Jan Pesman 1931-2014

Jan Pesman hing subiet zijn schaatsen aan de wilgen toen hij twaalfde werd.

Het was de maandagziekte die hem fataal werd, zo zei Jan Pesman zelf. Het gebeurde tijdens de Olympische Spelen van 1960 in het Amerikaanse Squaw Valley. Hij mocht de 1.500 meter niet schaatsen van toenmalig bondscoach Klaas Schenk. Daardoor was hij tijdens het rijden van zijn favoriete 10 kilometer 'te stijf in de kont' om goud te halen. Schenk had Pesman willen sparen, maar de boerenzoon raakte daardoor juist uit zijn ritme. 'Ik móést rijden, spanning voelen, kilometers maken. De maandagziekte, schoot er door m'n kop. Je moet van het platteland komen om die te kennen. Hij komt voor bij paarden die de hele week op het land beulen en dan krachtvoer krijgen om in het weekeinde bij te komen. Als je ze maandagochtend uit de stal haalt, lijken ze uitgerust. Maar na een paar uur zie je ze een stijve rug krijgen. Zit alles vast.'


Na negen rondjes had Pesman op de 10 kilometer nog 9 seconden voorsprong op het schema van de Noorse favoriet Knut Johannesen, die een fabuleus wereldrecord had gereden. 'Maar wat er toen gebeurde, had ik nog nooit meegemaakt', zei Pesman. 'Alles deed zeer. Ik moest zelfs een extra slag in de bocht maken.' Hij werd twaalfde. Meteen hing hij de schaatsen aan de wilgen. De bronzen medaille die hij eerder had gewonnen op de 5 kilometer - de enige medaille die Nederland toen bij het langebaanschaatsen haalde - was nauwelijks een pleister op de wonde. Pesman wilde goud. En vier jaar langer wachten kon in die tijd niet, omdat schaatsers niet van hun sport konden leven.


Jan Pesman overleed op 23 januari in zijn woonplaats Delfzijl. Hij hoorde tot de laatste lichting Nederlandse langebaanschaatsers die helemaal afhankelijk waren van natuurijs. Nederland had toen nog geen 400-meter-kunstijsbaan, zodat de Nederlandse topschaatsers meestal naar Noorwegen moesten om ijs te kunnen voelen. Zij konden destijds daardoor ook niet tegen de Noren en Russen op.


Pesman werd in 1931 in het Groningse dorp Holwierde geboren als zoon van de landbouwer Reinder Dirk Pesman en Eva Toxopeus. Hij kwam pas laat met de wedstrijdsport in aanraking. Op zijn 23ste - in 1955 - reed hij zijn eerste wedstrijdjes op natuurijs. Hij bleek een natuurtalent te zijn, maar ook eigenwijs en eerzuchtig. Van de Nederlandse Vereniging ter Bevordering van het Hardrijden op de Schaats kreeg hij de uitnodiging naar een trainingskamp in Hamar te gaan. Een jaar later zat hij in de kernploeg. 'Dat betekende dat hij elke week op zaterdag met de trein naar de centrale training in Overveen moest. Jan zat dus meer in de trein dan dat-ie trainde. En daar kreeg hij niets voor', herinnert zijn vrouw Ida Pesman zich.


Van 1957 af deed hij steevast mee aan de allroundtoernooien. Hij excelleerde op de lange afstanden, maar zijn sprint was te zwak om een titel binnen te halen. In 1959 werd hij bij het EK en WK vijfde. Tijdens het WK in 1960 was hij de sterkste op de 10 kilometer. Niemand minder dan de Noorse schaatslegende Hjalmar Andersen tipte hem als favoriet voor olympisch goud. Een bronzen plak op de 5 kilometer was de bevestiging van zijn vorm. Maar toen kwam die beruchte maandagziekte en liep de 10 kilometer uit op een fiasco.


Pesman werd vervolgens boer. Eerst had hij een gemengd bedrijf en daarna een melkveehouderij. Naar het schaatsen keek hij alleen nog op televisie. Eén keer ging hij terug naar de VS, huurde een motor en reed naar Squaw Valley. Er was niets meer wat aan die Spelen herinnerde. De laatste jaren sukkelde hij met zijn gezondheid en kon hij zich alleen nog met een scootmobiel voortbewegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden