jazz Donny McCaslin Quartet

Uit de interactie met de bassist schreeuwt plezier en spontaniteit.

Donny McCaslin was lang een grijze muzikant. Een saxofonist die je wel eens zag opduiken in een goed bezette band, die je de dag erna weer vergeten was. Een technisch begaafde muzikant zonder karakter. En zo oogt hij ook. Klein brilletje, suf kapsel, polo'tje. Als je sympathieke buurman.


McCaslin bleek een laatbloeier. Plotseling dook hij op in de band van stertrompettist Dave Douglas en ging meer platen op eigen naam maken. Toch bleef hij een veilige, wat bescheiden straight ahead jazzspeler. Mooie ideeën, maar de uitwerking miste diepte. Te veel geïnspireerd op de jazztheorie, te weinig karakter.


Met dit in gedachte is het concert in de Tilburgse Paradox een schok: hè, is dit echt muziek van die statische McCaslin? Drummer Nate Wood steelt al snel de show. Geen subtiele da-dadoe-doe-dap-dah jazzritmes, maar duizelingwekkende grooves die het meer zoeken in de pop, rock en latin. Drummer Wood heeft heel losse polsen en handige vingers waarmee hij bovendien kan jongleren met de drumstokjes. Uit zijn interacties met bassist Tim Lefebvre schreeuwt plezier en spontaniteit. Het vetst is de bewerking van Boards of Canada's Alpha and Omega, waarmee de ritmesectie met vertragingen en versnellingen de achtbaan zelf bestuurt.


McCaslin is een nieuwe fase ingegaan. Dat bleek al op de plaat Perpetual Motion (2010) en ontpopte zich helemaal op Casting for Gravity, dat een aantal maanden terug verscheen. Denk aan fusion, dubstep en elektronische muziek. Een interessante keuze die ook logisch is. Hij mocht zijn technisch vermogen al graag laten horen en doet dit klinisch en beheerst, precies wat je mag verwachten in de fusionmuziek. McCaslin wordt vaak vergeleken met de machosaxofonist Chris Potter, maar speelt melodieuzer. En dat maakt zulke muziek net wat interessanter.


En toch blijft het knagen. Zeker na de pauze, als toetsenist Matt Mitchel vanwege een defect aan het Fender Rhodespedaal achter de akoestische piano moet zitten en de sound meer richting jazz vaart, ontkom je niet aan de stijfheid die McCaslin kenmerkt. Zijn klankkleur blijft, ook in zulke eclectische muziek, weinig onderscheidend. Nergens schuurt het, elke noot is te verwachten. Dan valt hij terug op ellenlange solo's met weinigzeggende noten die rond het middenregister blijven hangen. Warm word je er niet van.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden