Jazzboerderij van 'diversionist' Max Teeuwisse in Den Oever bestaat met hangen en wurgen dertig jaar 'Er hangt iets om dit pand waardoor toeristen zeggen: raar'

Jazzcafé Bij Max in Den Oever heeft zijn dertigste verjaardag gehaald. Een klein wonder. Muziek die er klinkt is vooral 'om bij te lachen' en 'nare mensen' kunnen rekenen op klantonvriendelijk gedrag van eigenaar Max Teeuwisse....

Van onze verslaggeefster

Greta Riemersma

DEN OEVER

Zijn jazzboerderij in Den Oever loopt al dertig jaar lang niet, maar misschien komt de doorbraak van 'diversionist' Max Teeuwisse nu dan eindelijk. In Japan, via Karel de kat. Het beest kan bierfiltjes apporteren, hij heeft camera-ervaring en hij begeleidt zijn baas steevast naar de winkel. Echt wat voor Pets Around the World, dacht Teeuwisse, toen hij in een advertentie las dat het Japanse tv-programma op zoek was naar bijzondere dieren.

De cameraploeg kwam. 'Doe het in het weekeinde, dan kunnen jullie meteen een stukje jazz-gebeuren meenemen', vond Teeuwisse. 'Als de sodemieter' schreef hij een lied. London is the place for me veranderde in Karel is the cat for me. Hij zong het onder zijn internationale artiestennaam, Max Teawhistle. Zijn band The Friends Of Bop begeleidde hem. En er waren ook nog wat opnamen van Karel de kat.

Als resultaat staat er deze week zo maar een Japans meisje met rugzak in de tuin van zijn café. Een fan. Ze maakt een foto van Teeuwisse: 66 jaar, 32 kilo lichter dan een paar jaar geleden, witte pet, bril met zonneklep, snor, T-shirt met Nescio-tekst over de Uitvreter, sportbroek, blote benen in klompen. Op een tweede foto figureert hij samen met de wonderbaarlijke Karel. De kat krijgt Japans kattevoer cadeau. 'Kijk Karel, ik heb Japanse blikjes voor je', paait hij het rood-witte dier.

Teeuwisse beleeft hoogtijdagen. Vlak voor het dertigjarig jubileum van café Bij Max dat hij dit weekeinde viert, blijken zijn aanhangers niet alleen ver weg te wonen. Voor het optreden van The Skymasters vanavond komt pal voor de rijtjeshuizen van de achterburen een tent. Geen punt. De gemeente Wieringen levert gratis dranghekken en honderd klapstoelen, een plaatselijke aannemer personeel en Hippolytushoef nog eens honderd klapstoelen. Een buurman heeft in de cafétuin gekleurde lampjes opgehangen, de overbuurman gooit zijn garage open om ruimte te geven aan een dubbele tap, de slager gaat snacks verkopen in een aangrenzend bushokje.

'Feestelijk Weekend, 30 jaar jazz op Wieringen', staat op een affiche in de tuin. Er is een nationale mega-session georganiseerd, waaraan Jarmo Hoogendijk en Ben van den Dungen meedoen - als ze kunnen. Er is uiteraard een optreden van Max Teawhistle & The Friends of Bop. En Teeuwisse is nogmaals te zien in een tromboneduel met Bart van Lier. Op zijn c.v. staat niet voor niets: 'Aanleg voor trombone.' Bovendien: twee jaar les gehad. 'Als ik nu optreed laat ik zien hoe goed ik was geweest als ik doorgegaan was.' Dat is geen wartaal. 'Als ik probeer te improviseren, kunnen muzikanten horen wat ik zou willen doen, maar waarvoor ik technisch niet goed genoeg ben. Nou ja, het gaat ook wel eens twee maten goed.'

Na al die jaren komt het misschien toch nog goed tussen Max en Den Oever. Vroeger stond zijn westfriese stolpboerderij in het dorp bekend als het 'sex- en hasjcafé'. Nog meent Teeuwisse dat zijn stulp wordt geassocieerd met heroïnespuiten. 'Daar wordt gebruikt', schijnt het in Den Oever te heten. 'Natuurlijk werd er wel eens wat gerookt en wie zich wilde afzonderen kon op zolder wat doen, maar excessieve toestanden zijn er nooit geweest.'

Het imago stoelt vooral op de beginperiode van die dertig jaar jazzoptredens en andere activiteiten. Met hun komst op de boerderij wilden Teeuwisse en echtgenote Annetje van Verseveld ('beeldhouwster, grafica: we noemen elkaar altijd in interviews') een beetje Amsterdam naar de kop van Noord-Holland halen: exposities, cabaret, jazz, ouwehoeren. Hoewel Jos Brink er nog heeft opgetreden toen hij 'idealistischer' was, vond 'de bevolking' het maar vreemd. 'Al die rare vogels.' De gemeente heeft hem twee keer uit het pand proberen te verwijderen. Tevergeefs. 'Er gebeurde hier niks onwettigs.'

Na het vertrek van zijn echtgenote in 1970 concentreerde Teeuwisse zich gaandeweg op jazz. Door de echtscheiding belandde hij in een 'soort depressie'. Kunstenaars begonnen te klagen dat ze hun werk niet in 'een oude schuur' aan mogelijke kopers konden laten zien. Het galeriepubliek was bang dat er 'een strootje in het bier zat'. In de wereld van klassieke muziek heeft hij geen contacten. Pop, dat past niet in de sfeer. 'Als je de ontwikkelingen bekijkt, house en rap, ik vind het muzikale armoede. Er zit niks in. Ja, alleen: jongens, het komt nooit meer goed.' Jazz vertelt sprookjes. Als iemand staat te improviseren op een thema dan klinkt erin door: 'Jongens, het is allemaal moeilijk, maar we komen er wel.'

Zo goed als elke zaterdagavond mogen in de schuur vooral bopachtige bands hun verhaaltjes vertellen, onder lichtbakken met verschoten crêpepapier. Een man of dertig, veertig, vijftig zit dan te luisteren op de ribfluwelen en leren banken die 'bij de vuilnisbak' zijn weggehaald. Of ze hebben zich teruggetrokken in de 'koningsloge', een nisje met oranje terrasstoelen. Een psychiater uit Zutphen is elk weekeinde present. Er komen makelaars, ingenieurs en bouwvakkers uit Amsterdam, Den Haag, 's Hertogenbosch of Enschede. Uit Den Oever weinig publiek.

Door de week is het café - met achter de bar een uitdragerij van foto's van dode jazzhelden, een nep-Oscar, een teddybeer en andere herinneringen met spinneweb - dagelijks geopend. Behalve als Teeuwisse geen zin heeft, wat twee à drie keer in de week voorkomt. Hij beseft dat er 'iets om dit pand hangt waardoor de doorsnee toerist zegt: raar'. Ook met het mooie weer zit er in de riante cafétuin geen hond, afgezien van het Japanse meisje en de rondlopende Karel.

Hij vindt het best. Degenen die komen, waarderen de 'relaxte sfeer', anderen mogen wegblijven. Sportvissers die lam zijn. Lui die gaan schreeuwen. 'Max is er niet', zegt hij dan. Dus is de exploitatie nooit sluitend. Ondanks het feit dat muzikanten voornamelijk spelen voor de gebakken vis die ze op zaterdag verplicht zijn te eten, ondanks het feit dat er 'wel eens een kwartje tussen de dubbeltjes zit'. Max Teeuwisse moet bijklussen. Hij speelt kleine rollen in commercials en dramaprodukties als Pleidooi, Zeg 'ns Aaa en Coverstory. In Tegen wil en dank was hij een trombonist 'die uit het orkest geflikkerd wordt omdat hij niet kan spelen'. Voor een folder van Albert Heijn fungeerde hij als kerstman in Madurodam.

Dat het blijft bij bijrollen kan hem niet schelen. 'Ik noem mezelf toekomstig bekend Nederlander. Dat moet zo blijven tot mijn dood.' Dat zijn eerste en tot dusver enige cd, Bijna Shocking, kritiek krijgt, so what. Willem Breuker stuurde hem per brief een parodie op de teksten: 'Tevens te verkrijgen: In the still of the night, lag ze met haar benen wijd.' Vrouwen zijn kwaad vanwege het liedje Huisvrouw: 'Wat kan er mooier zijn dan huisvrouw, als ieder meisje dat eens wou.'

You don't know what love is werd in de versie van Teeuwisse: 'Als jij wist wat lof was, dan at je voortaan minder boerenkool'. Reactie: aan die evergreens mag je niet komen! 'Charlie Parker of Billie Holiday zouden zich in hun graf omdraaien.' Teeuwisse: 'Waar ik over zing is minstens zo erg. Het is alleen een andere cultuur. Ik heb later ontdekt dat in mijn liedjes veel onverwerkt verdriet zit.'

Hij heeft wel gezongen met de pianist Michiel Borstlap. 'Hij vond het net zo spannend als ik. Ik heb geen opleiding gehad, ik doe waarschijnlijk dingen die niet kunnen. Maar dat is vast de charme.' Vier keer ging hij op tournee door Rusland, vijf keer stond hij op het North Sea Jazz Festival. 'Maar in jazzclubs mag ik niet zo erg komen, daar moet het ernstig.' Ook in zijn boerderij programmeert hij 'jazz waar je bij kunt lachen', wat als gevolg heeft dat 'zogenaamde jazzliefhebbers' opmerken: 'Daar kun je toch niet naar luisteren?'

Maarten Altena, Ernst Reijseger, Ig Henneman, ze zijn allemaal in Den Oever geweest. 'Leuk bedacht, knap ingewikkeld, maar het heeft geen swing. Ik wil emoties.' Teeuwisse houdt van bopachtige muziek en dus treden er voornamelijk bopachtige muzikanten op. Niet de geringsten: Wim Overgaauw, Piet Noordijk, Jarmo Hoogendijk, Ben van den Dungen. Hij denkt vaak: 'Ze spelen zo maar voor mij en het publiek betaalt voor mijn concert.'

Vlak na de oorlog, als jongen uit de Indische buurt in Amsterdam, een arbeiderswijk, ging hij met vrienden naar zaken als City Hal, Hollywood, Sheherazade, Winkels. Voor de jazz. In Amerikaanse jasjes met dessins, gevonden tussen balen tweedehands kleding bij Spijer aan de Oude Schans. Dan was je een jazzvogel, hip, anders. 'We voelden ons ver verheven boven de rest, we keken neer op Eddie Christiani en al dat soort gedoe. En dan zwaaide je naar muzikanten en als ze terugzwaaiden. . .'

De mannen naar wie hij toen zwaaide, Frans Poptie, Eddy Sanchez, lopen nu tegen de tachtig. Afgelopen zaterdag traden ze op in Den Oever. 'Vroeger was je blij en vereerd als ze je een knikje gaven, nu komen ze bij mij.'

Zijn vader wilde liever een dochter. 'Het wordt toch niks met jou', voegde hij Max meer dan eens toe. Toch nog goed terecht gekomen, niet dan? Op een vergadering van de plaatselijke VVV had Teeuwisse laatst voorgesteld hem erelid te maken in verband met zijn dertigjarig jubileum. 'Daar hebben wij een heel andere mening over', was de reactie. Grappig, even later liep hij wel met een Japanse cameraploeg door het dorp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden