Jazzproof

Hij studeerde wiskunde en natuurweten- schappen, is hoogleraar aan Harvard, leerde zichzelf piano spelen en won grote jazzprijzen. En o ja, hij is pas 42. V sprak met wondermanVijay Iyer.

De linkervleugel van het Haus der Kunst in München, monumentaal museum voor beeldende kunst in de Beierse hoofdstad, is als een echokathedraal. Lege zalen met hoge plafonds, waarin iedere voetstap nagalmt en tegen de hagelwitte muren opklautert.


Midden in zo'n lege zaal, die moet worden bereikt door een metershoge en door één man bijna niet open te zwaaien toegangsdeur, staat een tafel met twee stoeltjes. Aan het tafeltje zit, ietwat ineengedoken, een man alleen. Als een installatiewerk in de museumzaal: 'Mens in overpeinzing aan tafel.'


Als de interviewer hem tot op een meter is genaderd, staat hij op. Hij stelt zich voor als Vijay Iyer, gaat weer zitten en betrekt de visite gelijk maar bij de gedachtenstroom die net aan dit tafeltje was losgekomen. 'De akoestiek in deze ruimte is verbluffend.' Iyer steekt zijn vinger omhoog en richt zijn volle aandacht op een tingelende, steeds herhaalde pianoaanslag uit een belendende zaal. De zaal waar Iyers piano wordt gestemd voor een concert, later op de dag. 'Die helderheid. En wat een echo. Ik heb hier dus geen versterking nodig.'


Vijay Iyer (Fairport, New York, 42), volgens vooral Amerikaanse jazzkenners dé grote nieuwe jazzpianist, is niet zomaar afgereisd naar München voor een enkel concert in dit Haus der Kunst. Op het in jazzkringen heilige Münchener label ECM verscheen een nieuwe plaat van Iyer. Zijn eerste bij de Duitse platenmaatschappij, die eerder onderdak bood aan grootheden van Keith Jarrett tot Pat Metheny.


Om zijn toetreding tot de ECM-catalogus - volgens Iyer een wie-is-wie van de jazz - te vieren, presenteert Iyer zijn suite voor piano, elektronica en strijkkwartet genaamd Mutations in dit kolossale museum, dat een en al hoogculturele geschiedenis ademt. 'Je voelt je hier bijna als in een ECM-plaat', zegt Iyer, doelend op het bijna mystieke zen-aura dat rond dat label zweeft. Een sfeer van verstilling, van diepe meditatie.


De plaat Mutations is ook al zo'n geconcentreerde zoektocht. In tien delen laat Iyer vier strijkers draaien rond een minimaal thema, dat hijzelf aangeeft op de piano en waarvoor elektronische effecten vanaf de laptop verder de weg wijzen. Mutations, de naam zegt het al, laat het muzikale thema muteren en door improvisaties van het strijkkwartet evolueren tot iets nieuws. Zoals de menselijke cellen in het lichaam muteren en het genetisch materiaal evolueert en overigens niet per se verwordt tot iets beters, legt Iyer uit in de tekst van het cd-boekje.


Het is Iyer ten voeten uit: bijna conceptuele muziek, die enige aandacht en misschien zelfs wat voorstudie vraagt van de luisteraar. Muziek als experiment, als semi-wetenschappelijk onderzoek. En als Iyer wordt gevraagd om uitleg, dan komt hij met teksten als: 'Ik wilde onderzoeken hoe improvisatie zich ontwikkelt, als die als taal wordt gegeven aan mensen die de taal van nature niet spreken. Hoe gaan de verschillende muzikale cellen in symbiose? Hoe groeien variaties uit tot iets nieuws?'


Vijay Iyer, het moet maar even gezegd, is een muzikale intellectueel. Een zoon van Indiase immigranten die zich in de Verenigde Staten ontpopte als wonderkind. Eerst in de muziek, als kleuterviolist. Daarna in exacte wetenschappen. Iyer studeerde wiskunde en natuurwetenschappen aan de universiteiten van Yale en Berkeley. Hij wierp zich daarna op de 'muzikale psychologie', die de verwerking van muziek in de hersenen onderzoekt. Vervolgens werd hij hoogleraar aan de universiteit van Harvard. En haalde intussen als jazzpianist - die kunst had hij zichzelf tussen de bedrijven door aangeleerd - de ene na de andere belangrijke Amerikaanse jazzprijs binnen.


Hij begrijpt best dat zijn muziek soms met bibberende knietjes tegemoet wordt getreden. 'Maar dat is niet nodig', stelt Iyer gerust. 'Je weet natuurlijk nooit niets. Je weet wat je weet. Je hebt bepaalde verwachtingen van muziek, bepaalde wensen, misschien zelfs behoeften. Die zaken conditioneren de luisterervaring.'


Dat móét eenvoudiger kunnen worden uitgelegd. 'Ik hoor bijna iedere dag, van mensen die naar mijn concerten komen: ik hou van jazz, maar ik begrijp het niet. Ze denken dat mensen die jazz wél begrijpen er op een andere manier naar luisteren. Maar zo werkt muziek niet. Muziek communiceert altijd met je, en met iedereen op een andere manier. Toen ik voor het eerst naar Indiase muziek ging luisteren, dacht ik ook dat ik het niet zou begrijpen. Ik kende de ritmes niet. Maar ik werd net zo gegrepen als de Indiase kenners in de zaal. Wát een kunstwerk communiceert, zegt niet altijd iets over de aard van het werk. Neem nu de Egyptische piramiden. Die worden in onze tijd gezien als grote kunstwerken, maar zo waren ze helemaal niet bedoeld. Het waren graftombes, gebouwd volgens vaststaande regels. Gebouwen met een functie die wij niet begrijpen, die wij dus maar zijn gaan interpreteren als kunst.'


Als Iyer voelt dat hij beet heeft, laat hij ook niet meer los. 'Dus: wat is er mis met iets niet begrijpen? Je zegt toch ook niet: ik begrijp poëzie niet. Nee, natuurlijk begrijp je poëzie niet bij de eerste keer lezen. Daarom is het poëzie. Als je poëzie direct zou begrijpen, zou het geen poëzie zijn, toch?'


In zijn muziek is Iyer minstens zo veelzijdig als in zijn betoog. Met zijn trio, naast Marcus Gilmore (drums) en Stephan Crump (bas), speelt Iyer energieke en soms best toegankelijke jazz. Iyer kan lyrische en ontroerende uitvoeringen geven van bijvoorbeeld het poplied Human Nature, maar hij verbindt zich net zo makkelijk aan het New Yorkse hiphoptrio Das Racist. Nu schrijft hij dus experimenteel klassiek werk voor een strijkkwartet. 'Als ik steeds maar buiten mijn eigen normen mag treden.'


Zijn nieuwsgierigheid naar muziek en experiment werd aangewakkerd door de Amerikaanse avant-gardepianist Cecil Taylor. In 1995 nam Iyer deel aan Taylors 'Creative Orchestra', een experimenteel orkest van een man of vijftig, waarvan de leden zich dienden te storten op een jazzstuk van Taylor en er samen moesten zien uit te komen. 'Het was krankzinnig', zegt Iyer.


'In het begin begeleidde Taylor het orkest, liet hij ons een muziekstuk bestuderen. Maar gaandeweg de repetities, richting de uitvoering van het stuk, trok Taylor zich terug. We moesten zelf aan de slag met wat er op papier stond. Het werd een totale chaos. Al bij de eerste uitvoeringen liet iedere afzonderlijke muzikant los wat hij had geleerd en wilde vooral zo hard mogelijk spelen om maar gehoord te worden. De drummers en saxofonisten knalden er bovenuit. Ik speelde viool en dacht: wat heb ik in dit orkest eigenlijk te zoeken? Niemand die me hoort. Er waren meer orkestleden die zich zo voelden. Er vormden zich groepjes die samen probeerden een plek in het orkestgeluid te krijgen. Zo ontstonden in het orkest muzikale cellen, die met elkaar het gesprek aangingen en ritmes creëerden. Het werd extatisch. Een soort hippiehappening.'


Zo werd muziek een sociaal experiment over de manier hoe de mens zich gedraagt in een groep en er altijd als vanzelf hiërarchie ontstaat en richting wordt gegeven in de chaos. 'Ik leerde dat muzikaal experiment per definitie ook altijd een sociaal experiment is. Of eigenlijk een sociale observatie.'


Daar werd Iyer nog maar eens op gewezen bij de opnamen van het zevende deel van zijn stuk Mutations. 'We waren bijna klaar met de repetities voor dat stuk. Maar er moesten ineens ook video-opnamen worden gemaakt, dus liep er iemand met een camera door onze muziek heen te banjeren. Nogal luidruchtig. Ik zei tegen hem: kan het je niet schelen hoe het klinkt? Kun je misschien je schoenen uitdoen, dan hebben wij tenminste het gevoel dat we gehoord worden? Er ontstond een ruzieachtig sfeertje, ik was de richting kwijt en ik dacht: fuck it. Laten we nu maar alle onderdelen van de hele suite gebruiken voor één stuk, waarin alle genetische informatie van het hele werk zit verpakt. Net als bij Taylor: de muziek is niet het stuk zelf, maar het pad er naartoe.'


Muziek, volgens Iyer, staat midden in het leven. Na de aanslagen van 11 september en de daarop volgende oorlogen claimde hij zelfs een rol voor muziek en poëzie bij de verwerking van trauma's. Vorig jaar verscheen het album Holding It Down, de weerslag van een project dat Iyer heeft uitgevoerd met de dichter Mike Ladd en een aantal oorlogsveteranen. Prachtige pianojazz en elektronische muziek, popmuziek bijna, met aangrijpende, poëtische teksten. 'We waren het project begonnen om de veteranen die hadden gediend in Irak, en die je eigenlijk nooit hoorde in Amerika, een stem te geven. De soldaten waren veelal vrijwilligers uit de sociaal armere groepen in de samenleving, gekleurde Amerikanen. Op de televisie zag je vooral witte mensen van soldatenvakbonden en veteranenverenigingen het woord voeren. '


Iyer kwam in contact met de Airforce-soldate Lynn Hill, een drone-pilote die vanuit een militaire basis in Amerika vliegtuigjes bestudeerde en aanslagen pleegde op militaire doelen in door Amerika bezette landen. 'Zij was getraumatiseerd geraakt, niet door actie ter plekke, maar door op afstand mensen te doden. Na een werkdag stond zij met gewone Amerikaanse burgers in de rij bij de Wall Mart supermarkt. Zij kon met niemand delen wat zij gedurende de dag had uitgevoerd en dat trok een wissel op haar gevoelsleven. Bij ons vertelde ze over de posttraumatische stress en de daarbij horende angstdromen. Die dromen werden gedichten en die werden songs. Menselijke liederen.'


De muziek werd therapie. 'Dat was niet de bedoeling, maar zo werkte het wel. Na Holding It Down stopte Hill met haar psychotherapie. Zij trouwde en kreeg kinderen. Ze was gehoord en dat was kennelijk genoeg. Wij hadden geluisterd. Luisteren is belangrijk. Begrijpen komt later wel.'


De cd Mutations van Vijay Iyer is verschenen bij ECM Records. Vijay Iyer speelt zijn project Holding It Down op 16/8 op jazzfestival Jazz Middelheim in Antwerpen.

Extra: Met Mengelberg

Voor het Nederlandse festival November Music speelde de Amerikaanse jazzpianist Vijay Iyer in 2012 met de Nederlandse pianist Misha Mengelberg, die destijds al leed aan alzheimer. 'Ik wilde graag met hem spelen. Hij is altijd een van mijn voorbeelden geweest. Ik wist van zijn ziekte. Men had mij verteld: hij kan zomaar, na vijf minuten van het podium wandelen. Maar we speelden lang en goed. Hij klonk geweldig. Een fantastische touch, een rijk geluid. Hij klonk als zichzelf eigenlijk, ondanks de alzheimer. Kennelijk bracht de muziek hem in contact met een dieper deel van zichzelf. Zijn echte zelf.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden