Jan Hoet verdient op zijn minst een echte biografie

SACHA BRONWASSER

Jan Haerynck: De luchtkunstenaar - Jan Hoet

**

De Bezige Bij; 288 pagina's; euro 19,90.

Hij moet de gedroomde protagonist zijn: Jan Hoet, de 'kunstpaus' uit Gent. De museumdirecteur die vijfentwintig jaar na zijn aanstelling pas een eigen gebouw kreeg, maar intussen wel een wereldberoemd tentoonstellingsmaker werd. Een ja-zegger, die meer rookte en dronk en minder sliep dan een tempelier, die in zijn ondergoed op dinertafels sprong en in het Gentse gemeentehuis op de vuist ging met droogstoppels die hem - nee, de Kúnst - dwarsboomden. Die kanker, coma's en een hersenbloeding te boven kwam en wekelijkse nierdialyses onderging als een nuttige adempauze.

Jan Hoet (1936-2014) - wie zou daar nu géén boek over willen schrijven? 'Waar Jan Hoet zijn voet zette, groeide het gras vier maal sneller.'

Aldus Jan Haerynck, auteur van De Luchtkunstenaar - het boek, nadrukkelijk géén biografie, dat een kwart jaar na het overlijden van Hoet (op 27 februari dit jaar, 77 jaar oud) verscheen. Haerynck had het manuscript enkele uren voor het overlijden van Hoet af, zo zei hij op de boekpresentatie in Gent.

Hoet is een verleidelijk onderwerp: ook dit korte stukje kan tot de rand gevuld worden met staccato anekdotes uit het Rijke Leven van Sint Jan: hoe hij opgroeide in een groot gezin met een aanwas van 'zotten', patiënten van zijn vader de psychiater; hoe hij op kunstexcursies door Europa op stations sliep; hoe hij met een bokswedstrijd eindelijk zijn museum opende... ho, stop. Géén biografie, maar een portret van Hoet de curator moest het worden - anders valt de keuze voor de structuur van De luchtkunstenaar, twaalf hoofdstukken over de twaalf belangrijkste tentoonstellingen, niet te verklaren.

Om dit te kunnen doen nam Haerynck in vele gesprekken met Hoet zelf steeds een expositie als uitgangspunt en interviewde tevens talloze betrokkenen: vriend én vijand. Kunstenaar Johan Tahon: 'Jan was uitzonderlijk lucide, snel en luid'. Critici Koen Brams en Dirk Pültau ('pseudo-filosofen' volgens Hoet): 'Hoet heeft alle stupide vormen om met kunst om te gaan uitgevonden.'

Maar Haerynck - een journalist die eind jaren negentig in opspraak raakte door zijn gefabuleerde artikelen, en die langzaam rehabiliteerde - mag de anekdotes (want die zijn er, o ja) dan af en toe smakelijk opdienen; schrijven over kunst kan hij niet.

Af en toe raaskalt hij op zijn Jan Hoets, maar dan zonder diens charisma. In de stadsexpositie 'Over the edges' zou Nicolas Floc'h 'het woord vrije teugels geven in het stadsbeeld'. Nieuwe Wilden-schilder Marc Maet 'ging onstuitbaar met kleurvlakken om'. Dat ziet er eh... hoe uit?

Erger dan dit soort oprispingen in dit warrige, haastig geredigeerde boek is dat na het lezen van De luchtkunstenaar het hoegenaamd onmogelijk is voor te stellen wat Hoets fameuze Documenta (1992) nu eigenlijk te bieden had, waarom 'Chambres d'Amis' (1986) zo'n invloedrijk evenement is geweest of wat voor soort verzameling hij het SMAK in Gent naliet. Dat Hoet als figuur larger than life was, dat weten we, maar waarom hij in de kunstwereld nu al node wordt gemist wordt niet duidelijk - of het moet in dit gelukkig aangehaalde citaat zijn, deze negatie door kunstenaar Panamarenko: 'Ik zie overal opportunisten en geldwolven. Dat zou niet zo erg zijn, als het niet zo stomvervelend was.'

Dát was Jan Hoet zeker niet. Naar zijn gedroomde auteur wordt nog gezocht.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden