Jan Mulder

25 jaar schrijft Jan Mulder sportstukken voor de Volkskrant. Geen verdienste vindt hijzelf. 'Bespottelijk. Ik moet daarmee stoppen. Het is niet aantrekkelijk om een fossiel te worden....

'Ik haat jubilea. Het zijn begrafenissen. Stel je voor: al mijn vrienden staan rond m'n graf, allemaal houden ze een hypocriet toespraakje. En dan zegt de hoofdredacteur van de krant: 'Jan Mulder; 25 jaar stond hij op de bres in de Wibautstraat. Hij was altijd het zonnetje in huis.' En na afloop gaan ze er met je vrouw vandoor.

Ik voetbal al 25 jaar niet meer. Dat zeggen die jaren tegen mij, almaar door, elke dag opnieuw. Voor een voetballer is dat een vervelende boodschap. Het stadion, het publiek, uitblinken - dat was mijn leven. Schrijven lijkt daar wel wat op, maar het is allemaal surrogaat vergeleken bij de midvoor.'

Jan Mulders sigarenwinkel is jarig, de feestelijkheden komen steeds dichterbij, maar echt vrolijk is hij er nog niet van geworden. 25 Jaar sportstukken schrijven voor de achterpagina van de Volkskrant is ook heel erg lang. 'Bespottelijk. Ik moet daarmee stoppen. Het is niet aantrekkelijk om een fossiel te worden.'

Sinds een jaar of zes is Jan Mulder ook iedere avond op de televisie, in het praatprogramma Barend en Van Dorp. Dat is niet speciaal spannend, hectisch of vervelend, en het maakt het schrijven van stukjes ook niet minder belangrijk. Het is: 'Ik voel gezonde spanning voor een optreden. Die gaat in je hoofd zitten - elke avond moet ik er even naartoe.'

Gelukkig gaat dat ontspannen, in een grote, donkerblauwe Jaguar. Een heerlijke wagen is dat, gekregen van zijn voetballende zoon. Jan rijdt erin van z'n huis in Bussum naar de studio in Hilversum, door het dorp om kranten te kopen en tijdschriften, misschien nog even naar Amsterdam voor een afspraak. Dan doet hij z'n zonnebril op en rijdt door zonnige straten, nagekeken door fietsers, voetgangers en mensen op terrasjes. Uit het elektrische dakje waaien de laatste anp-berichten.

'Het is dwangmatig. In de auto denk ik meteen in zinnen. Als ik iets zie, begin ik gelijk stukjes te schrijven. Aanzetjes, één of twee zinnen, en dan drijft het weer over. Het gaat automatisch, ik zit in zinnen, in taal, ik vind woorden leuk. Zie ik het woord ''imam'' in de krant staan, denk ik: imam? Moet toch iman zijn? Koram, immuum, synchroom. Geestig.

'Hoe meer columns je schrijft, des te columniger wordt je leven. Het begint altijd met een woord. Voedingssupplement. Na men van wielrenners. Vroeger heetten die lui An quetil. Nu is het allemaal: Broeg, Cleudel, Tsjmil. Oostblokwielrennerij. Dat gaat de hele dag door, terloops, niet-bewust. Ik lees de kranten, kijk naar Twee Vandaag, zet teletekst nog even aan. Dan is de poppenkast groot genoeg om er wat uit te halen. Gaat altijd goed.

'Ik werd gezien als een voetballer die nog doorging als alle andere spelers de moed al hadden opgegeven. Misverstand. Het kon me niet schelen of we wonnen of verloren. Ik ben een romanticus, het ging mij om het drama. Verliezen is ook een aangename toestand. Lekker somber de bus instappen.

'Ik beweer dingen om te proeven hoe het voelt. Als het beter uitkomt voor het stuk, draai ik halverwege mijn opinie om. Soms mislukt dat en denkt de lezer dat ik dingen meen. Ik schreef laatst een walgelijk seksistisch stukje over de vriendin van Rushdie. Die mooie, weet je wel? Gek werd je van dat mannengemooi over die vrouw. Dus ik draai het naar te dikke benen, een scheve neus en te vet haar. De volgende dag stonden er vlammende protesten van brievenschrijvers en andere columnisten in de krant: wat verbeeldde ik me wel, terwijl ik er zelf niet uítzie. Vertederende lezers zijn dat. Een soort oercategorie. Lekker wijf was dat, hè?'

'Elke dag een stukje: vier keer voor de Volkskrant (waarvan drie keer als Mu van Camu op de voorpagina), een keer voor Humo, een Bel gisch weekblad. In anderhalf uur ben je ermee klaar. Dat is het fijne van mijn leven. Ik ben nooit een negen tot vijf-figuur geweest. Ik heb altijd onder en boven de maatschappij geleefd. Vooral boven.

'Eigenlijk doet een onderwerp er helemaal niet toe. Het zal mij ook een zorg zijn als een andere columnist het al heeft behandeld. Het gaat mij om de ingang, de stijl. Een herinnering, een kritische inslag, even wat associaties, eigenlijk is het simpel werk. Als het er maar in één keer uitkomt. In mijn geval is het 't beste als ik even spontaan door daver, overdrijf, improviseer of wegschiet.

'Mijn vader had dat ook, dat verbale ge doe. Een beetje flink door tetteren tegen een klant in de winkel. Ik wil niet zeggen geestig, maar even lekker aanzetten. Van dichtbij uitvaren tegen mevrouw Graler: ''Wat? Uw schoenen weer niet op tijd klaar? Ik laat me niet betrappen op krentenwegerij vanwege de klant! Wat d cht u wel?''

'Schoenmakers moeten er blijven. Gekke lui. Bij iedere schoenenwinkel kijk ik even naar binnen. Klopt altijd: helemaal het goede prototype. Ik heb trouwens de opkomst van de hakkenbar nog meegemaakt. Als we door de Hema liepen, ging mijn vader voor de balie van de hakkenbar staan. Hoofdschud dend! Hij zag er alles in wat niet deugde. En waarschijnlijk terecht. Hij was een vakman. Zoals ik in een depressie schiet als een nieuwslezer van het nos-journaal weer eens 'chaós' zegt.'

'Humor is een sympathieke inslag, juist in ernstige vraagstukken. Schrijvers die ironie en zelfspot gebruiken, vertrouw ik meer, zijn geloofwaardiger. Aantrek kelijk heid is niet licht of onbelangrijk. Integen deel, humor getuigt van intelligentie en doorzicht, persoonlijkheid en kracht. Na tuur lijk ben ik voor ernst, maar die moet op een gegeven moment voorbij worden gerend door iets grilligs. Anders beland je in Stap horst.

'Te geforceerde leukheid, dat heb ik wel soms. Krampachtig leuk. Een boek over een potlodenfabriek in Capelle aan de IJssel zou in mijn geval uitdraaien op een half soort satire. Ik ben meer een satiricus dan een dramatisch schrijver. Ik ben geen romancier, ik deins terug voor het grote, ik ben niet goed genoeg om een wereld te scheppen. Maar iets over een potlood, daartoe acht ik mezelf wel in staat.

'Het is ook een kwestie van instrumentarium. Ik zit met het gereedschap van een columnist. Ik probeer weleens een groter verhaal te schrijven, maar na een halve bladzijde denk ik: waar ben ik mee bezig? Eigen lijk zou iemand me moeten helpen, mij de openingen laten zien. Van: je bent je verhaal nu zo begonnen, pak dat eens op, verzin er een zoon en een dochter bij en laat ze op een leuke manier gevolgd worden door de buurman. Zo schrijf je een bittere aanklacht tegen de pedofielenhaat in dit land. Maar ik denk al snel: ik moet de wereld niet verbeteren, maar vermaken.

'Als ik 60 ben, kan het ook nog wel. Eén prachtig boek is ook een prachtig boek. In tus sen ben ik niet leeg of hulpeloos. Schrij ven is toch de moeite waard. Sommige mensen weten niet eens dat er vulpennen bestaan, er worden tegenwoordig alleen nog maar e-mails geschreven. Maar dat is contact. Mededelingen. Boven sms'jes uitsteken, dat is het minste wat je als schrijver kunt doen. Ik kom daar net 10 centimeter boven. Dus ik zit goed. Ik minacht de sms-wereld.'

's Nachts in de Jaguar rijden, van de studio in Hilversum over 'de heerlijke wegen van 't Gooi' naar huis - dat is genieten, zegt Jan. Net als het drankje achteraf, de cola light met de gasten en de leuke meisjes en jongens van de redactie en de vloer. Ook dat is heerlijk. 'Ik vind heus niet alles leuk', zegt hij. 'Of althans, vroeger namen we het programma op in hotel Gooiland: dat was nóg leuker.'

Om half tien zet Jan de auto op de parkeerplaats van het media-industrieparkje aan de Franciscusweg. Voor de uitzending trekken de mannen zich even terug voor een strategische bespreking in een redactieruim te. Na een minuut of twintig komen ze weer te voorschijn. Jan om rond te lopen, praatjes te maken en sigaretten te roken; Henk van Dorp om de gasten gerust te stellen: 'We zullen er vanavond echt niet op rammen'; en het lukt Frits Barend om mobiel te bellen terwijl zijn kapsel wordt geföhnd.

Het wordt niet echt een geslaagde uitzending. Jules Deelder klaagt dat hij geen ambassadeur van Rotterdam 2001 is geworden, door de zenuwen kan schilderes Ans Markus alleen gemakkelijke vragen beantwoorden, en de helft het Nieuw Biks Gemengd Man nen koor uit Hilvarenbeek, vanavond te gast in de muzikale rubriek M xima 1 minuut, is de tekst kwijt.

'Er wordt gezegd dat wij falen in het ondervragen', zegt Jan tijdens de wandeling van de studio naar een bar in een nabijgelegen gebouw. 'Maar het is een late-night talkshow, dat m g leuk zijn.' Een paar weken eerder was schrijver Rogi Wieg in het programma om te vertellen over zijn depressies en zelfmoordplannen. Soms was hij al onderweg naar de drogisterij om scheermesjes te halen. 'O ja?', zei een van de gastheren, 'en weet je dan ook al welk merk scheermesjes je gaat kopen?'

'Die dingen gebeuren automatisch', zegt Jan, 'en dus niet om de kijkcijfers op peil te houden.' Zelf heeft hij het liefst een politicus aan tafel, De Hoop Scheffer of zo. Daar kun je het beter mee oneens zijn dan met een nerveuze schilder. 'Maar ook dat moet je niet te lang rekken', zegt hij. 'We zijn geen Nova.'

'Ik weet zo ook wel dat er kanker bestaat. Dat er mensen zijn die ondraaglijk lijden. Dus hoef ik die televisieprogramma's niet te zien. Of een boek te lezen over ''mijn moeder is gestorven''. Ik wil niet gezegd hebben dat dat geen prachtig boek kan zijn, maar zo ben ik. Heel diepe, allerlaatste menselijke ellende, eenzaamheid en zo - ik merk het wel als het zover is, en ik heb me voorgenomen om het als een man te accepteren. Intussen lees ik liever een boek over mooie dingen.

'Mijn politieke standpunt is dat alle problemen moeten worden opgelost. In één klap, radicaal. Eigenlijk zou je de hele dag onder je neus gewreven moeten krijgen wat er allemaal voor ellende in de wereld is. Ik zou me ook wel willen inzetten, als iemand mij nodig heeft of zo. Maar ik hoef geen boek te lezen om die dikke troosteloosheid nog eens als kunst te ervaren. Ik zie de schoonheid van een kreperend mens niet. Ik ben geen voyeur, ik wil erbuiten blijven, het is een kwestie van smaak en interesse.'

'Het komt door mijn verzakte kop. Daar om denkt ook iedereen dat ik veel drink. Is niet zo. Ik drink nooit één glas alcohol. Van rode wijn krijg ik warme, opgezwollen voeten. Dan merk ik echt mijn voetbalcarrière, dus dat doe ik ook al niet meer. Als het warm is een glaasje bier. En roken doe ik voor de handeling. Heb ik even wat te doen als ik niet weet wat ik moet zeggen. Ik ben namelijk nogal wispelturig. Of nee, toch niet. Ik ben niet wispelturig.

'Ik nam iets van de grond en toen sprong er bloed in mijn rechteroog. Een paar uur later was mijn gezicht verzakt. Volgens de dokter was het een herseninfarct. Ik moest een week wachten voordat ik in een scan terecht kon. En je mag wel weten: dat was niet speciaal een leuke week.

'Het moment dat je daar de uitslagen van krijgt, dan zegt zo'n man: ''Gaat u maar even zitten.'' Het flitste door mijn hoofd: Hoe zei hij dat? Hij zei: ''Gaat u maar even zitten'', en hij keek me niet aan! Ooh, het is mis! En dan kijk je naar de muur en daar hangt dan zo'n lullig schilderijtje van een haventje. Ik dacht: dit is het moment dat de treurigheid toeslaat.

'Die paar seconden die de dokter het nog rekte, die hij me in het ongewisse liet, die vermoordden mij. Hij zei langzaam: ''Me neer Mulder, u moet toch gaan beseffenellipse'' En ik: ''Wat? Wat moet ik gaan beseffen? Ik wil helemaal niets beseffen!'' Zegt die kerel iets over het voetbal of de televisie. Het was helemaal geen kanker, het was gewoon een saaie man.

'Ik heb het nog wel een beetje: de wal onder mijn rechteroog is groter dan die andere. Hij is ook vaak paars. Dat komt dus door mijn aangezichtszenuw. Als ik heel erg vermoeid ben, verlamt-ie iets. Dan valt de mondhoek en begint mijn oog te druipen. Ik kan daar niet tegen, denk: doe mij maar meteen de pil van Drion. Ik ben geen hypochonder, maar wel meteen ernstig ziek.

'Toch vind ik dat je het leven zo lang mogelijk moet rekken. Ook als je ziek wordt of zo. Nog één uurtje naar je geliefden kijken. Of naar de kat. Hoewel dat moment ook zo weer wegflitst. Ik relativeer alles, maar ondertussen neem ik de boel ook heel erg serieus. Ik acht het leven, terwijl het niets voorstelt. Je bent zo 80 en dan kijk je achterom en denk je: wat heb ik allemaal zitten doen? Wat een last en wat een potsierlijk gedoe allemaal. Moet je kijken hoe we erbij zitten. Met die rare kop en dan dat haar. Doen we ook nog een beetje mee in modeverschijnselen, want ja, wat moet je anders?'

'De mededeling krijgen dat je doodgaat, is geen leuke mededeling. Eigenlijk zou ik die groots moeten aanvaarden, ik ben er ook niet bang voor. Zonde, dat is het wel. Ik rook er niet minder om, zeg je? Man, ik rook helemaal niet. Ik blaas. Komt door het schrij ven. Ik vind zo'n sigaret een leuk apparaat. Ik heb nog nooit iets geïnhaleerd. Op één keer na: hasj in een pijp. Toen heb ik wel eventjes flink geïnhaleerd. Kreeg ik een soort kernexplosie in m'n borst - plop! Die breidde zich uit. Kreeg meteen verlamde benen. Ik ben totaal geflipt. Wat een paniek.

'Verder heb ik nooit iets gebruikt. Nooit nandrolon of voedingssupplementen. Ik heb zelfs nog nooit een xtc-pil gehad, belachelijk niet? Dat doe je toch? De hele wereld neemt een xtc-pil, waarom ik niet? Voor houseparty's ben ik te oud, maar in kleine kring zou ik het weleens willen proberen. Ik zou trouwens ook niet weten hoe je eraan komt. Ik kom op allerlei feestjes, maar mij is nog nooit iets aangeboden. Ook geen cocaïne. Dat gebeurt toch niet in het openbaar?'

In de auto naar Barend en Van Dorp is Jan een kwartiertje chagrijnig. Vlak voor vertrek belde een verslaggever van een regionale krant. Of Jan nog iets leuks gaat doen met de vakantie? 'Daar heb ik geen zin in', zei Jan. 'Oh nee', zei de man, houdt u soms niet van een weekje lekker weg?' 'In jou heb ik geen zin', zei Jan en gooide de hoorn op de haak.

Het is een prach tige straat met veel groen en grote hui zen, maar Jan heeft even geen oog voor de tuin van Caroline Ten sen. 'Elke dag krijg ik tien van die idioten aan de lijn. Of ik aan moederdag doe, wat ik van het succes van Bayern München vind, dat ze een flora organiseren in Limburg en willen weten of ik iets met planten heb. Nee! Het interesseert me geen fuck! Hoepel op met je rubriek!'

Eigenlijk is het de schuld van Johanna. Zij neemt normaal gesproken de telefoon op en zegt dat Jan er niet is. Maar Johanna is naar vrienden in Brussel, vandaag moest Jan het allemaal zelf oplossen. 'Op dit punt heb ik er echt last van bekend te zijn. Je hebt geen idee hoeveel blaadjes en regionale programmaatjes er zijn. En alles wat je doet heeft ook een zogenoemde spin-off: elk ding heeft vijf bijverschijnseltjes. Waar ik maar kan, gooi ik de hoorn op de haak.

'Hier krijg ik een slechte naam van. Jan Mulder is onhandelbaar. Die heeft het hoog in de bol. Je moet er tegen kunnen dat de halve mensheid je een arrogante vlerk vindt. Nou, ze kunnen een trap krijgen! Vol op de wreef! Ik zet me in voor alles en nog wat, zeg. Ik ben sociaal en meegaand, ik sluit me graag achter in de rij aan om een ander voorrang te geven. Ik heb mijn bijdrage aan de samenleving méér dan geleverd. En dan wil ik het rubriekje over de gedempte waterputten in Gaasterland graag even overslaan.'

Bij de benzinepomp moet je linksaf naar de Franciscusweg. Daar staan de studio's van de Holland Me dia Groep. Het ritje ging iets sneller dan normaal, maar eenmaal uitgestapt is het 'onnozele rubriekjeswezen' alweer vergeten. Na 20 me ter kijkt hij nog even om naar zijn mooie auto, steekt de handen in de lucht: ha! Met een Jaguar heb je bijna nooit parkeerproblemen.

'HP/DeTijd schreef dat ik in het café bier over vrouwen gooi als ik mijn zin niet krijg. Ik mocht van die journalist ook niet zoenen op het Boekenbal. Ik had echt even medelijden met die man. Het zal me een zorg zijn als ze vrouwen bellen om te vragen wat ze van mij vinden. Ja, vrouwen, weet je wel. Ik ben ook gek op katten.

'Vrouwen zijn bij wijze van spreken het enige dat ertoe doet. Ik spreek er vrij over omdat ik geen verantwoording hoef af te leggen aan mijn vrouw. Seks of zo, ja, leuk. Doen! Ik vind het heerlijk om een vrouw te zoenen. Misschien een man nog wel, wie weet. Hoewel, heerlijk? Ik weet het niet eens. Ik geloof het wel. Als iemand mooi is, intelligent en sympathiek, waarom zou je dat negeren? Wat moet je anders? Je kunt er ook een pijl op gooien.

'Ik zou willen pleiten voor een leerstoel ''hoe gaan we met elkaar om in de erotiek en de liefde''. Terwijl die krakkemikkigheid ook wel weer leuk is. Uit die onkunde komen ontzettend veel prachtige romans voort. En als het een keertje lukt, tot en met de seks zal ik maar zeggen: w t een bevrijding en ontspanning. Het lucht op, je kunt er weer een dagje tegen. Je denkt: Jan, je kunt tóch iets.

'Wel gek: het mooiste in het leven wordt tegen je gebruikt. Terwijl ik helemaal geen vrouwengek ben. Integendeel. Normaal. Ver beneden wat het zou moeten zijn. Maar ze wijzen je na omdat het elders nooit gebeurt. Licht mijn straat maar door, je wordt gek van het opgekropte verlangen. Krank zinnig gedoe. Door God en gebod in bedwang gehouden. Ik niet. Laat gaan. Laat je gaan.

'Gelukkig heb ik er zelf nooit last van. Ik merk nooit dat ik zo'n type ben. Dat hoor je vaak: Jan is een vrouwenman. Maar dat is hetzelfde als met die drank. Ik drink niet!

Er gaan maanden voorbij dat er helemaal niets gebeurt. Verdomme. Wat zitten we hier te doen? Het Volkskrant Magazine vullen? Scheer je weg!'

'Het is heerlijk om Jan Mulder te zijn. Kan ik iedereen aanbevelen. Ik leef geen alledaags leven, ik ben positief, gezellig. Ik hou van leven, in het restaurant zitten, lullen. Niet vrijblijvend op een strand liggen met auto's en een schip. Maar wel: glorieus leven! Nu, zoveel mogelijk. Ambitieus zijn en ook een beetje niet, je moet ook een vage loomheid in je hebben.

'Er zijn een hoop mensen jaloers op mij. Horden! Iedereen wil ruilen. En dat kan ik me voorstellen. Wat dacht je? Midvoor van Ajax in een grote tijd? Al is het maar een uur. Een moord zouden ze ervoor doen. En dan bedoel ik Um ber to Eco, Goethe, Harry Mu lisch. Die zouden echt heel graag met mij willen ruilen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden