Japanse cola in Sappemeer

DE KOK ONTPOPT ZICH ALS EEN GOEDKOPE PRETPARKHUFTER. HIJ BAKT EEN OMELETJE, SNIJDT HET IN STUKJES, ROEPT: 'MOND OPEN' EN SCHIET HET NAAR DE GASTEN....

Het enige eethuis in Nederland waar de kok eten naar de gasten gooit - ze moeten wegduiken om niet geraakt te worden - staat in Zuidlaren. We hadden een auto gehuurd. We moesten in Sappemeer zijn en het kwam door Milaan.

In een kruidenierswinkel in Milaan zagen we grote flessen sojasaus van Kikkoman staan, alsof de Italianen er Japan bij nodig hebben om goed te kunnen koken. Nee sterker, Japan stuurt zijn grote merk sojasaus niet in flessen naar Europa, maar een hele fabriek. Alle Europese landen worden van Kikkoman voorzien vanuit Sappemeer, waar dit jaar vijf miljoen liter van deze saus werd gebrouwen. De fles in Milaan was gevuld in Sappemeer. We wilden ervan weten.

We hadden een auto gehuurd omdat het een splinternieuwe Mercedes was voor maar 35 gulden per dag. Het model dat beroemd werd doordat het omviel toen een eland de weg overstak. Het zou verder geen belang hebben dat we met een auto gingen, ware het niet dat er iets bijzonders gebeurde. De auto kan alleen via internet gereserveerd worden. In Zaandam kan hij daarna worden opgehaald. In een grote loods staan een paar honderd nieuwe Mercedessen. We mogen niet uitzoeken en ook de auto die vooraan staat, is niet vanzelfsprekend aan de beurt.

Een man achter een balie geeft een autosleutel, zegt dat we in de loods moeten zoeken naar vak 127. We moeten, zegt hij, om de auto in dat vak heenlopen en kijken of er een deuk in zit. Daarna moeten we een formulier ondertekenen waarmee we verklaren dat er geen deuk in zit. Als we hem later terugbrengen is de deuk van ons. En we moeten de auto voltanken, dat staat in de overeenkomst. We starten. De Cocq meent iets van diesel te horen. De Boer twijfelt. Hij klinkt ook wel erg benzine. We stappen het kantoortje weer in en vragen aan de man achter de balie of we een benzineauto hebben gehuurd of een diesel. (Het is beter om te weten wat erin moet.) We waren voorbereid op twee mogelijke antwoorden. Maar niet op: 'Dat weet ik niet.'

Andere vraag, waarom Sappemeer, uitgerekend in het land van Conimex? Met deze vraag gingen we op weg naar Kikkoman. De fabriek staat er nu drie jaar. De Japanse directie staat ons persoonlijk te woord. Sappemeer ligt precies in het midden van Europa, iedereen in Sappemeer spreekt Engels, Nederlanders zijn goed zijn in vracht rijden en het waterleidingbedrijf in de provincie Groningen levert goed water. Daarom.

Sojasaus van Kikkoman wordt ook in de Verenigde Staten gemaakt, in Singapore en Taiwan en natuurlijk in Japan. Maar alle saus uit alle fabrieken smaakt nauwkeurig eender. De Japanners in Sappemeer vinden de vergelijking met Coca-Cola helemaal niet gek. En als we later - op aanraden van de Sappemeerse Kikkomannen - in Zuidlaren Japans gaan eten, horen we de kok de saus ook gewoon Japanse cola noemen.

De rondleiding door de fabriek is een rondleiding langs monitors. Door de gangen. Er zijn ramen waarachter wat machines zijn te begluren, maar wat er gebeurt komt op tv. Naast elk raam waardoor je eigenlijk niets ziet, hangt een monitor waarop een filmpje wordt vertoond van wat zich achter het glas afspeelt. Dit: tarwe wordt geroosterd, net als koffie. Gekookte vlokken van sojabonen waar eerder al de olie uit geperst is, worden gemengd met geroosterde tarwe. Aan het mengsel worden micro-organismen toegevoegd, melkzuurbacteriën en gist. Er ontstaat een nieuw product dat koji wordt genoemd. Aan koji wordt pekelwater toegevoegd en het beslag gaat in een tank om te rijpen. Na een halfjaartje rijping wordt het beslag geperst. De vloeistof die eruit komt is de saus. De koek die overblijft is voor het vee. De saus heeft nog geen donkerbruine kleur. Die ontstaat als hij op het laatst wordt verhit.

Beduusd staan we weer buiten. Er is niets aan, we kunnen nu zelf sojasaus maken. Kaas is moeilijker. Hoe krijgt Kikkoman het dan toch voor elkaar om met dit ene smaakje langzaam de hele wereld te veroveren? Omdat de saus het geheim is van de Japanse keuken? De Kikkomannen uit Sappemeer wijzen ons de weg naar Zuidlaren. Daar is een grootafnemer van de sojasaus, Japans restaurant Ni Hoao, ze gaan er zelf ook geregeld eten.

We zijn de eerste gasten en krijgen meteen een klein jurkje aan. Of we aan het fornuis willen zitten eten wordt niet gevraagd, we moeten. De teppanyaki-bar. Een hete stalen plaat met aan drie kanten stoelen eromheen en schaaltjes. Een kok grilt en roerbakt gerechtjes op de plaat en deelt ze uit aan de mensen die er zitten. Maar niet iedereen krijgt hetzelfde. Men maakt tevoren een keus van de kaart. Voor ons niet moeilijk. We kiezen voor de verrassingen. De kaart belooft dat de kok dan helemaal uit zijn dak gaat met de spullen van het seizoen en de herfst geldt in Japan als het summum der culinaire seizoenen.

Het staat er, het windt op, we denken iets te gaan beleven, maar deze Japanse kok doet het niet. Hij heeft nergens iets van het seizoen kunnen inkopen. Hij bakt voor ons een half sliptongetje, wat schijfjes rundvlees, wat stukjes lamsvlees, een oester in een omeletje, een gare kreeft van elk seizoen wordt aangeschroeid, hij roerbakt wat nasi en ten slotte wat groente van typisch niet het seizoen. Maar het kan ons allang niet meer schelen. Want het bestuur van de afdeling Rolde van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen kwam binnen. Zeven dames. Ze kregen net zo'n jurkje aan als wij, te klein, Hollandse boezems passen niet in Japanse scholierenkimono's, schurken zich tegen ons aan rond het fornuis en komen hier feestvieren.

De kok ontpopt zich nu als een goedkope pretparkhufter. En de vrouwen, niks te beroerd, laten zich de ene grofheid na de andere welgevallen. Ze waren nog nooit eerder in een Japans restaurant en zijn leergierig. Als de kok uit een kannetje een vloeistof op de bakplaat giet, vraagt een vrouw wat dat is. Autobenzine, zegt de kok. Ze lachen. Uit een flesje giet hij later rijstwijn door een gerechtje dat op de plaat ligt. Het begint te sissen. Weer vraagt een vrouw wat dat is. Japans water, zegt de kok. Laten we maar weer lachen, spreken de vrouwen stilzwijgend af, en ja hoor, het wordt de slappe lach. Je bent niet allemaal naar de kapper geweest voor je verdriet, we zijn een avond uit voor onze lol. De vrouwen worden steeds grover bejegend door de kok, maar laten zich de pret niet afnemen. Intussen laat hij ons, twee lichtjes teleurgestelde mannen in openvallende jurkjes, wachtend op de geweldige seizoenverrassingen, geruime tijd aan ons lot over. Ons menu wordt aangepast aan wat de dames willen eten, we moeten tussen twee gerechten door vijftig minuten wachten tot we opnieuw iets voorgeschoteld krijgen, een stukje vlees dat ook enkele dames bestelden. Hetzelfde vleesje dat we al eerder aten, maar Japan denkt waarschijnlijk dat wij denken dat twee keer hetzelfde typisch Japans is.

De kookkomiek die de ene plattelandsvrouw een kommetje rijst geeft met bijna niets erin en de andere een kom met een forse kop erop - lachen meiden - en die de vrouw die grote moeite heeft met de stokjes waarmee ze eten moet een lepel geeft, groot als een kolenschep - gieren, dames - gaat nu gooien. Hij wipt met zijn spatel stukjes kip van de bakplaat naar de vrouwen. Hij bakt een omeletje, snijdt het in stukjes, roept: 'Mond open', en schiet de stukjes af in de richting van de vrouwen. Een stukje komt bijna in een vrouw haar oog, twee vrouwen vangen omelet op in hun haren en de vrouw die met een politieman getrouwd is - we weten alles van de dames - weet heel behendig opzij te duiken. Het stukje omelet valt achter haar op de grond. En toen? Toen kwam iemand van de bediening zeggen dat ze het niet hoeft op te rapen, want dat ze het toch niet meer kan opeten.

Een paar druppels Kikkoman zaten door dat omeletje.

We wachten het dessert niet af, we vluchten. Maar Japanse humor blijft ons achtervolgen. Achter het ontvangstmeubel bij de deur van het eethuis hangt een grote kleurenfoto van de Nederlandse koningin met een paar Japanners om zich heen. We willen vragen of Beatrix zich hier ook heeft laten verrassen. De man die onze jurkjes inneemt, is ons voor. 'Dat is mijn zuster', zegt hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden