Interview

Je komt niet meer weg met 'ik wilde op vakantie in Syrië'

De terrorismebestrijder

Bij elk nieuw jihadproces ziet Ferry van Veghel, die de strijd leidt bij justitie, nieuwe middelen opduiken om verdachten te vervolgen. 'We zijn nog niet eens op de helft.'

Bezoekers van de grote jihadzaak in Amsterdam. Beeld Novum Regio Foto

Toen Ferry van Veghel anderhalf jaar geleden werd gevraagd om landelijk coördinator officier van justitie voor terrorismebestrijding te worden, had hij één voorwaarde. Van Veghel wilde ook met zijn poten in de modder blijven staan. 'Het dwingt je alert te blijven op alles wat gebeurt op dit terrein. Als je alleen coördineert kan je op afstand komen te staan van de praktijk. Ik wil de dilemma's zelf aan den lijve ondervinden', zegt hij in het Rotterdamse hoofdkantoor van het Openbaar Ministerie (OM), in een fris blauw pak.

Van Veghel heeft zojuist zijn officierstoga afgeworpen. Drie Arnhemse jihadverdachten zijn in zijn zaak dan net veroordeeld tot straffen van een tot drieënhalf jaar cel. Het zijn lagere straffen dan het Openbaar Ministerie had geëist, niettemin is Van Veghel (40) tevreden. Er zijn 'belangrijke piketpalen geslagen', vindt hij. Dat biedt houvast in de ruwweg honderd terreuronderzoeken die nog lopen.

Alleen al het sturen van geld of goederen naar jihadgebieden is beoordeeld als deelname aan terroristische organisatie. Met het in rechtszaken veelvuldig gehanteerd verweer dat verdachten zich slechts wilden vestigen in het kalifaat of 'op vakantie gingen' naar Syrië en absoluut niet van plan waren daar te gaan strijden, komt men niet meer weg. Ook wie niet strijdt levert hand- en spandiensten aan terreurgroepen en pleegt strafbare feiten.

Van Veghel: 'Dit vonnis is heel belangrijk. Sommigen denken dat 500 of 1000 euro overmaken naar een vriend die daar aan het strijden is, niet zo erg is. Zeker niet als wordt benadrukt dat het geld bedoeld is voor privézaken. Om er brood van te kopen of kleding. De rechter zegt nu dat je ook zo bijdraagt aan het vermogen van een strijder en dus de gewapende jihad steunt.'

De belangstelling voor jihadprocessen in de politiek en media lijkt te zijn weggeëbd na de vonnissen in december in de Contextzaak, ook wel bekend als de grote jihadzaak. Diverse jihadtypes stonden daar terecht: ronselaars, terugreizigers, opruiers, zelfs een dood gewaande Syriëstrijder, Soufiane Z ofwel The Fighting Journalist, al schortte de Haagse rechtbank de inhoudelijke behandeling van zijn zaak op. Nieuwe zaken halen nauwelijks nog het nieuws.

Onterecht, vindt Van Veghel. 'Het lijkt alsof we alles gezien hebben op dit terrein, maar we zijn nog niet eens op de helft. Bij elke uitspraak duikt iets nieuws op. Jurisprudentie die we hard nodig hebben om steun aan de gewelddadige jihad in welke vorm dan ook af te remmen.'

Ferry van Veghel, landelijk coördinator officier van justitie voor terrorismebestrijding: 'Er zit weinig ruimte tussen denken en doen. De grenzen zijn lastig te trekken.' Beeld Julius Schrank

Belangrijke nieuwe bouwstenen voor de vervolging van terrorismeverdachten zijn een rapport dat het OM in de zaak tegen de drie Arnhemmers heeft ingebracht, opgesteld door drie deskundigen, en de half januari gepubliceerde AIVD-notitie over het leven in het kalifaat.

Van Veghel: 'De AIVD-notitie beperkt zich tot IS. Het rapport van de door de rechtbank benoemde deskundigen gaat verder, het strekt zich ook uit tot Jabhat al-Nusra. Het is niet opgesteld vanaf de zijlijn door alleen naar open bronnen te kijken. Er zijn gesprekken gevoerd met mensen die daar wonen en aan het strijden zijn, met terugreizigers, met familieleden. Het is een stevig rapport. Dat vindt de Rotterdamse rechtbank kennelijk ook. Vorig jaar januari zijn in Arnhem nog verdachten vrijgesproken die zeiden: 'Ik ging naar Syrië om er te wonen of te werken en verder heb ik me nergens mee bemoeid.' Uit het rapport en de AIVD-notitie blijkt dat het onaannemelijk is dat je je daar helemaal aan de strijd kunt onttrekken.'

Geldt dat voortaan ook voor vrouwen? Vorig jaar november werd de Somalisch-Nederlandse Shukri F., tegen wie vier jaar was geëist wegens ronselen, vrijgesproken. Vrouwen gaan niet strijden, zijn dus geen onderdeel van een terroristische organisatie, oordeelde de rechter toen.

'De rechtbank achtte wel bewezen dat Shukri F. mensen heeft geworven. Maar die gingen niet vechten en ronselen kun je alleen voor een gewapende strijd. Dus ging ze vrijuit. Met dit vonnis in de hand kan Shukri wellicht wel veroordeeld worden voor deelname aan een terroristische organisatie. Afgelopen donderdag zei de rechtbank immers nadrukkelijk dat elke vorm van faciliteren strafbaar is.

'De AIVD-nota biedt perspectief voor het hoger beroep dat nog loopt. Daarin staat dat vrouwen in beginsel niet deelnemen aan de gewapende strijd, maar wel geacht worden hand- en spandiensten te verrichten. Ze lopen gewapend rond, sommigen met een bomgordel. De rol van vrouwen kan niet worden onderschat. Dat doen we ook niet. Er lopen serieuze onderzoeken naar vrouwen.'

Staan binnenkort vrouwelijke ronselaars voor de rechter?

'Ik ga niet in op lopende zaken. Laten we het erop houden dat het merendeel van de honderd onderzoeken gericht zijn op mannen en sommige op vrouwen en dat ze verschillende strafbare feiten behelzen. We doen onderzoek naar mensen die willen uitreizen, naar ronselaars, naar strijders, naar financiers van terrorisme, naar dreigingen in Nederland.'

Vaak raken die zaken de vrijheid van meningsuiting en van religie. Hoe bepaalt het OM wanneer grenzen zijn overschreden?

'Er wordt wel gesuggereerd dat politie en justitie mensen vervolgen vanwege geloofsovertuiging, of omdat ze radicaal zijn of anders denken. Dat is absoluut niet het geval. In Nederland mag je radicaal zijn: links-extremistisch, rechts-extremistisch of jihadistisch. Op zichzelf genomen is dat geen strafbaar feit. Het wordt pas strafbaar als je uiting gaat geven aan extreem gedachtengoed. Als je probeert mensen te ronselen, of op te hitsen, of voorbereidingen treft om uit te reizen naar het strijdgebied. De grenzen zijn lastig te trekken. Vooral omdat er weinig ruimte zit tussen denken en doen. Heel radicaal zijn en over een scheidslijn heengaan ligt soms dicht bij elkaar. Net als de rechters in de Contextzaak hebben gedaan, proberen ook wij te varen tussen de klippen van vrijheid van meningsuiting en godsdienst, opruiing, ronselen en andere terroristische misdrijven. Elke dag opnieuw.'

`Fighting Journalist' Soufiane Z. in de video Oh, Oh Aleppo.

Hoe doe je dat?

'Door elkaar voortdurend aan te spreken en scherp te houden. Er zijn zeven officieren van justitie die zich bezighouden met terrorismezaken. Die hebben regelmatig contact met elkaar. Er zijn gespecialiseerde politieteams.'

Lastiger nog dan het bewaken van de vrijheidsgrenzen vindt Van Veghel dat justitie in terrorismezaken vaak gedwongen wordt snel te handelen. 'Het heeft te maken met de aard van de onderzoeken. Als onderzoek wordt gedaan naar dreigingen in Nederland kun je niet afwachten tot je een grote mate van zekerheid hebt dat er wat staat te gebeuren. Je kunt niet gokken met de levens van anderen. Als het misloopt, is dat niet uit te leggen. Dat betekent dat een fors aantal onderzoeken wordt gedraaid die uiteindelijk niet voor de rechter komen.'

Dat leidt tot ophef onder radicale moslims, die verontwaardigd reageren op sociale media over het constant meten met twee maten. Hun boodschap is dat moslims worden opgepakt louter en alleen vanwege hun religie.

'Om de boel in perspectief te plaatsen ben ik in de Rotterdamse rechtszaal mijn requisitoir al enkele malen begonnen met de opmerking dat we in Nederland een miljoen moslims hebben, waarvan een groepje van vijfhonderd potentieel jihadistisch is. Het overgrote deel van de moslims heeft niets met terrorisme te maken. Ik blijf dat benadrukken.'

U kunt moslimradicalen maar moeilijk overtuigen. Vorig weekeinde braken rellen uit in Den Haag. Een 16-jarig moslimmeisje zou onterecht zijn vastgehouden op het politiebureau en zonder advocaat zijn verhoord. Zij zou contact hebben met een vermeende Syriëganger uit Schiedam.

'Zoals zo vaak zijn er verschillende versies van de feiten. Dat is soms ingewikkeld. Of dergelijke ophef de zaken bemoeilijkt? Natuurlijk. We zijn bezig met een buitengewoon gevoelig onderwerp, we moeten geregeld op eieren lopen. Reuring proberen we zo veel mogelijk te voorkomen, want het helpt niet bij de opsporing.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

De pro-IS-betoging in Den Haag waarbij de later tot zes jaar cel veroordeelde Azzedine C. een hoofdrol speelde. Beeld Novum RegioFoto

Een ander verwijt uit activistische moslimkringen is dat alleen moslims op de TA (terroristenafdeling) worden geplaatst. Ze zien hen als politieke gevangenen.

'Iedereen die van een terroristisch misdrijf wordt verdacht, gaat naar de TA. Dat is de regel. Het heeft niets met geloof, ras, huidskleur of kleur haar te maken. Ook iemand die in Alkmaar geboren is en zich schuldig maakt aan dierenterrorisme, belandt op de TA. Het punt is dat we op dit moment vooral te maken hebben met gewelddadig jihadisme. Dat is geen keus die wij maken. Dat is de realiteit.'

Waarom zit de onlangs gearresteerde Jitse A., die met de Koerden streed tegen IS, niet op de TA?

'Hij wordt niet van terrorisme verdacht. In de zaak Jitse A. is sprake van moord of mogelijke voorbereiding van moord. Hij heeft zelf gezegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het doden van IS-strijders. Dat is een andere verdenking dan zich aansluiten bij een terroristische groepering.'

Hij zat kennelijk bij de Syrische Koerden van YPG, volgens bondgenoot Turkije ook een terreurgroep.

'Dat heeft hij verklaard, ja. Het onderzoek loopt nog naar wat hij heeft gedaan en bij wie precies. Hoe dan ook, je kunt je niet op eigen houtje gaan bemoeien met de strijd tegen IS. Dat is echt wat anders dan wanneer je dat doet in dienst van het Nederlandse leger. Dan wordt gestreden op basis van een democratische beslissing.'

De situatie in het Midden-Oosten is onoverzichtelijk en verandert voortdurend. Heeft dat invloed op de onderzoeken van het OM?

'Je weet niet wat je ziet als je de kaartjes van het afgelopen jaar naast elkaar legt van wie welk gebied in handen heeft en wie tegen wie strijdt. Het gaat van links naar rechts en van voor naar achter. Dat maakt ons werk er niet makkelijker op. Het is sowieso al lastig uit te zoeken wat verdachten daar uitspoken. Daarmee is niet gezegd dat we er geen onderzoek naar doen.'

Zo'n vijftig Franse strijders zouden vanuit Syrië naar Libië zijn getrokken. Onlangs is een Belg op weg naar Libië tegengehouden. Zijn er al Nederlandse Libiëgangers in beeld?

'Ik lees ook dat sprake is van een mogelijke verplaatsing van het strijdtoneel. Of daar Nederlanders bij zijn, daar kan ik niets over zeggen.'

Er worden in bijna elke nieuwe jihadzaak 'belangrijke piketpalen' geslagen, zegt justitiecoördinator Ferry van Veghtel. Drie voorbeelden.

1. Geesten rijp maken

Ronselen voor terroristische organisatie

Begin december werden Haagse terreurverdachten in de Contextzaak als groep veroordeeld wegens werven voor de gewapende jihad. De 'ronselorganisatie uit de Schilderswijk' had volgens de rechters stelselmatig geesten rijp gemaakt voor de strijd in Syrië en Irak, vooral via sociale media. Van slechts een verdachte, de jonge prediker Oussama C., werd vastgesteld dat hij direct had geworven. Een getuige had de politie verteld dat Oussama hem had 'gehersenspoeld'.

Afgelopen donderdag werd een tweede verdachte, de Somalische Nederlander Salim S. (31), veroordeeld wegens direct ronselen door de rechtbank Breda. Salim had met minderjarige alleenstaande asielzoekers in Tilburg, op straat en in een opvangcentrum, gesproken over de jihad. Hij had hen verteld dat ze zich moesten aansluiten bij IS, onder meer om Amerikanen te vermoorden. Dat een van de jongeren een yezidi was, lid van een bevolkingsgroep die IS probeerde uit te moorden, doet er volgens de rechtbank niet toe. De intentie is doorslaggevend, niet het resultaat.


2. De grens van religie

Opruien met terroristisch oogmerk

In de Contextzaak zeilden de rechters begin december in hun vonnis om de klippen van vrijheid van meningsuiting en religie heen. Volgens de advocaten stond in die zaak de islam terecht en werden hun cliënten vervolgd vanwege hun gedachtengoed en monddood gemaakt.

De rechters zagen dat anders. Op basis van hun specifieke interpretatie van de Koran en hadith (overleveringen van de profeet), waren verdachten bezig jongeren 'met een bombardement van opruiende berichten, verspreid via diverse mediakanalen op internet' op te hitsen tegen de westerse maatschappij. Ze hadden met hun oproepen tot geweld en terreur de grenzen van de vrijheid van meningsuiting en religie ver overschreden.


3. Na het AIVD-rapport

Hand- en spandiensten aan gewapende jihad

Ook al ga je zelf niet strijden, dan nog ben je strafbaar, oordeelde de rechtbank Rotterdam vorige week donderdag op grond van een AIVD-notitie en een deskundigenrapport. Voortaan worden alle hand- en spandiensten gezien als het faciliteren van de gewapende jihad. Wie geld schenkt aan jihadstrijders aanvaardt het risico dat het wordt gebruikt voor terroristische doeleinden.

De Turkse Nederlander Adil C. (27) had 1.000 euro overgemaakt aan zijn vriend in Syrië. Het was volgens hem bedoeld voor levensonderhoud. Toch werd hij, als eerste Nederlandse terreurverdachte, veroordeeld voor terrorismefinanciering (tot een jaar cel).

Twee andere verdachten in deze zaak, de Afghaans-Nederlandse Syed H. (27) en Hardi N. (32), vertelden de rechtbank dat ze weliswaar naar Syrië wilden gaan, maar niet om te vechten. Syed wilde een transportbedrijfje opzetten, Hardi weeskinderen helpen.

'Niet aannemelijk', vinden de rechters. Wie zich daar vestigt, kan zich nauwelijks aan de strijd onttrekken. Syed kreeg 3,5 jaar cel. Hardi twee jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.