'Je kon nooit zomaar naar de film gaan en zeggen dat het leuk was'

Teun van de Keuken schreef een roman over het beklemmende linkse milieu waarin hij opgroeide. Geen witbrood met pindakaas, maar zuurdesembrood met tahin.

Teun van de Keuken en zijn vader. 'Op school was alles wat wij thuis deden en vonden gek, thuis was het precies andersom.' Beeld Marcel Wogram
Teun van de Keuken en zijn vader. 'Op school was alles wat wij thuis deden en vonden gek, thuis was het precies andersom.'Beeld Marcel Wogram

Het is eind 1999 en Teun van de Keuken voert geen laatste gesprek met zijn vader, de op dat moment ernstig zieke filmmaker en fotograaf Johan van der Keuken. Hij heeft er geen zin in. Het zou waarschijnlijk toch niets opleveren, hij kon het gesprek al uittekenen. Het zou op niets uitlopen, dat wist hij zeker. Misschien durfde hij het gewoon niet.

Van de Keuken: 'In die tijd, toen mijn vader al ziek was, zei ik tegen hem dat ik het jammer vond dat hij het niet zou meemaken als ik ooit kinderen kreeg. Hij zei: 'Maak je om mij maar geen zorgen, ik heb allemaal films gemaakt en geleefd voor tien.' Maar het ging me helemaal niet om hem, het ging om míj, dat ík het jammer vind dat míjn toekomstige kinderen hun opa niet leren kennen. Zijn egocentrisme bleek zo sterk uit dit antwoord dat ik dacht: zo'n laatste gesprek is zinloos. Ik had geen zin in een pijnlijk gesprek met een man die aan het doodgaan was.

'En ik ben ook een laffe hond die niet van confrontaties houdt. Als er spanning was in het gezin - wat vaak voorkwam door mijn twee oudere halfbroers uit mijn moeders eerste huwelijk, die nogal puberden - trok ik me terug, of probeerde de boel te sussen. Ik deed mijn moeder een belofte, letterlijk: op mij kun je rekenen, ik ben de stabiele factor. Niet goed natuurlijk. Ik had beter wél voor mezelf kunnen opkomen, maar dan was dit boek er waarschijnlijk niet geweest.'

Goed volk

In Goed volk, zijn debuutroman, beschrijft Van de Keuken hoe hij denkt dat het gegaan zou zijn als hij het wél had gedurfd, dat Laatste Gesprek met zijn vader, de beroemde cineast: een korte woordenwisseling waarbij de zoon, dan 28, en de vader, dan 61, compleet langs elkaar heen praten, elkaar niet begrijpend.

Goed volk gaat over Teun, een jongetje met linkse, artistieke, intellectuele ouders, die het beste voorhebben met de wereld, maar hun kinderen daarbij nog weleens uit het oog verliezen. Wie niet over de juiste opvattingen of smaak beschikt, wordt niet geduld. Bekende schrijvers, dichters en filmmakers kwamen over de vloer. Mensen met weinig geld, maar met de juiste smaak en de juiste mening, die het hoog in de bol hadden. Alles werd langs de meetlat gelegd van goed of fout. Ze vonden zichzelf ruimdenkend, maar eigenlijk zaten ze helemaal vast in wat je nu misschien een filter bubble zou noemen. Ze omringden zich met gelijkgestemden en als je een afwijkende, rechtse mening had, of zelfs een andere smaak, werd je eruit gebonjourd.

'Iedereen om hen heen bevestigde hun wereldbeeld. James Bond was fout en niet leuk, want dat was geen cinema. Je kon nooit zomaar naar de film gaan en dan achteraf zeggen dat het leuk was. Hoezo, leuk? Beargumenteer! Van die intellectuele training pluk ik nu de vruchten, dat geef ik toe, maar als kind vond ik het vreselijk.'

Van der, of Van de Keuken?

Teun van de Keuken werd op 4 september 1971 geboren in Amsterdam, als zoon van cineast-fotograaf Johan van der Keuken en Noshka van der Lely. Het verschil in achternaam zit zo: Teuns opa schreef schoolboeken en veranderde zijn achternaam van ‘van de’ in ‘van der Keuken’ dat stond chiquer. Johan nam dit over, maar Teun besloot op zijn 18de zijn officiële naam te hanteren: Van de Keuken dus. Hij studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en presenteerde radio- en tv-programma’s voor VPRO en KRO-NRCV, waaronder Keuringsdienst van waarde, De slag om Brussel en De Monitor.

De linkse ideologie van de ouders leidde ertoe dat ze de kleine Teun naar een volkse school stuurden, zoals zijn vader het noemde. Een links statement. Tegelijkertijd werd alles waarmee het jongetje vervolgens thuiskwam hooghartig en trefzeker afgekeurd. 'Mijn schoolvriendjes aten witbrood met pindakaas of varkenskarbonade en hielden van vechtfilms of Grease. Voor mijn ouders was dat verschrikkelijk: wij aten zuurdesembrood met tahin en keken naar moeilijke Japanse cinema. Voor mij was dat een constante strijd. Op school was alles wat wij thuis deden en vonden gek, thuis was het precies andersom.'

Een aanklacht, zo leest Goed volk, een aanklacht tegen zijn ouders en tegen het milieu waarin hij werd opgevoed. Maar die kwalificatie deelt Van de Keuken niet - het woord zit hem zo dwars dat hij er tijdens het gesprek een aantal keer op terugkomt. 'Jammer dat je dat vindt. Aanklacht vind ik een te sterk woord. Maar als ik zeg: het is een schets van een bepaald milieu in een bepaalde tijd, dan klinkt dat een beetje slap, dat snap ik dan ook wel weer.'

'Ik ben ook een laffe hond die niet van confrontaties houdt.' Beeld Marcel Wogram
'Ik ben ook een laffe hond die niet van confrontaties houdt.'Beeld Marcel Wogram

Later: 'Ik heb het idee dat je iets van me wilt, maar dat we daar nog niet komen, een diepere psychologische laag. Aanklacht, ik merk dat ik toch bij dat woord blijf hangen.'

De volgende dag, in een e-mail: 'Als het een afrekening zou zijn met mijn jeugd of mijn ouders, dán had ik het boek waarschijnlijk veel eerder geschreven dan op mijn 45ste. Maar ik heb dit boek niet uit rancune geschreven. Pas onlangs kwam de gedachte bij mij op dat mijn verhaal een bijzonder verhaal is, over een tijd en over een groep mensen waarover niet veel geschreven is. Eerder een tijdsdocument dan een aanklacht, dus.'

'James Bond was fout en niet leuk, want dat was geen cinema.' Beeld Marcel Wogram
'James Bond was fout en niet leuk, want dat was geen cinema.'Beeld Marcel Wogram

Je ouders krijgen er in dit boek behoorlijk van langs.

'Ja. Ja? Het erge is dat ik daar helemaal niet aan gedacht heb. Ik heb een goede band met mijn moeder, die ik niet wil verstoren. Maar ik moest dit boek schrijven, er was niets dat me daarvan kon weerhouden. Het is het persoonlijkste en ook belangrijkste wat ik ooit gedaan heb. Ik hoop niet dat het een bozig boek is richting mijn ouders. Vond je dat? Ik heb moeite met dat woord: aanklacht. Het is geen aanklacht tegen mijn ouders, dat zou ik literair gezien heel lelijk vinden. Maar goed, een aanklacht tegen dat milieu, dat wil ik nog wel toegeven. Omdat de zelfvoldaanheid van dat milieu me ergert. En ik wilde ook schetsen wat voor rare types mijn ouders waren. Ook mensen die heel mooie dingen hebben gemaakt, zoals mijn vader, mensen die het culturele leven in Nederland decennialang hebben gedomineerd, waren vaak rare types.'

Je schrijft dat je moeder 'opdraaide voor de consequenties' van je vaders principes - hij was fel tegen een afwasmachine maar waste zelf nooit af.

'Mijn moeder was een kunstenaarsvrouw zoals je die in die tijd veel had. In theorie waren mijn ouders geëmancipeerd, in de praktijk faciliteerde mijn moeder het kunstenaarschap van mijn vader door zorg te dragen voor het huishouden en de kinderen. Zo ging dat in die tijd. Ik kan me nog herinneren dat Lucebert, die regelmatig bij ons thuis kwam, zijn kleinkind op schoot had. 'Kijk, je zit bij Lucebert op schoot!', zei de vrouw van Lucebert tegen het kind, want hij was immers geen gewone opa, maar een groot kunstenaar. Achter die kunstenaars stonden heel vaak vrouwen die zich behoorlijk wegcijferden en kinderen die bijzaak waren.'

Voor het kunstenaarschap moest veel wijken.

'Bijna alles. Het is ooit onderzocht dat geen generatie als kind zo veel vrijheid kende als de mijne, die opgroeide in de jaren zeventig. Ik liep toen ik 8 was alleen naar school, van ons huis op het Prinseneiland langs de junks en hoeren op de Haarlemmerdijk. Kinderen werden vrijgelaten en dat kwam volgens mij niet alleen maar voort uit de pedagogische gedachte dat dat goed voor ze zou zijn, maar ook uit het feit dat veel ouders in die tijd erg met zichzelf bezig waren. Ze waren bezig met hun carrière; kinderen moesten daarin geen storende factor zijn.'

Hoe kijk je tegen die opvoeding aan nu je zelf vader bent van dochters van 7 en 10?

'Laat ik het zo zeggen: ik ben er geen voorstander van. Het is niet goed als je als kind het gevoel krijgt dat je bijzaak bent. Mijn ouders gingen soms samen een maand op reis om een film te maken, mijn moeder was mijn vaders geluidsvrouw. De buurvrouw lette dan een beetje op mij en mijn broers, die 6 en 7 jaar ouder zijn dan ik. Ik kan me niet voorstellen dat mijn vrouw en ik dat ooit zouden doen. Verder probeer ik bewust vaak en duidelijk te laten merken hoe fijn ik het vind dat mijn kinderen er zijn. En ik probeer het oordeel zo veel mogelijk te vermijden. Mijn dochters mogen ook naar Nickelodeon kijken, daar heb ik helemaal geen problemen mee, omdat ik niet denk dat je daar een dom mens van wordt. En ik ben beschermender dan mijn eigen ouders. Mijn moeder heeft me weleens laten weten dat ze me overdreven voorzichtig vindt.'

Begrijp je waarom je ouders het gedaan hebben zoals ze het gedaan hebben?

'Ik denk het wel, maar ik verval daarbij ook in een soort kunstenaarsromantiek, ben ik bang. Mijn vader moest die films maken, daar draaide alles om.'

Is het gerechtvaardigd om dat scheppen zo op de eerste plaats te zetten?

'Eigenlijk niet. Niet helemaal. Ik wil daar niet over zeuren, want mijn eigen twee dochters zijn later vast ook ontevreden over mij en ik wil er niet een klaagzang van maken. Maar je kunt je wel afvragen: als die kunst zó belangrijk voor je is, waarom sticht je dan een gezin?'

Waarom was het de verkeerde beslissing om jou bij wijze van statement naar die 'volkse school' te sturen?

'Op school draaide het niet om leren, waar ik wél goed in was, maar om goed zijn in sport, om kunnen vechten. Ik had zwaar eczeem en rare ouders, voor wie ik me diep schaamde. Mijn moeder droeg minirokjes en was een hippe, sexy vrouw, zou je nu zeggen, maar daarmee heel anders dan de moeders op het schoolplein. Ik kreeg niet de merkkleding die andere jongetjes droegen. Ik was helemaal niet gewapend om op zo'n school te zitten. Het was een school waarop je elke dag in elkaar geslagen kon worden. Mijn vader hing de overtuiging aan dat je, wanneer iemand je bedreigde, met je handen omhoog op je hurken moest gaan zitten. Hij was op die onderdanige houding nog trots ook, maar daar kon ik op het schoolplein natuurlijk niet mee aankomen. Ik was niet weerbaar, ik was constant bang.'

Toch is de Teun in het boek niet alleen slachtoffer.

'Klopt. Ik was een klassieke meeloper, die alles deed om niet buiten de boot te vallen. Ik ging zelf ook pesten. Mijn klasgenoot Hans, eerst nog een soort vriendje, liet ik openlijk vallen toen ik erachter kwam dat hij nog in zijn broek plaste en poepte. Ik zag het als mijn enige mogelijkheid tot lijfsbehoud. Over die Hans, die in werkelijkheid anders heet, maak ik me trouwens wel zorgen. Ik weet niet hoe het hem is vergaan, maar als hij dit boek leest, zal hij weten dat het over hem gaat. Dat zou pijnlijk kunnen zijn.'

Je schrijft: 'We blijven altijd wie we vroeger waren.' Is dat in jouw geval zo? Wil je er nog steeds zo graag bij horen?

'Ik heb gezien hoe eng zo'n groep kan functioneren en wat het van mij heeft gevergd. Daarna heb ik nooit meer geprobeerd ergens bij te horen. Ik ga niet naar feestjes, ik word nooit ergens lid van. Je zou ook kunnen zeggen: ik vermijd groepen, uit zelfbehoud. Als het zo moet, dan hoor ik er liever nooit meer bij. De onderliggende angst bestaat nog steeds.'

Na de 'volkse' basisschool ging je naar het Barlaeus Gymnasium. Was je daar meer thuis?

'Ja, daar ging alles moeiteloos. Maar het zou voor mijn eigen kinderen niet mijn eerste keus zijn - tenzij ze er zelf graag heen willen - want ik heb me er ook geërgerd. Wij zijn de bloem der natie, die sfeer hing op die school. Iedereen dacht overal hetzelfde over en iedereen vond zichzelf net iets meer bijzonder dan de rest - precies de denkwijze van het milieu van mijn ouders.'

Je maakte programma's voor de VPRO, schrijft columns, eerst voor Het Parool en nu voor de Volkskrant; allemaal activiteiten die goed liggen in het linkse intellectuele hoekje.

'Twee jaar geleden stapte ik van de VPRO over naar de KRO-NCRV. Ik merkte dat ik opeens niet meer helemaal in de verantwoorde hoek thuishoorde, althans: in de ogen van de mensen in die hoek. Hans Beerekamp van NRC schreef een vernietigende recensie over De Monitor, het programma dat ik nu maak. Hij zag het als verraad aan mijn vader, dat was wel duidelijk. Die mechanismen van de links-intellectuele elite bestaan dus nog steeds en als iemand die codes kent en doorziet, ben ik het wel. Ik wist dat er op die overstap zou worden neergekeken. In De Monitor laten we gewone mensen aan het woord over maatschappelijke problemen. Heel fijn, om nu eens niet op theoretisch niveau over andere mensen te praten, maar mét ze.'

Heeft je moeder Goed volk gelezen?

'Ik heb het mijn moeder opgestuurd, ongeveer twee weken geleden. Ik heb een goede relatie met haar, dus het is allemaal wel een beetje precair, zoals je begrijpt. Tijdens het schrijven heb ik het aan helemaal niemand laten lezen, behalve aan mijn redacteur van Prometheus. Niet aan mijn moeder, ook niet aan mijn vrouw. Ik wilde me door niemand laten afremmen, ik wilde een eerlijk boek schrijven. Dit is hoe ik het heb gevoeld.'

En wat zei ze?

'Tot nu toe niks, ik heb niets gehoord. Ik weet niet of ze het heeft gelezen.'

Wat had je vader ervan gevonden?

'Aan de ene kant had hij heel lange tenen en kon hij niet tegen kritiek. Aan de andere kant: als hij het als kunstenaar had bekeken, hoop ik dat hij misschien toch ook wel trots was geweest. Maar ja, dat weten we niet, hè? Wat voor woord gebruikte jij nou, aanklacht?'

Wat voor band had je met hem?

'Hij was meestal aan het werk. Als hij een filmpremière had, zat ik naast hem en keek hij de hele tijd naar me om te zien wat ik ervan vond. Dat vond hij blijkbaar heel belangrijk. Ik dacht alleen maar: wat moet ik vinden? Soms legde hij vier afdrukken van een foto op de grond, de een iets donkerder, de ander lichter, en dan vroeg hij: 'Teun, welke vind je het beste?' Dan gokte ik maar wat. Af en toe was hij rustig en warm en dan gingen we samen schaatsen. Op die momenten was ik heel gelukkig. Als ik ik nu naar een sentimentele film kijk waarin een vader en een zoon elkaar, bijvoorbeeld, na jaren ruzie in de armen vliegen, dan zit ik gewoon echt te huilen. Dus wat voor relatie had ik met hem? Een relatie waarin het kind hengelt naar aandacht van de vader, maar die meestal niet krijgt. En als hij die aandacht wél krijgt, koestert hij die aandacht.

'Later was mijn vader trots als ik iets deed wat succesvol was, een goed interview op de radio bijvoorbeeld. Het had altijd iets voorwaardelijks: presteren, daar draaide het om. En dan zat ik ook nog in ongeveer hetzelfde veld als hij, waardoor hij van alles wat ik deed ook iets kon vinden. Ik trok me zijn oordeel aan. Maar hij overleed toen ik 28 was, de meeste dingen die ik heb gepresteerd, zijn van na zijn dood.'

Heb je je ooit tegen hem afgezet?

'Nee.'

Tot nu toe, dan. Want met dit boek doe je dat wel.

'Aha, nu ga je het verhaal rond maken! Ik weet niet of ik dat met je eens ben. Afzetten, dat zou ik hebben gedaan als ik voor De Telegraaf was gaan werken, of nog erger, actief lid was geworden van de VVD. Ik heb in dit boek geprobeerd recht te doen aan mijn, ongetwijfeld gekleurde, herinneringen. Is dat afzetten?

'Misschien schets ik geen flatteus beeld, waardoor het als afzetten zou kunnen worden geïnterpreteerd, maar ik heb het niet geschreven omdat ik mijn ouders wilde afbranden of omdat ik een rekening wil vereffenen. Of het is gewoon moeilijk om het onder ogen te zien. Misschien... - oké, dit is een goeie - is dit boek een soort voltooiing... van een proces... van losmaking. (lacht) Dat zou het kunnen zijn!'

Wanneer begon dat proces?

'Rond het overlijden van mijn vader, denk ik, dus het heeft nog best een tijd geduurd. En nog steeds, eerlijk gezegd, kom ik maar niet écht los van de oordelen over mij uit de hoek van mijn ouders. Nog steeds kunnen die oordelen me door de ziel snijden.'

Goed volk
Uitgeverij Prometheus

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden