REPORTAGEFIETSTOCHT NAAR ROME

Je kunt je mondkapje afzetten voor de vakantiefoto, maar ontsnappen doe je er niet aan

Wat heeft corona betekend voor onze manier van reizen? Heeft slow tourism de toekomst? Journalist Jeroen van Bergeijk fietst naar Rome om dat uit te zoeken. Tweede bestemming: Schengen.

De regels voor mondkapjes verschillen per land.Beeld Jeroen van Bergeijk

Van Maastricht naar Schengen - 288 km

In de galerij van kasteel Vianden in Luxemburg poseert een Nederlands gezin met drie kinderen. Het gaat een pittoresk, Instagram-waardig plaatje worden, met de groene heuvels van de Ardennen op de achtergrond. Juist op het moment dat de dochter de foto wil maken, schreeuwt de moeder: ‘Wacht! Wacht! Mondkapjes af allemaal! Anders wordt dit de mondkapjesvakantie!’

Je kunt je mondkapje natuurlijk afzetten voor de foto, maar ontsnappen doe je er niet aan. Wanneer ik in Kuttingen, bij het zuidelijkste puntje van Nederland, Wallonië binnenfiets zijn er twee dingen die opvallen: de bejaarden op e-bikes die dagtochtjes maken door het heuvellandschap van Zuid-Limburg zijn als sneeuw voor de zon verdwenen, en: mondkapjes in de horeca en winkels. Heel consequent zijn de Walen daarmee overigens niet. In Eupen draagt de bediening van Bistro Bar Oscar ze wel, maar de eigenaar van de avondwinkel niet. Waarom niet, wil ik weten. ‘Die mondkapjes… het is allemaal politiek. De maatregelen van de Belgische regering hebben zoveel levens kapot gemaakt. Ik doe er niet aan mee.’ 

Ook in het gehucht Sourbrodt, midden in natuurgebied De Hoge Venen, draagt de barvrouw van Café de la Roer geen mondkapje. Ze heeft er wel eentje liggen hoor, naast de kassa, maar ze vergeet gewoon de hele tijd dat lapje voor te doen. ‘Het is ook een beetje een stadse ziekte, hè’, mompelt ze. ‘Hier woont niemand met corona.’ Haar klanten, vijf zestigplussers die, ’s ochtends om 11 uur, schouder aan schouder aan het bier zitten, zijn het met haar eens.

In Luxemburg denken ze daar heel anders over. Dat ondervind ik aan den lijve wanneer ik op zaterdag het Groothertogdom binnenrijd. Al uren fiets ik langs de grens van België en Duitsland. Mijn telefoon raakt er helemaal van streek van. Om de haverklap komen er sms’jes binnen: Welkom in Duitsland…. Welkom in België… en dan: welkom in Luxemburg. Het is hier prachtig, daar niet van – uitgestorven bossen, glooiende dalen en bloeiende korenbloemen – maar verlaten. Zo nu en dan word ik ingehaald door een wielrenner en dat is het dan wel. Een kop koffie en wat te eten zou welkom zijn. En dan ontwaar ik Camping/Café Vallée de l’Our. Nietsvermoedend wandel ik het terras op en word onmiddellijk door de eigenaar – in het Nederlands – toegeroepen: ‘Hé jij, je moet hier een masker op.’

Ieder zijn stijl

Als ik eenmaal aan een tafeltje zit, blijkt de soep niet zo heet te worden gegeten als hij wordt opgediend. ‘U mag uw mondmasker nu wel afzetten’, zegt de jongen die me bedient. Hij legt uit dat je alleen een kapje op moet als je het restaurant binnenkomt of naar de wc gaat. Als je zit, mag het weer af. Dat levert soms ronduit bizarre taferelen op, zo merk ik de volgende dagen. In Café du Pont in Vianden zit ik achter een stelletje dat een kapje deelt: eerst gaat de vrouw naar het toilet en bij terugkomst aan tafel drukt ze het ding in handen van haar geliefde, zodat ook hij zijn behoefte kan doen. 

Omdat de kapjes hier de hele tijd op en af moeten, heeft een ieder zo zijn eigen stijl van kapjes dragen ontwikkeld. De een laat het kapje aan één oor bungelen, om bij het binnengaan van een winkel het ding snel ook aan het andere oor te bevestigen. Een volgende drapeert het kapje om de kin of hals, om het vervolgens voor de mond te kunnen schuiven. En weer een ander draagt een soort skimasker dat hij naar believen naar boven of beneden kan trekken.

Op het dragen wordt desalniettemin streng toegezien. Paolo bijvoorbeeld, uitbater van hotel-restaurant Ville de Bruxelles, is onverbiddelijk. Tegen middernacht weigert hij resoluut een beschonken en ongemaskerd echtpaar de toegang tot hun hotelkamer. Er volgt een verhitte discussie waarna de man uiteindelijk na lang zoeken twee verfrommelde kapjes uit een broekzak vist.

Ik vraag Paolo waarom hij zo streng is.

‘Waarom? De politie, daarom! Als jij gepakt wordt, krijg je een boete van 149 euro, ik eentje van 5.000. Tijdens de lockdown heb ik twee keer controle gehad. Omdat ik nota bene met mijn vrouw een kopje koffie zat te drinken in mijn eigen restaurant!’ Maar goed, het regeltjesfetisjisme van de Luxemburgers is ook wel te verklaren. Sinds het begin van deze maand stijgt het aantal besmettingen in Luxemburg weer. Paolo vertelt dat er vorige week een uitbraak was op een middelbare school, 40 kilometer verderop. Het land heeft zestien mobiele testcentra geopend en is druk bezig de complete bevolking van ruim 600 duizend mensen te testen.

Een drive-throughtestcentrum voor covid-19.Beeld Jeroen van Bergeijk

Vanaf Vianden volgt de fietsroute naar het zuiden de Sauer en de Moezel. Dat is wel zo prettig, want dan hoef ik niet te klimmen. Even voorbij Grevenmacher staan langs de doorgaande weg drie witte tenten. ‘Test Covid-19’ vermeldt een bordje. Een drive-throughtestcentrum! Ik fiets het parkeerterrein op en rij tussen de wachtende auto’s naar de voorste tent.

‘Komt u voor de coronatest?’

Ik begin te lachen. ‘Nou nee, maar ik wil best getest worden hoor!’ Dan wijs ik naar mijn bepakte Giant Tourer en begint het te dagen. ‘Ah! U bent toerist. Helaas kunnen alleen inwoners en mensen die in Luxemburg werken getest worden.’

Aan het eind van de dag arriveer ik in Schengen. Ik had me voorgesteld in dit dorpje, symbool van het Europa zonder grenzen, de sfeer te proeven. Waarna ik iets diepzinnigs zou kunnen optekenen over de alom gevoelde opluchting dat we deze zomer toch weer als vanouds vrijelijk door Europa kunnen reizen. Maar op een dinsdagavond is elk café en restaurant gesloten. Even over de grens, in het Franse dorpje Sierck-les-Bains, is het niet veel beter. De pizzeria is open, maar doet wegens corona alleen aan afhaal – evenals het kebabtentje. Na lang zoeken tref ik een Chinees die wel open is. Ik ben de enige klant.

Beeld Jeroen van Bergeijk

Gelukkig is de Camping Municipale van Sierck-les-Bains wel open. Storm loopt het er niet. Naast me heeft een Duitse vrouw met haar 16-jarige zoon haar tentje opgeslagen. Ze komen uit Trier en zijn zowaar met de fiets. Heeft corona een rol gespeeld bij de keuze voor hun fietsvakantie? ‘Nou ja, soort van’, zegt de vrouw. ‘Toen mijn zoon kleiner was, gingen we vaker samen fietsen. Dit jaar wilde hij met zijn vrienden naar het strand in een warm land. Dat zit er nu even niet in. Dus moet hij het met zijn moeder doen. Ik denk dat ik het aan corona te danken heb dat we samen nog één keertje op fietsvakantie zijn.’

En wat een opluchting: corona mag het vakantie vieren deze zomer dan hebben veranderd, sommige dingen blijven hetzelfde:

Er zijn buren die een praatje komen maken.

Een nachtje kamperen kost hier € 5,50.

En de wc’s hebben geen toiletpapier.

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door financiële steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Lees hier over de tocht van Jeroen van Bergeijk naar de eerste bestemming: Maastricht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden