Jan Wolkers was al vroeg betoverd door Rembrandt

Jan Wolkers was als kind al betoverd door Leidens beroemdste zoon, wiens werk hem verwarmde tijdens de Hongerwinter.

Zelfportret Jan Wolkers met palet en penseel, 1944. Beeld Annabel Miedema
Zelfportret Jan Wolkers met palet en penseel, 1944.Beeld Annabel Miedema

Een droom. Dat is het voor mijn beste vriend, de schilder Casper Faassen, om een aantal maanden te mogen werken in het 17de-eeuwse pand aan de Lange Brug 89 in Leiden, waar zich ooit het atelier van de familie Van Swaanenburg bevond. Bijna vijfhonderd jaar geleden, in 1621, nam Jacob van Swaanenburg er een 15-jarige leerling aan, die penselen moest spoelen, de verf mengen en een onderlaag op de panelen moest aanbrengen. Zijn naam: Rembrandt Harmenszoon van Rijn.

Als kind was Casper al in de ban van Rembrandt. Toen hij een jaar of 8 was, werd hij door zijn ouders meegenomen naar het Rijksmuseum. Daar raakte hij zo onder de indruk van De nachtwacht, dat hij, eenmaal thuisgekomen, het schuttersstuk over de volle breedte op het behang van zijn jongenskamer natekende.

Jan Wolkers was ook al jong betoverd door Rembrandt, omdat de beroemdste Leidse godenzoon zo schitterend de taferelen verbeeldde die Jans vader driemaal daags uit de Bijbel voorlas. 'Geloof en penseelstreek leken samen te vallen.'

Toen Jan in 1943 onderdook voor de Duitsers, schreef hij zich in bij de Leidse teken- en schilderacademie Ars Aemula Naturae, die, zonder dat hij het wist, in handen was gevallen van een foute directie. Toen Jan ontdekte dat Ars een gitzwart bolwerk van de W.A. was geworden, bleef hij daar toch doorschilderen. Tot hij in de Hongerwinter de laatst overgebleven leerling was geworden. Op de academie stond een aantal platenboeken over Rembrandt, die Jan steeds opnieuw bekeek. 'Rembrandt ging door mijn bloed heen als een koorts.'

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Voor de Volkskrant houdt hij daarover een dagboek bij - waarvan we in zoveel delen de notities presenteren. Lees hier alle memoires van Onno Blom.

Jan bestudeerde nauwkeurig de stijl en de compositie op de zelfportretten die Rembrandt op jeugdige leeftijd had gemaakt. De ets met het gefronste gezicht uit 1630. De schilder in zijn atelier uit 1629, waarop Rembrandt zichzelf heeft afgebeeld in zijn atelier op het Noordeinde, om de hoek bij zijn ouderlijk huis in de Weddesteeg. De jonge schilder, fraai aangekleed, hoed op het hoofd en penseel in de hand (Rembrandts palet hangt als een spiegelei aan de muur), kijkt vorsend naar het schilderij dat hij voor zich op de ezel heeft gezet.

Op weg naar het 17de-eeuwse atelier van mijn vriend doolde ik door het labyrint van smalle straatjes in Leiden. Ik realiseerde me dat Jan, toen hij in de Hongerwinter een woest zelfportret met penseel, palet en ezel op een groot vel papier zette, niet alleen moest hebben gekeken in de oude spiegel die hij daartoe speciaal had aangeschaft bij een antiekhandelaartje op de Koornbrug, maar ook in de spiegel van Rembrandt. Ik liep over de Pieterskerkgracht langs Ars Aemula Naturae en ging even door het poortje de binnenplaats op. De schildersacademie is er nog altijd gevestigd. Door de ramen zag ik een docent bedrijvig tussen de ezels lopen en zijn leerlingen aanwijzingen geven.

Toen Jan tijdens de oorlog ingespannen aan het werk was, kwam ineens de directeur van de academie, mevrouw Van Iterson-Knoepfle, binnen. Ze keek naar zijn schilderij en zei prijzend: 'Als je zo doorgaat, word je de Rembrandt van het Derde Rijk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden