Je bent gewoon besluiteloos

De ene keer is het de schuld van de welvaart, de andere keer juist van de crisis: keuzestress. Niemand heeft wat aan het 'K-woord', behalve sommige twintigers die het wel lekker vinden om een vaag label op zichzelf te kunnen plakken.

Het is een even herkenbare als storende kijkervaring. Een groep getalenteerde twintigers die werkelijk alles hebben. Ze werken als illustrator of regisseur, bezoeken hippe feestjes en exposities en gaan ter ontspanning even een weekendje naar vrienden in Berlijn. Toch zijn ze bang en ongelukkig. Ze hebben paniekaanvallen, dwangneuroses, hartkloppingen en slikken antidepressiva.


'Je mag alles zijn wat je wilt', zegt een lieflijke brunette in de documentaire Alles wat we wilden van Sarah Mathilde Domogala uit 2010 (terug te zien op HollandDoc). 'Er zijn geen beperkingen in wat je mag zeggen, denken, geloven en waar je heen gaat. Ik heb zo veel keuzes dat ik niet weet wat ik moet kiezen.' Ze moet er zelfs van huilen en verlangt stiekem terug naar haar kindertijd, toen ze droomde dat ze een elfje was. Daarna wordt de singer-songwritermuziek ingezet. De kijkers, eveneens jonge 'Millen-nials', reageerden vrijwel unaniem op Facebook: best herkenbaar die keuzestress, mooie docu ook... maar wat een verwende zeikerds.


Toch wordt zo'n documentaire beeldbepalend en niet de schampere reacties. En de film was niet uitzonderlijk. Er wordt ontzettend veel over keuzestress geschreven. Terwijl het nog altijd wachten is op een heldere uitleg over het probleem. Als het überhaupt een probleem is. 'Jongeren ziek van keuzestress', kopte het AD eind september nog. 'De economische crisis en keuzestress leiden ertoe dat steeds meer jongeren aankloppen voor hulp bij de geestelijke gezondheidszorg.' Een week later zoekt NCRV's Altijd Wat de verkeerd geciteerde wetenschapper op en komt tot de conclusie dat jongeren met psychische problemen en keuzestress door het AD 'gemakshalve' aan elkaar zijn gekoppeld.


De berichtgeving over keuzestress gaat verrassend lang terug. Al in 1998 schreef deze krant dat de 'tempo- en prestatiebeurs het probleem van keuzestress aanzienlijk hebben verzwaard'. Maar zes jaar later beweert de Amerikaanse psycholoog Barry Schwartz dat keuzestress het gevolg is van onze (toen nog) bloeiende welvaartsmaatschappij, waarin elke optie honderden even aanlokkelijke alternatieven heeft. In zijn boek The Paradox of Choice stelt hij bovendien dat we zo verwend zijn, dat elke gemaakte keuze weer tegenvalt. 'Hoe lager je verwachtingen, hoe beter.' En nu zou keuzestress juist weer door de crisis komen.


Hoe zit het nou? Ervaren we dus keuzestress omdat we in de westerse wereld zo enorm bevoordeeld zijn dat we van gekkigheid niet meer weten wat we met alle opties aan moeten? Of zijn we juist bang om de verkeerde keuze te maken, omdat studie- en carrièrekeuzes in de huidige economisch zware tijden steeds grotere financiële gevolgen hebben? Of kunnen beide scenario's naast elkaar bestaan?


'Ik weet hier weinig van', zegt econoom X die ik benader voor uitleg. 'Probeer even econoom Y, die is bezig met een studie naar iets gerelateerds (aversie tegen het vastleggen van opties).'


Econoom Y: 'Ik heb zelf nooit onderzoek gedaan naar keuzestress. Ik ben daarom bang dat ik je niet veel informatie kan geven. Heb je het al geprobeerd bij mijn collega, econoom Z?'


Econoom Z: 'Sorry, maar ik heb het razend druk en ik heb hier niet zo'n behoefte aan. Je kunt beter iemand anders proberen.'


In de sociale wetenschappen wordt keuzestress ook nauwelijks erkend. Sociologen Sebastiaan van Doorn, Willem de Koster en Jochem Verheul van de Erasmus Universiteit stelden in 2007 nota bene zelf de vraag: 'In de media en de sociologie wordt steeds vaker de indruk gewekt dat hedendaagse individuen aan stress en frustratie ten onder gaan vanwege hun schijnbaar onbeperkte keuzevrijheid. Maar is dat zo?'


Pedagoog en emeritus hoogleraar Manuela du Bois-Reymond van de Universiteit Leiden, die onderzocht hoe jongeren de arbeidsmarkt op gaan, vindt keuzestress een vage 'parapluterm' en wil liever over concrete problemen praten.


Acht studies

Maar wat betekent dat voor mensen die wel degelijk keuzestress menen te ervaren? Mensen als Lara van den Berg (25) uit Den Bosch. Voor haar is dit loodzwaar en zeer reëel. Ze heeft liefst acht studies geprobeerd, van rechten tot de pabo. Sommige is ze zelfs vergeten. Na elk nieuw begin gaat het na een paar maanden weer kriebelen. 'Ik slaap dan slecht en zit er de hele dag mee in mijn maag. Om van dat gevoel af te komen, stop ik dan maar met de studie.' Van den Berg heeft geen enkele studie afgemaakt, maar werkt nu 32 uur per week als copywriter en marketeer. Een vaste baan dwingt haar om door te zetten, al kriebelt het soms nog steeds. 'Ik moet mezelf tegenhouden om vacatures op internet op te zoeken.'


Door dit soort verhalen veranderde zelfs scepticus Wouter Deprez van gedachten. De Vlaamse cabaretier vond keuzestress eerst 'een luxeprobleem, een modieus label zoals adhd en borderline'. Hij stond niet te popelen toen hij voor de Maand van de Spiritualiteit in België gevraagd werd om iets over dit thema te schrijven. Maar zijn nieuwsgierigheid resulteerde in Kies, een boekje van 80 pagina's over zijn alter ego die in een elektronicawinkel maar geen mobieltje kan kiezen. 'Persoonlijk heb ik niet echt last van keuzestress. Nu kan ik heel flauw doen en zeggen dat het allemaal niks is, maar voor mensen om mij heen is het een wezenlijk probleem. En je lost die problemen niet op door te zeggen dat ze niet bestaan.'


Zo'n twintig twintigers die zeggen last van keuzestress te hebben en die voor dit stuk per mail hun ervaringen deelden, geven het volgende beeld: sommigen voelen zich bij elke nieuwe baan niet op hun plek, anderen gaan keuzes uit de weg door te reizen of zoeken een coach die hen helpt knopen door te hakken. En dan zijn er jongeren die zelfs moeite hebben met het uitkiezen van een verjaardagscadeau.


Sociale inbedding

Om wat verder komen, moet de pluizige deken van keuzestress worden afgeworpen om te kijken wat daaronder aan het broeien is. De genoemde socioloog De Koster deed in 2007 een poging door met zijn collega's dertig studenten te interviewen. Wat bleek? 'Meer keuzes veroorzaken niet per definitie meer stress.' De Koster ontleedt verschillende soorten keuzes. Vaak kiezen mensen ervoor om juist niet te kiezen. Een nieuwe zorgverzekeraar? Laat maar, is dan de gedachte, scheelt maar een paar tientjes. Maar er zijn ook praktische beslissingen waarover we met plezier nadenken, zoals kleding en vakanties. Daarvoor vragen we de hulp van vrienden.


Hoewel dat onderzoek zich alleen richtte op alledaagse keuzes, kan De Koster zich voorstellen dat zwaardere, existentiële beslissingen mogelijk ook sociaal zijn ingebed. Hij pleit er dan ook voor dat toekomstig onderzoek zich richt op dat sociale element van keuzes. 'Aan een laboratoriumonderzoek waarin je iemand laat kiezen uit een paar potten pindakaas, heb je niks.' Dat is ook zijn kritiek op tijdsdocumenten over twintigertwijfels: je ziet en hoort niets over de familie, vrienden en leraren die deze getormenteerde jongeren helpen met het nemen van belangrijke beslissingen.


Studiewisselaar Lara van den Berg werd door haar ouders volledig vrijgelaten. 'Ze zeiden: het is jouw leven, jij moet weten wat je ermee doet.' Maar ouders die hun kinderen alle vrijheid geven, oefenen ondertussen vaak druk uit op leraren, zegt pedagoog Manuela Du Bois-Reymond. 'Ze eisen alleen het beste voor hun kind. Terwijl leraren ook omkomen in het werk.' Het debat over keuzestress moet volgens haar gaan over de stress die ontstaat in de interactie tussen ouders, leraren en kind. 'Kinderen voelen die spanning.' Ook moeten jongeren volgens haar beter begeleid worden bij hun studiekeuze, de belangrijkste keuze die jongvolwassenen maken.


Diploma

Van den Berg had op de middelbare school nauwelijks studiekeuzebegeleiding. 'Terwijl er zo veel verschillende studies zijn', zegt ze. 'Dat aantal kun je niet verminderen, maar docenten kunnen studenten wel beter helpen om een gerichte keuze te maken.'


Wie weet? Misschien had ze met meer begeleiding een hoop tijd en geld kunnen besparen. Misschien had ze nu een heel andere baan gehad, een baan waar ze zekerder over was. Du Bois-Reymond denk in ieder geval dat een afgemaakte studie al het verschil maakt. 'Nu de traditionele kaders van religie, familie en politiek zijn weggevallen, is een diploma nog de enige voorspeller voor succes.'


Martijn Mulder gelooft liever in dingen die hij kan meten. Keuzestress zoals hierboven beschreven is daar niet een van, zegt de cognitieve neurowetenschapper, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. 'Dit soort beslissingen is afhankelijk van veel verschillende factoren, wat het moeilijk maakt om die stress te meten.'


Zelf doet hij onderzoek naar snelle perceptuele beslissingen, zoals een automobilist die van rijbaan verandert. Mensen gunnen zichzelf voor elke soort beslissing een bepaalde tijd, een deadline. 'In onze moderne samenleving worden we gedwongen om sneller beslissingen te nemen, terwijl we vaak niet alle informatie paraat hebben om de juiste keuze te maken. Dit is natuurlijk nog moeilijker wanneer er meer alternatieven zijn.'


Volgens Mulder kan moeite met keuzes allerlei oorzaken hebben. 'Het is bekend dat de hersenen van jongeren nog niet helemaal zijn uitontwikkeld. Wellicht maakt dat het moeilijker om de juiste informatie af te wegen.' Deze problemen zijn nog sterker aanwezig bij jongeren met adhd, zegt Mulder. 'Zij kunnen moeilijk een balans vinden tussen snel kiezen en nauwkeurig kiezen.' Van depressieve mensen is al langer bekend dat ze besluiteloos kunnen zijn. Dit symptoom is ook opgenomen in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5).


Prullenbak

De term keuzestress bestaat nu al meer dan twintig jaar, sinds de Duitse socioloog Ulrich Beck begin jaren negentig begon over het verschil tussen de 'standaardbiografie' van de mensheid en de 'keuzebiografie' van het individu. Maar het K-woord kan net zo goed met een grote boog in de prullenbak worden geworpen. Niemand heeft er wat aan. De wetenschap niet, de mensen die het (denken te) hebben niet. Pas als we, zoals De Koster en Du Bois-Reymond bepleiten, kijken naar de onderliggende factoren van twintigertwijfels, kunnen we een specifiekere, waarschijnlijk veel kleinere groep kwetsbare jongvolwassenen onderscheiden.


Kort gezegd: ja, een mens moet een heleboel keuzes maken in het leven. Iedereen twijfelt weleens en veel beslissingen zijn ook verdomd lastig. Een kleine groep jongeren heeft daar extreem veel last van. Maar dat kan allerlei andere oorzaken hebben. En jonge hypochonders plakken ook wel dolgraag een vaag label op zichzelf. Ineens ben je niet het slachtoffer van jouw persoonlijke besluiteloosheid, maar van een breed maatschappelijk fenomeen waar je ook niets aan kan doen.


Hoe moet het dan verder met twintigers als Lara van den Berg, die nog middenin hun onrust zitten? Voor hen heeft pedagoog Du Bois-Reymond enkele bemoedigende woorden. De veronderstelde keuzestress neemt namelijk vanzelf af naarmate je écht volwassen wordt. 'Vanaf een jaar of 25 moeten er knopen worden doorgehakt. Het is niet eeuwig vrijheid, blijheid.' Er moet een weg worden ingeslagen, en daar kun je niet te veel van afwijken. Dat proces heet padafhankelijkheid, zegt Du Bois-Reymond. 'Je kiest een baan, die je carrière bepaalt. En je kiest een partner, met wie je in ieder geval een flinke tijd door het leven gaat.' Later in je leven heb je al gauw minder keuzes dan je lief is.


Worden we allemaal uiteindelijk toch onze ouders.


Maar wat een rust.


Niet specialer dan de rest

Op blogs en carrièresites wordt veel advies gegeven over keuzestress en hoe je die kunt verminderen. Vaak is de strekking: beperk je opties, stel prioriteiten en voel vooral geen spijt. Zo blijkt maar weer: het internet is de ideale plek voor mensen die nergens verstand van hebben om hun vage mening te geven over iets waarvan het bestaan onzeker is. Maar Tim Urban van de blog WaitButWhy.com geeft in zijn goed gelezen, veel gedeelde artikel 'Why Generation Y Yuppies Are Unhappy' helder advies aan jongeren, die 'denken dat ze de hoofdpersoon zijn in een bijzonder verhaal'. Dat doet hij door middel van kinderlijke, en daarom hilarische tekeningen. 'Vergeet wat je hebt geleerd tijdens je opvoeding: je bent niet specialer dan de rest. Je bent jong en onervaren en hebt de wereld nog weinig te bieden. Je komt alleen ergens door hard te werken. Vergelijk jezelf niet steeds met anderen, dat leidt alleen tot teleurstelling. Bovendien is iedereen net zo besluiteloos en onzeker als jij.'


Magic number 6

Het beroemde 'jamexperiment' uit 2000 van keuzeonderzoeker Sheena Iyengar en auteur van The Art of Choosing gaat als volgt. In een winkel staat een kraampje waar je jam kunt proeven. Sommige klanten krijgen 6 soorten jam voorgeschoteld, andere kunnen kiezen uit 24 smaken. Mensen stoppen vaker om iets te proeven bij het standje met 24 soorten jam (60 versus 40 procent). Maar klanten zijn tien keer meer bereid om daadwerkelijk een pot jam te kopen als er 'maar' 6 smaken zijn. Conclusie: meerdere opties zijn alleen leuk zolang ze nog te overzien zijn.


Banale keuzes

'We spenderen zo veel tijd aan het maken van banale, alledaagse keuzes', zegt de Vlaamse cabaretier Wouter Deprez, auteur van het boek Kies. 'We flippen als we niet de goede beslissing maken, maar een uur later zijn we die stress alweer vergeten. Als we ons minder zouden blindstaren op die kleine dagelijkse dilemma's, zouden we meer energie hebben voor de grotere maatschappelijke vraagstukken. Dat is misschien geen concrete oplossing, maar bewustwording is de eerste stap.'


Alleen maar slimme mensen

Er wordt vaak gedacht dat keuzestress alleen een fenomeen is onder hoogopgeleide jongeren, die simpelweg te veel nadenken. Onzin, zegt cultuursocioloog Willem de Koster. 'Het is niet zo dat jongeren op het mbo minder over existentiële kwesties nadenken. Maar wat we in ons onderzoek zagen, is dat hoopopgeleide jongeren zich het meest hebben los geworsteld van traditionele kaders. Als gevolg moeten ze leren omgaan met een veel breder palet aan keuzes.'


Generatie zonder grenzen

Keuzestress is lastig te definiëren, maar de generatie die er last van heeft nog meer. Generatie Y kent talloze synoniemen in het Nederlands (Patatgeneratie, Crisisgeneratie) en het Engels (Millennial Generation, Generation Einstein). Als je tussen pak 'm beet 1980 en 2000 bent geboren, mag je jezelf tot het clubje rekenen. Vraag is alleen of je dat wilt, want de eigenschappen die aan Generatie Y worden toegeschreven, zijn overwegend negatief: verwend, lui en vol van zichzelf.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden