Japanners schrijven poëzie met vederlichte armen

Oh die Japanse armen. Aan het lijf van een danser lijken ze geboren om poëzie te schrijven in de lucht....

Dit weekeinde trad de veertigjarige Kazco Takemoto in zijn voetsporen - zij het met een iets minder virtuose, meer aardse performancestijl. Bij aanvang van haar solo In the ... the place I used to be zit haar lichaam verpakt in een ellenlang laken. Als een Russische madonna steekt haar hoofd (met opgestoken zwart haar) uit boven het witte omhulsel, dat ze uiterst traag laat vallen. Eenmaal bevrijd ontpopt ze zich als een feeërieke vrouw in witte wikkeljurk die over een brede strook op het podium naar een fel licht schrijdt. Het spel met haar armen begint.

Ze lijken te reiken naar de sonore klanken van de lage alten op band. Ze imiteren de poses van een etalagepop en soms geven ze de heup van Takemoto een tikje. Na een oorverdovende percussieregen laat Takemoto ook haar jurk achter om in een kniebroek en een huidkleurige body als bosnar over het podium te schieten.

Terwijl een poppenstem Franse woordjes zingt, verstarren haar armen even tot een hoekig patroon dicht op het lijf. Maar weerklinkt eenmaal vogelgefluit, dan herwinnen de armen hun vrijheid.

Belichaamt Takemoto de organische verbinding tussen moderne westerse dans en het Japanse gevoel voor verfijning, in B-side buit choreograaf Itzik Galili juist de clash uit tussen oost en west. Vier dansers van de Japanse groep Ginko, tussen de 60 en 75 jaar, beleven in deze choreografie een tweede jeugd. Niet hun eigen jeugd, maar die aan de andere kant van de wereld: swingend op de westerse rock 'n roll uit de jaren vijftig, zestig en zeventig.

Ieder discodansje wordt abrupt onderbroken door een mannenstem die in het Engels refereert aan improvisatie, sound en performance. Zijn stem wordt af en toe gesampeld.

Maar hoe veel lol de seniordansers ook hebben met hun geadopteerde westerse tienerjaren, gelaagdheid heeft Galili nauwelijks weten aan te brengen. Af en toe springt een van hen er solistisch uit maar meestal zijn het unisono pasjes die we kennen van aangeschoten vijftigers op swingfeesten. Waarschijnlijk heeft de overbrugging van de kloof tussen oost en west zo veel tijd gekost dat Galili in licht amusement is blijven hangen.

Dan eist Shusaku Takeuchi iets anders van het viertal seniordansers van het Nederlands Dans Theater - twintig jaar jonger dan hun Japanse collega's. Als prehistorische demonen kruipen en kronkelen ze over het podium in de reprise van Sight (april 2000). Maar hoe indringend deze beeldtaal ook is, aan de vederlichte poëzie van de armen van Takemoto en Teshigawara kan ze niet tippen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden