'Je had me een fiets kunnen geven, opa!'

Ruim twintig jaar geleden begreep Alex Dekker dat zijn opa een Duitse militair was geweest.

Het was een tegel, onder een groene waas van algenaanslag. Hij had hem eerst over het hoofd gezien. Op een begraafplaats kijk je nu eenmaal eerder naar rechtopstaande stenen. Maar daar zat-ie niet tussen. Het was zijn meegereisde broer die op het laatste grafveld van Grenzheide in Hannover naar het gras voor zijn voeten wees; hij stond er nota bene nog geen 30 centimeter vandaan.

Noah, stond erop. Meer niet. Hij dacht: dit is 'm. Opa.

Preciezer: Herbert Christoph Friedrich Noah, geboren 12 augustus 1908 in Hannover, aldaar overleden op 1 april 1985.

Alex Dekker (39) leraar Duits en maatschappijleer aan het Clusius College in Alkmaar, wist dat het belangrijkste deel van zijn jarenlange zoektocht erop zat. Hij is de kleinzoon van Noah, de opa die hij nooit heeft gekend. Zijn vader was de vrucht van een romance tussen de Duitser die in 1943 en 1944 als Sanitätsunteroffizier van de Wehrmacht was gelegerd in het Sint Elisabeth Ziekenhuis in Alkmaar en de keukenhulp in de instelling, Annie Jongsma. Haar geliefde vertrok naar het front toen ze drie maanden zwanger was, ze had het hem nog verteld. Nu ligt er een boek: Mijn opa was een Duitser, een Hollands-Duits familiegeheim. Er zijn schattingen dat er tienduizend nakomelingen zijn uit verhoudingen van Nederlandse vrouwen en Duitse militairen.

Wat Alex Dekker nog meer dacht, daar aan de graftegel? Hij was blij omdat zijn opa nu tastbaar was geworden. Maar ook boos. Had je nou niet één keer de moeite kunnen nemen ons op te zoeken? Je had me een fiets kunnen geven, opa!

Een ontmoeting op dezelfde dag had het laatste spoortje twijfel weggenomen - wie weet waren er nog meer Noahs uit Hannover die in Nederland hadden gediend. Maar de buurvrouw in de straat waar hij het laatst had gewoond, de Elbestrasse, had hem herkend op foto's die hij liet zien. Ja, dat is Herbert. Ha, nog zonder buikje. Een rustige man, hij liet vaak met zijn vrouw de teckel uit.

Dekker hoorde van het familiegeheim toen hij puber was. Hij had thuis in Bergen een snerende opmerking over 'moffen' gemaakt, toen hij op een morgen bijna omver was gereden door een Duitse auto en er die middag een bus vol Duitse toeristen langs hun huis denderde. Zijn vader, met zijn moeder aan de afwas, zeeg neer in zijn stoel en begon zwijgend een sjekkie te draaien. Het was zijn moeder die het zei: 'We moeten even praten. Je opa was een Duitser'.

Het raakte hem meteen. Hij dacht tamelijk anti-Duits, toen. Zijn opa van moederskant had het vaak over 'die akelige rotmoffen gehad, al zaten er ook aardige jongens tussen'.

Uit de bibliotheek kende hij boeken over de holocaust, Stalingrad, D-Day. En oma, die lieve, keurige dame, moeder van drie zonen en een dochter, die oma was fout geweest? Sterker, een moffenhoer? Dat zeker niet, had zijn moeder gezegd. Vraag het aan iedereen uit die tijd: het was echte liefde. Ze was ook niet kaalgeschoren na de bevrijding. Er waren verhalen dat haar ouders een onderduiker in huis hadden gehad. Hoe diep de liefde zat, zou hij later horen. Toen zijn vader trouwde, aan het eind van de jaren zestig, had Annie nog gezegd: als Herbert op de stoep staat, gaan jij en ik met hem mee.

Wat zei zijn vader over het geheim? Dat het iets van oma was geweest. Dat hij er verder geen last van gehad. Nooit. Klaar. Verder niet over praten. Zo.

Dan moet de kleinzoon er toch evenmin onder gebukt gaan? Maar zo werkte het niet, kennelijk. Hij merkte het aan ouders van vriendjes, als het ter sprake kwam. Schertsend: oh, dan hebben we nog een radio en een fiets van je te goed. Of een dolksteek: onze halve familie is afgevoerd, in die tijd. Alsof de schuld nog op hem werd geplakt. Terwijl die ouders zelf nog kind waren in de oorlog. Toen Oranje in 1988 eindelijk Duitsland versloeg, in Hamburg, met 2-1, stonden zijn vrienden te juichen. Hij niet. Hij voelde een rem. Hij begon ineens overal de oorlog te zien.

Het besluit om de gangen van zijn opa na te gaan, kreeg gestalte toen hij geschiedenis ging studeren in Amsterdam. Het was niet alleen uit nieuwsgierigheid, er was ook het groeiend besef dat het onderscheid tussen goed en fout in de oorlog niet altijd eenduidig was. Niet alle Duitsers waren massamoordenaars geweest, net zo min als alle verzetslieden helden konden zijn.

Veel was er niet. Twee foto's, gevonden in de la onder de sokken van zijn vader. Noah, Noach heette hij. Of Novak. Zoiets. Verpleger, of arts. Oma was niet lang nadat Dekker van zijn Duitse opa had gehoord, gestorven. Zijn ouders hadden hem nog op het hart gedrukt er niet met haar over te beginnen.

Een afbeelding in het Gedenkboek van de Tweede Wereldoorlog opende de deur naar Herbert Noah. Een rijtje Duitse krijgsgevangenen loopt langs tankversperringen in de Westwall, de verdedigingslinie van Kleve bij Nijmegen tot aan Zwitserland. In het midden loopt een verpleger, met tassen op de borst en in de hand. Hij blikt in de camera. Een vriend van Dekker, die hem assisteerde bij de zoektocht, meende de gelaatstrekken van de persoon op de foto's uit de sokkenla te herkennen. Na scannen en uitvergroten was maar één conclusie mogelijk: dit is dezelfde man. Navraag bij de 'Deutsche Dienststelle (WASt) für die Benachrichtigung der nächsten Angehörigen von Gefallenen der ehemaligen deutschen Wehrmacht' leverde resultaat op: dit was Herbert Noah uit Hannover, getrouwd met ene Luise, onderofficier in het regiment 347, in 1945 gevangen genomen aan de Rijn.

Voor de vader van Alex Dekker kwam het bericht te laat. Hij was drie jaar eerder gestorven, op 54-jarige leeftijd. Het hoefde eerst niet van hem, dat onderzoek. Misschien was het angst. Wat als Alex zou ontdekken dat Noah een kampbewaker was, of een SS'er? Maar die houding veranderde nadat hij werd ontslagen bij de bank waar hij lang had gewerkt, en enige tijd later ernstig ziek werd. Hij begon te bellen. Heb je 'm al? Hij voelde het einde naderen, dat moet het zijn geweest. Hij had zo het graag laten zien: kijk, pa, dit is 'm, dit is Herbert. Als Alex Noah had gevonden als zijn vader nog had geleefd, had hij het boek niet geschreven. Anders hadden buitenstaanders hem nog kunnen nawijzen. Kijk, de bastaard van een mof.

Aan de hand van meer informatie bij het WASt en gedenkboeken over Duitse divisies heeft Dekker de oorlogsjaren van zijn opa goeddeels kunnen achterhalen. De eerste periode verliep rustig: hij was belast met de bewaking van de Franse kust. Maar in 1941 trok zijn divisie diep Rusland binnen. In november verliet hij gewond het Oostfront, met bevroren voeten en dysenterie. Na zijn genezing werd Noah omgeschoold tot verpleger en eind 1942 naar Nederland gestuurd. Daar ontmoette hij Annie Jongsma. Het was in die periode dat hij zijn tweede kind verloor, tijdens bombardementen van de geallieerden op Hannover. Vlak voordat hij in 1940 onder de wapenen werd geroepen, was ook het eerste kind uit het huwelijk met Luise overleden, kort na de geboorte. In augustus 1944 verliet Noah Alkmaar. Naar het front, alsnog. De geallieerden rukten op vanuit het zuiden. Na gevechten in België en Duitsland, werd hij bij Germersheim gevangen genomen. Twee jaar later kwam hij vrij. Uit het leven van Annie Jongsma en haar baby was hij voorgoed verdwenen - haar brieven naar het Rode Kruis kwamen steevast retour.

Alex Dekker heeft voor zijn boek geen reconstructie gemaakt van opa's naoorlogse bestaan. Te weinig stof, vond hij. Geen kinderen meer, na de dood van Luise hertrouwd met Adolfina. Tot aan zijn pensioen ambtenaar bij het ziekenfonds. Hij ziet een tevreden man op de foto's uit die tijd. Net overhemd, dasje, colbertje. Dat droeg zijn vader ook altijd. Maar hij vindt het nog steeds moeilijk te rijmen: zulke ervaringen, en dan gewoon de draad weer oppakken. Maar misschien hoort het zo wel te gaan. Dat Noah nooit meer contact met Annie heeft gezocht, is uiteindelijk ook wel te begrijpen. Dat was toen, dat was de oorlog. Streep eronder.

Alex en zijn vrouw hebben zelf twee kinderen. Ze hebben hun dochter Noah genoemd, de derde naam van hun zoon is Herbert. Vernoemen is altijd een traditie geweest in de familie. Waarom zou je die niet voortzetten? Maar het graf op Grenzheide in Hannover is inmiddels geruimd. Hij heeft overwogen de rechten te verlengen. Bij nader inzien: opa heeft nooit naar ons omgekeken. Wel de lusten, niet de lasten. Wat zou hij dan nog?

Alex Dekker: Mijn opa was een Duitser; Just Publishers; 208 pag., 18,95 euro. ISBN 9789089751584.

Kraftfahrkorps

De Alkmaarse docent Duits en maatschappijleer Alex Dekker werkt nog aan een boek over Nederlandse vrijwilligers bij het Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps (NSKK), dat tijdens de oorlog onder meer Duitse legereenheden bevoorraadde.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden