ook afgelopen week op Van Dijks vakantieadres in Frankrijk. ‘Er staat een presentatie op stapel voor een grote klant, en ze zaten me te pushen om daarbij te zijn. Maar dan zou ik eerst naar Parijs moeten rijden en daar een vlucht pakken. Te veel gedoe, dus ik dacht: ik doe het anders.’

‘Sorry dat ik stoor’
Van Dijk kocht een videocamera, drukte die in de handen van zijn 7-jarige zoontje en sprak kort het verhaaltje in dat hij eigenlijk in Amsterdam had moeten houden. ‘De camera ging natuurlijk heen en weer, maar dat heb ik even uitgelegd. En ik sta er met een goed glas wijn op.’ Na het filmen zat Van Dijk tot vijf uur ‘s morgens te knippen en plakken op zijn laptop, om het daarna op cd te branden. ‘Om negen uur stond een koerier van DHL voor de deur en die heeft het cd’tje naar Amsterdam meegenomen.’

‘Sorry dat ik stoor’
En nu? ‘Nu zullen ze me voorlopig niet meer storen, hoop ik.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden