Japans porselein wil Holland heroveren

Vierhonderd jaar geleden bracht de VOC Chinees porselein naar Japan. Het was de aanzet tot een mondiale mode en beïnvloeding in de productie en de smaak, van Azië tot in Amerika.

De Gen-mon pottebakkerij in Arita, Japan.Beeld Pieter Evelien

Veel is er in vierhonderd jaar niet veranderd aan de porseleinproductie in de Japanse keramiekstreek Arita, en dat is ook niet de bedoeling, zegt Masashi Kaneko. In zijn atelier doen specialisten alle bewerkingen met de hand, alleen dan krijg je de hoogste kwaliteit, die het porselein uit Arita in de 17de eeuw zo populair maakte bij de gegoede kringen in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

In de werkplaats Gen-emon in Arita zitten de handwerkslieden in kleermakerszit op een rij. Sommigen zitten aan draaitafels en vormen uit de witte massa kommetjes, schalen en borden. Aan de overzijde van de loods beschilderen anderen die voorwerpen. Het bakken en glazuren is het geheim van de hoge kwaliteit van het porselein, zegt Kaneko. In zijn bedrijf staat een oude oven, die volgens de traditie werd gestookt met speciaal hout, Japanse rode den. Die oven is er vooral voor bezoekers om te bewonderen, zegt Kaneko en hij laat in een moderner vertrek de nieuwe oven zien die dagelijks wordt gebruikt.

Kaneko is eigenaar, directeur en artistiek leider van het familiebedrijf Gen-emon, dat 260 jaar geleden begon. Masashi Kaneko is van de negende generatie.

Het porselein uit deze streek kan symbool staan voor de vroege mondialisering. De Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) bracht eerst porselein dat was gekocht in China naar Japan. Anders dan vaak wordt gedacht, verdiende de VOC het meest met inkopen, vervoeren en met flinke winst doorverkopen van goederen binnen Azië.

Ook in Nederland was de vraag naar het dure, exotische porselein groot, het werd een statussymbool. Toen de aanvoer uit China stagneerde door oorlogen daar, stimuleerde de VOC het maken van porselein op het Japanse eiland Kyushu, waar de compagnie een bloeiende handelspost had in de havenplaats Hirado. De Japanners haalde de Koreaanse meesterpottenbakker Yi Sam-pyong (ook bekend als Ri Sampei) naar Kyushu en die vond een geschikt materiaal - de Chinese klei is in Japan niet te vinden, maar wel een steensoort die kan worden vermalen en met dat poeder en water krijg je volgens Kaneko de ideale massa, kaolin. Japan werd nu exporteur van porselein.

Rijksmuseum

In het Rijksmuseum in Amsterdam zijn topstukken uit de porseleinateliers van Arita die de afgelopen eeuwen naar Nederland zijn gekomen te zien op een speciale expositie die tot oktober duurt. Naast het museum, aan de Ruysdaelkade, is in mei het Arita House geopend, met Japans en Nederlands subsidie- en donorgeld. Zestien Nederlandse en Japanse designers hebben nieuwe porseleinen voorwerpen ontworpen, die op traditionele, ambachtelijke wijze in tien ateliers in Arita zijn gemaakt. Scholten & Baijings en de Japanner Teruhiro Yanagihara hebben hierbij het voortouw.

De Hollanders hadden een speciale rol in Japan: zij waren de enige Europeanen die in de twee eeuwen van afsluiting tussen halverwege de 17de en de 19de eeuw handel mochten drijven. De handelspost in Hirado werd in 1641 gesloten en een kleine groep VOC-werknemers werd op een kunstmatig eilandje voor het huidige Nagasaki geplaatst, Deshima. Slechts eenmaal per jaar mocht een kleine delegatie Deshima verlaten om een 'hofreis' te maken naar de shogun, de feitelijke machthebber, in de stad Edo (het huidige Tokio).

De VOC liet in Arita voorwerpen maken die in Nederland in de smaak zouden vallen. In Nederland waren geen grondstoffen te vinden voor het echte verfijnde porselein, maar in Delft werkten pottenbakkers zich uit de naad om de Chinese en later Japanse voorbeelden te imiteren. Het Delfts blauw verwierf zich een eigen lucratieve plek op de wereldmarkt voor serviezen die voornamelijk waren bedoeld om mee te pronken.

Zo ontstond rond de handel in porselein een mondiale mode, beïnvloeding over en weer in de productie en de smaak, van Azië tot in Amerika. Ook in Duitsland en Frankrijk bloeiden keramiekbedrijven op die in oriëntalistische stijl borden, schalen en theepotten maakten voor de adel en de nieuwe rijken onder de kooplieden. In de loop van de 18de eeuw kwam de export uit China weer op gang; het duurdere Japanse porselein legde het op de wereldmarkt af tegen het Chinese. De Chinese keramisten namen op hun beurt motieven over van de Japanse stijlen Imari en Kakiemon met veel bloemen, bladeren, vogels en landschappen.

Pas eind 19de eeuw, toen Japan de grenzen had heropend onder het nieuwe Meiji-regime en de blik op het Westen richtte, heroverde Japans porselein een plaats op de wereldmarkt. De oude ambachtelijke (en dure) productie werd verdrongen door grootschalige, gemechaniseerde potten-bakkerijen, waarvan Koransha nog altijd volop actief is in Arita. Dit leidde volgens een artikel in de krant The Japan Times een korte bloeitijd in van het Japanse porselein, een rage in Europa in de ban van het 'japonisme' en de art nouveau, mede dankzij de wereldtentoonstellingen rond de eeuwwisseling.

Recessie

De wereldoorlogen en de industrialisering van de 20ste eeuw verdreven Japans keramiek weer van de wereldmarkt. Het betekende een opleving in Japan van de ambachtelijke werkplaatsen (die leverden aan de lokale markt) en van het artistieke karakter van het porselein, volgens de krant. Dat artikel is geschreven naar aanleiding van tentoonstellingen in Japan ter gelegenheid van 400 jaar Arita-porselein - de Koreaanse meester zou in 1616 het eerste atelier in de streek hebben geopend. Vandaar ook de uitwisseling met Nederland en de opdracht aan een groep kunstenaars om gloednieuwe ontwerpen te maken.

In Arita is een winkelstraat met alleen porseleinzaken: van designtopstukken van duizenden euro's tot kopjes van een tientje. De handelaren hopen op toerisme en export naar Nederlandse verzamelaars van porseleinkunst, zoals vier eeuwen geleden de kooplieden aan de Amsterdamse grachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden