Jay-Z vlamt, zuigt, en is toch echt de man

Jay-Z..

Rotterdam Het is niet voor het eerst dat een Amerikaans artiest op een Nederlands podium publiekelijk afrekent met George W. Bush. Het is eerder een cliché en het is mooi dat we er binnenkort vanaf zijn.

Waarom Jay-Z in het Rotterdamse Ahoy dinsdagavond toch een golf van gejuich en zelfs opspelende huidkriebels door het publiek jaagt als hij de levensgroot achter hem geprojecteerde kop van Bush laat vervangen door die van Barack Obama, mag duidelijk zijn. Deze Jay-Z heeft met zijn ontzagwekkende podiumcharisma bijna vijfduizend man in de knip.

Alsof hij iedereen even persoonlijk bij de kraag vat, als hij zonder band of beats over orkaan Katrina rapt: ‘You were stuck on the roof, and your baby needed food. And the commander in chief, he just flew by.’ Het pijnlijke geluid van een overvliegende helikopter wordt erin gemixt.

Jay-Z is de man. De grote man van de Amerikaanse hiphop, meest verdienend, meest invloedrijk. De man van de kledinglijn, de man van het wodkamerk, de man van platenmaatschappij Def Jam, de man van Beyoncé. Zelf platen maken, dat zou hij niet meer doen na zijn aanstelling als labelbaas, maar aan die belofte hield hij zich niet.

Vorig jaar verscheen een bevlogen album, American Gangster, en nu is Shawn Corey Carter uit Brooklyn (New York) ook maar weer op wereldtournee. En daarmee bewijst hij de wereldhiphopgemeenschap een goede dienst. Want een concert neerzetten, dat kan Jay-Z. Een echt en dus in de hiphop zeldzaam live-concert, met tienkoppige band, inclusief drie blazers, allen in Cottonclub-smoking gestoken om een beetje in de sfeer van American Gangster te blijven.

Het werk van die plaat, zoals het openingsnummer Roc Boys, wordt met indringend blazerswerk bijna groovende bigbandjazz. Maar als Jay-Z met zijn dringende advies ‘bounce, bounce’ een van zijn grootste hits Can’t Knock the Hustle aankondigt, wordt gelukkig ook de vet bassende beat ingezet. En stuiteren doet het publiek, vooral op de singles van de klassieke hiphopplaat The Blueprint (met die moeilijke releasedatum: 9-11, 2001).

Ahoy wordt een zee van knikkende armpjes bij het aangrijpende Heart of the City dat voor de gelegenheid in een U2-jas wordt gestoken (de drummer slaat de openingsmars van Sunday Bloody Sunday, de gitarist speelt The Edge). Prachtig, ook die grofkorrelige zwartwitbeelden van Brooklyn op het videoscherm achter de band.

Vlammend is Jay-Z in zijn meest vileine en politieke raps, en daarna net zo heerlijk zuigend in zijn ode aan het meisje: Girls, Girls, Girls. Dat bij dit nummer slowmotion videobeelden van douchende meisjes voorbijkomen, nou ja, het wordt Jay-Z vergeven als hij met Encore een wederom stuiterende toegift neerzet. Het publiek bouncet tot achter bij de toiletten. Jay-Z is ook vanavond in Rotterdam de heel grote man.

Robert van Gijssel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden