'Jazz, hoe schrijf je dat?'

IN 1956 HAD Joe Zawinul, 24-jarige jazzpianist uit Wenen, een ontmoeting die zijn leven veranderde. Hij speelde met een Oostenrijkse Dixieland/Swingband in Düsseldorf en kwam daar in contact met de Nederlandse jazzcombo van Rob Pronk....

Bert Vuijsje

Bijna een halve eeuw later is Joe Zawinul met afstand de succesvolste Europeaan in de Amerikaanse jazz-business. Hij speelde bij Cannonball Adderley, maakte belangrijke platen met Miles Davis, leidde samen met Wayne Shorter vijftien jaar lang de gevierde groep Weather Report, en bleef daarna volle zalen trekken met zijn Zawinul Syndicate. Zijn voorbeeld Rob Pronk maakte als arrangeur weliswaar een mooie Europese carrière, maar in Amerika kent bijna niemand hem. Wat verklaart het verschil?

Het boek In A Silent Way - A Portrait of Joe Zawinul van de Britse jazzjournalist Brian Glasser geeft een indirect, maar daarom niet minder duidelijk antwoord op die vraag. Zawinul wordt sinds zijn prille jeugd voortgestuwd door een onbegrensd zelfvertrouwen. Toen hij in januari 1959 de boot naar New York nam, wist hij dat het daar niet makkelijk zou worden. 'Ik had er geen familie en ik kende er niemand.' Maar zijn vastbeslotenheid was er niet minder om: 'I did it with the purpose to kick asses.'

Binnen drie weken speelde hij in de big band van trompettist Maynard Ferguson, voor het jaar om was werd hij begeleider van zangeres Dinah Washington, en in 1961 stootte hij door naar de eredivisie van de jazz, als enige blanke in het kwintet van Cannonball Adderley. De paar Europeanen die hem op dat pad voorgingen, zoals de Belgische saxofonist Bobby Jaspar (die met Miles Davis en J.J. Johnson speelde), smeedden hun broederschap met de zwarte Amerikaanse boppers op basis van lotsverbondenheid: heroïneverslaafden onder elkaar. Zawinul piekerde daar niet over; als cognac- & sigaren-man had hij louter minachting voor junkies.

Evenmin liet hij zich intimideren door Miles Davis, met wie hij eind jaren zestig de baanbrekende platen In A Silent Way en Bitches Brew maakte. Hoe heeft Miles uw leven beïnvloed?, vroeg een interviewer hem in 1997. 'Ik zou niet zeggen dat hij mijn leven heeft beïnvloed', riposteerde Zawinul. 'Eerlijk gezegd is het andersom. Ik denk dat hij meer van mij heeft gekregen dan ik van hem.' Hun jarenlange vriendschap wortelde vooral in hun gezamenlijke passie voor het boksen. Zawinul was ook niet te beroerd om Davis tijdens diens lange retraites geregeld thuis op te zoeken, en hem te helpen met het ontcijferen van de Duitse gebruiksaanwijzingen bij de miniatuur raceautobaantjes waar de trompettist nachtenlang mee speelde.

Voordien had Zawinul zijn beslissende muzikale inzicht verworven, op de dag dat pianist Barry Harris, volgeling van Bud Powell en Zawinuls voorganger in het Adderley-kwintet, meende hem het hoogste compliment te geven. 'Hij vertelde me dat hij op de radio een nummer van Cannonball had gehoord. Het klonk zo goed dat hij zou hebben gezworen dat hij er zelf op meespeelde. Toen kondigden ze die Oostenrijkse naam aan, en hij zei: ''Man, you've arrived!''

'Oké, hartelijk dank. Ik voelde me gevleid. Maar daarna, toen ik over straat liep, dacht ik: Wat betekent dit nu echt? Ik speel precies zoals een andere pianist die zelf wéér een ander kopieert, dus ik zit in feite op de derde stoel. Onze muziek moet zich verre houden van imitaties, man. Het kan geen emotionele ervaring zijn als je probeert net als iemand anders te spelen, toch?'

Vanaf dat moment combineerde Zawinul zijn onaantastbare ego als jazzpianist die voor niemand opzij hoefde te gaan met de overtuiging dat hij in de muziek zijn instinct moest volgen. Hij werd een pionier van de elektrische piano en de synthesizer, en als componist, bandleider en keyboardspeler groeide hij in de jaren zeventig en tachtig uit tot idool van velen, zowel binnen als buiten de jazz. Zijn zelfbewustzijn kreeg op den duur mythische proporties. Tijdens een tournee van het Zawinul Syndicate vroegen een paar bandleden op een ochtend of hij meeging naar het Da Vinci Museum in Florence om wat cultuur op te zuigen. Zawinul reageerde: 'I don't need no fuckin' culture. I am culture!'

Wat beweegt een jongen die in 1932 wordt geboren in een Weense arbeidersbuurt om zich eerst met huid en haar in de zwarte Amerikaanse jazz te storten en vervolgens daaruit zijn eigen muziek te scheppen? Brian Glasser heeft voor zijn boek met vele tientallen mensen over Zawinul gesproken, tot en met de 90-jarige pater De Bray bij wie hij op de jeugdclub zat - samen met zijn klasgenoot Thomas Klestil, die in 1992 Kurt Waldheim zou opvolgen als president van Oostenrijk.

Hoe meer details over Zawinuls jeugd Glasser achterhaalt, hoe groter het mysterie wordt. De Anschluss van 1938, waardoor Oostenrijk onderdeel werd van nazi-Duitsland, kwam de jonge Joe Zawinul goed uit. 'Toen Hitler kwam, selecteerden ze de kinderen die bij de muziekles talent toonden. Ik had een absoluut gehoor, dus ik kreeg een gratis plaats op het Weense conservatorium en begon piano te spelen. Ik kreeg ook klarinet- en vioolles omdat ik zo'n goed muzikaal oor had. It felt good.'

Nog onwaarschijnlijker was de plaats waar Zawinul, najaar 1944, zijn eerste stukje jazz hoorde. Na een zwaar bombardement van de geallieerden op Wenen werden de beste dertig conservatoriumleerlingen door de nazi's in veiligheid gebracht in een weelderig paleis in het Sudetenland ('Er stonden 57 Bösendorfers in de jachtzaal'). De toekomstige muzikale elite van het Derde Rijk werd onderworpen aan een strikt regime van Bach tot Wagner, maar dat belette een getalenteerde klarinetstudent niet om op een avond aan de piano een onvervalste stride-vertolking van Fats Wallers Honeysuckle Rose ten beste te geven.

Zawinul: 'Ik vroeg: ''Wat is dat?'' Hij zei: ''Dat is jazz.'' ''Hoe schrijf je dat?'' En hij spelde het voor me: J, A, Z, Z. Somehow I saw my name in there. Zijn vader was muzikant op een schip en had ooit Duke Ellington ontmoet. Hij liet me een foto zien van het Ellington-orkest met zijn vader. Het was de eerste keer dat ik andere zwarten dan Afrikanen zag. It knocked me out. Ze hadden witte pakken, glanzende saxofoons, trompetten.'

In Glassers reconstructie van Zawinuls jonge jaren is de realiteit van het nazisme merkwaardig afwezig. Oorlog brengt voedselgebrek en bombardementen en dat is vervelend, net als de dreiging van de naderende Russen, maar de woorden 'concentratiekamp' en 'jodenvervolging' vallen nergens. De term 'antisemitisme' duikt pas op tegen het eind van het boek, als Zawinuls onaangename uitspraken in een interview met een Poolse journalist uit 1992 aan de orde komen: 'The Jewish people took away a lot of the black music and made it sound like itself. The black musician was supposed to be working in the kitchen, cleaning the dirt. That's the Jewish system.'

Brian Glasser - zelf kennelijk van joodse origine - probeert Zawinul vrij te pleiten door te verwijzen naar zijn onberispelijke houding tegenover de zwarten in Amerika. Verder voert hij aan dat Zawinul nu eenmaal opgroeide in een omgeving waarin het 'normal' was 'to be at least casually anti-semitic'.

Glasser had er een zinniger verklaring aan kunnen toevoegen. Juist Zawinuls broederlijke omgang en identificatie met de zwarte Amerikaanse jazzmusici kan hem bewogen hebben tot zijn uitspraken. In een tv-interview uitte Wynton Marsalis zich even onaangenaam over 'people who read the Torah and stuff' die de muziekwereld in hun greep hadden, 'so-called white people who were Europeans, people who functioned as Negroes in European society'. 'They came over here and said, ''We're not the lower class of European society now, because we have these black Americans that we can dog and mess over''.' Met die visie staat Marsalis binnen de zwarte jazzgemeenschap zeker niet alleen. Maar de gecompliceerde interactie tussen negers en joden in de geschiedenis van de zwarte Amerikaanse muziek is een ander verhaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden