Reportage

Je hoorde niks anders dan sirenes en kerkklokken – maar coronabrandhaard Kessel veert terug

Het Noord-Limburgse dorp Kessel werd zwaar getroffen door de coronapandemie. Zes dorpelingen vertellen wat hun hechte gemeenschap het afgelopen jaar overkwam en hoe het dorp weer opkrabbelt.

Marij Clevis is kastelein. Beeld Aurélie Geurts
Marij Clevis is kastelein.Beeld Aurélie Geurts

Carnaval

Marij Clevis (63). Kastelein dorpscafé Biej Ton en Marij:

‘Het trio, de prins met zijn adjudanten, vroeg: mogen wij een caravan in het café zetten? Ik zeg: ge doet mar. Ze hebben een oude caravan in tweeën gezaagd en daar stond die avond de dj in. Geweldig.

‘Het is in Kessel traditie dat de prins op carnavalsvrijdag een avond organiseert. Afgelopen jaar dus het Sjabbebal. Sjabbe is dialect, dat betekent zoiets als kamper. Iedereen stond hier in de zaal met dikke gouden kettingen en in pauperkleding. Ze hadden een volkszanger geregeld van het woonwagenkamp, die zong nog vals ook. Maar dat maakte niemand wat uit.’

Herman Claessen (72). Weduwnaar en gepensioneerd vrachtwagenchauffeur:

Herman Claessen is de weduwnaar van Margriet, die overleed aan corona. Beeld Aurélie Geurts
Herman Claessen is de weduwnaar van Margriet, die overleed aan corona.Beeld Aurélie Geurts

Waar mijn vrouw was, was ik ook. We hebben samen in de rij bij de carnavalsoptocht gestaan. Voor hetzelfde geld liep daar al iemand te kuchen.’

De kastelein:

‘Met Hollandse liedjes hoef je hier niet aan te komen. We draaien alleen Limburgse carnavalsmuziek. Rowwen Hèze natuurlijk, Bjorn en Mieke, Toddezèk. Iedereen blèrde mee. We hebben die avond 550 man binnen gehad. Achteraf voel je je wel schuldig.’

Louis Verhaag (82). Pastoor:

 Pastoor Louis Verhaag. Beeld Aurélie Geurts
Pastoor Louis Verhaag.Beeld Aurélie Geurts

‘De mens wil graag zo leven. Festivals, Pinkpop, kermis, carnaval. Massaal feesten en zuipen. Ja, dan kun je het krijgen. Ik geloof niet dat God de mensen straft. Dit virus, dat doen wij zelf, als mensen. Carnaval is de grote boosdoener in deze regio. En dan had je een week later nog een benefietavond voor een vrouw in het dorp die lijdt aan ALS. Daarna is het hier zo’n beetje losgebroken. Dat zegt althans de GGD Noord-Limburg.’

Eric Zeelen (53). Verenigingsman. Projectleider bij GTL Europe, vrijwilliger bij VV Kessel. Organiseerde op 5 maart 2020 het benefietconcert Kessel op zien Bès.

Eric Zeelen Beeld Aurélie Geurts
Eric ZeelenBeeld Aurélie Geurts

‘Ik zie die avond nog steeds als een topavond. ALS is een mensonwaardige ziekte, het is fijn dat we iets voor haar hebben kunnen betekenen. Het mooie van dit dorp is dat iedereen spontaan meedoet. De muziekvereniging, die het niet makkelijk heeft, doneerde 800 euro. De volleybalvereniging en de voetbalvereniging zamelden in. Achteraf komen de verwijten. Een GGD-arts zei op de Limburgse zender L1 dat er een link is tussen corona in Kessel en onze feestavond. Ik probeer daar nuchter in te zijn: wij wisten het gewoon niet op dat moment. Er waren vast mensen aan het hoesten. Maar als je uit Limburg komt, weet je: vroeger was iedereen altijd ziek in de week na carnaval. Daar zocht je niks achter.’

Kessel

De weduwnaar:

‘Vijftig jaar geleden ben ik door de liefde hier terechtgekomen. Ik heb mijn vrouw tijdens carnaval leren kennen in café de Koekoek in Venlo. Kijk naar de foto’s, dat blonde haar, mijn vrouw was in die tijd echt een verschijning. Je kunt je voorstellen dat ze in Kessel niet blij waren, dat een buitenstaander even het mooiste meidje uit het dorp kwam veroveren. Dat was lastig, in het begin. Ik had in die tijd graag een pak aan met een stropdas. Dan kwam er in het dorpscafé eentje op je af, die voor de flauwekul een schaar in die das zette. Maar ik ging overal bij, de voetbalvereniging, de buurtvereniging, de beugelclub. Als je er eenmaal goed tussen bent gerold, hoef je maar te roepen en dan staan ze hier voor je klaar.’

Mariet van Knippenberg (67), terugkeerder. Gepensioneerd helpdeskmedewerker en dichter. Remigreerde in het voorjaar van 2020 vanuit de VS naar haar geboortedorp Kessel.

Mariet van Knippenberg. Beeld Aurélie Geurts
Mariet van Knippenberg.Beeld Aurélie Geurts

‘Het is een mooi dorp, met een rijke geschiedenis en een kasteel dat prachtig uittorent boven de rivier. Tijdens een wandeling langs de Maasboulevard waan je je op vakantie in eigen dorp. Ik ben in 2008 naar Florida vertrokken voor mijn grote liefde. Nadat hij was overleden, wist ik dat ik uiteindelijk zou terugkeren. Al mijn jeugdherinneringen liggen hier. De warme zomers vroeger, hoe we met een fles limonade achterop naar het bos fietsten om denneappels te rapen...’

Dorrie Eilers (50). Zakenvrouw, directeur van Neptunus, specialist in tenten en demontabele gebouwen:

Dorrie Eilers, directeur van Neptunes. Beeld Aurélie Geurts
Dorrie Eilers, directeur van Neptunes.Beeld Aurélie Geurts

‘Als ik aan Kessel denk, denk ik aan het kasteel, met het pontje de Maas over, een ijsje eten bij Clevers. Het is een echt fietsersdorp. De terrassen zitten ’s zomers bommetje vol.

‘Neptunus is een familiebedrijf. De Anton Eilerslaan waarover je hier komt aanrijden, is vernoemd naar mijn opa. Hij maakte dekzeilen voor vrachtwagens en je had in deze regio voor de oorlog al veel transportbedrijven, vanwege de verbinding met Duitsland. Veel van onze werknemers komen uit Kessel en de omringende dorpen.’

De terugkeerder:

‘Dorpen in de buurt hebben veel uitbreiding gehad. In Kessel is de kern van het dorp meer hetzelfde gebleven. De meeste families wonen hier al generaties. De cultuur is rijk, met verenigingen, de fanfare, een mannenkoor en de schutterij.’

De verenigingsman:

‘Of het nou de kroeg is of de voetbalkantine, in Kessel komen de mensen graag bij elkaar.’

De kastelein:

‘Op zondagochtend komen ze hier kaarten, toepen en dobbelen. In de avonden is er biljart. Ademnoët, het zangkoor, repeteert bij ons. Een stuk of zeven stamgasten zijn hier bijna elke dag. Die vertellen mij alles, ik ben soms net een biechtvader. Sommigen verzorg ik ook een beetje. Die houden bijvoorbeeld van stamppot, maar kunnen zelf niet koken. Als ik dan thuis stamppot maak, breng ik een schaaltje voor ze mee.’

Het onheil

De weduwnaar:

‘Ik hoestte, daarom sliep ik al een paar dagen op een andere kamer. Mijn vrouw leed aan COPD, ik wilde haar niet besmetten. Maar op haar metertje zagen we dat het niet goed ging. Haar zuurstofpercentage daalde op woensdag naar 75, terwijl dat 90 moet zijn. De huisarts zei op donderdag: we bellen de ambulance. Ik moest er in mijn eigen auto achteraan. In het ziekenhuis mocht ik niet bij haar blijven. Zij ging de ene kant op, ik de andere. Ik kan met geen pen beschrijven wat je dan voelt. Ik had het idee dat ik in die ziekenhuishal voorgoed afscheid had genomen. Huilend ben ik terug naar Kessel gereden. Ik heb toen even gedacht: ik knal dadelijk tegen de dikste boom aan die ik zie. Maar dat kun je je kinderen en kleinkinderen niet aandoen.’

De pastoor:

‘Ik had drie begrafenissen op een dag. En toen kwam ik thuis en prrrrt, daar ging de telefoon alweer: ‘Ons pap is net gestorven.’ Ik heb zitten kijken op het herdenkingskaartje van Allerheiligen, toen waren er in Kessel 22 sterfgevallen in een jaar tijd. Nu heb ik in een maand dertig begrafenissen begeleid.’

Pastoor Louis Verhaag in de kerk. Beeld Aurélie Geurts
Pastoor Louis Verhaag in de kerk.Beeld Aurélie Geurts

De terugkeerder:

‘Ik had eind maart een van de laatste vluchten vanuit de Verenigde Staten terug naar Nederland. Ik kwam terug in een ander Kessel. Het was onwezenlijk. Er was bijna niemand op straat, angstige mensen zaten achter gesloten gordijnen en jaloezieën.’

De kastelein:

‘Je hoorde niks anders dan sirenes en kerkklokken.’

De terugkeerder:

‘Ik logeerde bij mijn broer totdat ik een eigen huisje toegewezen zou krijgen. Ik had hem erop voorbereid dat het wel een jaar zou duren. Maar er zijn zoveel oudere mensen overleden, dat ik na een maand al aan de beurt was. Ik voelde me er bijna schuldig over.’

De pastoor:

‘De mensen denken weleens dat het mij te veel wordt. Dat is niet zo. De ellende van de mens, daar moet je als priester proberen boven te staan. Ik maak te veel traanvocht aan, heeft de oogarts gezegd, het zal de ouderdom zijn. Dat moet ik dan met een doekje wegvegen. Dus het gebeurt weleens bij een begrafenis dat ik eventjes mijn ogen droog dep. Dan zeggen de mensen daarna: meneer pastoor had het ook te kwaad. Maar ik huil zelf niet gauw. Als je ouder wordt, kun je meer aan.’

De zakenvrouw:

‘In het voorjaar produceren we normaal volop tenten en paviljoens voor het festivalseizoen. Nu was alles onduidelijk: wat kan er nog doorgaan?

‘Tijdens een conference call kreeg ik een telefoontje: ‘Jullie moeten nu naar huis komen, het gaat niet goed met je moeder.’ Toen ik aankwam, was ze al overleden. Dan valt alles uit je handen. Alle zorgen in het bedrijf doen er niet meer toe. Dan telt nog maar één ding: je moeder een waardig afscheid geven.’

De pastoor:

‘Zo’n afscheid met weinig mensen, het is een koude rotmanier om dood te gaan.’

De verenigingsman:

‘Als in Kessel iemand overlijdt, dan zit normaal gesproken de kerk vol. Dat doet iets, als je iemand verliest. Het neemt het verdriet niet weg, maar je voelt dan: ik sta er niet alleen voor.’

De zakenvrouw:

‘Ik voelde dat toen we mijn moeder vanuit mijn ouderlijk huis naar de begraafplaats reden. De werknemers vormden hier buiten een erehaag. Dat heeft me ontroerd. Net als de herdenking tijdens Pasen, toen iedereen aan de weg stond om het Kessels volkslied te spelen.’

De pastoor:

‘Een aantal nabestaanden heeft me gevraagd om later nog een herdenkingsdienst te houden, waar ze wel iedereen kunnen uitnodigen. Ik ga het nog druk krijgen. Het virus zal niet het laatste woord hebben.’

‘Als ik aan Kessel denk’, zegt zakenvrouw Dorrie Eilers, ‘denk ik aan het kasteel, met het pontje de Maas over, een ijsje eten bij Clevers. Het is een echt fietsersdorp. De terrassen zitten ’s zomers bomvol.’ Beeld Aurélie Geurts
‘Als ik aan Kessel denk’, zegt zakenvrouw Dorrie Eilers, ‘denk ik aan het kasteel, met het pontje de Maas over, een ijsje eten bij Clevers. Het is een echt fietsersdorp. De terrassen zitten ’s zomers bomvol.’Beeld Aurélie Geurts

Herder van het volk

De terugkeerder:

‘Op Tweede Pinksterdag hebben ze pastoor Louis Verhaag dood gevonden. Mensen zaten ’s ochtends in de kerk te wachten op de mis. Omdat de pastoor maar niet kwam, zijn ze bij zijn huis gaan kijken. Hij is overleden in zijn slaap. De dorpelingen waren ontdaan, na alles wat hij dit voorjaar heeft betekend.’

De weduwnaar:

‘Het zal toch te veel zijn geworden voor die oude man. Herder van het volk, staat er op zijn grafsteen, en zo was het ook. Rijk of arm, hij maakte voor iedereen tijd.’

De terugkeerder:

‘Er is een nieuwe deken aangesteld, uit Colombia. Die komt niet in Kessel wonen. Ik hoorde dat hij elf parochies onder zijn hoede heeft. Dan wordt het moeilijk om dezelfde rol voor het dorp te vervullen als pastoor Verhaag.’

Leden van de Schutterij St Hubertus vormen een erehaag bij de begrafenis van pastoor Louis Verhaag. Beeld Aurélie Geurts
Leden van de Schutterij St Hubertus vormen een erehaag bij de begrafenis van pastoor Louis Verhaag.Beeld Aurélie Geurts

Zomer

De verenigingsman:

‘Steeds probeer je te kijken: hoe kunnen we elkaar hier doorheen helpen? Tijdens deze thuisblijfzomer hebben de Kesselse verenigingen op de vrijdagen activiteiten georganiseerd voor de jeugd. De ene keer bij de scouting, dan weer in de gymzaal of in het zwembad. Dat zijn de mooie dingen. Welk dorp heeft nou nog een eigen buitenzwembad? Dat kan in Kessel, omdat vrijwilligers dat draaiende houden.’

De terugkeerder:

‘Ik ben pas net terug, maar word alweer overal voor gevraagd. Zo gaat dat hier. Ik help nieuwkomers in het taalcafé en doe vrijwilligerswerk in het winkeltje van de VVV. Toeristen waren verbaasd deze zomer: ‘Dit was toch het dorp waar het zo erg was met de corona?’ Als er een grote brand is geweest, is er een plek waar je naartoe kan. Maar van deze ramp is niks te zien.’

De weduwnaar:

‘Soms lag ik op de bank en zei ik: ‘Margriet, wat doen we morgen?’ En dan keek ik om naar de stoel waar zij altijd zat, en dacht ik: shit, ze is er niet meer.

‘Ik ging met een buurman een eind fietsen, om er even uit te zijn. Dan zie je zo’n man en vrouw samen een fietstocht maken en denk je: dat hadden wij kunnen zijn.’

De kastelein:

‘Je merkte deze zomer dat corona Kessel op de kaart heeft gezet. Als ik op het terras een drankje neerzette voor een stel fietsers, vroeg ik weleens: hoe komen jullie nou hier terecht? En dan zei zo’n echtpaar, ergens uit Holland: we hadden over het dorp gelezen in de krant.’

De weduwnaar:

‘In de winkels zag je dat toeristen het minder nauw namen met de regels dan de Kesselnaren zelf. Ik zag drie of vier klanten zonder mandje. Dan vroeg ik zo’n manager: waarom zeg je daar niks van? En kreeg ik als antwoord: ze luisteren toch niet.’

De kastelein:

‘Ik merkte in het café dat sommige dorpsgenoten echt bang waren. ‘Alsjeblieft niet zo dicht bij me komen’, zeiden ze dan.’

De weduwnaar:

‘Ik was uitgenodigd voor een barbecue. Maar ik weet hoe dat gaat. Als de dames er een paar op hebben, hangt er zo weer een in mijn nek. Dat durf ik nog niet.

‘Liep ik van de zomer langs het terras, dan was het van: ‘Hee Herman, biertje?’ Ik heb er nog geen zin in, dat iedereen vraagt: hoe is het nou?

‘Elke dag ga ik mijn vrouw even gedag zeggen op het kerkhof. Dan kom ik voorbij het dorpscafé. Je ziet ze kijken: och, gaat hij nou alweer? Maar als ik me daar goed bij voel, moet ik dat toch zelf weten.’

Ondernemen

De zakenvrouw:

‘We zouden een topjaar hebben, met het Songfestival, de Formule 1, en nog een paar grote klussen... Als die ineens wegvallen, heb je het moeilijk. We hebben tenten geleverd voor ziekenhuizen en een aantal XL-test- em vaccinatiestraten gebouwd. Maar daarmee vang je niet alles op.’

De terugkeerder:

‘Restaurant de Ruïne heeft zijn deuren al gesloten en ik hoorde dat een andere zaak er ook mee wil stoppen. Een trieste bedoening, ineens twee restaurants minder in het dorp.’

De verenigingsman:

‘Je weet dat die lokale bedrijven het zwaar hebben. Daarom hebben we met kinderen van verschillende verenigingen een filmpje opgenomen bij het kasteel, om de sponsoren een hart onder de riem te steken. Zo laat je als vereniging zien dat je ze niet bent vergeten.’

De kastelein:

‘Alles waar je het als dorpskroeg van moet hebben is afgeblazen: de kermis, een 40-jarige bruiloft, een 50ste verjaardag. We hebben geen personeel in dienst, godzijdank. Alleen een poetsvrouw. Die zit nu in de WW.’

De zakenvrouw:

‘We hebben van honderd medewerkers afscheid genomen. Van de driehonderd, dus dat is fors. Dat doe je met pijn in het hart. We zijn een familiebedrijf, met mijn broer en zus hebben we die ontslaggesprekken allemaal persoonlijk gevoerd. Er waren mensen bij die ooit nog door mijn vader waren aangenomen. Die werkten hier al 35 jaar.’

De weduwnaar:

‘Een buurman hier in de straat heeft 39 jaar bij Neptunus gewerkt, als heftruckchauffeur. Die is ook op straat komen te staan.’

De zakenvrouw:

‘We hebben eerst geprobeerd monteurs en chauffeurs tijdelijk uit te lenen. Bouwgerelateerde bedrijven hebben nog niet zulke klappen gehad. Je merkt dan dat bedrijven hier in de buurt ons best wel iets gunnen.’

De weduwnaar:

‘Die van Neptunus, die liggen goed hier in het dorp. Die hebben veel geld, maar daar merk je niks van. Ze voelen zich niet meer dan een ander. Toen het bedrijf 75 jaar bestond, mocht het hele dorp komen eten en drinken op hun kosten. Dat hoeven ze niet te doen, maar dat doen ze wel.’

Thuis

De kastelein:

‘Vlak voor de tweede lockdown in oktober hebben we in het café het hele jaar vooruit gevierd. Eerst zongen we Sinterklaasliedjes, daarna kerstmuziek. We hebben afgeteld voor het nieuwe jaar, iemand stak buiten vuurwerk af. Daarna ging de verkleedkist open en was het carnaval. Liep er hier eentje rond in een veel te kleine bruidsjurk. Toen de politie om tien uur kwam controleren of we echt dicht waren, had mijn man het kruisje van Aswoensdag nog op zijn voorhoofd staan. Dat was de laatste avond. Sindsdien zitten we weer thuis.’

De terugkeerder:

‘Ik had niet veel meegenomen uit de VS. Mijn zus zei: waarom zet je geen bericht op Facebook, zoveel mensen ruimen nu spullen van hun overleden ouders op. Binnen 24 uur zat mijn mailbox vol met mensen die wat wilden weggeven: de bank, het gasfornuis, noem maar op. Zo heb ik mijn nieuwe huisje helemaal kunnen inrichten. Niemand wilde er iets voor hebben.’

De weduwnaar:

‘Ik heb de keuken geschilderd, en drie slaapkamers. En opruimen, veel stofzuigen. Je moet bezig blijven. Overdag lukt dat wel. Maar die avonden. Dan zit ik hier maar te zappen op de bank, maar er is niks op tv.’

De kastelein:

‘Sommige vaste klanten zitten alleen, daar maak ik me zorgen om. Laatst kwam er eentje bij mij thuis langs. Dan drink je een paar glaasjes wijn, even bijpraten.’

De verenigingsman:

‘Voor ons is het vervelend. Maar voor die oudere mensen hier in de straat die de hele dag alleen zitten, is het echt moeilijk. Daar moet je een beetje vinger aan de pols houden, vind ik. Dan breng je ze een kom soep, als je toch een keteltje hebt staan.’

De terugkeerder:

‘Ik kijk vanuit mijn stoel zo naar buiten, maar er komt geen kip voorbij en er komt geen kip aan. Het dorp is ongewoon stil. Mensen zien er ook grauwer uit, vind ik. Het luchtige is er vanaf.’

De kastelein:

‘De winter is de moeilijkste periode. Mijzelf overviel het op een donderdag in december. Het was van dat donkere weer. Al het werk in huis was gedaan. Ik dacht: het dak valt me op de kop, ik word gek. Ik zit in een zwart gat en er komt niks.’

 Kasteel de Keverberg. Beeld Aurélie Geurts
Kasteel de Keverberg.Beeld Aurélie Geurts

Licht

De weduwnaar:

‘Boven op de gedenksteen van Margriet heb ik zo’n windlicht neergezet. Elke dag stak ik daarin een nieuw kaarsje aan. Laatst heb ik toch maar een lampje gekocht met een batterijtje erin. Mocht ik straks een keer een dag niet komen, dan blijft die branden.’

De terugkeerder:

‘Ik schrijf bijna elke dag een gedicht op Facebook. Mensen lezen alleen maar negatieve dingen. Met een hoopvol bericht probeer je bij anderen het vlammetje levend te houden. Er komen betere tijden.’

De weduwnaar:

‘Het lukt steeds beter om de draad op te pakken. Koken had ik nooit gedaan. Ik kijk hoe mijn zoon het doet, en dan doe ik het na. Macaroni kan ik al maken. Met een druppeltje olie erbij, zodat het niet plakt. Ik heb er best wel aardigheid in. Dat ik op mijn 72ste nog leer koken, wie had dat gedacht?’

De zakenvrouw:

‘Er waren werknemers die nooit hebben hoeven solliciteren. Die werkten al hun hele leven bij ons. We hebben ze intensief begeleid, sessies gehouden over waar je op moet letten bij een sollicitatie. Mensen geholpen bij het maken van hun cv. Hen aanbevolen bij onze toeleveranciers. Het mooie is dat 90 procent van de ontslagen mensen alweer een nieuwe job heeft. Omdat het goede werkers zijn, die gas geven.’

De kastelein:

‘Als er niks gebeurt, moet je zelf in beweging komen, dacht ik. In het café hebben we een filmpje opgenomen voor een actie met stempelkaarten. Tien drankjes voor 22 euro en de elfde gratis, als we straks open kunnen. In een week tijd had ik al 250 kaarten verkocht.’

De terugkeerder:

‘Ik kon niks gezelligs organiseren voor mijn nieuwe buren. Daarom dacht ik: ik maak kaarten en cupcakes en breng die bij ze langs. Een oudere buurvrouw had de tranen in haar ogen.’

De kastelein:

‘Ik breng de stempelkaarten persoonlijk aan huis. Het is ook een manier om onder de mensen te komen. Ik was van de week bij een man die zijn vrouw heeft verloren aan corona. Die heeft het nog steeds zwaar.’

De weduwnaar:

‘Ik heb een stempelkaart gekocht van Marij. Niet dat ik daar nou zo vaak in het café zit, maar je wilt ze toch steunen. En misschien dat ik van de zomer weer eens een terrasje pak. Ze moeten in het dorp niet gaan zeggen dat ik een afgezonderde figuur word. Dat wil ik zelf ook niet. Ik was vroeger best een feestnummer.’

Carnaval (2)

De kastelein:

‘Ik zag dat je online een box kon kopen voor thuiscarnaval. Met één bezoeker zeker? Tja.’

De verenigingsman:

‘Je mist niet alleen die dagen van carnaval zelf, ook de aanloop ernaartoe. Normaal heb je in januari het Prinsenbal en Eg Kessels, bonte avonden met sketches. En er is het verlovingsbal waar het Boerenbruidspaar wordt bekendgemaakt. Die worden later met carnaval in de onecht verbonden.’

De terugkeerder:

‘Het enige dat kan op anderhalve meter, is de kinderactie van de Boerenbruiloft. Een mooie traditie. Het Boerengezelschap gaat met paard en kar langs alle huizen waar dat jaar een baby is geboren. De nieuwe Kesselnaren krijgen een boerenzakdoekje, als inwijding in het dorp.’

De verenigingsman:

‘Het gebrek aan samenkomsten is een groot gemis, in een dorp waar de mensen zo aan elkaar hangen. Zodra het weer kan, willen we een grote herdenking organiseren. Iets met muziek en toespraken in de kasteeltuin. Ik zit ook te denken aan een bourgondisch element, met een potje bier erbij. Geen zuipfestijn natuurlijk, maar wel een herdenking die past bij Kessel. De oorlog van ’40-’45 wordt ook nog steeds herdacht. Ik denk dat we deze periode als dorp ook nog een hele tijd bij ons dragen.’

Naschrift: Een onderzoek van de GGD Noord-Limburg naar de rol van het Kesselse benefietconcert in de virusverspreiding, is voortijdig gestaakt. ‘Omdat er in die tijd nog nauwelijks werd getest, is er op basis van de data geen conclusie te trekken’, aldus een woordvoerder. ‘Dit zal altijd onduidelijk blijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden