Jansen kan zich bijna meten met Yo-Yo Ma en Kremer

Janine Jansen, de zestiende laureaat in de bijna 25-jarige geschiedenis van de Nederlandse Muziekprijs, hoort tot een weinig voorkomend muzikantentype, dat zich laat omschrijven als 'samenspelende virtuoos'....

Betrokkenheid is het toverwoord. Zelfs als ze in haar eentje speelt, is er altijd nog de stilte waarmee ze kan converseren. Haar favoriete toonkleuring is het plotselinge sotto voce, waarmee ze de ene toon als het ware in de schaduw zet van een andere. Intussen weet ze donders goed wat er in haar vioolpartijen geschreven staat, en ze presenteert het met zo'n mengsel van precisie en een spontaniteit, dat je denkt dat de muziek vlak voor je neus ontstaat.

Of dat ook de reden is waarom Janine Jansen (25) de Nederlandse Muziekprijs heeft gekregen is niet bekend (de commissie brengt geen openbaar rapport uit), maar een feit is dat OCW-staatssecretaris Medy van der Laan haar de prijs dinsdag in de Doelen uitreikte, met het compliment dat haar spel van 'internationaal niveau' is. Een constatering waar niets op af te dingen valt, al blijft het 'internationale' als basisvoorwaarde voor de Muziekprijs een wat moeizaam criterium. Je hebt ook musici die tot ieders tevredenheid gasteren in Krefeld, zonder in aanmerking te komen.

Dan voegt een concert met het Rotterdams Philharmonisch meer aan het curriculum vitae toe, zeker als het onder leiding staat van Valeri Gergjev. Die was dinsdag toe aan zijn zesde Gergjev-festivalavond rond Sergej Prokofjev, en het toeval wilde, goed voor Janine Jansen en iedereen die naar haar kwam luisteren, dat Prokofjev zeer zijn best heeft gedaan op vioolconcerten. Hij schreef er twee, waarvan het laatste, uit 1935, uitmunt in plotselinge omschakelingen van poëtische expressie naar een grillig soort virtuositeit.

Die uitersten zijn Janine Jansen op het lijf geschreven. De openingsfrase voor de soloviool bouwde ze fraai op, opklimmend vanaf de laagste toon die het instrument heeft naar hogere sferen van weemoed. Het orkest popelde bijna om zijn mineurklanken bij te dragen, om een paar tellen later de hansworst te spelen, tot de nostalgie weer toesloeg. Ook Gergjev geniet van dat soort tegenstellingen.

Het tweede deel kreeg profiel als een spotzuchtige parade van walsjes en ontsporende mechaniekjes, waarbij de viool doodserieus haar lied afstak. Waarna Jansen in de zwaardere dansbeweging van het derde deel haar aangeboren lichtvoetigheid bewaarde, en Gergjev als geroepen kwam om kleur en perspectief toe te voegen. Als Gergjev er zin in heeft, is hij een fantastische begeleider.

Jansen, die al eerder met Gergjev werkte, verstaat op haar beurt de kunst een fors orkest mee te lokken in kamermuzikale onderonsjes. Groten als Gidon Kremer en de cellist Yo-Yo Ma doen dat ook, met dit verschil dat die meer warmte in de strijkstok hebben. Best mogelijk, dat Janine Jansen hen ook op dat punt nog eens naar de kroon steekt, want haar optreedkalender, een indrukwekkend parcours van Berlijn naar Bombay en van Tokio naar Londen en Wenen, vermeldt behalve optredens met orkest ook veel kamermuziek, onder meer in het Utrechtse Vredenburg. Daar heeft ze eind december een 'Jansen & Co'-festival, en verzamelt ze musici om zich heen als Julian Rachlin, Itamar Golan, Paul Meyer en Mischa Maisky.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden