Japanners gokken voor 7 miljard euro op de keirin en twee Nederlanders zijn erbij

Matthijs Büchli en Laurine van Riessen maakten afgelopen maanden deel uit van het Japanse keirincircuit, waarin wordt gegokt op de uitslag. Een beuk is heel normaal.

Toeschouwers kijken naar een keirinwedstrijd in Kawasaki. Het prijzengeld is te vergelijken met een etappezege in de Tour de France. Beeld Getty Images

Dit is fietsen om het hardst op de baan met het vertoon van de eenvoud. De renners dragen geen drukke shirts vol logo's van sponsoren of emblemen van nationaliteiten, maar rijden in egaal wit, zwart, groen, rood, geel, blauw, paars, oranje of roze. Alleen hun nummers - 1 tot en met 9 - staan op de kleding en de helm, zwart en groot.

Dan het rijwiel: geen vederlichte frames van carbon, gevormd naar de wetten van de aerodynamica en dichte wielen, maar gewoon een stalen ros met spaken. Het is niet eens een motor waarachter de renners enkele ronden aanrijden, voordat ze de laatste honderden meters naar de streep sprinten. De gangmaker zit zelf ook op de fiets. De meeste wedstrijden worden niet verreden in comfortabele wielerpaleizen, maar in de open lucht.

Zo oogt de keirin in Japan. Twee Nederlandse renners hebben zich de afgelopen maanden in deze voor niet-ingewijden curieuze wereld gestort en hielden en passant de vorm op peil voor het Europees kampioenschap baanwielrennen dat vandaag in Berlijn begint. Matthijs Büchli (24), in Duitsland naast de keirin actief op de teamsprint, keerde op 23 september terug bij de nationale selectie. Laurine van Riessen (30) sloot zich begin deze week aan. Zij komt uit op de keirin en de 500 meter.

Voor Büchli, zilver op de Spelen in Rio, was het de derde keer dat hij in Japan reed. Hij verbleef er vanaf mei en nam deel aan twaalf toernooien van elk drie dagen. Drie Nederlanders gingen hem voor. Pionier was Theo Smit in de jaren tachtig. Later volgden Theo Bos en Teun Mulder. Bos rijdt er nog steeds, hij laat het EK zelfs voorbijgaan wegens verplichtingen op de keirin. Büchli's motivatie: naast het avontuur en de mogelijkheid in de open lucht te trainen is er het prijzengeld. 'Dat is hoog. Vergelijk het maar met een etappezege in de Vuelta of de Tour de France.'

Büchli vorig jaar, met zijn zilveren medaille in Rio. Beeld anp

Van Riessen is de eerste Nederlandse op de Japanse keirinpistes, waar vrouwen sinds 2012 welkom zijn. Na haar overstap van het ijs naar het hout van de wielerbaan wil de oud-schaatser zo veel mogelijk ervaring in competitie opdoen. Ze reed vanaf augustus vier toernooien. Ook vrouwen krijgen premies van enkele duizenden euro's.

Dat er veel geld in omgaat, naar schatting 7 miljard euro per jaar, is verklaarbaar: keirin is een van de vier sporten in het land waarop het publiek kan wedden. Het verklaart het overzichtelijke palet van het strijdtoneel. Büchli: 'Het gaat toeschouwers niet om namen. Het gaat om geld en kleurtjes.'

Renners - er zijn er zo'n vierduizend die er hun brood mee verdienen - rijden rond met het gewicht van tonnen aan inzet op de schouders. Wie bij een van de tientallen banen gaat kijken, zal doorgaans mager bezette tribunes aantreffen. De ruimten met schermen waarop ook races elders in het land worden vertoond, zijn beter gevuld.

Büchli en Van Riessen, beiden uitgenodigd door de JKA, de Japanse keirinvereniging, verbleven buiten de wedstrijden in Shuzenji, op twee uur rijden ten zuiden van Tokio. Daar zit een keirinschool met onder meer een overdekt velodroom. Jonge Japanners bereiden zich er als monniken voor op een toekomst als baanrenner: vroeg op, op tijd naar bed en tussendoor alleen maar trainen en lessen volgen over techniek en strategie.

Tactiek is vooraf bekend

Om gokkers enig houvast te bieden, moeten deelnemers voor de wedstrijd publiekelijk hun tactiek prijsgeven.

Senko is op kop komen met 600 meter te gaan, makuri is aanvallen op 300 meter voor de finish en oikomi is sprinten op de laatste 100 meter.

Voor de gastrijders is het regime minder rigide. Zij hebben hun eigen programma. Büchli: 'Als ik geen wedstrijden zou rijden, zou ik er alleen al naar toe willen vanwege Shuzenji. De faciliteiten zijn prima. Het landschap is prachtig, het is fantastisch rijden tussen de bergjes.' De nieuwkomers krijgen wel direct instructies. Van Riessen: 'De regels komen er op neer dat tijdens de wedstrijd eigenlijk niks mag. Niet juichen of zwaaien of overeind komen. Alles wat je doet, kan als een signaal naar gokkers worden opgevat.'

Voor de race belanden de renners in een soort quarantaine. Ze moeten telefoons en laptops inleveren. Contact met de buitenwereld is taboe om matchfixing te voorkomen. Van Riessen: 'Ik moest zelfs mijn e-reader zonder wifi inleveren.'

Ze probeert er gedurende het lange wachten wel wat van te maken. 'Er is een tolk mee, dus ik probeer ook wel wat contact te leggen met de Japanse meiden. De cultuur is interessant.' Büchli: 'Verveling? Ja, absoluut. Je zit dagen opgesloten. We slapen veel, we eten lang en we nemen veel hete baden, in de onsen (Japanse badruimte, red.).'

Net als een handvol andere westerlingen rijdt hij in een betrekkelijk lage klasse om ook in die categorie inzet te stimuleren. 'Wij zijn meestal de beste renners.' Hij neemt het op tegen concurrenten die variëren in leeftijd van 18 tot voorbij de 50. Büchli is vaak de enige twintiger. Er zitten stevige rokers en drinkers bij, met buikjes. 'Het is daar meer werk dan sport. Jonge mannen rijden in dienst van ouderen, zodat die langer hun geld kunnen verdienen.'

De acht Japanners zien de buitenstaander in hun midden liever niet winnen. 'Soms beuken ze je echt naar achteren. Ze weten dat die internationaal rijdende jongens geen zin hebben om onderuit te gaan. Voor je het weet, zit je in het laatste wiel.' Van Riessen: 'Ik had eerst de ervaring dat het wel meeviel. Maar juist bij mijn laatste wedstrijd was het raak. Elke keer als ik uit het zadel kwam, waarschuwden ze elkaar.' Als Büchli wint, let hij erop dat het niet met te grote voorsprong is. Dat levert hem respect op en maakt de race geloofwaardiger.

Of het Japanse verblijf voldoende brandstof heeft opgeleverd voor prestaties in Berlijn, trekken beiden in twijfel. Büchli: 'Daarvoor had ik toch langer in Nederland moeten zijn. Dan had ik wat meer op kracht en explosiviteit kunnen trainen. Maar het was sowieso een beetje een rommelige zomer.' De sprintersselectie zat na het vertrek van René Wolff maanden zonder coach. Diens opvolger, de Duitser Bill Huck, trad pas vorige maand aan.

Volgens Van Riessen heeft ze wel profijt gehad van het rijden van veel wedstrijden. Ze heeft meer tactieken onder de knie. Het rijden op een buitenbaan leerde haar de juiste posities te kiezen. 'Daar merk je het veel beter als je niet goed zit.' Maar de keerzijde is er ook. 'Normaal gezien las je meer rustperioden in. Ik heb hier tussen de wedstrijden vooral heel veel getraind. Eerlijk gezegd weet ik niet hoe ik er nu voor sta. Ik heb het nog nooit eerder zo gedaan.'

Büchli: 'Alles in Japan is zwaarder. Je fietst op een frame van staal, op een betonnen baan, in weer en wind, je krijgt er eerder een beuk. Maar kansloos waant hij zich niet in Berlijn. Of het nou in Japan is of elders, 'op de keirin is alles mogelijk'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden