Je dood ensceneren gaat niet over sterven

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: je eigen dood ensceneren gaat niet over sterven, maar over overleven, blijkt maar weer eens.

Byars in Boijmans. Beeld Museum Boymans van Beuningen

Rotterdam en Amsterdam, 6 september

zondagavond zei onze minister-president bij Zomergasten: 'Het mooie is bij mij in de familie dat er altijd over gesproken is blijven worden. Mijn stelling is dan ook, dat heb ik zelf gemerkt: iemand overlijdt pas echt als je er niet meer over praat.'

Ik serveer u deze kromme zinnen in hun geheel omdat ik ze mooi vind in hun onbeholpenheid. Mark Rutte leek op zijn gemak, maar koos het woordje 'er' om te verwijzen naar zijn overleden broer, een truc om wat afstand te bewaren. Inhoudelijk is het een vreemd cliché, de besproken dode die daarmee levend wordt gehouden. In de kunst wordt er ook in geloofd. Iedereen die 'iets achterlaat' riskeert zich zogenaamd onsterfelijk te maken.

De Amerikaanse kunstenaar James Lee Byars stierf in 1997 en zijn werk is nu te zien in het hoofdkantoor van De Nederlandsche Bank in Amsterdam (DNB) en in museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Byars was een bijzonder type, een nomadische eenling die in filosofische raadselen sprak en schreef.

In Boijmans is te zien dat Byars weinig aan het toeval overliet. Hij ensceneerde in 1994 zijn eigen dood, in een galerie in Brussel. Zonder overigens daarbij te overlijden. Dat deed hij drie jaar later in Caïro.

In Rotterdam is zijn Brusselse doodsscène nagemaakt. Heel theatraal is het, Byars kreeg hulp van scenograaf Carlos Becerra, die deze expositie samenstelde uit zijn archief. In de museumzaal zijn twee galerieruimten nagemaakt: de ene pikdonker met erin een klein rood poppetje van stof, de andere ruimte is met bladgoud bedekt. In die gouden ruimte lag de kunstenaar met hoed en blinddoek tijdens zijn performance in een goudkleurig gewaad. Het pikdonkere kamertje mocht ik betreden. Het rode poppetje ligt in een vitrine. Het stelt Byars voor, naakt en zonder hoed.

Info

James Lee Byars III, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, t/m 29/9

After the Death of James Lee Byars, De Nederlandsche Bank, Amsterdam, t/m 13/10

Ik denk aan de vorig jaar overleden filosoof René Gude, die ging 'proefliggen' in de speciaal voor hem gemaakte kist. Hij had een been aan botkanker verloren en in die kist hoefde dus maar één been te passen. Een aangekondigde dood. Ook de vorige maand overleden criticus Pieter Steinz maakte zijn ziekte ALS openbaar en beschreef wat hij in de literatuur over zijn lijden vond. Daar hoefden zij echter geen gouden pak bij aan. Het lijkt James Lee Byars niet om de dood te gaan, maar om hemzelf.

Deze enscenering van de performance die de dood van de kunstenaar ensceneerde riep vooral het 'je had erbij moeten zijn'-gevoel op. Terwijl Byars dit ritueel niet louter voor de aanwezigen uitvoerde. Hij wilde zijn aanwezigheid via zijn kunst bevestigen én verlengen. De tentoonstellingstekst spreekt over een 'postume vorm van bestaan die zijn project zou doen voortleven in het collectieve bewustzijn'. Geen hoe te sterven, maar hoe te overleven. En in de definitie van de minister-president, is hij daarin geslaagd.

Want in de kunstruimte van DNB maakte kunstenaar Berend Strik de tentoonstelling After the Death of James Lee Byars, met kunst van Byars, Strik en andere kunstenaars. Ik ging voor Byars, misschien hielp deze expositie me hem beter te begrijpen.

De vorig jaar overleden filosoof René Gude, die ging 'proefliggen' in de speciaal voor hem gemaakte kist. Beeld Willem Popelier

Een bezoek aan de kunstruimte van DNB is een aparte ervaring. Een afspraak maken is noodzakelijk, het identiteitsbewijs moet getoond en men moet door detectiepoortjes. Vlak achter mij liepen dit keer twee sjofele heren de bank binnen. 'We hebben guldens', zei de een. De ander hield een grote koerierstas tegen zich aangeklemd alsof iemand hem elk moment zou kunnen afpakken. De receptioniste vroeg: 'Briefgeld?' Ze mochten plaatsnemen.

Nadat ik mijn zakken binnenstebuiten had gekeerd en door de poortjes was gegaan, kwam ik langs nog een receptie in de kunstruimte. De expositie begon niet bij Byars, maar bij goud. Strik had bij hoge uitzondering in de kelders van de bank mogen kijken, waar grote zware stellingkasten vol goudstaven staan. Het bracht hem op het idee een expositie samen te stellen vol kunstenaars die goud in hun kunst verwerken.

Byars was grootgebruiker: in dat goudkleurige pak schreef hij bijvoorbeeld in gouden letters of op bladgoud. Dit is geen blingbling-expositie, alles is hier spiritueel bedoeld. Maar hoe? Dat bleef nogal vaag. Die mysterieuze Byars bleef me ontglippen. Zo zeer dat hij me flink begon te irriteren.

In DNB voelde ik vooral zijn afwezigheid. Had hij me rondgeleid, dan had ik misschien meer begrepen. Misschien was ik zelfs bedwelmd geraakt door zijn persoonlijkheid, zoals Carlos Becerra, die vol adoratie voor het Boijmans over zijn verloren vriend schreef.

Buiten kwam ik de mannen die guldens wilden wisselen weer tegen. 'Rijk geworden?', vroeg ik. 'Ja! Je krijgt het gewoon meteen, in cash!', zei de een. Goud blonk in hun ogen, ze gingen het vast meteen uitgeven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden