Je mag het zeggen (maar sommige opvattingen over de vrijheid van meningsuiting slaan nergens op)

Als het over de vrijheid van meningsuiting gaat, praten mensen opvallend vaak langs elkaar heen. Jonathan van het Reve geeft zeven voorbeelden van hoe het mis kan gaan.

1. MISBRUIK

Alleen de term 'vrijheid van meningsuiting' leidt al tot verwarring. Zo wordt weleens gesuggereerd dat iets een 'mening' moet zijn om eronder te vallen. Dat is niet zo. Het is ondoenlijk om vast te stellen wat wel een mening is en wat niet ('vuile klootzak' in elk geval wel, lijkt mij), maar los daarvan: ook als je iets eigenlijk niet 'vindt', mag je het van de wet gewoon zeggen. Het gaat erom dat je geen toestemming van de staat nodig hebt om je te uiten, wat je ook zegt. Men spreekt ook wel van 'uitingsvrijheid'.


Ook geloven sommige mensen dat je dingen kunt zeggen 'onder het mom van' de vrijheid van meningsuiting, of dat je haar 'verkeerd' kunt gebruiken. Zo zou Geert Wilders volgens de Organisatie van Islamitische Samenwerking de vrijheid van meningsuiting 'misbruiken' voor zijn 'haatcampagne' tegen de islam. Dat is echt onzin: de essentie van de vrije meningsuiting is juist dat je vrij bent om te zeggen wat je wilt, zónder dat iemand vooraf bepaalt wat goed en wat fout is. Het kan best dat anderen jouw uitspraken belachelijk, stompzinnig of kwetsend vinden, maar dat kan nooit 'misbruik' zijn. De vrije meningsuiting is er niet alleen voor redelijke, algemeen acceptabele uitspraken - integendeel zelfs.


2. DE CENSUURSCHWALBE

Wat ook vaak gebeurt, is dat 'de vrijheid van meningsuiting' op zichzelf als argument wordt gebruikt. Krijgt iemand kritiek, dan antwoordt hij: 'Ja maar hallo ik heb toch vrijheid van meningsuiting? Ik mág dit toch vinden?' Alsof de ander hem zojuist, met een tegenargument, de mond heeft proberen te snoeren. Met name op Twitter is deze verwarrende manoeuvre, een censuurschwalbe zeg maar, behoorlijk populair.


Toen cabaretier Theo Maassen bijvoorbeeld onlangs in Pauw&Witteman geheel vrijwillig werd geïnterviewd over een 'foute' grap uit zijn show, klonk het massaal: 'Moet Theo zich nu verantwoorden? Belachelijk, hij mag toch zelf bepalen wat voor grappen hij maakt?!' Voor de gelegenheid verwarde men een VARA-talkshow met de Spaanse Inquisitie: een zuivere censuurschwalbe.


3. OVER DE SCHREEF?

Soms roept iemand, in plaats van te genieten van zijn vrijheid, op tot wettelijke censuur. Filosoof Sjoerd van Hoorn betoogde onlangs (Opinie & Debat, 10 januari) dat je mag zeggen wat je wilt, maar dat 'de manier waarop' aan banden moet worden gelegd. Zijn precieze plan onthulde hij niet, het ging hem vooral om het principe. Maar na aanhoudend gezeur (van mij) op Twitter schreef hij toch: 'Heel eenvoudig: wie te vaak over de schreef gaat, wordt (voor bepaalde tijd) niet meer gepubliceerd of mag niet meer optreden.'


'Heel eenvoudig' dus, maar hoe die 'schreef' dan precies moet worden vastgesteld, en door wie, bleef helaas onduidelijk. Terwijl dat de essentie is van ieder verzoek om censuur: wie bepaalt de grens? De onnatuurlijkheid van censuur blijkt pas echt als je nadenkt over de precieze invulling ervan, die nooit echt bevredigend kan zijn, laat staan 'eenvoudig'.


Van Hoorns oproep tot censuur is uitzonderlijk, maar hij past wel in een bredere stroming van (vaak gelovige) mensen die 'niet gekwetst worden' belangrijker vinden dan 'alles kunnen zeggen'. Op zichzelf is dat een verdedigbaar standpunt, maar in de praktijk leidt het steevast tot tegenstrijdigheden. Zo is Van Hoorn, net als iedereen die voor censuur pleit, naar eigen zeggen een groot voorstander van de vrije meningsuiting. Hij is alleen tegen 'het misbruik (!) ervan door narcistische mannetjes die het als excuus gebruiken om anderen te kwetsen'.


4. JE HOEFT NIET ALLES TE ZEGGEN

Een zinnetje dat vaak terugkomt in discussies over de vrije meningsuiting: 'Je mág alles zeggen, maar het hóéft niet.' Dat klinkt subtiel, maar het is een volstrekt overbodige mededeling. Want inderdaad: net zoals het Schengenverdrag mij niet dwingt om continu naar Duitsland te rijden, verplicht de uitingsvrijheid mij niet om alles te zeggen. Dat heeft ook nooit iemand beweerd, en het zou, als je erover nadenkt, ook een betrekkelijk idiote situatie geven. En ja, soms is het slimmer of beleefder om je in te houden, maar gelukkig mag iedereen lekker zelf bepalen of hij zich daar iets van aantrekt.


5. DE PREMIER: GEBRUIK HUMOR ALS HET MOET

PvdA-voorzitter Hans Spekman kreeg onlangs veel bijval voor zijn oproep aan premier Rutte om een 'beschavingsoffensief' te leiden tegen dom gescheld op internet. Rutte werd er op zijn wekelijkse persconferentie naar gevraagd en zei: 'Ik zou iedereen willen oproepen om het debat stévig te voeren, in de meest duidelijke bewoordingen. Als het moet, maak gebruik van humor. Maak gebruik van understatement. Maak gebruik van ironie. Maar zoek de grens bij beschaving.'


Het leverde hem complimenten op, maar, zoals altijd wanneer een minister oproept tot fatsoen, was er ook verontwaardiging. Waarom? Omdat de premier, via zijn parlementaire meerderheid, bepaalt wat in Nederland wel en niet is toegestaan. Als hij dan ook nog dingen gaat roepen over wat er binnen die wettelijke grenzen zou moeten gebeuren, voelt het alsof hij buiten zijn boekje gaat. Natuurlijk mag hij er iets over zeggen, net zoals u en ik en Marco Borsato dat mogen, maar doordat zulke woorden uit de mond van de premier zwaarder lijken te wegen, roepen ze heftigere reacties op. Stel je voor dat een scheidsrechter opeens roept dat er vaker moet worden overgespeeld.


En wat bepaald niet hielp, was dat Rutte het volk nadrukkelijk toestemming gaf om 'stevig' te debatteren, met (als het moet!) humor en ironie. Dat leek hem wellicht nodig ter compensatie van zijn betutteling, maar juist die toevoeging maakt het pas écht betuttelend - alsof je moeder een 'vet stoere' trui voor je koopt.


6. DAT IS EEN TABOE!

Als iemand beweert dat je iets niet 'mag' zeggen, bedoelt hij in verreweg de meeste gevallen dat het een taboe is. Maar verwarrend genoeg bedoelt hij meestal niet dat het voor hém een taboe is: het is een taboe voor ánderen, hijzelf praat er juist wel over. Vaak zelfs.


Maar wat is een taboe? Zeggen dat je pedofiel bent, is bijna nergens bon ton, maar verder is er vooral grote verdeeldheid over wat je wel en niet 'kunt' zeggen. Zo gelooft een deel van Nederland dat er slechts een paar eenzame stemmetjes klinken tegen de oprukkende islam, massaal verguisd en tegengewerkt door de politiek correcte media. Maar als je in het andere kamp gaat informeren, hoor je dat schelden op moslims al jaren geen taboe meer is, dat Wilders het debat volledig domineert en dat het tegenwoordig welhaast 'verboden' is om iets relativerends over de islam te zeggen.


Dat kan niet allebei waar zijn. Maar omdat de indruk bestaat dat de weerstand die je ondervindt iets zegt over de juistheid van je standpunt, klampt iedereen zich vast aan zijn eigen taboes, als een kakofonisch koor van roependen in de woestijn.


7: LATEN WE EROVER OPHOUDEN

Het omgekeerde gebeurt ook. Mensen die willen dat het ergens niet over gaat, hameren er juist op dat het géén taboe is: ze noemen het onderwerp 'niet relevant' of 'inmiddels voldoende behandeld' en stellen voor om de aandacht naar iets anders te verleggen.


Zo schreef Sander van Walsum (Vonk, 19 januari) dat het christendom in Nederland zo is gemarginaliseerd, dat het geen zinnig doelwit meer is voor pesterij. De tegenstander is te zwak om nog zo'n felle strijd te rechtvaardigen, vindt hij: er is geen eer aan te behalen. En Andries Knevel (EO) stelde via Twitter voor om de aandacht wat meer te richten op christenvervolgingen in moslimlanden, in plaats van op een paar homofobe uitspraken van de Paus.


Uiteraard constateert het andere kamp zo'n beetje het tegenovergestelde: Bas Heijne (NRC Handelsblad, 12 januari) en Francisco van Jole (Joop.nl, 14 januari) vinden dat juist de islam de laatste jaren ongevaarlijk is geworden, zodat die niet zo'n interessant doelwit meer is. Heijne spreekt meewarig over 'de Generatie '04, getraumatiseerd door de moord op Theo van Gogh' en volgens Van Jole is de discussie over de islam er een 'van het vorige decennium'. Volgens hem zijn 'de taboes waar [islamcritici] zich tegen verzetten in Nederland al lang door de tijd ingehaald'.


Een gevolg van dit gesteggel over wat wel of niet zou moeten worden besproken, is dat niemand er nog aan toekomt iets over het onderwerp te zeggen. De discussie gaat over de vraag of iets een taboe is, over of het 'gedurfd' of 'groot genoeg' is om aan te vallen, of het voldoende 'benoemd' is. Of de tegenpartij last heeft van 'racisme' of 'religiestress', of gewoon een 'vriend van Van Gogh' is. Maar hoe kun je een publiek debat eenzijdig 'gevoerd' of 'irrelevant' verklaren? Dat lijkt op een uitweg om niet op de materie in te gaan, en voedt, ironisch genoeg, juist het idee dat er nog wel degelijk taboes bestaan.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden