Jan Wingender verzamelde 7.500 fotoboeken: 'Ik heb geen cent te makken, maar wel een kast vol boeken'

Jan Wingender verzamelde 7.500 fotoboeken. De grootste Nederlandse privécollectie wordt nu tentoongesteld. Tegen zijn verloofde zei hij: 'Ik heb geen cent te makken, maar wel een kast vol boeken.'

In 1956 zag hij in het Stedelijk Museum Amsterdam The Family of Man, de door Edward Steichen samengestelde fototentoonstelling. Die reizende expositie zou wereldwijd negen miljoen bezoekers trekken. De nu 83 jaar oude Jan Wingender was er zo van onder de indruk dat hij de catalogus kocht, ter inspiratie voor zijn eigen amateurfotografie. 'Om te kijken hoe Ansel Adams het deed. En Robert Capa.'

Het bleek het begin van een verzameling te zijn. Toen hij enkele jaren later Rie ontmoette, met wie hij zou trouwen, zei hij: ik heb geen cent te makken, maar ik heb wel een kast vol fotoboeken.

'Ik verzamelde alles wat los en vast zat. Om het plezier als je iets gevonden had. Dan gingen de haren op mijn armen recht overeind staan. Als het Deventer Boekenmarkt was, wist Rie: die is er twee dagen niet.'

Zijn bibliotheek begon zo veel ruimte in hun huis in te nemen, dat hij daarover mot met haar kreeg. Hij moest de belofte doen zich tot de Nederlandse fotografie te beperken. Bijna zestig jaar lang stroopte Wingender - hij is de zoon van een loodgieter uit de Amsterdamse Jordaan en werkte van zijn 25ste tot zijn pensionering in het onderwijs - boekenbeurzen, vlooienmarkten, kringloopwinkels en antiquariaten af.

Zijn verzameling werd zo bijzonder dat het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam die in 2013 overnam. Vanaf 16 september wordt daar een selectie van zijn 7.500 boeken geëxposeerd, vier maanden lang. Het museum bestempelt zijn collectie als 'de grootste privéverzameling van Nederlandse fotoboeken en fotografisch geïllustreerde publicaties ooit'.

Beeld Els Zweerink

'Ik heb het altijd heel raar gevonden dat er maar weinig verzamelaars zoals ik waren', zegt hij. Hij kent één andere verzamelaar die iets vergelijkbaars heeft gedaan als hij. 'Maar die zit op vierduizend.'

De verzameling van Wingender is uniek omdat hij zich niet uitsluitend op de kanonnen richtte onder de Nederlandse fotografen, maar op álle boeken en publicaties waarin werk van een Nederlandse fotograaf is opgenomen. Dus kocht hij bijvoorbeeld de serie van vijf verkeerslesboekjes voor de lagere school uit 1958 (deel 1: Marianne gaat op stap), waarin geënsceneerde foto's staan. 'Aan dit soort boeken werkten heel goede fotografen mee. Daar is in geen enkele uitgave ooit aandacht aan besteed.'

Veel van het door hem verzamelde werk werd toentertijd niet als waardevol beschouwd - het was immers gebruiksfotografie - en is daarom weggegooid. Van sommige publicaties heeft hij het enige exemplaar dat bekend is, zoals de 24 pagina's tellende reclamefolder die de wijnhandelaar G. Oud in 1930 liet drukken. De folder is gemaakt door de later beroemd geworden glasontwerper Andries Copier, die er zelf voor fotografeerde en die in experimentele montages vermengde met tekst.

Doordat Wingender zo veel had, werd hij een aanspreekpunt voor fotoboekkenners. Hij vertelt een anekdote over het eerste retrospectief met werk van Philip Mechanicus, vier jaar geleden in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. 'Allemaal zwart-witfoto's. Ik zei: waar is het kleurenwerk? Iedereen schoot in de lach. 'Jan, nu zit je er helemaal naast, Mechanicus heeft nooit kleur gemaakt.' Ik zei: dat heeft hij wel, het boek Spelen in terlenka. Ik kom morgen terug en dan neem ik het mee.' Grinnikend: 'Ze hebben een vitrine opnieuw moeten inrichten.'

Zijn lievelingsfotografen zijn Cas Oorthuys en Ed van der Elsken. De laatste heeft hij nog aan het werk gezien op de Dam in Amsterdam. Hij doet de adhd-achtige wijze na waarop Van der Elsken zijn prooien benaderde. 'Vind je het goed dat ik een foto van je maak? Vind je het niet goed? Vind-jij-dat-niet-goed?' Wingender lacht. 'Ik heb tegen hem gezegd: Ed, pas maar op, direct krijg je een vuist tegen je neus. Ik ben ook een paar keer op zijn boerderij in Edam geweest. Na zijn dood heb ik zijn vrouw nog een boek gebracht waarin foto's van hem waren opgenomen. Dat had zij niet. Ik had het dubbel staan.'

Hij bekostigde zijn aankopen aanvankelijk met het geld dat hij verdiende door bijles te geven in de avonduren. Veel sleepte hij weg voor een habbekrats. Later kocht hij boeken die soms meer dan 50 euro kostten. 'Dat vertelde ik dan thuis niet. Maar ik heb nooit schulden gemaakt. Als ik het geld niet had, liet ik het boek liggen. Vaak zei een antiquair: Jan, we houden het voor jou wel apart tot de volgende maand.'

Door de toenemende belangstelling van verzamelaars voor fotoboeken zijn de prijzen de laatste jaren flink gestegen. Toen de fotograaf en verzamelaar Willem Diepraam een taxatie van Wingenders collectie maakte, kwam daar geen gering bedrag uit. 'Daar had ik een paar auto's van kunnen kopen. Nieuw.'

Toch is zijn collectie niet op de markt gekomen; hij wilde persé dat die naar een museum ging. In zijn geheel. Het Rijksmuseum viel daardoor af. 'Mattie Boom, de conservator fotografie zei: 60 procent van wat jij hebt, hebben wij ook. Die 40 procent zouden wij graag willen hebben, maar dan valt jouw collectie uit elkaar.' Met het Nederlands Fotomuseum, dat later dan het Rijks met het verzamelen van fotoboeken is begonnen, kwam hij wel tot een akkoord. Het kocht een groot deel van de collectie, mede dankzij 45 duizend euro steun van het Mondriaan Fonds. De rest werd, zo was overeengekomen, door Wingender geschonken.

Beeld Els Zweerink

Hij was ruim een jaar aan het inpakken. Hij heeft een zoon, zegt hij, en geen dochters; dat waren zijn boeken. 'Het waren mijn meisjes die de deur uitgingen.' Bij de notaris heeft hij laten vastleggen dat de verzameling niet uit elkaar mag vallen en alleen voor professionals toegankelijk is. 'Als zo'n boek een jaar op de leestafel ligt, blijft er niks van over. Mensen scheuren er gewoon een foto uit.'

Met een deel van de opbrengst vervulde hij een 'wensdroom': een boek over zijn collectie. 'Wat moet ik anders doen met het geld? Het is toch prachtig als je iets kan overdragen van de fotografie waarvan je houdt?'

In 1/100, Dutch Photographic Publications from the Wingender Collection (euro 49,50) staan zeventig boeken afgebeeld uit zijn verzameling - ongeveer 1 procent, vandaar de '1/100' in de titel. De selectie is door een commissie van zwaargewichten gemaakt. Daarin zat onder anderen fotocurator Hinde Haest, die de teksten in het boek schreef. Trots meldt Wingender dat het is verkozen tot een van de best verzorgde boeken van 2016 en om die reden binnenkort in het Stedelijk Museum in Amsterdam is te zien.

Jagen op antiquarische uitgaven doet hij niet meer. 'Je moet ergens een grens trekken.' Het appartement in Bilthoven dat hij betrok na de dood van zijn vrouw heeft maar vier boekenkasten. Daarin staat het werk dat hij dubbel had en zijn verzameling buitenlandse fotoboeken. Aan de muren hangen foto's, gemaakt door bekende fotografen uit Nederland. En schilderijen van zijn vrouw.

Zijn verzamelwoede kostte hem bijna zijn huwelijk, bekent hij. In zijn stem klinkt spijt door. 'Ik besteedde te veel tijd aan het ene en te weinig tijd aan het andere.' Omwille van hun zoon (die architect is geworden) bleven ze bij elkaar. 'We praatten wel over hoe belangrijk die boeken voor mij waren. Maar ik was niet gemakkelijk.' De laatst vijf jaar van Rie's leven heeft hij haar verzorgd - ze was ernstig ziek. 'Toen is zij de hoofdpersoon geweest.'

Hij verheugt zich op de opening, die samenvalt met de overzichtstentoonstelling van het werk van de fotograaf Bruce Davidson. Een hele eer, zegt hij, en trekt meteen een veertig jaar oud boek van de Amerikaan uit de kast. Hij vermoedt dat Davidson dood is en neemt het daarom niet mee naar de opening. 'Hij kan het toch niet signeren.' Als hij hoort dat de fotograaf nog leeft - Davidson is een jaar ouder dan Wingender - klaart zijn gezicht op. Hij legt meteen het boek apart. Misschien komt er nog een kans.

De collectie Wingender. Bijzondere Nederlandse fotoboeken, 16/9 t/m 7/1, Nederlands Fotomuseum, Rotterdam.

Rijksmuseum Jan Wingender heeft aan het Rijksmuseum in Amsterdam 26 foto's geschonken, waaronder een zeldzame van Bernard Eilers (Molen bij Zeddam, 1918).

Beeld Els Zweerink
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden