'Je kruipt in de ziel van iemand, maar het is ook hoereren'

'Mijn hele interview-oeuvre ruil ik hier ter plekke in voor die ene film', zegt Frénk van der Linden, de 'meesterinterviewer' die naam maakte met duizenden grote, portretterende interviews. Die film, dat is de documentaire Verloren band, die hij in 2009 maakte met regisseur Gisela Mallant. De film ging over zijn ouders, die uit elkaar gingen toen hij 13 was en daarna veertig jaar geen contact meer met elkaar wilden hebben.


'Wat heeft me nou gelukkig gemaakt? Dat ik mijn vader en moeder afgelopen voorjaar zag dansen op mijn bruiloft. Sinds die film hebben ze regelmatig contact. Ze hebben een omgangsregeling met de pijn getroffen. Dat betekent veel meer voor me dan een opening Journaal.'


'Hij kwam ineens met het verhaal over die oven. Ik wist niet dat mijn vader op een dag de gaskraan had opengedraaid en zei: het leven is zo kut, ik stop ermee, en ik neem Frénk en Desiree, mijn zusje, ook mee. We zijn gered door een buurman die toevallig aanbelde, met de vraag of mijn vader zin had in een biertje.'


'Na die documentaire heb ik met mezelf afgesproken: ik wil vooral ontmoetingen hebben waar ik oprecht naar uitkijk. Soms denk ik: misschien heb ik de afgelopen dertig jaar een omweg gemaakt langs 5.000 geïnterviewden om bij hen de emoties op te halen die ik niet kon loskrijgen bij mezelf en mijn familie. Het contact dat ik met mensen had, ervoer ik lang als onecht.'


'De mate waarin ik mensen gebruikte als dingen om mijn journalistieke succes te orkestreren, was soms te groot. Plat gezegd: dat je een ander gebruikt om te scoren, terwijl je jezelf verschanst in een iglo. Er komt geen Frénk-nieuwe-stijl, maar ik kan wel een poging doen om oprecht contact te maken. Misschien was ik daar onbewust al mee begonnen, door onvoorbereid te interviewen en te vertrouwen op authenticiteit.'


Van der Linden is de man achter het Grote Interviewgala, dat woensdag wordt georganiseerd in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Zwaargewichten als Paul Witteman, Joris Luyendijk en Andries Knevel laten zichzelf interviewen en debatteren met het publiek over het interview, 'de moderne biecht', als journalistiek genre.


Allereerst wordt het een leuk feest, maar Van der Linden hoopt dat het gala ook leidt tot discussie over zijn vak. 'We citeren van alles, maar misschien zijn dat zwaar geromantiseerde verhalen, of bewust verzonnen leugens. Checken is niet onze sterke kant. En laat het persoonlijke interview in kwaliteitsbladen zich nog onderscheiden van wat je aantreft in Privé? Inhoudelijk weet ik het soms nog zo net niet.'


'Je ziet, hoort, leest, prachtige dingen, bijvoorbeeld van Clairy Polak, maar portretterende interviews leunen steeds meer op privé-elementen. Dus: ik ben misbruikt in mijn jeugd, dus daardoor ben ik in mijn politieke partij voor dit en dat opgekomen. Het is vaak amateurpsychologie, ook in mijn eigen stukken.'


Wordt er op tv serieus geïnterviewd?


'Waar is Adriaan van Dis gebleven? Zomergasten, 24 uur van Wilfried de Jong en Jeroen Pauw in Vijf jaar later, daar zie je pico bello interviews, maar die programma's mogen maar zes of acht keer worden uitgezonden. Het wordt gezien als de kers op de taart, maar het zou gewoon de taart moeten zijn.'


Populair is momenteel het attribuut, zoals de doodskist in NCRV's De Kist. Voegt dat iets toe?


'Ik snap wel dat het leuk beeld oplevert als Sylvain Ephimenco in die kist gaat liggen, en ook nog begint te prevelen. Bij Het Gesprek heb ik internationale topmusici geïnterviewd met hun instrument bij zich. Als ze laten zien en horen waarom ze dat koesteren, dat voegt iets toe. Maar het gevaar van een maniertje ligt op de loer. Een foto van de kist zou in wezen voldoende zijn.'


'De braafheid wordt doorbroken, ik vind dat lekker om te zien. Rutger Castricum is snappy, snel, intelligent. Hij zou een goede interviewer kunnen worden, als hij zijn huiswerk gaat doen. Maar het blijft nu vaak hangen in een droplulligheid. Castricum kan ook niet tot z'n 65e aan Rutte en consorten blijven vragen of ze nog geneukt hebben. Dat wordt op den duur licht pathetisch.'


'Ik heb bezwaar tegen de manier waarop Henk zijn vak uitoefent, gezien zijn werk bij HP/De Tijd. Mensen op de brandstapel zetten, daar een lucifer bijhouden en dan affakkelen zonder kans op weerwoord te geven. Als zo iemand voor Het Parool het nieuws uit mijn verhalen moet gaan halen, dan laat ik dat liever niet gebeuren.'


'Ik weet het niet. Ik vind dat niet aan mij. Als ze me zouden vragen? Dan zeg ik waarschijnlijk geen nee, want ik houd van Het Parool, ik vond het er fijn. Maar ik heb er vrede mee dat het zo is gegaan. Dit is niet een openbare sollicitatie. Soms moet je een streep durven trekken, ook al heb ik nog geen ander blad achter de hand om voor te schrijven. Ik kan me niet voorstellen dat ik stop met schriftelijk interviewen.'


'Ik lieg de waarheid, want mensen spreken nooit één zin fatsoenlijk uit. Ooit interviewde ik een CDA-politicus. Die man die zegt: ¿Lubbers, ik vind het een¿¿ Ik schrijf op: ¿Ik vind dat een lul.¿ Ik ging in die tijd nog zelf met mijn tekst naar geïnterviewden toe. Ik zie dus zijn ogen over die zin gaan: 'Lubbers is een lul.' Hij leest door. Ik zeg: ¿Dat heeft u niet gezegd.¿ ¿Nee, maar dat heb ik wel bedoeld¿, zei hij. ¿Dat heb jij heel goed begrepen.¿'


Lachend: 'Nou ja, ik denk dan: doelpunt. Maar als iemand zegt: ¿Hoho, ik heb dat niet letterlijk zo gezegd¿, dan moet het eruit. Je moet recht doen aan de intentie van iemand.


'Dit was een leuke goal. Maar een echt goed interview ontstaat als iemand door jouw vraag gaat tasten naar hoe dingen in godsnaam in elkaar zitten. Dat het even stilvalt aan de andere kant van de tafel.'


'De emoties die geinterviewden aan jou tonen, doen zich voor in een professionele context. Je kruipt diep in de ziel van iemand, maar je kunt het ook een vorm van hoereren noemen, omdat je hun emotie exploiteert. Jij wilt dat de krant beter verkoopt, ook de ander wil in the picture komen. Er is naast de authentieke interesse altijd die tweede agenda.'


'Wilfried de Jong, die zie ik als een geestverwant. Paul Witteman die leden van het koninklijk huis interviewt, daar kan ook niemand zich aan meten. Als Willem Alexander iets doms zegt, stelt Witteman onmiddellijk een vraag over de Laotiaans-Birmese grensbetrekkingen of zoiets, want dan is het kat in het bakkie. Erg goed.'


'Ik vind de beste schrijvende interviewer Elisabeth Lockhorn, van Vrij Nederland. Het is heel jammer dat zij gestopt is. Ik zie Carolina Lo Galbo, ook van Vrij Nederland, als het toptalent. Haar interview met Johannes van Dam, daar komt niemand meer overheen. Wat hij daar zegt over zijn familie, zijn lijden, heeft hij nooit eerder verteld. Ook niet aan mij.'


'Ik benijdde haar. Maar ik hou ook graag van bewonderen. Ons vak werd daar ten beste uitgeoefend.'


'Persoonlijk was er frictie, net als nu tussen Verbraak en de Volkskrant, heb ik begrepen. Coen en ik hebben het uitgesproken. Hij hoort voor mij zeker thuis in het rijtje van topinterviewers, is ook uitgenodigd om een masterclass te geven op het gala.'


'Op de School voor Journalistiek riep ik: wat ik kan, kan Bibeb ook. Natuurlijk kon Bibeb wat ik kon. Ze kon nog wel duizend keer meer. Tegelijkertijd is zo'n opmerking natuurlijk stinkend arrogant. Ik ben niet beter dan Lockhorn of Witteman, maar ik zie mezelf wel als een compleet interviewer. Ik kan schrijven, radio maken, tv maken. En ik ben tevreden met wat er nu uit mijn poten komt.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden