JAN SLUIJTERS Bal Tabarin

Toen Jan Sluijters begin 20ste eeuw het fauvisme ontdekte, was het bij de arrivés in de kunstwereld snel gedaan met zijn reputatie.

Wat is dat toch met kunstenaars die er moeite mee hebben hun werken als voltooid te zien en de neiging hebben er telkens weer iets aan te veranderen, soms ook als die werken al lang en breed in musea zijn te zien? Naar het schijnt was het een risico om Picasso in z'n eentje los te laten in musea waar zijn werk op zaal hing. Dan kon het gebeuren dat hij palet en penseel vanonder zijn jas tevoorschijn haalde en er niet voor terugdeinsde om in moordend tempo reeds lang aangekochte werken alsnog onherstelbaar te verbeteren, om het à la Gerrit Komrij te zeggen.


Jan Sluijters (1891-1957), die van nieuwlichter evolueerde tot een grand old man van de Nederlandse expressionistische schilderkunst, neigde in zijn latere jaren tot het bewerken en soms in zijn geheel overschilderen van vroeg werk. Hij maakte er zelfs een principekwestie van: de oude meester mag gerust 'ingrijpen' in de werken van de jonge hemelbestormer van weleer. Het liefste had Sluijters zijn complete oeuvre van voor, zeg, 1910, opnieuw onder handen genomen. Sluijters zei er eens over: ''t Zou mij wel verlokken mijn oudere schilderijen allemaal opnieuw te hervatten.'


In Jan Sluijters. Schilder met verve (1990) licht Sluijters' dochter Lies Kuijper die herscheppingsdrift van haar vader toe: 'Hij bekeek zijn oude schilderijen later met andere ogen, met een andere visie. Op zijn atelier stonden na de Tweede Wereldoorlog nog ongeveer vijfhonderd schilderijen. Het gebeurde vaak dat hij er een tevoorschijn haalde en dat ging 'verbeteren', zoals hij het zelf noemde.' Zijn dochter was van mening dat haar vader eerder vernielde dan verbeterde. Meer dan eens stond Lies 's nachts stiekem op om de verf weg te vegen die haar vader die dag over oud werk had aangebracht.


Sommige van Sluijters' 'verbeteringen' waren kennelijk subtiel genoeg om niet door iedereen te worden opgemerkt. Museum Kröller Müller bezit Sluijters' Don Quichot uit 1939. Na de oorlog belandde dit werk voor even terug op Sluijters' atelier - en prompt sloeg de kunstenaar aan het 'verbeteren'. Na twee dagen was het oorspronkelijke werk totaal veranderd. Commentaar van dochter Lies: 'In het museum heeft niemand dat opgemerkt.'


Sluijters' opmerking over zijn vroege schilderijen die naar eigen idee allemaal 'hervat' hadden moeten worden, zet onze verbeelding aan het werk. Hoe zouden zijn vroege, meest bekend geworden werken er hebben uitgezien als de inmiddels sadder and wiser geworden senior-kunstenaar ze inderdáád zou hebben 'hervat'? Wat zou er zijn gebeurd met de lyrische, buitenissige en op momenten ook uitzinnige kleuren in dat vroege, zogeheten luministische werk? En wat zou er na zo'n 'hervatting' zijn overgebleven van hét sleutelwerk uit Sluijters' oeuvre, Bal Tabarin.


Er schuilt enige ironie in die uitgesproken wens tot bewerking van dat vroege werk. Sluijters zou, indien hij de daad bij het woord zou hebben gevoegd, alsnog en op latere leeftijd misschien al die elementen hebben afgezwakt of tenminste vervormd die in het jaar dat hij Le Bal Tabarin schilderde, 1907, zoveel beroering en afkeuring veroorzaakte.


Sluijters was volgens arrivés in de Nederlandse kunstwereld met zijn werk vanaf 1906 veranderd van een kundig vakman in een slordige figuur die de schoonheid van de schilderkunst te schande maakte. En dat allemaal doordat Sluijters zich liet inspireren door de kunst die hij dat jaar in Parijs had gezien, in het bijzonder een tentoonstelling onder de naam Salon des Independants. Daar was onder meer het werk van land- en tijdgenoot Kees van Dongen te zien, wiens schilderijen, met name diens Le Lustre uit de reeks Le Moulin de la Galette (1905-1906), een eyeopener waren voor Sluijters.


In 1904 had Sluijters de prestigieuze Prix de Rome ontvangen, met daaraan verbonden het voor die tijd astronomische bedrag van tweeduizend gulden. Aan de prijs was wel de plicht tot reizen verbonden, met door de jury vastgestelde landen, waaronder Spanje, Italië en Marokko. Sluijters had echter een voorkeur voor Parijs, in die jaren het brandpunt van de kunstwereld, maar Parijs was voor de jury onbespreekbaar.


Sluijters ging tegen de afspraak met de jury via een omweg alsnog naar Parijs - en de rest is geschiedenis. Het waren de jaren van het post-impressionisme en in het bijzonder het fauvisme - en 'les fauves', de 'wilden, onder wie Henri Matisse, werden niet zo genoemd uit bewondering, integendeel. De 'beestachtigheid' van het ongebreidelde kleurgebruik sloeg over op de jonge Sluijters, en hij veranderde radicaal van stijl.


Er kwam bij dat Parijs in de greep was van een nieuwe uitvinding: elektrisch licht. Na de periode van het gaslicht zette dit elektrisch licht een groot aantal danszalen in de stad 's nachts in een voor de bezoekers surreële gloed. Dit nieuwe paradijs van, zoals het toen werd ervaren, uitzinnig en hyperbolisch licht straalt ook af van Bal Tabarin, waar het licht boven de hoofden van de dansende bezoekers van de danszaal slingert en sliert, kringelt en fonkelt en hier en daar als vuurwerk uiteen lijkt te spatten.


Sluijters schilderde met Bal Tabarin een collectief gedeeld geluksgevoel. Je bekijkt het doek en denkt aan de titel van de roman van Arthur van Schendel: De wereld een dansfeest. Die wereld wordt in de club Tabarin verlicht doordat er spetterende lampen branden die doen denken aan de majestueuze sterren uit Vincent van Goghs Sterrennacht boven de Rhône uit 1888. Waar bij van Gogh die glans van die sterren in het water van de nachtelijke Rhône plensden, zo worden de hoofden van de dansende menigte, zeker de minuscule figuren in de verte, in lichterlaaie gezet door de stralen van het elektrisch licht. Sluijters schilderde de roes, de extase, de euforie, maar dan wel die zeldzame soort roes waarin vreugde niét wordt opgestuwd door decadentie en de verlokkingen van het verderf, maar door pure onschuld en verwachting. Meer licht! Nóg meer licht!


Maar zo dachten de juryleden van de Prix de Rome er niet over. Bal Tabarin tartte hun incasseringsvermogen. Die jury was onverbiddelijk; Sluijters' reisbeurs werd ingetrokken en het Bal Tabarin werd als inzending voor de prijs geweigerd. De jury zag in Sluijters' nieuwe werk een 'groote minachting voor de Schoonheid der techniek'. De kunstenaar overreikte het publiek een 'pijndoende kleurenwreedheid'.


Om de toenmalige tijdgeest te schetsen: éen van de juryleden was de kunstenaar August Allebé, tevens docent aan de Akademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Allebé waarschuwde aan het begin van het cursusjaar zijn studenten: wie de naam Vincent van Gogh noemde, kon voor de rest van het jaar vertrekken. Een béétje kunstenaar-in-opleiding zwijgt over die prutser, aldus Allebé. En zo niet: geschorst. Die docent moest dus Sluijters' Bal Tabarin beoordelen.


1907 is geen 1988, maar met een beetje fantasie kun je Sluijters feestnacht in Parijs associëren met de summer of love van drieëntwintig jaar geleden, toen in de feest- en uitgaanscultuur xtc werd geïntroduceerd.


Van Jan-Peter Balkenende is de uitdrukking 'met de kennis van nu'. In variatie hierop: met de verbeelding van nu schilderde Sluijters wat de massa ervaart als die massa een pilletje heeft geslikt. Met zo'n pilletje veranderen lampen in een discotheek in een stelsel van kosmisch knallende supernova's. Jan Sluijters zette in 1907 door middel van olieverf op doek een stroboscopisch licht aan terwijl het nog lang zou duren voordat dát licht zou worden uitgevonden. Let's party!


-----------------------


Alle tachtig goed

Jan Sluijters aan het werk in zijn atelier. Het Singer Museum in Laren toont een overzicht van de tachtig belangrijkste portretten, kleine landschappen, stillevens, stadsgezichten en interieurs van Sluijters.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden