Jannes Priem 1925-2013

Jannes Priem overleefde de Puttense razzia en zes concentratiekampen. Pas in 1992 kon hij zijn verhaal vertellen.

'Zijn ze gek geworden?', dacht Jannes Priem toen hij vlak na de oorlog werd opgeroepen om als dienstplichtig militair naar Nederlands-Indië te worden gezonden. Hij behoorde tot de slechts 48 overlevenden van de 661 mannen die werden weggevoerd na de beruchte razzia in Putten op 1 en 2 oktober 1944. Priem doorstond de verschrikkelijkste ontberingen in liefst zes concentratiekampen.Op het einde van de oorlog woog hij nog maar 30 kilo. Hij hield aan de kampen een ontzette kaak en twee verdroogde longtoppen over. Toen hij dat bij de keuring voor de politionele acties vertelde, zeiden ze: 'Och, dat gaat in de warmte wel over.'


Jannes Priem overleed op 22 augustus op 87-jarige leeftijd. Hij groeide op in een arbeidersgezin van elf kinderen waar uitsluitend Puttens dialect werd gesproken. Na de lagere school moest hij meteen gaan werken. Nadat in de nacht van 30 september op 1 oktober 1944 een auto met Duitse officieren door een verzetsgroep werd beschoten, waarbij een Duitser om het leven kwam, besloten de bezetters tot een vergeldingsactie. 661 mannen, onder wie Jannes Priem, werden in een school bij elkaar gedreven, terwijl de Duitsers 110 Puttense huizen in brand staken. De volgende dag werden de gevangenen afgevoerd. Een helletocht langs verschillende concentratiekampen volgde. Priem kwam in Husum en Ladelund terecht, waar hij tot zijn knieën in het water stond om tankwallen te graven. 's Nachts sliep hij met tweehonderd mannen in een kleine barak zonder ramen. Al snel stierven de Puttense gevangenen van honger en uitputting.


Priems onderkaak werd in elkaar geslagen omdat hij praatte tijdens het graven. Later werd hij in een steenfabriek tewerkgesteld waar hij lorries, volgeladen met zware klei, een steile helling moest opduwen. Wie struikelde, werd doodgeknuppeld. Uiteindelijk belandde hij met 250 man in Bergen-Belsen waar hij de doden moest afvoeren. Toen de Britse bevrijders naderden, werd Priem naar Lübeck getransporteerd. Vervolgens kwam hij net op tijd in Zweden aan, want de volgende dag werd een schip met gevangenen tot zinken gebracht. In Zweden kwam hij weer op gewicht en herstelde hij van zijn wonden.


Het geluk was niet met hem. Eenmaal in Nederlands-Indië werd Priem in 1947 getroffen door een fosforgranaat en in 1949 door een scherf van een handgranaat. Hij keerde pas in december 1949 naar Nederland terug. Toen hij bij de Koninklijke Marechaussee solliciteerde, werd hij afgekeurd omdat hij 1 centimeter te kort was. Dit trok de burgemeester van Putten zich zo aan dat hij een woedende brief schreef waarna Priem alsnog werd toegelaten en later beroepsmilitair bij de landmacht werd. Een nieuwe tragedie overkwam hem toen zijn puberende zoon zelfmoord pleegde.


Tot 1992 wilde hij niet over de oorlog praten. Niemand zou hem geloven, zei hij. Een bezoek aan Ladelund opende hem de ogen. 'Opgekropte woede, onbegrip en verdriet kwamen naar boven. Ik zag alle beelden weer voor me.' Pastor Harald Richter overtuigde hem ervan er een boekje over te schrijven, met de titel: Vergeven, nooit vergeten. Hij vertelde zijn ervaringen op scholen. 'Ik moet een engeltje op mijn schouders hebben gehad', zei hij dan. Maar zijn ogen en gegroefde gelaat vertelden een ander verhaal. Hij was in die maanden in 1944 en 1945 letterlijk voor het leven getekend.


Elke dinsdag Een necrologie van minder bekende bijzondere mensen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden