Jaren vijftig waren niet zo saai en braaf

JAREN VIJFTIG Het beeld van de stoffige jaren vijftig moet nodig worden bijgesteld. Juist in de cultuur gistte en borrelde het.

Op de jaren vijftig van de vorige eeuw wordt doorgaans wat meewarig neergekeken. Strijk en zet wordt dan '1968' met de studentenopstanden opgevoerd als een ingrijpende omslag, soms zelfs als een revolutie. De jaren daarna bruisten van politieke, maatschappelijke en culturele veranderingen. Daarbij vergeleken waren de jaren vijftig maar een stoffige en saaie bedoening. Dat is niet terecht. Dit beeld moeten we bijstellen.


Mijn herinneringen aan dit decennium zijn niet onverdeeld negatief. Toegegeven, de verzuiling werkte verstikkend. Als leerling van een in die tijd bedompt christelijk gymnasium in Utrecht heb ik dat volop ervaren. Maar ik zet er ook meteen twee kanttekeningen bij. Om te beginnen mogen we nooit vergeten dat de verzuiling ervoor zorgde dat we een stabiel arbeidsbestel hadden. In alle lagen van de bevolking werd hard gewerkt - het bekende arbeidsethos. Omdat arbeiders zich primair identificeerden met hun katholieke, protestantse en sociaal-democratische zuilen en niet met de arbeidersklasse, bleven hun looneisen vergeleken bij omringende landen laag, accepteerden ze de geleide loonpolitiek en zagen ze op twee uitzonderingen na af van stakingen.


In dit decennium werden de grondslagen gelegd voor het poldermodel. Politieke heethoofden die dromen van polarisatie wijzen het poldermodel af, maar economisch gezien was het voor de naoorlogse situatie een zegen. Werkgevers en werknemers heten sindsdien heel harmonisch 'sociale partners' en ze opereerden ook daadwerkelijk als zodanig. Het legde een sterk economisch fundament onder de samenleving van de decennia na 1960. Ietwat overdreven zou je kunnen stellen dat de jaren vijftig het de rebellen van de jaren zestig economisch mogelijk hebben gemaakt tegen het vermaledijde establishment in opstand te komen.


Ook in de sociale politiek stond ons land niet stil. Zo legden Willem Drees en Ko Suurhoff met de AOW in 1957 het fundament voor de verzorgingsstaat van de decennia daarna. En Marga Klompé maakte niet alleen als de eerste vrouwelijke minister van Nederland naam, maar ook met haar doortastende sociaal-politieke beleid dat in 1963 uitmondde in de Algemene Bijstandswet.


Bij het beeld van de jaren vijftig als saai, braaf en verstikkend moet nog een andere kanttekening worden geplaatst. Juist in de cultuur gistte en borrelde het. In de literatuur deden W.F. Hermans, Harry Mulisch en Gerard Reve van zich spreken. Hun sarcastische (Hermans) en ironische (Mulisch, Reve) kritiek op de verzuilde samenleving van die tijd trok veel aandacht. Hermans en Reve moesten zich in de rechtbank verweren tegen aanklachten van godslastering. Beide auteurs werden vrijgesproken met het argument dat de vrijheid van meningsuiting in een democratie een fundamenteel, constitutioneel recht is. Moslims in ons land die te hoop lopen als er in films, toneelstukken of columns dingen worden gezegd die voor de islam beledigend zouden zijn, kunnen nog wat van die jaren leren.


Dit decennium was ook de bloeiperiode van de experimentele poë-zie. Ik herinner me nog levendig dat wij als scholieren en studenten de vreemde, vaak onbegrijpelijke gedichten van de experimentelen lazen. In mijn boekenkast staat een door mij gekoesterd boekje dat de Bezige Bij medio jaren vijftig uitgaf. Het is een bloemlezing uit de gedichten van Remco Campert (toen al!), Jan Elburg, Gerrit Kouwenaar, Lucebert en Bert Schierbeek. Het bandje heeft als titel vijf 5tigers. De vijf dichters staan op de omslag als komische tijgers met snorharen, spitse oren en lange staarten afgebeeld. In zijn inleiding schrijft Kouwenaar dat de experimentele poëet zijn wil niet aan het woord oplegt, maar zich juist andersom door het woord de wet laat voorschrijven. Twee decennia later zou deze gedachte door Franse filosofen herhaald en als ultieme vernieuwing gepropageerd worden.


En dan de rebellie van de schilders! Ik zal nooit vergeten wat een schokkende indruk Jan Vrijmans film over Karel Appel maakte. Hij had midden in het doek een klein gaatje gemaakt, waardoor hij de schilder filmde. Die hanteerde de schilderskwast als een floret. Kreunend en grommend viel hij het doek met woeste uithalen aan. Gevraagd naar zijn methode van werken, antwoordde hij laconiek: 'Ik rotzooi maar wat aan.' De nu museaal bejubelde groep Cobra waaraan in ons land Appel, Corneille en Constant deelnamen, verzette zich tegen het esthetiserende, kunsthistorische academisme van die tijd. Ook liet men de scheiding tussen literatuur en beeldende kunst los. Lucebert is daar het bekendste voorbeeld van.


In de klassieke muziek waren de jaren vijftig eveneens vernieuwend. Ik herinner me nog levendig hoe ik als gymnasiast in 1955 naar Bilthoven fietste om in de villa Gaudeamus naar iets totaal nieuws te luisteren. Een jongeman uit Duitsland zat als een waanzinnige aan allerlei knoppen te draaien en riep daarbij van alles uit. Hij had de toen nog volslagen onbekende naam Karlheinz Stockhausen. Via ingewikkelde apparatuur liet hij elektronische muziek horen en vertelde en passant dat de tijd van de traditionele symfonieorkesten voorbij was. In de concertzalen van de toekomst zouden we alleen nog elektronische geluiden beluisteren. Componisten zouden voortaan aan technische universiteiten tot elektronische ingenieurs worden opgeleid. Hij vergastte ons een avond lang op vaak pijnlijk snerpende geluiden die als radicale uitlopers van Schönbergs atonale muziek klonken. Het kleine publiek in de zaal luisterde met groeiende verbijstering. In dezelfde tijd werd in het Eindhovense NatLab van Philips geëxperimenteerd met de productie van elektronische muziek. Het Holland Festival voerde in 1956 het ballet Kaïn en Abel op met elektronische muziek van ir. Henk Badings.


De jaren vijftig leveren een interessante paradox op. De verzuiling heeft ons toen inderdaad organisatorisch en moreel in keurslijven geperst. Maar dezelfde inkadering maakte het mogelijk ons land economisch snel weer op te bouwen en welvarend te maken, terwijl de keurslijven ons rijp maakten voor tal van artistieke innovaties die in de volgende decennia werden uitgewerkt.


ANTON ZIJDERVELD


is emeritus hoogleraar sociologie.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden