Je bent advocaat of je bent het niet

Didier de Quévy weigert de van kindermoord verdachte Marc Dutroux te verdedigen omdat hij dàt zijn dochter niet zou kunnen uitleggen....

STEFFIE KOUTERS

De Amsterdamse strafpleiter Gabriël Meijers heeft één keer een zaak geweigerd. Tijdens de piketdienst kreeg hij een racist toegewezen die verdacht werd van een gewelddadig delict. 'Ik kan niks met mensen die van me vragen uit volle overtuiging voor een rechtbank te vertellen dat Surinamers worden voorgetrokken en dat Turken eerder een mes trekken dan Nederlanders. Die standpunten kan, en wil ik om emotionele redenen niet verdedigen. Dat heeft misschien met mijn eigen achtergrond te maken.

'Los daarvan kon ik niet communiceren met die man. Hij had ook geen vertrouwen in mij. Ik kon niet tot hem doordringen. Ik kan me niet voorstellen welke verdediging ik had moeten voeren. Dus had ik hem nooit voor de volle honderd procent kúnnen verdedigen. Ik heb hem aan een andere advocaat geholpen.'

Maar Meijers vindt het een 'absolute schande' dat de vroegere advocaat van Dutroux, hoofdverdachte in de Belgische zedenzaak, heeft geweigerd zijn oude cliënt te verdedigen en daarover verslag heeft gedaan aan de media. De advocaat, Didier de Quévy zei: 'Ik heb een dochtertje in de leeftijd van de vermoorde meisjes Julie en Mélissa. Ze is erg aangedaan door de krantenberichten en ik geloof niet dat ze het zou kunnen begrijpen als haar vader deze man zou verdedigen.'

En, zei De Quévy na een onderhoud met Dutroux: 'Hij zegt dat hij ziek is en wroeging heeft, maar hij realiseert zich de reikwijdte van de door hem gepleegde feiten niet.' Meijers: 'Daarmee zeg je in wezen tegen de media: de man heeft het gedaan. Deze schending van vertrouwen van een cliënt is een reden om De Quévy uit zijn beroepsorganisatie te zetten. En het argument dat hij zelf kinderen heeft is miserabel. Dan zou niemand de advocaat van een verdachte van een moord op een oude vrouw kunnen zijn. Iedereen heeft wel een grootmoeder.'

Meijers heeft zelf kinderen, maar zou de zaak-Dutroux op zich nemen: 'Is het bewijs rechtmatig verkregen? Krijgt die man in België nog een eerlijk proces van een onpartijdige rechter? Ik hoop dat hij een advocaat kan vinden. Want het is zwaar: een verdediging voeren tegen de volkswoede in. Dit is een heel extreem geval, maar je hebt er in strafzaken altijd mee te maken. En dan de feiten die je op je bureau krijgt. De politiefoto's, de video's van lijkschouwingen. Dat zijn de heel gruwelijke kanten van sommige strafzaken.'

Het enige argument tegen het aannemen van de zaak zou voor Meijers de volkswoede zijn die zich tegen zijn gezin zou kunnen richten. 'In België heerst een lynchstemming. Dutroux zit veilig in de gevangenis, maar mijn familie zou ik blootstellen aan gevaar.'

Niet bekend

Berucht strafpleiter G. Spong kreeg nagenoeg heel Nederland over zich heen toen hij namens een man optrad die probeerde een omgangsregeling te krijgen met een kind dat hij bij zijn eigen dochter had verwekt. 'Hoe bepaal je de ernst van een delict?' zegt Spong. 'Wel een roofovervaller verdedigen die door het stelen van hun AOW ouden van dagen aan de rand van de afgrond heeft gebracht en een verkrachter niet? Dat onderscheid maken is toch in hoge mate verwerpelijk?

'Je bent advocaat of je bent het niet. Ben je advocaat, dan dien je te beseffen dat je iedereen in beginsel rechtsbijstand dient te verlenen. Het verdedigen van Dutroux is een uiterst nobele aangelegenheid. Omstandigheden kunnen een bepaald licht op een persoon werpen en dat is voor de strafmaat van groot belang. Iedereen roept nu over het ''beestmens'' en ''de moordenaar'' Dutroux, maar was het niet zijn vrouw die de kinderen de gewenste verzorging onthield, waardoor ze stierven? Aan gegevens, die in juridisch opzicht heel belangrijk zijn, wordt geen aandacht meer besteed.'

Spong vindt het argument van De Quévy dat hij zelf een dochter heeft flauwekul. 'Dan kun je ook redeneren in de trant: ik verdedig nu geen moordenaar, want hij zou de volgende keer wel eens op mij kunnen schieten. Het is ook hoogst onprofessioneel als een advocaat zijn persoonlijke belevingswereld zo op de voorgrond laat treden. Dan moet hij zeggen: ik ben ongeschikt voor dit vak. En zo bezien is het een wijs besluit dat De Quévy de zaak-Dutroux heeft teruggegeven.'

Zijn kantoor heeft één keer een zaak om andere dan praktische redenen geweigerd. Het Haagse kantoor Wladimiroff & Spong wilde geen bijstand verlenen aan het 'regime-Bouterse'. Spong: 'Ik ben persoonlijk een keer benadeeld door dat regime, toen ik in december 1981 in Suriname werd gearresteerd. Ik was daar om als raadsman bijstand te verlenen aan tegencoupplegers die voor een krijgsraad terecht moesten staan. Ik ben dus zelf slachtoffer geweest. En een slachtoffer kan zijn dader niet bijstaan. Dat is de enige grens die trek.'

Iedere strafpleiter moet zich op partijen en bruiloften verdedigen voor het vak dat hij uitoefent, zeker als er afschuwwekkende zaken spelen. Meijers: 'Dan krijg je weer te horen dat je op ''maatschappelijk schadelijke wijze'' bezig bent, door ''mensen die het eigenlijk gedaan hebben'' maar ''vrij te pleiten''.'

Spong kan de vrienden c. q. vriendinnen die hij heeft verloren door zijn vak 'gelukkig op de vingers van een hand' tellen. Het heeft hem wel een verhouding gekost. Zijn toenmalige partner had er moeite mee: hoe kun je die moordenaars en verkrachters verdedigen? Spong: 'Dat was voor mij het signaal om te zeggen: ik ben bij jou niet aan het goede adres. Maar op zo'n enkel geval na heeft mijn werk in mijn privéleven niet echt zijn tol geëist. Wat een compliment is voor de mensen met wie ik omga. Die ik overigens zeer zorgvuldig uitkies.'

Persoonlijke emoties mogen nooit invloed uitoefenen op de verdediging die een advocaat voert, vindt Spong. Hij noemt het bekende voorbeeld: als een advocaat een vormfout ontdekt, waardoor een kinderverkrachter op vrije voeten kan komen, moet hij daarvan gebruikmaken en zich nimmer laten afleiden door de gedachte dat daardoor een gevaarlijke man op vrije voeten komt. 'Nu kom ik weer aan met de bekende taal over onze rechtsstaat, maar de zuiverheid van een strafproces is belangrijker dan de enkeling die ten onrechte vrijkomt.'

Zijn Rotterdamse collega Ch. van den Puttelaar, die tevens plaatsvervangend raadsheer is voor het Haagse Gerechtshof, is zelf moeder van drie jonge kinderen, maar verdedigt bijvoorbeeld incestplegers. 'Daarmee heb ik nooit problemen gehad. Wat niet wil zeggen dat dat nooit zal komen, en wat ook niet wil zeggen dat het me koud laat: het is soms zo verschrikkelijk, wat je ziet.'

Ze noemt het verstandig dat De Quévy Dutroux niet langer verdedigt. 'Je moet zo'n zaak in gemoede kunnen doen. Dat vereist spankracht. Je moet een kanjer zijn, je moet een goede zijn. Hoe erger de zaak, hoe beter de verdediging moet zijn. Juist in gevallen waarvan je denkt: dit is zo erg, het maakt niet meer uit welke verdediging je voert. Want juist als die verdediging slechts marginaal kan zijn, moeten we op de rechtsregels letten. Dat is nu nét de garantie van de rechtsstaat.'

Van den Puttelaar heeft nog nooit een strafzaak geweigerd. Ze verdedigde de Delftse schutter, die veroordeeld is voor het doodschieten van zes mensen in café 't Koetsiertje in 1983. 'Dat was ook zo'n geval van: blij dat ìk geen piket heb.' Later nam ze de zaak over, omdat degene die wel piket deed, een eenmanskantoor had en de zaak niet aankon. 'Ik heb er zo aan moeten trekken dat die schutter zijn recht kreeg. Want er komen rare mechanismen op gang in dramatische zaken. Iedereen laat zich snel afleiden door de ernst van het gebeuren. Maar iemand mag niet veroordeeld worden nog voor hij terechtstaat. De primaire taak voor de volgende advocaat van Dutroux is te voorkomen dat hij alle zonden van België op zijn nek krijgt.'

Ze begrijpt de beweegredenen van De Quévy om zijn vroegere cliënt niet meer bij te staan. 'Als je zegt: het is een schande die zaak terug te geven, misken je naar mijn idee de bijzondere emoties die deze unieke zaak teweeg brengt. Net zoals een arts verschillende emoties kan hebben bij de lijkschouwing van een kinderlijkje of die van een doodgevroren zwerver. Een arts moet goed kunnen blijven kijken, net als een advocaat, tegen alle tegenwinden in.'

Ook de Haagse advocaat J. Duijnstee, die begin jaren tachtig voor de rechtbank 'Koos H.' verdedigde, een man die veroordeeld is wegens de moord op drie meisjes, vindt dat het De Quévy vrijstaat te weigeren zijn oude cliënt te verdedigen. 'Als een zaak je te dichtbij komt is het niet meer dan fair ten opzichte van je cliënt dat je weigert. Al heb je voor dit vak gekozen, een advocaat weet niet altijd wat er op hem afkomt.'

Duijnstee stond op een achternamiddag zijn plaatsje te vegen toen de politie kwam: meneer H. heeft naar u gevraagd. Toen leek het nog om één meisje te gaan. 'Het is maar de vraag hoe goed het is voor je kantoor als je zo'n zaak doet. Want veel van je eigen cliënten denken toch: wil ik wel een advocaat die zich met zulke zaken bezighoudt?'

Hij heeft nog nooit een zaak om morele reden geweigerd. 'Maar bij mijn vorige kantoor is een keer brand gesticht. Toen ik die zwart geblakerde muren zag, kon ik wel janken. De verdachte van die daad had ik dus nooit mogen verdedigen. Daar was ik persoonlijk bij betrokken.'

Als advocaat moet je klinisch te werk gaan, vindt Duijnstee. Net als Spong meent hij dat als een verdachte van kinderverkrachtingen door een procedurele fout weer vrij kan en wil komen, het aan zijn advocaat is dat te bewerkstelligen. 'Daarvoor ben je ingehuurd. De regels van onze rechtsstaat hebben we met zijn allen bedacht om te zorgen dat alles ordentelijk verloopt. Advocaten krijgen deze kwestie altijd voor de voeten geworpen, maar het zijn niet de advocaten die de fouten maken. Die worden gemaakt door de politie, het Openbaar Ministerie, het administratief apparaat. Vervolgende instanties moeten zeer zorgvuldig te werk gaan. Waar geen verf is, kan een schilder niet schilderen.'

M. Moszkowicz, de 'nestor' van het Nederlandse strafrecht, vindt dat een advocaat zich niets moet aantrekken van de publieke opinie. 'Je verdedigt niet de daad, maar de verdachte van die daad. Ik praat altijd met mijn vrouw en kinderen over mijn zaken, maar beslis zelf wat ik doe. Je hebt een monopolie: in een strafzaak moet de verdachte een advocaat hebben, anders kan hij niet worden berecht. En ik doe een zaak steeds, behalve als ik vind dat ik in een zaak geen goed advocaat kan zijn. Daarom heb ik geweigerd oorlogsmisdadigers te verdedigen.

'Het gaat er niet om of je als advocaat een verdachte sympathiek of onsympathiek vindt. Een chirurg moet zijn patiënt ook opensnijden, ongeacht welke gevoelens hij koestert. Maar een chirurg moet niet zijn eigen vrouw gaan opereren, als hij tenminste van haar houdt. Dan is hij te geëmotioneerd, dan krijgt hij trillende handen.

'Ik zou de zaak-Dutroux wel doen, en er geen moeite mee hebben. Dan ben ik in overdrachtelijke zin net die chirurg. Het groene laken gaat over het lichaam, ik snij er een stuk uit en opereer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden