Je bent gelukkig en je weet dat de wereld kut is

Theo Maassen

Hij is van Eindhoven. Amsterdam komt op de tweede plaats, maar Eindhoven is fijner. Dat je op je fiets onderweg naar de platenwinkel niet de Bekende Nederlander hoeft uit te hangen en zonder gezeik aan je kop in de bakken met dvd'tjes kan rotzooien, op zoek naar de enige film, echt die allerlaatste film die je nog niet hebt. En dan terug kunt fietsen naar de Bergen, waar nog geen snobs wonen.


De theatertijger Maassen met zijn bikkelharde, onrustig stemmende grappen wil zeker niet de indruk wekken dat zijn leven rustig en geordend is. Maar de tijd is voorbij dat hij met Hans Teeuwen wedijverde over de vraag wie er binnen twee minuten in zou slagen die vrouw aan het belendende cafétafeltje te tongen.


Hij heeft een vriendin, al tien jaar, en een kind, drie jaar. Prachtig is het, dat kind al helemaal. Maar je kunt er ook knap zenuwachtig van worden. Van gaat dat wel goed en blijft dat wel heel. Ofschoon hij niet ouder is dan 44 (donderdag wordt hij 45), heeft de dood al knap huisgehouden in zijn bestaan. Ouders dood, broertje dood.


De hele wereld denkt dat hij een rauwe cynicus is. Hij is een lieve jongen. Zorgvuldig, voorkomend. Hij stuurt berichtjes als een vriend in de put zit, hij gaat langs. Heb je zin een kopje koffie te drinken, van dat soort werk. Er zijn er maar weinig die zo attent zijn, zegt zijn omgeving.


Nog even over Eindhoven. Een lelijke stad, een gedrocht, hij is trots op Eindhoven. In Amsterdam vind je toch overwegend de gevestigde cultuur. Eindhoven is daarmee vergeleken interessanter. Het is een rauwe stad met een nog onontdekte undergroundcultuur, overal in lege fabriekshallen. Overblijfsel van de industriële gloriedagen van Philips.


Belangrijker nog: zijn vrienden wonen in Eindhoven. Hij hoeft er niet meer weg.


Hij is er gekomen vanuit Zijtaart, gehucht bij Veghel. Daar groeide hij op. Er was maar één straat in Zijtaart. De rest was boerderij. Dan zeiden ze tegen hem: die zijn straots, die van Maassen, die zijn niet van hier. Vanuit Zijtaart was Veghel een soort Amsterdam. Toen hij op de opleiding kwam in Eindhoven, was dat dus goed zat.


Altijd heeft hij vertrouwd op zijn intuïtie. Van zijn intuïtie moest hij het hebben. Op de Academie voor Drama had je destijds, 1987, nog niet van die prestatie-indicatoren en competenties die tegenwoordig het onderwijs in een ijzeren greep houden. Moest hij die opleiding nu doen, hij zou zijn studiepunten niet halen.


Hij kreeg het diploma, omdat hij zo goed, zo waanzinnig goed kon improviseren. Docenten floten van bewondering tussen hun tanden als ze hem bezig zagen. Hij was 21, 22 jaar en ze zagen een groot talent, ongelofelijk humoristisch, creatief - al is dat een beetje vlak woord voor iemand bij wie de invallen per seconde lijken te komen. Daarnaast viel hij op door zijn greep op het geheel. In geïmproviseerde voorstellingen was hij de centrale figuur, iemand die het verhaal richting gaf.


In zijn vierde jaar schreef hij een cabaretprogrammaatje van dertig minuten. Hij won meteen Cameretten van dat jaar en het Groninger Studenten Cabaret Festival.


Sinds september loopt zijn nieuwe programma. Met alle respect heet het. Het is zijn zevende in ruim twintig jaar. Aan carrièreplanning doet hij niet, in de zin dat er elke twee jaar een nieuwe toernee moet zijn. Hij ziet wel. Het moet jeuken. En het moet goed voelen, het moet vooral goed voelen.


Hij omringt zich met vrienden. Vrienden beschermen hem. Als hij onder vrienden is, kan hij Theo zijn.


Zijn zus is zijn manager. Hij toert met Hans en Marco. Die doen het licht en het geluid. Maar Hans en Marco zijn in de allereerste plaatsen oude vrienden, daar gaat het om. Voor Theo is het noodzaak dat hij het fijn heeft. Het zou best kunnen dat hij met een andere lichtman een iets beter plaatje op het toneel zou maken. Maar wat heb je daaraan?


Dan is er nog Martijn. Die was zijn docent aan de academie. Die gaat ook wel mee het land in, dan regisseert hij wat. Ofschoon, regisseren is een groot woord voor wat kletsen met elkaar over de voorstelling. Ook Martijn is in de allereerste plaats vriend.


Emotionaliteit is een van de pijlers. Het moet emotioneel zijn. Het leven is emotioneel. De voorstelling moet emotioneel zijn. Het gaat niet om de mop.


Hij is verschrikkelijk eerlijk. In Tegen beter weten in stonden attributen uit de huisraad van zijn overleden ouders op het toneel. Zijn vader heeft hij in huis gehaald, in diens laatste fase. Toen is hij boven gaan wonen. De emotie waarin hij verkeert, in dit geval het afscheid, moet tastbaar zijn op de bühne.


Er is een show geweest waarin hij begon over de dansmariekes. De dansmariekes werden uitgewoond door de heren van de raad van elf. Tijdens het maken van die show overviel hem de slechtheid van de wereld. Het egocentrische en het onverschillige. Hij heeft voor een half jaar de voorstellingen afgezegd. Hij kon het niet meer. Al die schouwburgen, het was allemaal uitverkocht, hij heeft gewoon alles afgezegd. Hij zat in zak en as.


Bij hem loopt het door elkaar, de grote wereld van bijvoorbeeld Wilders en het persoonlijke, de eigen worsteling met de wereld. In Beek en Donk, vertelt hij dan, hebben ze niet zo'n mooie bibliobus. Hier wel. Betaald van het pornogeld van de dansmariekes.


Het is zwart. Maar aan het einde van zijn shows gloort toch vaak het licht. Dat wil hij zo. Want je hebt toch een kindje en je moet toch door. Soms zegt hij bijna letterlijk: laten we lief zijn voor elkaar, mensen. Dus hij heeft hetzelfde wat veel mensen hebben: pessimistisch over de wereld, optimistisch over het eigen leven.


In zijn shows probeert hij te zijn zoals hij onder vrienden is. Je drinkt, je lacht, het gaat over Geert Wilders en over lekkere wijven, het gaat van de hak op de tak, je bent gelukkig en je weet dat de wereld kut is.


Hij weet ook wel dat het allemaal geen ruk uitmaakt, maar hij hoopt dat mensen zich laten raken door het echte verhaal dat hij vertellen wil. De grappen zijn het glijmiddel.


Hij kan opvliegend zijn. Het is wel minder geworden in de loop der jaren. Hij kan het nog wel, bezoekers de zaal uit jagen. Als de chemie klopt, is het oké. Maar als ze bijvoorbeeld hun mobieltje niet hebben afgezet, kan dat slecht vallen. Daarvan vindt hij: dat doe je niet. Je gaat niet een voorstelling verpesten. Dat is onbeleefd en meer dan dat.


In het Theater aan de Parade in Den Bosch hadden ze een keer popcorn over van de avond daarvoor. Bezoekers van de voorstelling van Theo Maassen kregen een zakje mee. Dat hebben ze geweten.


Hij is een gevoelsmens. Niet alleen op het toneel. Als hij ergens op bezoek komt en ongelukkigerwijze staat de televisie aan, dan zegt hij: ik ga wel televisie kijken, kunnen jullie rustig praten.


Met zijn vrienden is hij vaker thuis dan in het café. Dan zijn ze prettiger onder elkaar. Bovendien, in verreweg de meeste cafés kloppen de stoelen niet. Ze zijn te hard of de rugleuning deugt niet. Dan gaat hij net zo lief op de grond liggen. Voor de bioscoop geldt trouwens hetzelfde. Weet je dat in de Pathé de stoelen absoluut niet in orde zijn?


Aan carrièreplanning doet cabaretier Theo Maassen niet. Hij ziet wel. Het moet jeuken. Het moet goed voelen. Het leven is emotioneel. De voorstelling moet emotioneel zijn. Het gaat niet om de mop.


CV:

1966


Geboren in Oegstgeest 1987-1991


Academie voor Drama, Eindhoven


1990


Winnaar Groninger Studenten Cabaret Festival en Cameretten


Sluit zich aan bij Comedy Train


1994


Eerste theaterprogramma, Bepaalde dingen


2000


Eerste televisierol in All Stars


2001


Eerste filmrol in Amnesia


Hoofdrol naast Carice van Houten in Minoes


2006


Prins Bernhard Cultuurprijs


Prijs van de Kritiek door Nederlandse Theatercritici


2011


Zevende theatershow, Met alle respect


Theo Maassen heeft een vriendin, met wie hij een dochter heeft.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden