Jan Wolkers

In de zomer van 1971 zat Jan Wolkers een week alleen op het eiland Rottumerplaat en praatte hij op Hilversum 2 dagelijks met Willem Ruis over zijn belevenissen....

Hij had zes uur op het eiland doorgebracht, toen hij in het eerste radiocontact meldde dat hij een dode ligusterpijlstaart had aangetroffen, alsmede een dode wulp, een dode jonge zeehond, een paar dode eenden en nog wat andere dode vogels.

Of er nog wat leefde, om hem heen, informeerde Ruis bezorgd in het niet uitgezonden nagesprek. En of het misschien wat vrolijker kon.

Wolkers vond het een vreemd verzoek. De dood, zei hij, kon mooi zijn en zonder dood geen leven. Zo was het in zijn werk ook.

Van zijn eigen overlevingskansen op het eiland was hij overigens ook niet geheel zeker; hij had in een horoscoop gelezen dat hij ‘zijn einde zou vinden in de eenzaamheid’ – en kon het eenzamer dan daar, op een zandplaat in de Waddenzee?

‘De dood is een levensvoorwaarde’, schreef hij 35 jaar later in de Volkskrant. Zonder dood geen levensdrang, geen levensvreugde en zeker geen lust tot het scheppen van nieuw leven.

Zijn eigen dood moest zich bij voorkeur voegen in zijn vitalistische kijk op het leven. ‘Ik houd van de dood als onstuimige spelbreker’, luidde de eerste zin van het stuk.

Ik hield erg van Jan Wolkers. Ik houd van mannen die optimistisch tachtig worden, die het leven gulzig tot zich nemen en erin slagen met verbazing en nieuwsgierigheid naar de wereld te blijven kijken.

Ik hield ook van de boeken van Jan Wolkers – ik weet niet of dat nog steeds zo is. Ik las ze met de ogen van een adolescent die een andere wereld ontdekte en de herinnering daaraan moet intact blijven.

Toen ik op mijn zestiende thuiskwam met Turks fruit schudde mijn vader zijn hoofd. Ik zei dat ik het moest lezen, voor mijn lijst. Mijn vader schudde weer zijn hoofd. De wijze waarop Jan Wolkers zich uit ons godsdienstig milieu had losgemaakt en daarvan in zijn boeken verslag had gedaan kon mijn vaders goedkeuring niet wegdragen, ook al mengde het rauwe expressionisme zich op elke pagina met de taal van de Statenbijbel.

Voor sommige jongens was Turks fruit een breekijzer.

Jan Wolkers was een breekijzer, meer dan Hermans, meer dan Mulisch, meer dan Reve. Van die grote vier generatiegenoten ging Wolkers het heftigst tekeer tegen de bekrompenheid van het Hollands calvinisme, vermoedelijk omdat hij er het hechtst mee was verbonden.

Wellicht was hij de Hollandse Norman Mailer. Zonder diens superieure stijl, maar wel met de ontembare levenshonger. En hij deelde de voorkeur voor het fysieke.

Twee jaar geleden was Wolkers te gast in Holland Sport. Daar verklaarde hij in alle ernst als jongeman de 100 meter te hebben gelopen in 10,3 seconden, eentiende boven het toenmalige wereldrecord van Jesse Owens.

Jan Wolkers was uitgehold en moe. De dood kwam niet als een onstuimige spelbreker, maar nam hem mee op kousenvoeten.

Hij stierf op een eiland, maar niet in eenzaamheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden