Japanse homo kiest voor dubbelleven

Trouwen en een gezin stichten zijn in Japan de norm, en bevorderlijk voor de carrièrekansen. Maar voor homostellen gaat dat nog niet op.

Een zaterdag per maand is de hippe club Warehouse in hartje Tokio het domein van de homoseksuele man. Deze ‘Ring’-feesten worden druk bezocht, ondanks de economische crisis.

Rond een uur ’s nachts stroomt het schaars verlichte souterrain vol; de meeste bezoekers zijn rond de dertig, zijn fit en goed gekleed. In Japan rust weliswaar een taboe op intimiteit in het openbaar, maar hier is alles anders.

In aparte zitjes omarmen mannen elkaar, en zoenen ze voorzichtig. Op de dansvloer laat het publiek zich opzwepen door housemuziek en een peloton matrozen dat een gedeeltelijke striptease uitvoert. Later treden manlijke ballerina’s en dragqueens op. De bewegingen zijn vervuld van passie en lust. Maar zelfs op het hoogtepunt van hun erotische dans blijven de slips aan.

Bezoeker Yoshiyuki, in een T-shirt met het opschrift ‘to take me as I am’ komt hier elke maand, vanwege de goede sfeer. Die is uitbundig en uitdagend, ‘maar niet té’.

Organisator is de Amerikaan Raymond Lamont (41), die twintig jaar geleden neerstreek in Japan. ‘Als ik zei dat ik homo was, vroegen mensen nieuwsgierig: hoe is dat? Die hebben wij hier niet.’

Schandknapen
Niets is minder waar. Eeuwen geleden hielden de Japanse strijders, de samoerai, er al schandknapen op na. Kabuki-theater werd eerst opgevoerd door prostituees. Maar omdat de shogun, de militaire machthebber, die te zedeloos vond namen jonge mannen de rollen over. Ook die prostitueerden zich na de voorstellingen.

Niet gehinderd door de strenge zeden van het christendom heerst er in het ‘goddeloze’ Japan van oudsher een losse seksuele moraal. Maar homoseksualiteit ligt er nog steeds gevoelig. Het wordt geaccepteerd mits het niet wordt benadrukt. En in het bedrijfsleven zwijgt men er liever over.

Lamont woont samen met zijn vriend Ryoko Kobayashi (28), die bij een internationale bank werkt. Daar had hij een homoseksuele collega over wie lelijk werd geroddeld. ‘Ook tegen mij begonnen ze over hem. Opeens werd hij om onduidelijke redenen ontslagen. Ik houd me dus liever aan de ongeschreven regel: niets vragen, niets vertellen. Dan loop ik geen risico.’

Kobayashi had vriendinnen voor hij op 21-jarige leeftijd uit de kast kwam. Zijn moeder, een moderne vrouw met internationale ervaring, maakte er geen punt van. ‘Ze heeft me geholpen met ons appartement en weet dat ik samenleef met een man. Maar ze wil nog steeds geloven dat ik gescheiden slaap en ooit ga trouwen.’

Dubbelleven
Discriminatie vindt in Japan vooral op subtiele wijze plaats, stelt Lamont. ‘En is moeilijk aanvechtbaar, want officieel is het niet strafbaar. Veel homo’s kiezen daarom voor een dubbelleven. Transseksuelen daarentegen voelen zich extreem afgewezen door de samenleving.’ Tegelijkertijd is de soapserie Mijn moeder is een travestiet een kijkcijferkanon.

Vooral de angst voor discriminatie zit diep, stelt Daisaku Koyama (33). Zelf is hij openlijk homoseksueel, ook op zijn werk; maar dat is uitzonderlijk. Jarenlang zat hij op de pr-afdeling van het cosmeticamerk Estée Lauder. Daar had Koyama een homoseksuele collega die in het uitgaansleven wel bevriend wilde zijn, maar hem op het werk negeerde. ‘Hij was als de dood dat zijn geheim werd ontdekt als hij te veel contact met me zou hebben.’

Koyama nipt aan een drankje in Dragon, een club in de wijk Shinjuku Nichome waar vijfhonderd homobars zijn gevestigd. Ook in Nichome is de sfeer ontspannen en on-Japans warm. Vrienden begroeten elkaar met een zoen, er wordt volop geflirt; lichamelijk contact is er gewoon.

‘Een aantal bars weert buitenlanders. Omdat het personeel geen Engels spreekt en zich opgelaten voelt’, legt Koyama uit. ‘En sommige bars weren vrouwen, omdat hun klanten vooral salarymen zijn (kantoormensen) met een dubbelleven. Die willen niet herkend worden. Alleen in deze cafés kunnen ze zichzelf zijn.’

Onbespreekbaar
Koyama wist al op jonge leeftijd dat hij homo was. ‘Familie noch vrienden maakten er een punt van’, vertelt hij. ‘Gelukkig groeide ik op in Yokohama, een moderne stad. Maar op het platteland is homoseksualiteit onbespreekbaar. Daar denken veel tieners nog steeds dat ze een ziekte hebben.’

Een vriend bezoekt geregeld zijn familie in Kyushu. ‘Die blijft vragen wanneer hij in het huwelijk treedt.’ Trouwen en een gezin stichten zijn in Japan nog steeds de norm en verhogen carrièrekansen. Des te meer reden dus om het homohuwelijk te legaliseren?

Koyama lacht schamper. ‘De Japanse regering overweegt homohuwelijken te erkennen die zijn gesloten in een land waar dat is toegestaan. Maar een Japanse versie is nog taboe, evenals adoptie door homoparen.’

Een ander taboe dat hem zorgen baart is aids. ‘Mensen besmet met hiv zijn bang te worden genegeerd. Of voor ontslag, al mag dat officieel niet in Japan. Zelfs in de homoscene wordt er nauwelijks over hiv gesproken. Terwijl de helft van alle Japanners onveilig vrijt.’

Het land telt ruim 10 duizend mensen met hiv – niet alarmerend op 127 miljoen inwoners. ‘Maar het aantal geïnfecteerden stijgt: in 2008 met 1.500 gevallen’, zegt Lamont. ‘Ze denken nog steeds dat aids een ziekte is die vooral buitenlanders treft. Dus gebruiken ze alleen condooms als ze vrijen met buitenlanders. Levensgevaarlijk.’

Bekijk beelden van de gaypride in Japan
]]>

Homo's in Japan (AFP)Beeld AFP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden