'Je leert je plek wel kennen'

Presentatrice Mieke van der Weij (51) heeft voor zo'n beetje alle omroepen gewerkt. Maar de grote doorbraak op televisie, met bijvoorbeeld een eigen talkshow, laat nog steeds op zich wachten....

ls Mieke van der Weij op een NCRV-dag vanaf het podium zo'n volle zaal inkijkt, denkt ze: 'Net oom Henk. Net tante Hillie.' Allemaal ooms en tantes lijken het, de NCRV-leden.

Ach: 'Ik kan niet ontkennen dat ik op een bepaalde manier wel bij die omroep pas.'

Ja?

'Ja. En dan kun je denken: is dat erg? Nee, ik denk niet dat dat erg is.'

Ze is deze zomer 51 geworden. En alles wat de presentatrice zo ferm van zich afschudde toen ze vanuit het Brabantse Genderen Nederlands ging studeren in Amsterdam, duikt weer op in haar bestaan. Het kan verkeren, in een mensenleven. Nee, ze wilde per se niet naar de Vrije Universiteit, die 'gereformeerde kliek'. Trouw, de krant van haar gelovige ouders, moest ze 'maar eens niet meer lezen'. De VPRO-gids nam ijlings de plaats in van de NCRV-gids, die thuis altijd op de televisie lag. Werken voor de omroep van de protestants-christelijken? Nóóit over nagedacht.

Sinds bijna anderhalf jaar is ze getrouwd met theoloog Sijbolt Noorda, eveneens van gereformeerde komaf. Op tafel ligt nu, jazeker, ook Trouw. En in het nieuwe seizoen is haar contract voor de NCRV nog verder uitgebreid. Naast De rijdende rechter, De nationale bijbeltest en de verkiezing van de mooiste plek van Nederland gaat ze vanaf 6 oktober een nieuw consumentenprogramma presenteren, Keurmeesters. 'Nederland vergrijst. De NCRV is een omroep die zich grotendeels richt op het protestants-christelijke volksdeel van 50-plus. Voor die achterban ben ik nog een lekker hapje.' Spot ze.

En toch. Op huwelijksreis in Toscane namen ze het boekje Tegen jou zeg ik ja mee, ouderwets-christelijke lectuur van Annie Oosterbroek-Dutschun. Gekregen, als grap, van haar zus Joke. Een draak van een boek natuurlijk. Geschreven volgens een strak stramien. Er loopt iets mis en daarna volgt de boetedoening. Uitermate voorspelbaar allemaal.

'We lazen het aan elkaar voor. Het gekke is: we hebben ontzettend gelachen, maar raakten ook ge'motioneerd. Het riep die oude dorpswereld op, waarvan ik nog een staartje heb meegemaakt, in Genderen, met duizend inwoners. Bijna Ot en Sien-achtig. Met rijke boeren en landarbeiders. Kleine winkeltjes. Jaantje, de vrouw die bij ons de school schoonmaakte, had nog een poepdoos. En dat is precies de wereld die Sijbolt ook heeft gekend. Dat is toch heel ontroerend?'

En met zo'n man trouw je dan uiteindelijk.

'Jahaaa.'

Ze gaan binnenkort verhuizen, naar haar appartement, ook in Amsterdam. Daar staat al jaren haar eigen oude koelkast (ze kan niet weggooien). 'We moeten toch eens een andere kopen', opperde haar man. Nou... sputterde ze tegen. Later besloot hij ineens: ik heb me vergist. 'Die koelkast is perfect daar. Een steen die door de tempelbouwers...' Van der Weij maakt dan in éénn adem door af: 'Veracht'lijk was een plaats ontzegd/werd tot verbazing der beschouwers/tot hoofd des hoeks door God zelf gelegd.' Vrij vertaald: wat niks waard lijkt, kan juist van de allergrootste betekenis zijn.

Begint Noorda met de eerste regel van een psalm, dan vult Van der Weij 'm aan. 'Dat is de taal die je allebei nog spreekt. Ik zeg weleens tegen Sijbolt: 'Zie maar ergens een vrouw vandaan te halen die dit soort dingen allemaal nog weet. En die verder ook nog een beetje leuk in het leven staat. Dat maak je niet vaak mee hoor.''

Ze heeft net enthousiast de kogelgaten geshowd in het parket van hun huidige huis, waar haar man al twintig jaar woont. De intrigerende zwarte kratertjes zijn een blijvende herinnering aan de tijd dat Mathilde Willink hier nog leefde. 'Iets met een vage cokedealer.' In dit huis met geschiedenis werd de verlaten schildersvrouw dood aangetroffen in haar hemelbed, naast haar damespistool met paarlemoeren handgreep.

Van der Weij zet thee (later verruilt ze die voor prosecco), serveert koekjes van superbanketbakker Holtkamp en reageert streng op de halfslachtige tegenwerping dat die moeite niet had gehoeven. 'Daar hou ik dus niet van, van zo'n zuinige instelling. Ik wil zelf altijd graag ergens hartelijk worden ontvangen.'

Ja, ze weet het, dochter van een hoofd van de School met den Bijbel en een onderwijzeres: ze kan belerend zijn. 'Daar heb ik een ontzettende hekel aan, maar het is heel moeilijk ervan af te komen.' Bij de aanvraag van het interview gaf ze al een standje. Van der Weij voelde zich te veel onder druk gezet. 'Dan heb ik iets defensiefs. Het eerste contact vind ik lastig. Er is ook weerstand om iemand in je leven toe te laten, aspecten van je leven te vertellen. Het lijkt op een soort vlies waar je even doorheen moet met iemand, dat heb ik heel vaak.'

Mieke van der Weij heeft zo haar directheid - ook grappig hoor.

Of het echt zo erg is om ouder te worden? 'Vreselijk! Ik vind het nog steeds vreselijk. Ik heb ook weleens gejokt over mijn leeftijd.'

Of ze zich vanaf de eerste ontmoeting aangetrokken voelde tot Sijbolt Noorda, bestuursvoorzitter van de Universiteit van Amsterdam? 'Nee, ik vond hem niet meteen enorm leuk. Het was niet meteen páf. Hij was me ook niet eerder opgevallen in de zee van mannen in pakken. En nu ben ik zo gelukkig met hem.'

Intussen heeft de presentatrice voor zo'n beetje alle omroepen in Hilversum gewerkt - behalve de KRO, EO en de commerciëlen. Naast haar televisiewerk doet ze vooral radio. Voor de NOS Met het oog op morgen, voor de TROS de Nieuwsshow en het journalistenpanel Forum, dat onlangs om omroeppolitieke redenen is opgeheven.

Nadat de mild-ironische, eigenzinnige, frisse, gewone-mensen-taal-sprekende én mooie presentatrice bij de Amsterdamse zender AT5 een interviewprogramma had gedaan, voorspelde de incrowd haar een grote toekomst bij de televisie. Mieke van der Weij, die zou bij de publieken een eigen talkshow krijgen, op z'n minst! Maar de grote doorbraak op televisie laat nog steeds op zich wachten. Ze sputtert even tegen bij vragen daarover. 'Die moet je stellen aan iemand die de lakens uitdeelt in Hilversum.'

Jij hebt er ook wel een idee over.

'Het is waar dat ik op de radio meer de journalistiek-inhoudelijke programma's doe en op de televisie veroordeeld ben tot het lichtere genre. Dat vind ik jammer.'

Waarom ben je bijvoorbeeld niet benaderd door de VARA, als co-presentator naast Matthijs van Nieuwkerk, voor het programma dat B & W gaat opvolgen?

'Ik heb de afgelopen jaren bij de NCRV gezeten, dus wordt er gezegd: Mieke is geen VARA-gezicht. Zo gaat dat.'

Dat weet je zeker?

'Dat weet ik zeker - dat heb ik gehoord. Terwijl zo'n soort programma als B & W me hartstikke leuk lijkt om te doen.'

Heb je dat weleens kenbaar gemaakt?

'Ja. Ik ken heel veel mensen in Hilversum, dus je kunt gewoon zeggen: 'Ik weet niet of jullie iemand zoeken, maar...' Daar moet je ook niet flauw in zijn, als je iets te pakken wilt krijgen wat je graag wilt hebben.'

Wanneer liet je dat weten?

'Toen B & W een nieuwe presentator zocht naast Inge Diepman hebben ze een heleboel screentests gedaan - uiteindelijk is het Hanneke Groenteman geworden. Ze hadden mij kunnen bellen, op voorwaarde dat ik het netjes contractueel had kunnen afronden bij de NCRV. Maar dat deden ze dus niet. Het heeft ook heel erg te maken met persoonlijke voorkeuren. Als VARA-voorzitter Vera Keur je niet ziet zitten, gebeurt het niet, zo simpel is het ook nog een keer.'

Ziet ze jou niet zitten?

'Daar heb ik geen bewijzen van. Maar ik zou zelf ook graag willen weten: hoe werkt dat nou? Waar zit het 'm op vast? Misschien vinden ze wel gewoon dat ik er niet geschikt voor ben. Dat kan. Terwijl er een hoop mensen zijn die tegen me zeggen: lijkt me echt iets voor jou, zo'n programma.'

Ze weet nog goed dat ze voor de eerste keer werd gevraagd een quiz te presenteren: Stop de tijd. 'Jezus', zeiden vrienden uit het Amsterdamse grachtengordelcircuit, 'wat moet jij nou bij zo'n quiz?' In de krant verschenen stukjes: ''Wat moet Mieke van der Weij in zo'n programma?'''

Vervelend?

'Ja. Ook al omdat het me verdomd tegenviel, die quiz doen. Je moet het allemaal op een rijtje hebben: die heeft die vraag fout en die heeft zoveel punten en die mag nog terugkomen. Terwijl je er aan de andere kant voor moet zorgen dat het ook inhoudelijk leuk is, met kandidaten die vaak niet zo heel erg veel te melden hebben. In die tijd ben ik gaan denken: iedereen kan Harry Mulisch wel een uur aan de praat houden, maar het is veel moeilijker iets te maken van twee mensen die niks te vertellen hebben. Ik vind het ook raar dat het presenteren van Netwerk of zo...'

Dat dat meer status heeft?

'Ja, dat vind ik echt een beetje onzin. Het is ook maar vaak gewoon een filmpje aankondigen en een kort gesprek voeren. Die statusverschillen vind ik overdreven en helemaal niet in lijn met wat het werk in wezen voorstelt.'

Haar hoogtepunt was het culturele NPS-programma Kunstmest, midden jaren negentig. Háár programma, 'een soort verlengstuk van mezelf'. Achteraf is ze pas gaan inzien hoe bijzonder het was, dat ze drie jaar lang een programma heeft gemaakt dat haar op het lijf was geschreven. Niemand kon het doen zoals zij. Kunstmest was Mieke van der Weij.

'Toen zag ik het werk nog als een soort zelfverwezenlijking - zoals een schrijver zijn boek ziet. Langzaam, in de loop der jaren, ben ik mijn werk steeds meer als een vak gaan beschouwen. Dus mijn opvattingen daarover zijn veranderd.'

Noodgedwongen?

'Ja. Na Kunstmest dacht ik: dit is het dus, dit gaat alleen maar door zo. Als je dan wordt gevraagd voor een quiz vind je dat te onnozel of te oppervlakkig. Ik weet, het zijn grote woorden, maar dat zit dan verder af van die zelfverwezenlijking. Totdat je je realiseert dat je ook gewoon geld moet verdienen. Je leert je plek wel kennen, in de loop der tijd. Zo'n quiz probeer je zo leuk mogelijk te maken en dat geeft ook een hoop bevrediging. Een cultureel programma presenteren is enig en natuurlijk heb ik zelf ook gedroomd over een eigen talkshow. Maar het is helemaal niet erg andere genres te beoefenen.'

Gebruik je deze manier van redeneren niet om je erbij neer te kunnen leggen?

'Nou, misschien wel. Ja. Misschien om met mezelf in het reine te komen - een mens heeft dat blijkbaar nodig. Maar om nou mijn hele leven te denken: waarom doe ik niet weet-ik-veel? Ik loop echt niet gefrustreerd rond omdat ik niet ben gevraagd voor Nova of zo. Natuurlijk had ik het hartstikke leuk gevonden ook journalistiek-inhoudelijke programma's te doen voor de televisie. Maar als je daaraan maar blijft vasthouden en het lukt op de een of andere manier niet, ben je gauw uitgekakt in zo'n wereld.'

Heeft het hotsebotserige in je carrière te maken met je karakter?

'Denk ik wel ja. Ik heb het niet allemaal zo tactisch aangepakt in de omroepwereld. Ik flapte er alles maar uit. ''Dat is dom'', kreeg ik dan later te horen. Ik weet dat ik veel glazen heb ingegooid. Pissig zijn en dat luidkeels kenbaar maken toen ik voor de NPS het lunchprogramma Middageditie wilde gaan presenteren en niet mocht. Nu besef ik dat je dat allemaal niet zo moet doen. Ik ben voorzichtiger geworden. Maar je kunt nooit helemaal tegen je eigen karakter ingaan hè.'

Het wordt warm in de glazen uitbouw van het souterrain. Ze verkast naar buiten, naar de tuin, aan het water, met uitzicht op het Rijksmuseum. Pesterig: 'Dat katholieke Rijksmuseum! En nu gaan we in mijn huis wonen en raad eens waar dat op uitkijkt? Op de Krijtberg! Sijbolt en ik zeggen altijd: we wouwen dat er een bom op de Krijtberg viel. Dat stomme katholieke gebouw verpest ons hele uitzicht.'

Ze leerde hem begin 2003 kennen, toen ze voor de NCRV nog Het hijgend hert deed, een serie over de manier waarop het geloof doorwerkt in je leven. Hij zei dat hij het zo'n mooie serie vond. 'Ik weet nog dat ik zeer verguld was met een compliment van deze eh...'

Chique meneer.

'Chique meneer ja. Ik ben niet zo heel autoriteitsgevoelig, maar het was voor mij wel waardevol een compliment van hem te krijgen.'

Daarna schreef hij een brief: of zij bij hem thuis kwam eten. Een actie die beloond moest worden, vond Van der Weij - veel beter dan bellen. Ze aten in de serre op de eerste verdieping, ze herinnert het zich goed, vlakbij die kogelgaten. Alles bleef in het nette.

Een correspondentie volgde, totdat de negen jaar oudere Noorda haar vroeg met Pasen mee naar Genève te gaan. 'Ook zo leuk van hem. Een zwierig type: ga mee naar Genève. Niet van dat gemiezemaus. Voor mij was dat doortastende heel verfrissend. Ik ben gewend aan de mannen van mijn generatie, die toch het liefste hun hele leven een beetje vrijgezel willen blijven.' Op 31 mei 'verloofden' ze zich. Binnen een jaar waren ze getrouwd.

Waarom zei je na allerlei andere lange relaties nu dan toch ja?

'Ik was nooit eerder gevraagd. Ik kreeg ook wel opmerkingen hoor: 'Eindelijk ben je goed terechtgekomen.' Nou, dacht ik, godzijdank ben ik met mijn vorige mannen ook gelukkig geweest. Het zou wat moois zijn, zeg, als dat niet zo was.'

Ze trouwden tussen de dood van haar moeder en haar vader in. Haar vader speechte nog op de bruiloft; een paar maanden later overleed hij.

Een vreemde tijd.

'Ja, maar daardoor kreeg dat huwelijk juist meer waarde. Als je kinderloos bent en je ouders zijn er niet meer, dan bungel je maar, hè. Aan de bovenkant zit niks meer en aan de onderkant is ook niks: dan ben je maar een soort los balletje. Het was heel prettig om vastgepakt te worden en weer ergens bij te horen. Trouwen is anders dan samenwonen. Als iemand met je trouwt zegt hij: ik neem verantwoordelijkheid voor je.'

Vind je het erg, dat je geen kinderen hebt?

'Ja, dat vind ik wel jammer, ja.'

Waarom heb je ze niet gekregen?

'Daar hebben de mensen niets mee te maken. Wat ik er wel over kwijt wil is dat de buitenwereld vaak ervan uitgaat dat dat een bewuste keuze is. Ik kan me er ook heel erg aan ergeren als er wordt gesproken over 'kinderen nemen'. Je krijgt ze, je neemt ze niet. Al die poliklinieken zitten vol.'

Doordat je ze niet hebt, kon je een hoop andere dingen doen.

Prompt: 'Ja.' Dan, peinzend: 'Maar wat eigenlijk? Ik weet niet, wat.'

Luchtig: 'Er is een fantastische mogelijkheid van mijn lichaam onbenut gebleven. Dat vind ik jammer. Zoals ik het ook jammer vind dat ik niet tweetalig ben opgevoed - zo kan ik er ook wel weer naar kijken.'

Sinds ze Sijbolt heeft ontmoet, zit ze vaker aan het diner met wetenschappers, om het zo maar te zeggen. 'Het is geen Eliza Doolittle en professor Higgins, hoor', lacht ze. Ze kende zijn wereld al enigszins, van haar studie en door de professoren die ze interviewde in haar radioprogramma's. 'Trouwens: die hoogleraren kijken ook allemaal naar De rijdende rechter. Of ze kijken helemaal niet naar de televisie. En als ze al vinden dat ik oppervlakkig in de weer ben, hebben ze wel weer de klasse om dat niet te zeggen.'

Ze draalt voor de voordeur, druk doorpratend, over het werk. 'Weet je: het leven is nu eenmaal geen grote zegetocht. Je moet compromissen sluiten. Dat geeft ook helemaal niet.'

Vlak voordat ze de deur opent: 'En misschien komt het nog wel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden