‘Je dna is niet alleen van jou’

Bij toeval vond Sir Alec Jeffreys in 1984 de genetische vingerafdruk uit. Sindsdien ageert hij tegen misbruik ervan. Maar de techniek is niet meer weg te denken.Door Ben van Raaij..

Ergens onder het getrimde baardje moet het schuilgaan, het litteken dat Sir Alec Jeffreys overhield aan zijn jeugdige experimenten met de explosieve inhoud van zijn scheikundedoos. Maar het Kaïnsteken van de echte onderzoeker zit goed verstopt, zoals niets aan zijn kleine gestalte verraadt dat hij een reus van de genen is.

Sir Alec, even in Nederland om een dna-praktijkdag te verzorgen voor enkele tientallen studenten in de deftige residentie van de Britse ambassadeur in Den Haag, is een bescheiden man. Hij heeft helemaal geen zin in een interview, want zijn studenten wachten en zelf heeft hij ook liever een pipet en een reageerbuis in zijn hand.

Goed, een half uur dan, zegt de uitvinder van de inmiddels, dankzij televisieseries als CSI, in elke huiskamer bekende genetische vingerafdruk, het dna-profiel.

Was dat een toevallige vinding?

‘Volstrekt toevallig. Het was maandag 10 september 1984. We waren op zoek naar methoden om genetische verschillen op te sporen. Ik bekeek een röntgenfoto van dna van familieleden van mijn technicus, zag de overeenkomsten en verschillen en dacht: een vingerafdruk. Een eureka-moment. Binnen dertig seconden zag ik de mogelijkheden: forensisch onderzoek, vaderschapskwesties. Eén ding bedacht mijn vrouw nog toen ik ‘s avonds opgewonden thuiskwam: immigratiedisputen. Ironisch genoeg werd dat onze eerste zaak.

‘Het betrof een Ghanees jongetje dat in 1985 met uitwijzing werd bedreigd omdat de autoriteiten niet geloofden dat het echt het kind van zijn ouders was. Gelukkig wees de test uit dat het wel zo was. Anders was ik de annalen ingegaan als die boze wetenschapper die een arm jongetje alleen terug naar Afrika had gestuurd. Nu was de associatie: individu verslaat staat.

‘We werden algauw bestookt met zaken. De telefooncentrale van de universiteit raakte soms overbelast. In die tijd hebben we met dna de eerste moordzaak helpen oplossen. Later hebben we de stoffelijke resten van nazi-arts Josef Mengele geïdentificeerd.’

Toen was u de Man van de Test.

‘Ja, ik ben altijd Mr. Dna Fingerprinting gebleven. Soms voel ik me gevangen in een soap-opera, maar erg vind ik het niet. Het is wel eens frustrerend dat mensen weinig weten van mijn vroegere werk en niet veel interesse hebben in wat ik sindsdien heb gedaan. Maar ik heb wel een hele nieuwe tak van wetenschap de wereld in mogen helpen, en dat is een groot voorrecht. Ik zit misschien in een soap-opera, maar wel een hele goeie soap-opera.’

En u bent vast steenrijk geworden.

‘God no. Ik heb natuurlijk patenten gehad op de oorspronkelijke test, maar die zijn allang verlopen. En de techniek heeft ook niet stilgestaan. De meeste royalty’s zijn naar het Lister Institute gegaan, de financier van mijn onderzoek, en in nieuwe projecten gestoken.

‘De genetica stond nog in de kinderschoenen destijds. We hadden amper het benul hoe dna in geld kon worden omgezet. Het bedrijf dat onze test op de markt bracht, vond het een riskant product. Nu zou ik er misschien miljardair mee worden. Maar ik ben wetenschapper. I’m not in it for the money.’

Het stikt tegenwoordig op internet van de commerciële dna-tests.

‘Ja, afstammingstests en zo, om te zien of je Vikingbloed hebt. So what, denk ik dan. Natuurlijk heb ik Vikingbloed, zoals elke Brit met vier Britse grootouders. Absoluut triviaal. Daaraan een paar honderd euro uitgeven is geldverspilling. Zowat elke Brit is ook een nakomeling van koning Edward II.’

Er wordt ook gewerkt aan tests waarmee de politie signalementen kan afleiden uit een dna-monster.

‘De mogelijkheden van zo’n dna- identikit worden sterk overdreven. Wat kunnen we nu? Geslacht voorspellen, rood haar, en de consistentie van oorsmeer. Met oogkleur, huidskleur en etnisch-geografische herkomst maken we vorderingen. Maar zelfs met alle denkbare merkers zul je nooit bij één enkele individu uitkomen. Hooguit bij een bepaalde etnische groep.

‘De vraag is natuurlijk of we zulk onderzoek moeten willen. De huidige dna-profielen werken met algemene, neutrale merkers. Bij de nieuwe tests kijk je naar individuele kenmerken, inclusief ziekterisico’s, en dan komt algauw de genetische privacy in het geding.

‘Enkele mensen, zoals dna-pionier Craig Venter, hebben inmiddels hun complete genoom op internet laten zetten. Daar voel ik mij erg ongemakkelijk bij. Dat zou ik nooit doen. Vanwege mijn eigen privacy, maar ook die van mijn familie. Je dna is niet alleen van jou, je deelt het met je verwanten.’

U heeft altijd gewaarschuwd voor misbruik van dna-profielen.

‘Het verzamelen en opslaan van dna door de politie moet onder strikte regels gebeuren. Ik vind het verkeerd dat ook profielen van onschuldig bevonden burgers in de Britse databank blijven zitten. Zo’n databank moet je ook niet voor andere doeleinden gebruiken, zoals medisch onderzoek. Daarvoor moet je aparte databanken opzetten, zoals in IJsland is gedaan.

‘Ik bepleit wel om van iedereen bij geboorte een dna-profiel in een databank op te nemen. Als een biologische pincode. Het zegt niks intiems over jou, maar kan je wel helpen traceren. Dat is enorm waardevol bij rampen als de tsunami in Azië of na 9/11, toen 25 duizend stoffelijke resten moesten worden geïdentificeerd. Maar zo’n databank moet buiten de politie om.’

Veel mensen denken dat een dna-profiel het ultieme bewijsstuk is.

‘Ten onrechte. Mensen denken dat het is zoals op tv: spoor, match, klaar. Een dna-match is zeer betrouwbaar, maar dat wil nog niet zeggen dat hij relevant is. Een oud bloedvlekje op een blouse hoeft niks met de moord te maken te hebben. Dna zegt: dit spoor komt van die persoon. Dna zegt niks over context en de relevantie voor het delict. Dat is aan de rechtbank. Dit wordt belangrijker naarmate de techniek verfijnder wordt.’

Hoe ziet u de toekomst?

‘Ik haat voorspellingen, want de toekomst komt altijd met verrassingen. Maar ik verwacht een enorme uitbreiding van dna-databanken, mogelijk met de hele bevolking erin. De techniek om profielen te maken zal kleiner worden – een chip wellicht – en sneller. Nu kost het nog meer dan een dag. Dat is de heilige graal van het vak: real time-vaststelling van genetische identiteit. Dan kan je dna-profiel echt een soort pin worden. Wie die test bedenkt, die loopt binnen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden