Jazzman van het boerenland

Vanaf zijn veertiende trok Bunny Berigan als fulltime professional met dansorkesten door Wisconsin. Op zijn negentiende had hij New York bereikt, waar hij zich ontwikkelde tot veel gevraagd jazztrompettist - en drinkeboer....

De beste leerling van Louis Armstrong stamde uit de onwaarschijnlijkste hoek waar een Amerikaanse jazzmuzikant vandaan kon komen. Bunny Berigan (1908-1942) was niet zwart, joods of Italiaans en groeide niet op in New Orleans, Chicago of New York. Hij werd geboren in het dorpje Hilbert, Wisconsin, het hart van het boerenland in het Midden-Westen, en zijn ouders waren kinderen van immigranten uit Ierland en Duitsland. Maar toen Louis Armstrong in 1941 door het jazzblad Down Beat de vraag kreeg voorgelegd wie zijn favoriete trompettist was, antwoordde hij: 'My boy Bunny Berigan, die ik altijd heb bewonderd om zijn toon, soul, techniek, zijn gevoel voor frasering en alles.'

Dat was een verbazend trefzekere analyse van Bunny Berigans kwaliteiten. Wie zeventig jaar na dato een willekeurige Berigan-opname opzet, bijvoorbeeld What Would You Do? uit 1932, hoort een houterig spelend potpalmen-orkestje met gedateerde herenzang. De trompet-break waarmee Berigan het nummer opent en zijn 24 maten solo verderop lijken uit een totaal andere wereld te komen. Net als Armstrong vijf jaar eerder in zijn Hot Five-opnamen toont Berigan hier een ritmisch raffinement en een muzikale verbeeldingskracht waar zijn medemusici slechts van konden dromen.

Waar dat talent vandaan kwam, bleef raadselachtig. Bunny Berigan had op zijn elfde een trompet in handen gekregen, volgde degelijk muziekonderwijs bij een 'professor' Wagner, en trok vanaf zijn veertiende als fulltime professional met diverse dansorkesten door Wisconsin. Hij luisterde wel ijverig naar platen van Louis Armstrong en deed zijn best diens soli na te spelen. Maar dat probeerden in die tijd zoveel jonge blanke musici, die niet - zoals Berigan - hun zwarte collega's versteld deden staan: 'Here's this white boy playing like one of us.'

In 1928 had hij, op zijn negentiende al een veelgevraagd vakman op de trompet, New York bereikt. Daar drong hij binnen een paar jaar door tot het selecte gezelschap van studiomuzikanten die geld als water verdienden met radiowerk en plaatopnamen. De topmensen zoals Berigan hadden het zo druk dat ze remplaçanten betaalden om de repetities voor hen waar te nemen. Op het moment dat het er echt om ging, kwamen ze zelf de studio binnengerend en speelden ze de muziek foutloos a prima vista.

Op 24 februari 1932 bijvoorbeeld nam Berigan 's ochtends zes nummers op met de band van Eddie Kirkeby, 's middags maakte hij opnamen met een studio-orkest, 's avonds begeleidde hij drie uur lang de vocalen van de Boswell Sisters - en daarna spoedde hij zich waarschijnlijk naar een jazzclub om nog wat voor de lol te spelen.

De 7-cd-box The Complete Brunswick, Parlophone and Vocalion Bunny Berigan Sessions, verschenen op het Amerikaanse verzamelaarslabel Mosaic Records, geeft een fraai overzicht van de platen die hij in de jaren 1931-'37 opnam. Veel commercieel werk met obscure studio-orkesten, waarin zijn trompetsoli de eenzame lichtpunten vormen, maar gaandeweg ook pure jazzvertolkingen met prominente collega's zoals saxofonist Bud Freeman, xylofonist Red Norvo, de broers Tommy en Jimmy Dorsey (trombone en saxofoon) en de klarinettisten Benny Goodman en Artie Shaw.

Naarmate de jaren dertig vorderden, stond Berigan ook steeds vaker in de studio met zwarte collega's: zangeres Billie Holiday, de saxofonisten Johnny Hodges en Chu Berry, pianist Teddy Wilson, drummer Cozy Cole. Tot de mooiste voorbeelden van zijn werk horen vier stukken uit 1935 met Hodges, Wilson, bassist Grachan Moncur en zangeres Mildred Bailey. In Willow Tree speelt Berigan met subtiel bluesgevoel, in Honeysuckle Rose bewijst hij dat hij ook zonder drummer ontspannen kan swingen.

Zijn dagelijks werk had hij in die jaren als stersolist bij de gevierde Swingbands van Benny Goodman (tot die hem wegens frequente dronkenschap ontsloeg) en Tommy Dorsey (bij wie hij een essentieel aandeel had in twee van diens grootste hits, Song of India en Marie). Maar het was onvermijdelijk dat een vedette als Bunny Berigan het op het hoogtepunt van de Swingrage met een eigen orkest zou gaan proberen.

Dat gebeurde in 1937, en het succes was aanvankelijk immens. Op 7 augustus 1937 nam Berigan de vertolking op waardoor zijn naam tot de dag van vandaag voortleeft: I Can't Get Started, bijna vijf minuten lang en oorspronkelijk uitgebracht op een 30 cm 78-toerenplaat. Samen met de zeker zo fraaie B-kant, The Prisoner's Song, hoort deze opname tot het beste dat het Swingtijdperk heeft opgeleverd. (Beide stukken zijn tegenwoordig verkrijgbaar op de RCA Bluebird-cd Bunny Berigan: The Pied Piper, in combinatie met zijn belangrijkste werk bij Goodman en Dorsey.)

De onovertroffen trompettist bleek echter een verre van competente bandleider. Over geld of orkestdiscipline bekommerde Berigan zich nooit, en hij sprong al even zorgeloos om met zijn fysieke vermogens. Hij stond voor de band, speelde lead-trompet en nam tegelijk alle trompetsoli voor zijn rekening - als een voetbaltrainer die zichzelf op doel zet en ook nog in de spits alle goals wil scoren.

Door die roofbouw, gepaard aan zijn drankzucht, desintegreerde zijn carrière even snel als zijn persoonlijk leven. Een destructieve liefdesaffaire met Lee Wiley - een begaafde jazz-zangeres maar een ongeneeslijke femme fatale - zette zijn huwelijk op losse schroeven. Berigans echtgenote Donna, zelf stevig alcoholiste, droeg evenmin bij tot een stabiel gezinsleven. Zijn orkest belandde in een financiële chaos, die in 1939 eindigde met zijn faillissement.

Er volgde nog een lijdensweg van drie jaar. 'Vijftig procent van de mensen zijn gekomen om mij te horen spelen, en de andere vijftig procent om te zien of ik dronken ben', verzuchtte Bunny Berigan in 1941 na de zoveelste mislukte doorstart van zijn orkest.

Op 2 juni 1942 stierf hij, logischerwijs aan levercirrose. Hij had een muzikantenloopbaan van twintig jaar achter zich, maar moest nog 34 worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden