Japanse liefdeskunst

Een man en een vrouw zijn doende elkaar in sexualibus te plezieren, terwijl een meisje in de nabijheid met haar hond speelt....

Het tafereel werd met subtiele lijnvoering en schitterend kleurgebruik in beeld gebracht door de achttiende-eeuwse Japanse prentkunstenaar Suzuki Harunobu, die vermoedelijk in 1725 werd geboren en in elk geval in 1770 overleed.

Het is een van de zestig erotische afbeeldingen (shunga in het Japans), die zijn opgenomen in het mooi uitgevoerde boek Japanese erotic prints, dat deze zomer bij Hotei-publishing in Leiden verscheen. De prenten werden gemaakt door twee vermaarde kunstenaars, de al genoemde Suzuki Harunobu en Isoda Koryusai, die leefde van 1764 tot 1788.

De twee behoorden tot de vele Japanse vaklieden die zich in de achttiende eeuw met deze vorm van pornografie inlieten. Er is een schatting dat in die tijd drieduizend boeken met zulke plaatjes in omloop waren, nog afgezien van een flinke hoeveelheid 'losse vellen'.

De bloei van het genre, schrijft de Nederlandse japanologe Inge Klompmakers in haar inleiding, viel samen met de groei van de stad Edo (het tegenwoordige Tokio), waar in speciale wijken steeds meer gelegenheid werd geboden tot het bedrijven van de liefde.

De prenten van Suzuki Harunobu en Isoda Koryusai waren bedoeld om de zinnen te prikkelen, en zijn in die zin pornografisch. Het is de vraag of wij ze nog als zodanig bekijken, hoewel de eeuwenoude Japanse geslachtsdeeltjes (of delen, soms) open en bloot worden vertoond (wat tegenwoordig in Japan niet meer mag) en de handelingen vaak zodanig zijn afgebeeld dat de blik als vanzelf afglijdt naar het brandende middelpunt van de lust.

Wij zijn niet blind, en beleven uiteraard de prikkelende werking van de exotische tafereeltjes. Maar er is - in tegenstelling tot de porno waarmee de commerciële televisiezenders ons heden ten dage overvoeren - meer aan de hand. Wat de vulgaire pornograaf maar niet lijkt te begrijpen, is dat visuele pornografie in de eerste plaats kijkgenot moet opleveren, wil je het langer dan vijf minuten volhouden.

De Japanse kunstenaars die we in dit boek aan het werk zien, lijken dat beter te hebben begrepen. Lust, seksuele lust, moet vooral ook een lust voor het oog zijn.

Daar is, afgaande op dit boek, met veel talent aan gewerkt. Je ziet het niet zozeer aan de vaak wat vreemde, om niet te zeggen krampachtige of liefdeloze pose die de man of de vrouw aanneemt om aan zijn of haar (of hun gezamenlijk) gerief te geraken, maar vooral ook aan de enscenering, die voor ons en passant een mooi stuk verborgen Japan te voorschijn roept.

Je ziet het ook aan de voor ons niet altijd begrijpelijke, maar kennelijk symbolisch bedoelde elementen van die enscenering, op de hier afgebeelde prent bijvoorbeeld het water. Dat water, in die tonnen, behoorde tot de inventaris van het bordelenkwartier (want nauwe straten, veel gerook en kans op brand), maar het is duidelijk dat we het hier ook met betrekking tot dat andere vuur moeten 'lezen'.

Door zo te kijken, zie je veel in dit boek. Zo dénk je te zien dat er op het gevoelige terrein van de seksualiteit enorme verschillen zijn tussen die (wat antieke) Japanners en ons, eigentijdse westerlingen.

Maar wie langer kijkt, begrijpt dat dit niet zo is en dat je vooral ziet wat je op dit terrein altijd weer te weinig ziet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden