Jazz als rebellie

Alle jazzmuziek is rebellie, betoogt de Vlaamse essayist Matthijs de Ridder in een even prikkelende als aanvechtbare studie.

Matthijs de Ridder: Rebelse Ritmes - Hoe jazz & literatuur elkaar vonden

De Bezige Bij Antwerpen; 373 pagina's; € 19,95.


en waarschuwing: geloof niet alles wat voorop dit boek staat. De titel klopt wel, de ondertitel maar zeer ten dele. In Rebelse Ritmes beschrijft de Belgische essayist Matthijs de Ridder (1979) inderdaad de jazz als opstandige muziek, maar heel vaak niet 'hoe jazz & literatuur elkaar vonden'. In een groot deel gaat het uitsluitend over de muziek als politiek symbool of wapen, stiekem De Ridders centrale thema. Een geval van misleiding waar je bijna de Consumentenbond op af zou sturen, maar daarmee zou je de wetenswaardige en prikkelende elementen van dit ambitieuze werkstuk tekort doen.


De tweedeling van de inhoud doet vermoeden dat De Ridder aanvankelijk wel degelijk de belofte in de ondertitel wilde inlossen. Deel 1 bestrijkt de periode 1912-1940 en bestaat voornamelijk uit een boeiende inventarisatie van hoe schrijvers in verschillende Europese landen na de Eerste Wereldoorlog reageerden op de jazz, 'het luidruchtigste symptoom van de moderniteit'. De nieuwe muziek werd gezien als een oerkracht die traditionele normen en waarden omver zou blazen. Door sommigen werd dit verwelkomd: het oude Europa had immers de wereldbrand veroorzaakt, nu kon er een betere tijd aanbreken. Maar genoeg anderen stonden afwijzend tegenover wat zij als destructief barbarisme zagen.


De voorbeelden zijn goed gekozen: de Italiaanse futuristen die het jazzslagwerk juichend begroetten als de 'artillerie' die de burgermaatschappij in puin zou schieten, of de Vlaamse nationalist Van der Hallen die in 1936 een romanfiguur laat verzuchten: 'Sedert ik dansmuziek en negerliedjes speel, heb ik vergeten hoe het gezicht van God eruitziet. En sindsdien ben ik ook begonnen te drinken.' Informatief en niet minder onderhoudend.


In Deel 2 (1940-2001) wordt de literaire inventaris verdrongen door De Ridders betoog: jazz is de muziek van de revolutie, niet alleen die van de Afro-Amerikanen maar van de geknechte medemens in het algemeen. Dat uitgangspunt leidt tot tunnelvisie en krampachtige interpretaties.


De premisse is al twijfelachtig. De Ridder noemt jazz 'een kunstvorm die in zijn geheel politiek was' en daar valt nogal wat op af te dingen. Uiteraard is het genre deels ontstaan uit het verlangen om de eigen, zwarte identiteit in vrijheid uit te dragen, maar jazz is meer dan agitprop. Swing is ook plezier (maar dat is commercie en daarom verwerpelijk, meent de auteur), improvisatie is ook individuele expressie van universele emoties, of pure schoonheid.


Esthetische overwegingen tellen voor De Ridder echter nauwelijks mee. Dat zien we onder andere in zijn uitgebreide beschrijving van trompettist Dizzy Gillespie en diens burleske presidentscampagne uit 1963 (een van de vele passages waarin niet meer de moeite wordt genomen de literatuur erbij te betrekken). Hij beantwoordt de kritiek dat Gillespies kunst onder zijn activisme te lijden had met de bewering dat dit een verkeerde opvatting is, die van de muziek een steriele abstractie maakt. Politiek gezien was de actie geslaagd, dus ook als jazz.


Waarom de jazz bij uitstek opstandig is, wordt uit de schaarse musicologische argumenten niet duidelijk. Dissonantie en opzwepende gesyncopeerde ritmes komen we bijvoorbeeld ook tegen bij Stravinsky. En wie wil aantonen dat juist rock in de jaren zestig de meest politiek geladen muziek van de naoorlogse tijd was, komt een heel eind.


Zo'n star uitgangspunt leidt automatisch tot wel heel selectieve geschiedschrijving. In de inleiding zullen Nederlandse lezers bevreemd lezen dat sterk door jazz geïnspireerde schrijvers als Bernlef en Jules Deelder worden overgeslagen. De bewering dat dit ligt aan de gehanteerde 'periodisering' is onzin, zoals later ook blijkt. Zij schreven wel degelijk tijdens de door De Ridder behandelde jaren, maar deden dat vanuit 'esthetische of melancholische motieven'. Daarom mogen ze niet meedoen.


Uiteraard staat het een essayist vrij om uit een stortvloed aan teksten en muziekopnamen juist die monsters te kiezen die voor hem betekenisvol en exemplarisch zijn. Maar dan moet je wel aannemelijk maken dat die voorbeelden werkelijk die betekenis hebben. Bij de Amerikaanse free jazz uit de jaren zestig is dat bij uitzondering geen probleem: het extreem-linkse aspect daarvan werd door de musici zelf expliciet gemaakt. Veel minder overtuigend is de exegese van Without a Song, een stuk dat Sonny Rollins luttele dagen na de aanslagen op de Twin Towers uitvoerde.


De titel is veelzeggend, zoals de saxofonist in zijn aankondiging onderstreept: zonder muziek is het leven troosteloos. Daarna troost hij het publiek met een prachtige solo. Toch weet De Ridder ook hier een politiek protest van te maken, met als 'bewijs' dat Rollins Oh Susanna citeert, het oude volksliedje dat ooit ook wel door zwart geschminkte entertainers werd gezongen. De Ridders conclusie: Rollins waarschuwt hier 'dus' voor racisme.


Deze dogmatische vertekeningen zijn vooral zo jammer omdat er elders veel zinnige dingen worden gezegd, zoals over de poging concrete idealen te enten op een abstracte kunstvorm. Die is vaak tot mislukken gedoemd. Bij de Vlaamse dichter Van Ostaijen bijvoorbeeld: jazz was hem 'nodig gelijk brood' maar bracht niet de gehoopte verandering en werd daarom bankroet verklaard. En in het Oostblok, waar de liefde voor deze westerse klanken je het leven kon kosten, werd de ontoereikendheid van de jazz als rebellie door auteurs als Josef Skvorecky schrijnend beschreven.


Dat soort bespiegelingen over wezen en functie van kunst maakt dit gespleten, ontsporende boek toch de moeite waard; het zet aan tot nadenken, ook als je het er hartgrondig mee oneens bent.


Voor de Vlaamse publieke zender Klara stelde De Ridder een gelijknamige twintigdelige radioserie samen, te beluisteren op klara.be/babel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden