Je kunt ook de maan willen

Satellietfestivals, landelijke reclamecampagnes, een reizend festival, en vooral meer allure: de kersverse directeur van het Nederlands Film Festival had plannen....

MICHIEL Berkel, directeur van het Nederlands Film Festival, stuit vaak op misverstanden. 'Zodra ik door de telefoon de naam Nederlands Film Festival laat vallen, volgt er een stilte. ''Bent u van het songfestival?'', klinkt het dan. ''Nee, van die kalfjes.'' Die kennen ze wel, en dan wordt er gelachen. Nederlandse film is blijkbaar iets om te lachen.' Tijdens een bezoek aan het filmfestival van Toronto, vorig jaar september, kreeg Berkel (50) een fax uit Utrecht. 'Congratulations', stond erop. Was hij tóch directeur van het Nederlands Film Festival geworden - na een stroperige benoemingsprocedure. Een deel van het festivalbestuur zag liever een vrouw aan de top, en Cox Habbema bleek geïnteresseerd. Berkel: 'Ik had het uit mijn hoofd gezet. Ook omdat ik geen signaal had gekregen dat ik nog in de race was.'

Toen hij de fax kreeg, dacht hij: 'Shit! Wil ik dit nog wel? Ik heb de minibar maar even aangesproken.'

Michiel Berkel is, zegt hij met zelfspot, een typisch voorbeeld van een wandelende jood. 'Of liever in het Engels: a wandering jew. Altijd op drift, rusteloos.'

De geboren Amsterdammer - 'Ken je de documentaire Ik bedek mijn schmerz met mijn nerts? Dát was mijn jeugd: 75 vermoorde familieleden, maar nooit één woord daarover' - heeft een vol curriculum. Hij was filmdistributeur, schreef in de jaren tachtig voor Haagse Post ('mijn bundel Crimineel is een bestseller onder studenten Criminologie'), vertrok als medewerker van Het Financieele Dagblad naar Zuid-Afrika, en in 1994 vestigde hij zich een jaar met vrouw en kinderen 'tussen de avocado's net buiten Los Angeles', om stukken over Hollywood te maken voor het Algemeen Dagblad en de Veronica-gids. 'Ik heb Nastassia Kinksi tijdens een interview verteld dat ik haar een van de mooiste vrouwen ter wereld vind. Met Jim Carrey heb ik nog een dansje gemaakt.'

Ook was hij filmaankoper bij de NCRV. 'Zit je ineens in Hilversum, achter een bureau in een kantoor. Met taart bij de koffie, juffrouw Tineke die stipt op tijd de lunch komt serveren, en om klokslag vijf uur het geluid van dichtklikkende tassen. Ik kan niet tegen dingen die saai zijn. Dan schrijf ik liever voor een krant over economie, terwijl ik daar eigenlijk het fijne niet van weet. Dat daagt me uit. Net zoals ik het inter essant vind te ondervinden hoe moeilijk het is een filmfestival te leiden.'

In Utrecht kreeg Berkel, sinds 1992 eigenaar van een filmhuis in Kaapstad, een aanstelling voor bepaalde tijd. 'Er is mij te verstaan gegeven: na een jaar zien we van beide kanten wel. Dat is in alle eerlijkheid gezegd. Een gevolg is wel dat mijn gezin hier nog niet woont. Je weet maar nooit. Misschien heb ik te weinig sponsorgeld binnengebracht - dan kan het zomaar voorbij zijn.' Hij vliegt eens in de zes weken op en neer. 'Torn between two countries heet dat toch?'

De kersverse directeur dook tijdens het festival van 1999, het laatste onder Jacques van Heijningen, overal op. Een pen en kladblok steevast in de hand. Hij had plannen. Aan de prijzenregen - elke dag een Gouden Kalf - diende een einde komen. Meer allure, wilde hij.

'Ik had mijn mond moeten houden. Ik heb mij verkeken op het belang van bepaalde prijzen. Vorig jaar dacht ik: Waarom ook nog een prijs voor een wetenschapsfilm? Maar het festival is gastheer van de Nederlandse film. Dan is het niet kies bepaalde genres eruit te gooien. Alle beroeps- en belangenorganisaties willen een piece of the pie. Daarom heb ik de prijzen niet zozeer verminderd maar gebundeld. '

Het gastheerschap betekent niet, stelt Berkel, dat zijn festival een doorgeefluik van Nederlandse films is. Het NFF kreeg dit jaar meer dan 300 producties aangeboden. Vele vielen af. 'Doordat sinds 1994 videoproducties in de competitie worden toegelaten, is het festival genoodzaakt te selecteren. Het aanbod is te groot om in zeven dagen te vertonen. Ook wij moeten de meetlat ergens leggen. In het midden, in ons geval.'

Volgens de statuten is een van de voornaamste doelstellingen 'een zo volledig mogelijk aanbod van Nederlandse filmproducties uit het afgelopen jaar' te tonen. Resoluut: 'Dat gaat dus niet meer. Wij zijn geen vergaarbak waar iedereen zijn vakantie-Super 8 naartoe kan sturen.'

De selectie valt onder zijn verantwoordelijkheid, maar alles zien is er niet bij. Alleen bij twijfel kijkt Berkel mee. 'Ik moet achter het geld aan. Dat is mijn voornaamste taak. Het grootste service-instituut van de Nederlandse filmcultuur kan zichzelf niet bedruipen. Wij trekken niet het publiek dat het festival van Rotterdam wel trekt; de Nederlandse film zit met een imago-probleem.'

Het jaarbudget van 2,5 miljoen gulden, waarvan 45 procent komt uit sponsoring en eigen inkomsten, is niet toereikend, stelt Berkel. Lange tijd koesterde hij de hoop extra geld bij het bedrijfsleven te vinden. Helaas. Op een persconferentie, twee weken geleden, vertelde hij ronduit dat het bedrijfsleven niet genoeg warmloopt voor zijn festival. De overheid, zo bleek dinsdag, wilde wel iets meer geven: 173 duizend gulden op jaarbasis.

'Zonder Grolsch hadden we hier niet eens gezeten', zei hij ook nog op de persconferentie. 'Zo is het nu eenmaal', herhaalt hij negen dagen later. 'Het wordt moeilijk als Grolsch mij de dag na het festival vertelt iets anders te willen doen. Dan bestaat het festival niet meer in deze vorm. Dat is toch absurd?'

Voorlopig kan de droom over een groter festival de ijskast in. De satellietfestivals, die in elf steden de landelijke bekendheid van het NFF moesten vergroten, kwamen niet van de grond. 'Bleek uiterst ambitieus, alleen al omdat er dan meer prints van de films gemaakt moeten worden. Dat kost veel.' Ook een stevige landelijke reclamecampagne zit er niet in. 'Ik kan nu niet regelen dat er in Amsterdam grote posters van het festival in bushaltes hangen. Maar met het nieuwe geld van OCW is dat volgend jaar wellicht wel mogelijk.'

Tijd stopte Berkel ook in een grensoverschrijdend plan. Hij wilde de commercieel succesvolste film uit Nederland in een reizend programma opnemen, samen met successen uit andere Europese landen. 'Ik zag al een tent voor me met alleen de Europese films die het in hun eigen land heel goed hadden gedaan. Een Europa-boulevard. Maar het blijft bij plannen. Ik moet dit jaar gewoon, als een echte beginneling, een stap terug doen.'

Frustrerend vindt hij dat niet. 'Je kunt ook de maan willen, maar als het er niet in zit, dan zit het er niet in.' Recent nog sprak hij er met Paul Verhoeven over. De regisseur zei hem dat er in Nederland gewoon te weinig partijen zijn om echt iets groots te verwezenlijken. 'Er is hier voor cultuur een matig geldbedrag beschikbaar. Het blijft schipperen tussen droom en daad.'

Hij behaalde ook overwinningen, benadrukt hij. Er is een feestelijke première van Lars von Triers Dancer in the Dark, de kitchensink-musical die volgens Berkel 'toch ook een beetje Nederlands is' - Els Vandevorst was coproducent en Robby Müller deed het camerawerk. The Luzhin Defence van Marleen Gorris is eveneens te zien in het Foreign Affairs-programma.

Aan wie het maar horen wilde, vertelde Berkel dat Cathérine Deneuve, hoofdrolspeelster in Dancer in the Dark, door hem was uitgenodigd als ere-gast. 'Het is toch aardig om Lars Von Trier en Björk op het podium te hebben? Of Deneuve? Ik probeer het. Maar ik ben realist genoeg om te weten waarvoor zij kiest als zowel Utrecht als New York aan de bel hangt.'

De moeizame speurtocht naar financiële middelen temde de revolutie in zijn hoofd. 'Binnen de huidige omstandigheden kan het niet anders. Ik ben nu bezig er een bescheiden maar serieus festival van te maken.' Vooral het imago moet beter. 'Ik erger me kapot aan mensen die roepen dat het winnen van een Gouden Kalf niks voorstelt. De teneur van Rijk de Gooyer, zo van: gooi dat kalf maar uit het raam van de taxi - dat vindt iedereen dan nog grappig ook.'

Verongelijkt: 'Moet je je voorstellen: William Hurt die na de Oscar-uitreiking zijn Oscar op straat gooit. Wat zou er gebeurd zijn in Amerika? Het land zou op zijn kop gaan staan. Hurt had nooit meer een rol gekregen. Ik vecht tegen de onprofessionele wijze waarop naar het festival wordt gekeken. Ik wil dat vakbladen als Variety, The Hollywood Reporter en Screen International roepen: natuurlijk sturen wij een verslaggever naar Utrecht. Er komen dit jaar 75 buitenlandse gasten naar ons producenten-platform. Van Arte, ZDF, van Amerikaanse televisiestations.'

De nationale uitstraling baart hem meer zorgen. Het zit ook niet mee. Tussen de 129 vertoonde competitie-films zitten niet meer dan vijf premières. Voor de openingsavond kwamen slechts twee producties in aanmerking: Wilde Mossels van Erik de Bruyn en Mariken van André van Duren. Het werd Wilde Mossels, waarna producent Egmond Film Mariken terugtrok.

Berkel, die Egmond Film nog een feestelijk première in het vooruitzicht stelde, begrijpt dat wel. 'Als Mariken de openingsfilm was geworden, had Wilde Mossels niet ons festival maar Film by the Sea in Vlissingen geopend. Zo werkt dat spel. Dat is dan weer mijn pech.'

Het is eigenlijk te vroeg om een balans op te maken, zegt hij dan. 'Het festival moet nog beginnen. Het gaat er ook om hoe mensen zich hier voelen, hoe ze de komende week het festival aan den lijve ervaren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden