Japanse premier staat met rug tegen de muur

In september was hij nog de hoop van Japan, maar inmiddels lijkt ook het premierschap van Yasuo Fukuda (71) geen lang leven meer beschoren....

Van onze correspondente Joan Veldkamp

Alsof er geen sprake is van een Amerikaanse kredietcrisis die paniek zaait op de financiële markten, de Japanse economische groei remt en het bedrijfsleven somber stemt, verzuimen regering en parlement om noodzakelijke besluiten te nemen. De belangrijkste reden is de machtsstrijd tussen de regerende Liberale Democratische Partij (LDP) en de Democratische Partij van Japan (DPJ) – de grootste oppositiepartij.

Dringende sociale en economische hervormingen blijven uit. De Japanse centrale bank zit zonder president, omdat de regeringspartijen en oppositie het niet eens worden over een opvolger voor Toshihiko Fukui, wiens termijn op 19 maart afliep. En er ligt weliswaar een begroting voor het fiscale jaar 2008-2009 op tafel, maar het geld daarvoor is nog niet gevonden.

De overheid kan voorlopig fluiten naar de extra benzineaccijns, een belangrijke inkomstenbron. Want de wet die heffing van de accijns veiligstelt, sneuvelde in het parlement. De situatie is inmiddels zo gênant dat Fukuda vorige week zijn excuses aanbood aan het Japanse publiek voor de politieke patstelling.

De regerende LDP, die sinds de Tweede Wereldoorlog vrijwel onafgebroken aan de macht is, heeft nooit veel te vrezen gehad van de zwakke Japanse oppositie. Maar dat veranderde plotseling in juli vorig jaar, toen de DPJ tijdens de Eerste Kamerverkiezingen als grote winnaar uit de bus kwam.

Dit resulteerde in het aftreden van de getergde premier Shinzo Abe. Hij werd automatisch opgevolgd door partijgenoot Fukuda, want de LDP had nog altijd de meerderheid in de Tweede Kamer. Maar de oppositie meent dat Fukuda geen legitieme leider is, omdat de mening van het volk niet werd gevraagd. En dus doet de oppositie, die na de victorie van vorige zomer ook winst ruikt in de Japanse Tweede Kamer, er alles aan om verkiezingen te forceren. Iedere benoeming en vrijwel ieder wetsvoorstel wordt dan ook geblokkeerd.

En met het gewenste effect: Fukuda komt steeds meer met zijn rug tegen de muur te staan. Tijdens de opening van het parlementaire jaar sprak hij nog over maatregelen voor een beter sociaal vangnet voor de mensen aan de onderkant van de samenleving en meer aandacht voor de noden van Japanse boeren en kleine zelfstandigen. Maar vooralsnog is daar geen geld voor.

De hervormingen die de voortvarende premier Koizumi had ingezet (zijn ambtstermijn liep in 2006 af), lijken tot stilstand te zijn gekomen. Maatregelen om van Japan een aantrekkelijk investeringsland te maken, worden op de lange baan geschoven. Veel buitenlandse investeerders halen gedesillusioneerd hun geld van de Nikkei af en de Japanse beurs daalde het afgelopen jaar 20 procent in waarde.

Er is dus weinig reden voor optimisme. Zelfs binnen zijn eigen partij wordt gefluisterd dat het tijd wordt voor een nieuwe leider. Maar Fukuda wil niet wijken voordat de G8-top, de bijeenkomst tussen de acht vooraanstaande industriële staten, in juli heeft plaatsgevonden.

Ook zal hij zich niet neerleggen bij het benzineaccijnsdebacle. De Japanse grondwet bepaalt dat een wet die sneuvelt in de senaat een tweede kans mag krijgen in de Japanse Tweede Kamer. Bij meerderheid van stemmen wordt die wet dan alsnog aangenomen. De wet zal eind april opnieuw in de Tweede Kamer worden behandeld.

Het publiek heeft inmiddels het vertrouwen in zowel de LDP als de DPJ verloren. Nieuwe verkiezingen zullen de Japanners ervaren als kiezen tussen twee kwaden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden