Jan Villerius 1939-2013

De leeuw van Glasgow schuwde het literaire boek niet.

Voor de toenmalige betaalde voetbalclub Xerxes was hij de 'man achter Coentje', voor Sparta was hij 'de leeuw van Glasgow' en voor ADO 'de adjudant van Ernst Happel'. De lange voorstopper Jan Villerius was in de jaren zestig een bekend gezicht op de Nederlandse voetbalvelden en op wat toen nog Sport in Beeld heette.


Maar hij had ook een andere kant, zo zegt zijn zoon Frenk Villerius. Hij hield in tegenstelling tot de meeste topvoetballers van lezen. Hij las graag Mulisch, Umberto Eco, Isabel Allende, historische romans en ander zwaarder werk. Hij was geïnteresseerd in wat in de wereld gebeurde en las elke dag de Volkskrant van voor tot achter.


Villerius, die driehonderd wedstrijden speelde voor ADO, overleed op 7 mei aan de gevolgen van longkanker. Drie jaar geleden stierf zijn vrouw Anja met wie hij twee kinderen had. Hij werd 74 jaar.


Villerius was een geboren Rotterdammer: 1,90 meter lang, een sterk lichaam en een stoere uitstraling. Behalve over een forse fysiek beschikte hij ook over een goed spelinzicht. Daarentegen was hij niet erg snel en soms nogal laconiek. Hij begon zijn carrière bij Xerxes, hier speelde hij in zijn jeugd. Hij haalde verschillende nationale jeugdelftallen. In het seizoen 1957-1958 maakte hij zijn debuut in het eerste elftal van de toenmalige eerstedivisieclub, vlak achter Coen Moulijn die kort daarna naar Feyenoord zou verhuizen.


Na de degradatie van Xerxes stapte hij over naar stadgenoot Sparta, waarmee hij in het seizoen 1958-1959 landskampioen werd. In het jaar daarop werd hij in de Europacup 1 de held van Sparta in de uitwedstrijd tegen Glasgow Rangers. Nadat Sparta de thuiswedstrijd met 3-2 had verloren en kansloos leek, won het team in Glasgow met 1-0 van de Rangers, dat toen als een van de sterkste elftallen van Europa gold. Er was uiteindelijk een beslissingswedstrijd op Highbury in Londen nodig om een winnaar te bepalen. Die verloor Sparta, andermaal met 3-2.


ADO, dat in het seizoen 1960-1961 net aan degradatie ontsnapte, nam uiteindelijk Villerius over in een poging een geheel nieuw elftal te bouwen. Ernst Happel werd als coach aangetrokken en Villerius werd zijn aanvoerder en adjudant in het veld. In 1962 selecteerde bondscoach Elek Schwartz hem voor het Nederlands Elftal voor de derby der lage landen tegen België, nadat de Feyenoord-spelers waren afgehaakt. Het elftal, waarin behalve Villerius ook Frits Soetekouw van De Volewijckers, Piet Ouderland van Ajax en Charley Bosveld van Sportclub Enschede hun debuut maakten, verloor met 2-0 in de 'Hel van Deurne'.


ADO bereikte met de klassieke verdediging Theo van der Burch, Jan Villerius, Aad Mansveld en Sjakie Smit de Intertotocompetitie en later ook de Europa Cup voor bekerwinnaars. In 1967 maakte ADO een trip van zeven weken naar de Verenigde Staten onder de naam San Francisco Golden Gate Gales. In 1968 werd Villerius getransfereerd naar RCH, waar hij nog een jaar speelde. Daarna trainde hij vijftien jaar amateurclubs: DONK, Celeritas, De Valkeniers en De Postduiven.


Hij vestigde zich in Rijswijk en bleef betrokken bij ADO. Naast zijn carrière als semiprof was hij vertegenwoordiger van een firma in gymtoestellen. Ook verkocht hij in de sportzaak die hij met Hans van der Hoek had, sportschoenen als Le Coq Sportif (hiertoe had hij een exclusief recht) en Hummel Hummel. Na zijn voetbalcarrière werkte hij bij het MVMK, een verkoopbevorderende organisatie die zegeltjessystemen voor winkels bedacht. Als zelfstandige verzon hij later attracties voor braderieën, waarvoor hij zelfs olifanten inzette.


Peter de Waard

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden