'Je kunt pas structureel succes nastreven als je een club bent'

AZ wilde hem als trainer, maar Shota Arveladze (40) is gelukkig bij de vierde club van Istanbul en de werkgever ook van Babel, Donk, Malki en Isaksson.

ISTANBUL - Over de stoelleuning van de trainer hangt een shirt van Diego Maradona. Wit, blauw, nummer 10. Is het tenue echt? 'Wat dacht jij dan?', stelt Shota Arveladze de tegenvraag.


Arveladze, voormalig spits van onder meer Ajax en AZ, leidt rond in een paradijs voor voetballers, het hagelnieuwe trainingscomplex van Kasimpasa Spor Kulubü, topclub in wording, opgericht in 1921, ontbolsterd door geld van twee miljonairs. De club staat derde in Turkije, na acht speelronden.


Het complex, in de groene rust buiten de stad, is geopend door premier Erdogan, die afkomstig is uit de wijk Kasimpasa in het centrum van Istanbul. Naast de toegangspoort hangen statieportretten van Erdogan en Atatürk, de stichter van de republiek. Twee van de vier velden zijn van kunstgras. Eén veld grenst aan de moskee. Superb is het hotel met 48 kamers, waar spelers voor een wedstrijd overnachten.


Mr. Bean

Sierlijk is de tred van de Georgiër, technicus van voorheen. Zijn mimiek, vaak vergeleken met die van Mr. Bean, is meesterlijk. In het spelershome staan vier biljarttafels en twee tafeltennistafels. 'Maar ze zitten bijna altijd hier', zegt hij over de ruimte met twee schermen om te gamen. 'Nog nooit heb ik Playstation gespeeld. Nooit.' Hij maakt een wegwerpgebaar. De accommodatie herbergt verder zwembaden en krachthonken. 'Spelers krijgen geen tijd om lui te zijn.' Boven een fotocollage van topspelers hangt een roofvogel met een bal geklemd in de klauwen, in het blauw-wit van Kasimpasa.


AZ vroeg hem als opvolger van trainer Verbeek. Maar hij wil Kasimpasa opbouwen, in zijn tweede seizoen aldaar. Hij mocht de Nederlanders Babel en Donk halen, plus topschutter Malki van Roda. Oud-PSV'er Isaksson verdedigt het doel. 'We kunnen beter. Het team is nieuw, alles is nieuw. Dat kost tijd. Tijd heelt en tijd maakt je sterker. We hebben alles, maar we kopen niet om te kopen.'


Hij is net terug van een vrij weekeinde in Georgië, waar zijn broers hoge functies bij de voetbalbond bekleden. Zijn stem is luider als Georgië ter sprake komt. 'In de laatste jaren is de democratie toegenomen en economisch maken we stapjes. Maar de oorlog tegen de Russen heeft veel vernietigd. Wij zijn alleen niet bang, dat heeft onze geschiedenis bewezen. Wij staan altijd weer op.'


Voetbal en macht

In 2008 vielen nog Russische bommen op de voormalige Sovjet-republiek. Met spot: 'We kregen prachtige brieven uit de hele wereld, maar met een brief van de Europese Unie boven je hoofd bescherm je jezelf niet tegen bommen. De Russen bezetten nog steeds 25 procent van ons land.'


Politiek is macht, net als voetbal, stelt hij. 'Rijke mensen halen macht uit voetbal. Ze kopen een club alsof het een museum is. Voetbal is macht. Het kan ook een hobby zijn. Als het een hobby is, plus een zakelijke afweging, is dat een goede samenloop van omstandigheden. Dan blijft op het eind van de dag het plezier over, hoewel je evengoed een hartaanval kunt krijgen.


'Voetbal hoort feest te zijn. Natuurlijk wordt er ook in slecht weer gevoetbald, maar als je aan voetbal denkt, is het mooi weer. Iedereen is goed gekleed, zegt gedag tegen elkaar, gaat zitten en kijkt naar iets moois. Dat is de voorstelling van voetbal, die al dateert van vroeger, uit de tijd van zwart-wit.


'Voetbal gaat ook om macht, en van dat systeem maken wij deel uit. Dat is niet altijd makkelijk, maar uiteindelijk willen we die industrie zelf. We willen meedoen en winnen.'


Hoe moeilijk dat ook is in een stad met drie grote clubs: Galatasaray, Fenerbahçe en Besiktas. Kasimpasa trekt 10 duizend tot 12 duizend toeschouwers, in een stadion met 17 duizend plaatsen. 'Die grote clubs winnen bij wijze van spreken altijd. Waarom zou iemand achter een club staan die verliest? We moeten iets creëren dat blijft.'


Hij probeert dat op zijn eigen, unieke manier, waarbij hij zich laat inspireren door trainers als Van Gaal en Koeman, met wie hij werkte bij Ajax en AZ. 'Louis om de manier waarop hij naar het spel kijkt, hoe hij analyseert. Maar ik ben ook een type als Ronald Koeman. Hij keek iets meer van afstand. Misschien omdat hijzelf zo lang voetballer was.


'Soms wil ik veel uitleggen, soms denk ik: och, laat het even gaan. Ik ben stil. Ik weet niet of dat goed of slecht is. Als speler praatte ik veel. Als trainer praat ik nog steeds veel, maar toch minder dan ik had gedacht. Bij een conflict geef ik mezelf de schuld. Dan heb ik zaken blijkbaar niet goed genoeg uitgelegd.'


Als voetballer was hij sierlijk en aanvallend, als trainer predikt hij het offensief, met enige reserve. Bedachtzaam: 'Ik zal nooit een extra verdediger opstellen om een resultaat binnen te slepen. Ach, het is ook een kwestie van geluk of pech. Bal op de baal. Doelpunt of geen doelpunt en je bent een goede trainer of een slechte trainer. 2 centimeter maakt je een idioot of een held.'


Geen Anzji

'Ik zei tegen mijn bazen: 'Je kunt een team maken, maar je kunt geen club maken in een paar jaar.' Pas als je een club bent, kun je structureel succes nastreven. Anders wordt het een soort Anzji. Vierde, vijfde en één keer in de Europa League en dat is het dan. Als je zaken wilt doen met het voetbal, kost dat tijd. En het is geen zakendoen als met een telefoonmaatschappij. Zekerheden over 30 of 35 procent rendement bestaan niet.'


Het is best ingewikkeld. 'Ik spendeer veel meer tijd aan voetbal dan toen ik speler was. Als speler denk je niet zoveel. Je waakt over je vaardigheden, je geeft al je energie. Als trainer denk je constant. Dat is het: denken, denken, denken.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden